31 december 2020

Boeken 2020

Dat 2020 een bijzonder jaar was, lijkt me een understatement van jewelste. Voor mij persoonlijk was er de extra omstandigheid, dat ik midden in de eerste lockdown ophield met werken. Theoretisch gezien dus tijd genoeg om te lezen, dit jaar.

Inderdaad, meer boeken gelezen dan de afgelopen drie jaar, maar in 2015 en 2016  en eerder ook al, las ik er meer. Het aantal gelezen bladzijden stijgt sneller (de grafiek loopt steiler), dat betekent dat de boeken gemiddeld dikker zijn geweest, inderdaad 298 bladzijden, vergeleken met 227 vorig jaar.

Hier een verdeling naar dikte van de gelezen boeken. Er zijn meer boeken van 500 bladzijden of meer gelezen dan vorig jaar. Daar zaten verschillende delen bij van Het Bureau, dat ik herlas, deel 3 van de Verzamelde Romans van Nabokov, en de nieuwe Knausgård, ook al zo'n kloostermop van zo'n 850 bladzijden.

Ik las in 2020 57 boeken uit. Ik reken daarvan 47 als bellettrie, 10 als meer zakelijk proza. Ik las geen gedichtenbundel uit. Ik las 18 vertaalde boeken, en geen boeken in Engels of andere vreemde taal.

Wat een getallen. Ik loop even door de lijst: Jeroen Brouwers - Cliënt E. Busken, Isaak Babel - Alle verhalen en Karl Ove Knausgård - Buiten de wereld waren de drie beste boeken die ik las. Dat denk ik nu, vraag het morgen en ik zeg wat anders. Verder herlas ik met veel plezier Het Bureau van J.J. Voskuil. En het was voor mij een beetje een Ischa Meijer-jaar. Vanwege de 25e sterfdag verscheen er een en ander, ik las de biografie Ischa van Gijs Groenteman, het Privé Domein-deel Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan en Zó, en niet anders, de bundeling van Brief aan mijn moeder, Een rabbijn in de tropen en Hoeren.

Dit was het boekenjaar 2020, volgend jaar weer een boekenjaar!

29 december 2020

Ik ben van vandaag thuis en denk aan mijn beste vriend

Het is een raar jaar. Veel zaken die vanzelfsprekend waren, zijn dat niet meer. Ik vertel niets nieuws. 

Normaal gesproken zou ik vandaag met mijn vriend Kees naar Amsterdam gaan, om een dagje boeken- en platenwinkels te bezoeken, en wat te eten en drinken. Een traditie sinds 1985. Maar het gaat niet door, het zal nooit meer doorgaan. Kees overleed dit voorjaar.

Deze zomer dacht ik nog: ik ga alleen, ik doe de ronde, ik koop boeken en platen, en eet een broodje kroket. Als een eerbetoon aan de vriendschap.

Maar we zitten in een lockdown. Een wandeling langs de gesloten winkels en horeca is mij wat al te symbolisch. Verder is het onverstandig om onnodig te reizen.

Ik ben van vandaag thuis en denk aan mijn beste vriend.

26 december 2020

De kleine zenuwlijder

Zoals wel vaker in de laatste dagen van het jaar, lees ik tussen 22 en 31 december elke dag een hoofdstuk uit De avonden, van Gerard Reve (ik heb 3 edities, dit keer lees ik de tweede druk, nog verschenen onder de naam Simon van het Reve).

In hoofdstuk V gaat Frits op bezoek bij Victor Poort (Robert van Amerongen).

“Wat lees je?” vroeg hij, een klein boek met grijze linnen band van de schrijftafel nemend. “Dat moet je beslist lezen”, antwoordde Viktor, “daar zul je beslist veel plezier aan hebben.” “De kleine zenuwlijder, handleiding tot een fatsoenlijk leven”, las Frits. “Je mag het nu wel lenen”, zei Viktor. Frits sloeg het dicht en stak het in zijn jaszak, haalde diep adem en nam afscheid’
(De avonden, p. 97, ik verwijs hier naar bladzijnummers in de tweede druk)

Van De avonden wordt wel gezegd dat alles wat erin staat, ook echt gebeurd is, maar niet zoals het in het boek staat. Dat geldt ook voor deze titel. De kleine neurasthenicus, beknopte handleiding tot een ordentelijk leven, geschreven door Herman Gerard de Cock, verscheen in 1922. In 2007 werd het door De Bezige Bij opnieuw uitgegeven, bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van De avonden. Die editie heb ik.

Ik zou het overigens niet, zoals in De avonden geschreven, een klein boek willen noemen, het heeft 506 pagina's. Tegenwoordig is het ook te bekijken in Delpher.

In De avonden krijgt Frits het te leen van Viktor, in werkelijkheid las Gerard Reve het bij Robert van Amerongen. Pas na verschijnen van De avonden kreeg Gerard het boekje cadeau uit de bibliotheek van de vader van Van Amerongen. (Nop Maas - Kroniek van een schuldig leven 1, p. 234 - 235)

Het is geen boek om van begin tot einde te lezen, ik snoep elk jaar hier en daar een bladzijde. Het boekje geeft, zoals de ondertitel al aangeeft, tips bij allerlei aandoeningen. Ze doen mij denken aan de opmerkingen die Frits in het boek maakt tegen zijn vrienden. Op bladzijde 112 1n 113 in De avonden leest Frits passages uit het boekje van Victor. Deze zijn niet letterlijk, maar wel 'in geest' terug te vinden in De kleine neurasthenicus. De passage over 'de dame Oem, van wie een poes gestorven was' (De avonden, p. 113) lijkt losjes gebaseerd op p. 396.

Ik denk dat het voor Reve een belangrijk boekje is geweest, waarin hij veel van zijn eigen neuroses herkende. ‘Stellig, ik ben een kleine zenuwlijder’, zegt Frits van Egters op het einde van De avonden (p. 205). 

De kleine neurasthenicus leverde Reve verder de titel voor zijn gedroomde boek, Het Boek van het Violet en de Dood, 'het boek dat Reve wilde schrijven, maar dat eigenlijk niet geschreven kon worden, omdat het alle andere boeken overbodig zou maken, behalve de Bijbel, en het telefoonboek'. 

‘'t Is net, meneer,’ zegt Dorus, ‘'t is net, alsof een dure plicht mij op de schouders rust. De plicht, om een groot, een machtig, boek te schrijven. Een boek, waarvan de titel luiden zal: “Van 't licht en van den schaduw, van 't violet en van den dood... En van de geestdrift”.
(De kleine neurasthenicus, p. 197)

Over Het Boek van het Violet en van de Dood schreef ik al eens een blogje, De Bijbel, en het telefoonboek. Niet uitputtend, maar 'vanuit mijn boekenkast'.

21 december 2020

McCartney III: mijn duit in het zakje

Dit is precies wat een mens nodig heeft in dit ellendige jaar: een nieuwe lp van Paul McCartney. Aan het eind van de zomer, begin herfst waren er de eerste aanwijzingen voor beatlesspeurders. De registratie van een nieuw internetdomein, mccartneyiii.com eind augustus, filmpjes en emoji's met dobbelsteentjes op Twitter en Spotify, en uiteindelijk de aankondiging: McCartney III.

Paul McCartney heeft natuurlijk veel meer uitgebracht dan de III suggereert, maar het is na McCartney (1970) en McCartney II (1980) de derde échte solo-plaat. Alles zelf gecomponeerd, gespeeld, gezongen en geproduceerd. De lockdown (door McCartney voor zichzelf aangeduid als rockdown) was hiervoor eigenlijk de ideale gelegenheid. (Strikt genomen geldt dat 'alles zelf gedaan' hier niet helemaal, het begin van Slidin' dateert van de sessies van Pauls vorige studioplaat Egypt Station, en When Winter Comes is zelfs deels afkomstig van sessies uit 1992, met George Martin als producer.)

Die drie McCartney-albums hebben eigenlijk een soort status aparte binnen het oeuvre, ik zag ze ergens aangeduid als 'berichten van het thuisfront', of een 'kijkje in het lab'. Je krijgt zoals altijd bij McCartney op dit album een afwisselende reeks gitaarliedjes, popsongs, rock 'n' roll. Maar het is allemaal wat losser, speelser, soms experimenteler, kortom: anders dan op 'reguliere' Paul McCartney-platen.

Ik ga het hier niet allemaal behandelen, maar noem als illustratie het openingsnummer Long Tailed Winterbird, een ruim vijf minuten durend repetitief (vrijwel) instrumentaal gitaarnummer. Een soort mantra, zou je kunnen zeggen. Normaal zet je zo'n nummer niet vooraan, als opening van een plaat. Op McCartney III kan dat wel. Het bijzonderst (vind ik) Deep Deep Feeling, dat bijna acht en een halve minuut alle kanten op gaat, meerdere verschillende melodiefragmenten bevat, stopt en toch weer doorgaat, ver buiten het gebruikelijke Macca-idioom. Het minst vind ik Lavatory Lil, qua compositie en titel een verre achternicht van Polythene Pam. Maar niet zo goed, helaas.

Aardig als 'weetjes' zijn het gebruik  in sommige nummers van de contrabas van Bill Black, die op de vroege nummers van Elvis Presley speelde, en het gebruik van de originele mellotron uit de EMI-studio's, ooit door The Beatles op een aantal nummers gebruikt. 

We moeten het nog even over de stem van Paul hebben. Paul is 78, het is geen 14 juni 1965 meer, toen The Beatles op één dag én I've Just Seen A Face én I'm Down én Yesterday opnamen, zeer verschillende nummers, alle door Paul gezongen. Pauls stem is zwakker, brozer geworden, met minder bereik. Is dat erg? Ik vind van niet, ik heb het liever dan dat er digitaal van alles aan geknutseld wordt. Ik luister naar Paul McCartney, hij zingt zijn lied, en dit is hoe hij nu klinkt. 

Wat mij daarentegen maar matig bevalt, is de doorgeslagen marketing rond Paul McCartney. Op deze site staan op het moment dat ik dit blog tik 21 verschillende edities: lp's, cd's en cassettes, met verschillende hoes- en vinylkleuren, met of zonder wisselende bonustracks. Daarnaast zijn er  ook nog verschillende download- en streamingbundels. Veel plezier, ik doe daar niet aan mee. Misschien koop ik, als die er is en betaalbaar blijkt, een editie met 'de meeste bonustracks', of anders gewoon een standaard editie. Alles is dicht, voorlopig luister ik via Spotify.

Medit en medat, ik ben gewoon blij dat deze plaat er is, daar knapt een mens van op.

09 december 2020

9 december 1980, een koude, grauwe winterdag

9 december 1980, een koude, grauwe winterdag. Het is 40 jaar geleden, maar 9 december 1980 is een dag die ik niet vergeet. Ik woonde en studeerde in Delft. De avond ervoor was het laat geworden, dus ik lag om ongeveer kwart voor negen nog in bed. Beneden werd gebeld, een ongewoon vroeg tijdstip voor ons studentenhuis. Mijn bovenbuurman deed open, en het bezoek stommelde de trap op. De deur zwaaide open en studievriend R. stond druk bewegend in mijn kamer. 'John Lennon is doodgeschoten! John Lennon is doodgeschoten, het was op het nieuws!' Ik zette de radio aan, op Hilversum 3. Er werd een gewoon popplaatje gedraaid, niks bijzonders te horen. Ik kon het niet geloven, 1980 was tot nu toe immers een fantastisch John Lennonjaar geweest.

In augustus was er ineens een berichtje met een foto in een van de muziekbladen (Billboard, NME of Musical Express, die ik vaak 'doornam' bij de tijdschriftenhandel), van John en Yoko op weg naar de platenstudio, voor het eerst in vijf jaar!

In mijn herinnering is het deze foto (maar dan in zwart-wit) van Paul Goresh, genomen op 7 augustus, toen John en Yoko hun appartement in het Dakota-gebouw verlieten, op weg naar de studio. Maar ik twijfel hier nu toch sterk aan, het is onwaarschijnlijk dat het echt deze foto was. Paul Goresh was geen professioneel fotograaf, maar een fan. De foto is wel door Yoko gebruikt als hoes van de single Watching The Wheels, en later bij andere releases. Ik laat de foto staan, symbool voor het weer naar buiten treden van John.

In september was er het eerste interview geweest, in Newsweek. Er zouden meer, en langere interviews verschijnen, maar dit eerste, korte interview was al geweldig om te lezen, na vijf jaar stilte. Af en toe was er een berichtje in de muziekbladen over de de nieuwe John Lennon-lp die er kennelijk zat aan te komen. De lp zou uitkomen op het nieuwe label van David Geffen, die in die periode een paar grote namen wist te strikken. John had ergens gezegd dat het een lp zou worden met '14 lovesongs'. Er zouden ook nummers van Yoko op de plaat komen. Cheap Trick (toen een bekende naam, met de hit I Want You To Want Me) zou meedoen op een of meer nummers. 

Eind oktober was er de eerste single, (Just Like) Starting Over. Ik kocht 'm bij Het Platenmanneke in Delft, op de dag dat hij uitkwam. Draaien maar. Die bekende stem klonk weer uit de boxen. En nog eens draaien, en nog eens en nog eens. Half november was er dan de lp, Double Fantasy. Ook die werd meteen gekocht. Niet iedereen was even blij met de plaat, het was een andere Lennon dan we gewend waren, en er stonden ook Yoko-nummers op. Ik vond (en vind) het een prima plaat. 

9 december 1980, een koude, grauwe winterdag. John was dood. Ik weet niet meer of ik die dag nog naar college ben gegaan. Misschien wilde ik niet meer, of misschien was het tentamenperiode, ik kan het mij niet herinneren. 's middags ging ik langs de platenwinkel. De etalage was volledig ingericht met platen van John en The Beatles. Binnen klonk Double Fantasy, dat weet ik nog. Ik sprak kort met een van de verkopers, hij had tranen in zijn ogen. Ik ook. De dader zou een doorgedraaide fan zijn. Het was zo onwerkelijk allemaal.

9 december 1980, een koude, grauwe winterdag. Op dinsdag at ik altijd bij mijn ouders in Den Haag, daarna schaken in Rijswijk. Bij mijn ouders keek ik nog even naar het Journaal. Natuurlijk was er aandacht voor de moord op John. Als muziek bij het onderwerp had men gekozen voor Let It Be. Tja. Naar de schaakvereniging dan maar. Deze keer kon ik mijn gedachten niet bij het spel houden, snel werd er tot remise besloten. Ik weigerde het gebruikelijke tweede partijtje en fietste terug naar Delft. Ik ging langs bij T., studievriend en mede-Beatles-fan. We zaten een tijd zwijgend tegenover elkaar, niet wetend wat te zeggen. We draaiden nummers van alle Lennon-lp's, van John Lennon Plastic Ono Band tot en met Double Fantasy. We dronken nog een biertje, daarna ging ik naar huis.

9 december 1980, een koude, grauwe winterdag.

12 november 2020

Drie keer is scheepsrecht: terug naar Het Bureau

Het is lezers van dit blog bekend, ik ben een liefhebber van J.J. Voskuil, van Het Bureau. Ik las het destijds ongeveer bij verschijnen, tussen 1996 en 2000, en daarna nog eens in 2015. Het leek mij leuk om het dit jaar (waarin ik stopte met werken op 'mijn Bureau') nog een derde keer te lezen. Ik begon op 20 mei, de dag na mijn laatste werkdag. Zonder werk en in eerste en tweede lockdown las ik vlot de eerste zes delen. Het zevende deel, De dood van Maarten Koning, dat begint op de eerste dag van Maartens VUT, las ik op 6 november, de eerste dag na mijn officiële uitdiensttreding. Het was fijn om weer te lezen. Hoe ga je om met mensen, voor wie je niet gekozen hebt, maar die je collega's zijn? Herkenbaar, veel mensen zitten in die zin 'op een Bureau'. Hoe ga je om met je vak, de verantwoordelijkheid daarvoor die je eigenlijk niet gewild hebt, en met je collega's. Goed boek, goede dialogen. Deel 7 is verplichte stof voor iedereen die met pensioen gaat.
Tijdens het lezen hoorde ik in de dialogen vaak de stemmen van het hoorspel van Krijn ter Braak, dat ik ook twee of drie keer beluisterde. Tegenwoordig beschikbaar als podcast (475 afleveringen). Na deel 7 las ik nog wat in De discipline van het dagelijks leven, een dubbelnummer uit 1999 van het Volkskundig Bulletin (in Het Bureau: Het Bulletin). Dit dubbelnummer verscheen bij gelegenheid van het afscheid van Ton Dekker (in Het Bureau: Ad Muller). Er staan artikelen in over de thema's uit Dekkers loopbaan bij het Meertens Instituut, leuk is een interview met Ton Dekker over zijn carrière. Hoe ervoer hij het werk, de collegialiteit, het vak. Daarnaast nog een artikel van Gerard Rooijakkers, Is dit mijn leven? over fiction en faction in Het Bureau, de ethiek van het verbeelden van collega's in een roman en Voskuils thema van het menselijk onvermogen.

Nu ga ik weer wat anders lezen.

25 oktober 2020

Ingenieur of spijkerbroekenkoning, dat is de vraag

Ook ik heb een wonderlijke kerel gekend. 

In Delft had ik een bijzondere studiegenoot. Hij was er 's ochtends altijd, tijdens de colleges en instructie-uren. Hij deed altijd mee met discussies over hoe een vraagstuk op te lossen. Tijdens de pauzes best gezellig kletsend. Ik kwam wel bij hem op bezoek, op zijn kamer. Die was spartaans: een bed, een tafeltje, een bureau met stoel en een kastje met studieboeken. Hij deed op tijd zijn tentamens, en koos in de hogere jaren niet de makkelijkste: Theoretische natuurkunde I, II en II, Electromagnetisme I en II, dat werk. Hij haalde alles, met goede cijfers. Maar. 

Hij deed 's middags nooit mee aan practica, want dat vond hij tijdverspilling, zo'n hele middag in een lokaal prutsen met draadjes en buizen. Tja, zo word je natuurlijk geen natuurkundig ingenieur. Dat was ook niet de bedoeling, zo vertelde hij. Zijn vader had een spijkerbroekenzaak, en hij zou daar ook in gaan werken. Of het zo gegaan is weet ik niet, we verloren elkaar uit het oog.

Deze week liep ik op de markt en zag een spijkerbroekenkoning. Hij was het niet, maar ik moest wel aan hem denken.

Gimme Some Truth. The Ultimate Mixes

In het kader van 'John Lennon zou dit jaar 80 jaar zijn geworden' was het weer eens tijd voor een compilatie van 's mans beste, meest bekende tracks. Dat is meer gebeurd, voor het eerst in 1975, met Shaved Fish, nog samengesteld door John zelf. Daarna volgden The John Lennon Collection, Lennon Legend, Working Class Hero, Gimme Some Truth, Power To The People, alle met een steeds wisselende combinatie, permutatie van tracks. Misschien vergeet ik nog een of twee releases, ik heb niet alles steeds opnieuw aangeschaft. 

En nu is er dan Gimme Some Truth (niet te verwarren met de eerder verschenen box met dezelfde naam). Het verscheen als 1cd, als 2cd, en in een luxe uitvoering in een doos die netjes past naast het eerder verschenen Imagine. The ultimate Collection. 

 

Ik kocht deze laatste uitvoering, 2 cd's, 1 blu-ray audio disk het highres, surround en dolby atmos mixen, en een mooi boek van 124 blz, met allerlei opnamedetails, interviews, herinneringen en wetenswaardigheden. Ik heb al  deze nummers al, het voor mij aantrekkelijke is dat ze nu gepresenteerd worden in een zogenaamde ultimate mix, en dat is (net als bij Imagine) een echte verbetering. Het is een ruime keuze, 36 tracks. 

Verder valt er niet veel over te melden, behalve dan dat ik twee tracks mis: Mother, wellicht John's meest persoonlijke song, en Woman is The Nigger of the World, een misschien controversieel nummer, maar wel de lead single en openingstrack van Sometime in New York City. Een nummer dat John verdedigde op tv en radio, tot en met zijn laatste radiointerview voor RKO, op 8 december 1980, een paar uur voordat hij werd vermoord. In plaats daarvan nu Angela. Een mindere keus, jammer. 

16 oktober 2020

Weer 'op Bresjes'

Deze week ging ik weer naar Breskens, met mijn dochters. Een, soms twee keer per jaar neem ik er een kijkje. Ik heb er nog familie wonen, maar deze keer ging ik niet bij hen langs. Corona en zo. We dronken koffie en lunchten, en liepen langs het strand naar de vuurtoren en terug. Langs het huis van mijn grootouders, de plek waar de garage van een oom was (nu appartementen), de straten waar mijn vader werkte in de bouw. We dronken nog een chocomel, en via de Golepoldersedijk, waar mijn vader tijdens de wederopbouw in een barak woonde, reden we naar Philippine, voor een maaltje mossels.

Als kleuter ging ik met mijn vader naar Breskens, met de motor, een Jawa. Ik zat achterop, met voetsteuntjes, en hield mij aan vaders jas vast. Voor de veiligheid bond mijn vader mij met een riem vast aan zichzelf. Motorhelmen hadden we niet. Waanzinnig om te bedenken. De reis ging via Rotterdam, door de Maastunnel, en de Moerdijkbrug. De snelweg in Zeeland was er niet, het waren provinciale wegen waarlangs mijn vader reed, richting Vlissingen. Uren waren we onderweg, en aan het einde: de boot. 

Op het Spuiplein staat het Lage Licht, of de Opstand.

Het heeft hier geen functie meer, maar is een soort monument. Vroeger stond het een paar kilometers westelijk van Breskens, aan de kust, in Nieuwesluis. Daar woonde sinds 1780 of zo familie van mij, maar van die omgeving, daar is echt niets van over.

30 juli 2020

Bies


(foto gevonden op internet)

Vandaag is J.M.A. Biesheuvel overleden. Een fijne schrijver. Eigenlijk is Biesheuvel de man die mij weer aan het lezen heeft gekregen. Tot in mijn middelbare schooltijd las ik alles wat los en vast zat. Op vrijdagavond naar de bibliotheek, een stapel boeken ophalen. Vaak tussendoor op woensdag weer verse. Maar op de middelbare school was er de LEESLIJST, toen figuurlijk nog met hoofdletters geschreven. Het kon mij maar matig bekoren. Beatrijs, De Spaanse Brabander, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart waren boeken die ik vrijwillig niet snel ter hand zou hebben genomen, toen. Voor wat betreft de periode na 1880 was het overigens wel weer wat beter. In 1972 debuteerde Biesheuvel (althans in boekvorm) met In de bovenkooi, een bundel GEWELDIGE verhalen. In ieder geval, dat vond onze leraar Nederlands, die voor de hele lichting vijfde klassen (Gymnasium en Atheneum A + B, en Havo) voor elke leerling een exemplaar had. Ik weet niet of hij het zelf betaalde, of dat er een dealtje was. Ik las het en was verkocht. Wat kon die man vertellen. Brommer op zee, Tanker cleaning, De heer Mellenberg, enz. Lezen bleek weer wél leuk en boeiend te zijn. Met Biesheuvel is dat wat mij betreft altijd zo gebleven. Later kwam hij ook vaak op de Vpro-radio, met zijn markante stem. Ik ben hem blijven lezen. Ik heb niet alle bundels, maar de meeste toch wel. Mijn exemplaar van In de bovenkooi is overigens weg, kennelijk een keer te veel uitgeleend, reden waarom ik dat nooit meer doe. Maar ik heb verder wel het Verzameld Werk (1, 2, 3, da's dus eigenlijk alles). Genoeg te lezen en te genieten dus, en dat zal ik blijven doen. Saluut!

27 juli 2020

How we're doing, HAL?

Gisteren was Inez Weski bij Zomergasten. Een interessante uitzending, vond ik. Een van de fragmenten was uit Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Weski liet dit zien, om haar beduchtheid voor de overheid, verzamelen van gegevens en algoritmes te illustreren. Wat gebeurt er als het algoritme wint van de mens?



De scène die vertoond werd was een dialoog tussen astronaut Dave Bowman, en HAL 9000, een computer gevuld met kunstmatige intelligentie, die 'foutloze' besluiten neemt over de besturing van het ruimteschip.

Dave Bowman: Open the pod bay doors HAL.
HAL 9000: I am afraid I can't do that Dave.

Een vervreemdende dialoog tussen mens en een soort rood oog.

Ineens viel bij mij, na 40, 50 jaar, bij het zien van die scène (die ik overigens al vaker zag, ik zag die film al eerder in zijn geheel) een Beatles-kwartje.

Op 30 juli 1968 zaten The Beatles in EMI Recording Studio No. 2, Abbey Road, om te repeteren en te oefenen, en namen ze take 7 t/m 23 op van Hey Jude.
Het bijzondere is dat die dag een filmploeg opnamen maakte voor een documentaire voor de National Music Counsil of Great Britain. Bijzonder, want pers en foto- of filmploegen werden door The Beatles altijd geweerd bij de plaatopnamen. Jaren geleden had ik een bootleg-lp waar het geluid van deze opnamen stond. Je hoort The Beatles oefenen, spelen, praten. Op een gegeven moment zegt John iets, kennelijk richting control room. Het klonk voor mij altijd zo ongeveer als 'How we're doing, Al?' Zoiets maakte ik er van, van die ruis-lp (misschien met geluid opgenomen met een microfoontje van de tv) uit de jaren 70. Al, Mal, hell, het kon allemaal, maar het leek mij niet logisch.

Tot gisteren. HAL! Dat moet haast wel. John Lennon was een fan van Stanley Kubrick (hij wilde dat Kubrick de derde Beatles-film zou regisseren) en vooral ook van 2001: A Space Odyssey, dat twee maanden eerder, in mei 1968 uitkwam, en dat hij vele keren ('every week') had gezien. 'The movie should be shown in a temple 24 hours a day' was een van zijn uitspraken. Vanaf de studiovloer is de control room een verdieping hoger, men is daar dus minder goed of niet zichtbaar, wat de associatie met HAL versterkt zal hebben.



Hier een YouTube-filmpje met wat fragmenten van die opnamen. John, Paul en Ringo in de studio, George in de control room, met producer George Martin en engineer Ken Scott.

John zegt 'How we're doing, HAL?' op 2 min 14 sec.



Maar misschien wisten jullie dit al jaren.

18 juli 2020

The high 15 kHz tone on Sgt. Pepper

This is a combination and translation of two earlier (Dutch) blog posts (1, 2), about (mainly) the high 15 kHz tone after A Day in the Life, on Sgt. Pepper, by The Beatles of course. The mentioned recording details (dates) I read in Mark Lewisohn's The Complete Beatles Recording Sessions book.

In 1966 The Beatles stopped touring and in November, after a 3 month break (during which they did different stuff on their own) started recording their next album. On 19 and 20 January 1967 they recorded the brilliant A Day In The Life in 7 takes, on a 4-track recorder. Early February they did some overdubs, and on 10 February the orchestral crescendo was recorded. On 22 February John, Paul, Ringo and roadie Mal Evans hit the final chord, E major, on 3 pianos. George Martin added some harmonium to this and copied all this to the other available tracks, resulting in a monumental BOINGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG! Ready.

A great, great song, building from a guitar and piano, and John's voice, via a middle section by Paul and an unbelievable orchestral crescendo to the final piano chord.

Here it is, the last song on the album.



Then someone thought it would be fun to put 'something' in the final groove of the lp, so some gibberish was recorded for that. When played backwards it sounds (if you like) like Will Fuck You Like A Superman is said. Pure coincidence, people in the know maintain.



And still they were not finished. John wanted to put something in the run-out groove 'only audible for dogs, like a dog whistle'. A 15 kHz high tone it was, not audible for most human ears. According to Mark Lewisohn this was not recorded, but added only during the cutting of the laquer by Harry Moss, on 28 April 1967 for the mono version and on 1 May for the stereo version of the lp. So it is there, between the piano chord and the end groove of the lp.

There are different versions of Sgt. Pepper on cd. The original cd from 1987, the remastered stereo and mono cd's from 2009, and the 50th anniversary edition of 2017. What did they do with that high tone bit?

From the cd's, using Exact Audio Copy I have created wav-files of A Day In The Life, and with Audacity I have created the audiospectrum of the part between the piano and the end groove gibberish. What's clear is that on all cd versions there is something visible in the audio spectrum in this part of the album. Visible, but for most of us not audible.

(click on the graphs for larger, readable versions)


spectrum high tone 1987 stereo-cd


spectrum high tone 2009 stereo-cd


spectrum high tone 2009 mono-cd


spectrum high tone 2017 stereo-cd

In the 1987 and 2009 versions, apart from a clear peak around 15 kHz there is also something going on at lower frequencies, mostly very low level in dB's. In 1987, the signal was cut off above 20 kHz, in 2009 both the stereo and mono version have some signal between 20 kHz and 22050 Hz, the maximum possible frequency on cd's.

I always wondered where they got this signal from when making the cd's, as it was not on the session tapes (says Mark Lewisohn).

The frequency spectrum of the 2017 anniversary remix is different. It is much clearer, no lower frequencies here, and remarkably, it is not 15 kHz, but 16 kHz, a slightly higher pitch.

Also, the tone (though not audible for most) is much 'louder' (-4.5 dB, compared with -27.7 dB in 2009 and -25.5 dB in 1987). I think this 'new' tone is purely digital.

This can also be seen from the amplitude (of the signal), which shows the strength, the 'loudness'. The amplitude of the high tone part can be seen in the next graphs, between the red lines.


amplitude high tone 1987 stereo-cd


amplitude high tone 2009 stereo-cd


amplitude high tone 2017 stereo-cd

It is clear to me, the tone on the 2017 edition is much louder (well, it IS a re-mix), it is on a different frequency and it looks very synthetic. This was newly created, I suspect. Probably the use of 16 kHz instead of 15 kHz is a mistake (inaudible for most, if not all of us).

End of story, about an (almost) inaudible part of Beatles music. Better stop here and play the record instead. A splendid time is guaranteed for all!

09 juli 2020

Kees van Kooten - 575 Haikoots



snoepen van haikoots
heel mooi, dit boek in mijn hand
woorden schieten te

02 juli 2020

Weer naar het theater

Gisteren, 1 juli, gingen de theaters weer open. We hadden kaartjes voor een voorstelling in Zeist, in het Figi-theater, Ashton Brothers. Kolder, acrobatiek, muziek. Ze deden een speciale show met elementen uit eerdere voorstellingen.

Theaterbezoek is heel anders geworden. Handen wassen, gezondheidsvraag, vaste route door het theater, op afroep de zaal in. In de zaal geldt natuurlijk ook het 1,5 m protocol. Hier was dat gerealiseerd door alleen stoelen aan te bieden op de even rijnummers, en dan naast de bezette stoelen (meestal twee) drie stoelen vrij te houden. Grofweg komt dat neer op een capaciteit van 1/5 van de maximale hoeveelheid. Dat is natuurlijk dieptreurig en financieel rampzalig.



Aan Ashton Brothers lag het niet, ze speelden vol overgave. Ik heb een vrolijke avond gehad. Maar zo'n zaal met vooral lege plekken, hier en daar mensen die lijken even te zijn binnengewandeld om te zien wie er speelden, het moet een bizarre speelervaring zijn geweest. Na afloop twee keer zo hard geklapt, niet voldoende, moet dus vijf keer zo hard zijn. Fijn om weer in het theater te zijn, maar om je heen kijkend: een ouderwetse theateravond is nog ver weg. Heel ver.

04 juni 2020

Voor het laatst

'Je moet altijd van alles een doorslag maken. Dat is een van de eerste dingen die ik je heb geleerd.'
'Ik heb hem dan ook,' zei Maarten tevreden, een dik pak tevoorschijn halend.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 2 - Vuile handen)


In mijn administratie vind ik terug dat ik een sollicitatiebrief stuurde op 26 maart 1984, naar Koninklijke Hoogovens in IJmuiden. Dat is lang geleden.



Vandaag was ik voor het laatst op het terrein van Tata Steel. Mijn laatste werkdag (thuis) was al op 19 mei, ik kreeg toen een geweldige afscheidsverrassing van mijn collega's. Nu was ik er om mijn pc en head set in te leveren.

















Nog één keer op het terrein, langs de fabrieken, in het gebouw, door de gang, in de kamer. 

Naar huis.

Teruglopend naar het oude Bureau, nu door de Leidsestraat en de Heiligeweg, tussen de mensen die in hun middagpauze een ommetje maakten, stelde hij vast dat hij triest was, alsof hij er niet meer bij hoorde. Hij ging het Bureau binnen en liep door de koele, holle gang en de verlaten onttakelde lokalen naar zijn kamer. Hij sloot de deur, ging achter zijn bureau zitten, met zijn rug naar de kisten en dozen, en at voor de laatste maal zijn brood terwijl hij uitkeek op de tuin.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 2 - Vuile handen)

19 mei 2020

̶K̶l̶a̶a̶r̶ An unexpected party

Vandaag was mijn laatste officiële werkdag, na meer dan 36 jaar bij Hoogovens, Corus en Tata Steel. Zoals zovelen werkte ik de laatste maanden thuis. Vorige week was ik een dag terug op mijn werkplek, om alles op te ruimen.



Vandaag had ik nog twee Teams-bijeenkomsten. Verder: een formulier digitaal getekend, de uren geboekt, een bericht aan de secretaresse dat ik vanaf nu vakantiedagen opneem, tot later dit jaar het echte pensioen ingaat. Een afscheidsmail aan collega's. Een out-of-office bericht ingesteld. De pc afgesloten.



Dat was het dan. Klaar.


DAT DACHT IK TENMINSTE ...

Om half drie begon een Teams-vergadering met leden van mijn kennisgroep, een 'virtueel kopje thee/koffie', om 'wat bij te kletsen en afscheid te nemen'. We babbelden wat, ik grapte dat ik het belangrijkste al gedaan had: de uren geboekt. En ineens kwam er een collega bij die ik een half uur eerder al apart aan de lijn had gehad, om gedag te zeggen. Ik meende al te horen dat hij in de auto zat. En nu stond hij, zo te zien, in mijn straat. IN MIJN STRAAT! En nog een collega! En nog een. Mijn voorziene babbelafscheidje werd KEIHARD GECRASHT. Ik liet de drie collega's binnen, en vanaf anderhalve meter kreeg ik de instructies. USB-stick in de pc, scherm delen met de vergadering, geluid AAN en op PLAY drukken. Alles aan mijn kant werd nog eens extra gefilmd en (vrees ik) ook live gestreamd naar wie weet waarnaartoe.

Een video van een half uur, met persoonlijke boodschappen van collega's, van vroeger en nu, met oude en nieuwe beelden. En om een of andere reden veel Beatlesmuziek. Ik vond het geweldig, maar ging emotioneel ook helemaal onderuit. Wat een verrassing. Wat een collega's. Ik heb even wat screenshots gemaakt van ze.



Dank jullie wel. Ik zou bijna spijt krijgen van mijn pensionering. Bijna.

16 mei 2020

Gehackt!

(Ik heb het hier niet over een vleesvervangend product van de Vegetarische Slager, maar over hacken: (van Dale) 'het inbreken in computersystemen, bv. om zwakke plekken daarvan aan te tonen'.)

Ze moeten van goeden huize komen om mij te hacken, dacht ik altijd. Ik installeer altijd meteen alle updates, scan regelmatig de pc op virussen en malware, gooi alle verdachte mail ongelezen weg, ik klik nergens op. Echt niet.

Zaterdag ontving ik twee appjes van een kennis.



En toen ging het mis. Als verklaring (niet: excuus) kan ik zeggen dat ik niet aandachtig genoeg was. Ik leverde net de wekelijkse boodschappen af bij mijn moeder, en privé spelen er nog een paar zaken die mij bovengemiddeld bezighouden.
Ik dacht nog wel: Hè? Die berichtjes staan in de verkeerde volgorde. Ik dacht niet: Dat is verdacht, en wat een onzin, een per Whatsapp verstuurde code heb je zelf toch ook nog? Dat dacht ik helaas allemaal niet.

Dus ik stuurde die code terug. Althans dat dacht ik. In werkelijkheid stuurde ik de verificatiecode voor mijn eigen Whatsapp naar een gehackt account. En daarmee was ook mijn account gehackt. Dat had ik niet meteen door.

De volgende dag merkte ik dat ik niet meer in mijn Whatsapp kon. Ik werd gebeld door mijn zoon die zich afvroeg waarom ik hém om 1280 euro te leen had gevraagd. Of ik niet gehackt was. Het kwartje viel. Ook de kennis van wie het bericht afkomstig leek meldde zich met de mededeling dat zijn account gehackt was geweest. Hij stuurde een link naar deze pagina in de Linda, inderdaad een blad dat ik niet altijd lees.

Ik waarschuwde meteen de gezinsleden per telefoon. Ik stapte uit de Whatsapp-groepen waar ik in zat. Ik waarschuwde de leden van de Whatsapp-groepen waar ik in zat, via sms. Ik begon ook overige contacten te waarschuwen, tot ik las dat kennelijk alleen contacten uit groepen achterhaald kunnen worden.

En toen wilde ik mijn Whatsapp terug. Ik werd geleid naar een pagina waar gesteld werd dat dit niet ging, omdat recent al een verificatiecode was gebruikt (namelijk de code die ik had 'teruggestuurd'). Ik moest 6 uur wachten (als de hackers een 2-traps verificatie hadden ingesteld, was dit 7 dagen (!) geweest.) 's avonds laat had ik weer controle over mijn eigen account. Ik heb meteen zelf die 2-traps verificatie ingesteld, zodat behalve een gegenereerde code ook een zelfbedachte pincode vereist is. Ik raad iedereen aan, dit ook te doen!

Gehackt worden, ik kan het iedereen afraden. Je voelt je machteloos. Wachten tot je er weer bij kunt. Wat voor berichten worden ondertussen in jouw naam naar wie allemaal rondgestuurd? Een inventarisatie achteraf leerde dat mijn kinderen en een paar neven en nichten benaderd waren om 'mij geld te lenen'. Dat ging in alle gevallen om bedragen tussen 1200 en 1500 euro. Gelukkig is niemand daar ingetrapt.

14 mei 2020

Dit was de dag

Thuiswerk, ik noteer het maar even, 'leuk voor later'.

Opgestaan, ontbeten, zeven uur journaal, op internet vaste rondje ochtend- en beatlenieuws gedraaid, acht uur, werklaptop open, gewerkt tot twaalf uur, lunch in de tuin, van half een tot kwart voor zes gewerkt, half uur wandelen in de buurt, samen gekookt en gegeten, acht uur journaal, achterstallige kranten bijgelezen, lesje gevolgd van de on-line cursus tuinvogels van de vogelbescherming, paar mailtjes beantwoord, vier, vijf verhalen uit isaak babel - alle verhalen gelezen, naar bed.

Dit was de dag.

11 mei 2020

Afscheid

We gaan ver terug, mijn beste vriend en ik. We kwamen gelijk aan in Delft. Het eerste jaar studeerden we beiden natuurkunde, in het tweede jaar zwaaide Kees om naar civiele techniek. We zaten bij dezelfde studentenvereniging. Uren op de sociëteit. Op maandagavond met andere vrienden bier in Locus Publicus. Mooie dagen in de Delftse Hout. Met een hele club Dallas kijken. Na de studie hielden we contact. We verhuisden, ik ging naar Beverwijk, hij naar Emmeloord. We kwamen op elkaars verjaardagen. Samen naar concerten. En meer. Een vriendschap met ijzeren tradities, zoals deze, afgelopen december nog, op zijn uitdrukkelijk verzoek.

Vanmiddag ging ik op bezoek. We spraken over deze en andere zaken. We lachten en we spraken weemoedig. Er waren tranen. Na twee uur namen we afscheid. We wisten: we zullen elkaar niet meer zien. Het gaat niet meer. Binnen misschien al een paar dagen zal mijn beste vriend sterven. We zwaaiden op een afstandje (k*t corona) naar elkaar. Dag Kees. En nog een keer, buiten. Dag Kees! En nog een keer, vanuit de wegrijdende auto. Dag, lieve Kees.



Naschrift: Een dag later is Kees overleden.

29 april 2020

Het volgende nummer is ...

Een grappig fenomeen: je draait een plaat en kort voordat een nummer afgelopen is, weet je wat het volgende zal zijn. Je weet het niet aan het begin van het nummer, of voordat je de plaat opzet. En soms gaat het mis, vooral als je een verzamel-lp draait. Dan verwacht je een nummer van de 'gewone' lp (als je die hebt).

Momenteel werk ik, zoals veel mensen, thuis. Ik zet cd'tjes op, als arbeidsvitaminen. Vandaag The Beatles: 1962 - 1966 en 1967 - 1970, de rode en blauwe dubbel-lp's. Achterelkaar, van Love Me Do tot en met The Long And Winding Road. Een paar keer zetten mijn hersenen mij op het verkeerde been. A Hard Day's Night, dan komt hierna I Should Have Known Better. O nee, hier And I Love Her! Back In The USSR, dan volgt Dear Prudence. O nee, hier While My Guitar Gently Weeps! Dat soort dingen.

Ik had twee opmerkelijke verwachtingen. Get Back is het laatste nummer van Let It Be, er is geen 'volgend nummer'. Maar mijn hersens zeiden: Glass Onion. Natuurlijk, op Love, het soundtrack-remix-mash-up album uit 2006 bij de gelijknamige Cirque du Soleil-voorstelling staan die na elkaar. Grappig.
De opmerkelijkste verwachting: Na No Reply verwachtten mijn hersens ineens: I'll Be Back. Waar komt dat nou weer vandaan? Welnu:



De Stars on 45 Medley. Ik heb het plaatje niet, ook nooit gehad, maar wel een miljoen keer gehoord, zoals iedereen die begin jaren 80 wel eens de radio aanzette. Wonderlijk dat het ineens weer boven kwam drijven.

P.S.: Bovenstaande volgordes moest ik toch even opzoeken, zoals gezegd: het werkt alleen kort voor het einde van een nummer, niet 's avonds bij het schrijven van een blogje.

21 april 2020

Er is zoveel interessants en aardigs te vinden op internet

Via Twitter werd ik geattendeerd op het Wageningen University & Research - Geoportal. Een boeiende pagina, waar je al zoekend en manoeuvrerend luchtfoto's van een groot deel van Nederland kunt vinden, die de RAF in de Tweede Wereldoorlog heeft gemaakt. Ik ging op zoek naar een luchtfoto van Den Haag Laakkwartier, waar mijn (latere) ouderlijk huis staat.
Dit is 'm, volgens de bijbehorende gegevens is deze gemaakt op 30 november 1944.



Laakkwartier was toen nog een relatief nieuwe buurt, een groot deel van de op de foto zichtbare straten dateert uit de eerste helft van de jaren 30. Het stratenplan is in dit deel van de stad tot in 2020 vrijwel hetzelfde gebleven. De blauwe punt geeft de positie van het vliegtuig aan op moment van de foto, rode punten zijn posities bij eerdere en latere foto's. Zo te zien waren boven dit deel van de stad twee vluchten.
Het aardige is dat je nog eens flink kunt inzoomen, om van wat dichterbij te kijken.



Wat opvalt zijn de lege straten. Er waren in die tijd minder auto's, bij ons in de staat wellicht geen een, eind jaren 50 was er in ons blok maar een auto, van meneer Van D. Op de foto is volgens mij ook niemand zichtbaar. Iedereen zal naar binnen gevlucht zijn wegens luchtalarm.
Op de RAF-foto's zijn ook schaduwen zichtbaar. Ik vroeg me af of hiermee geschat kon worden hoe laat de foto gemaakt is. Ik nam een duidelijke, scherpe schaduw (voor de preciezen: vanaf hoek Linnaeusstraat met Jan van der Heijdenstraat) en trok er een rechte lijn langs, verlengd voor de duidelijkheid.




Op de site van Meteo Gouda kan voor willekeurige plaatsen en datum-tijden de stand van de zon en de richting van schaduw worden bepaald. Ik deed dit voor dezelfde plek in Laakkwartier, datum 30 november 1944, en veranderde met een schuifje bovenin het tijdstip, tot de richting van de berekende schaduw zo goed als mogelijk overeenkwam met de schaduw op de foto. De foto is om (ongeveer) 14.35 uur gemaakt. (De oriëntatie van de foto en het kaartje van Meteo is niet helemaal hetzelfde, ik ben zo goed als mogelijk afgegaan op de bebouwing.)

13 april 2020

Ik las Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie



Ik las Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie. Het eigenlijke dagboek loopt van 1936 tot 1951, in deze publicatie staan de oorlogsjaren 1940 - 1945. Ik heb het al een tijd in bezit, maar las tot nu toe al bladerend her en der losse fragmenten. Nu las ik het helemaal, van begin tot eind. Ik moet bekennen dat ik het eigenlijk aanschafte voornamelijk omdat Italie leraar was op het Tweede Stedelijk Gymnasium, later het Maerlant-Lyceum, een school die ik (jaren later) ook bezocht. Ik kwam nog wat namen tegen, die in mijn tijd kennelijk nog 'in het geheugen van de school' zaten. Hille, Portengen, Van Dam. Mevrouw Van Veen-Noordegraaf gaf zelfs nog les, in ieder geval eerste helft jaren 70. Maar dat is maar een relatief kort stuk van het boek, joden in overheidsdienst werden eind 1940 al ontslagen.
Op 28 november 1940 noteerde Italie: Ontslagen! D.w.z. het briefje is nog niet in mijn bezit, maar Hoving deelde mij mede, dat het onderweg is en dus heb ik na de laatste lessen vanmiddag afscheid van Hoving genomen en met stille trom het gymnasium, waar ik ruim 20 jaar gewerkt heb, verlaten. Er is nog geen vervanger voor mij.
Dat laatste zinnetje illustreert naar mijn idee een van de kenmerken van Italie's persoonlijkheid. Leraar. Voor hem hield dat niet op bij zijn ontslag.

Het héle dagboek is interessant en relevant. Het is de geschiedenis van '40-'45 op micro-niveau. De steeds verdergaande inperkingen van rechten van joden. De onteigeningen. De transporten. Het leven in de kampen. Een aantal zaken wist ik nog niet zo in detail. Het is ook een beschrijving het leven van een orthodox-joods gezin. Boeiend is het, te lezen hoe Italie zich min of meer staande weet te houden, naar mijn idee door zo goed en kwaad als het ging vast te blijven houden aan zijn geloofsovertuiging en de daarbij horende rituelen, en door het lesgeven, na zijn ontslag aan het Tweede Stedelijk Gymnasium eerst aan het Joodsch Lyceum in Den Haag, later in de kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Heel bijzonder. Ook het verloop van de oorlog werd zo goed en kwaad als dat kon gevolgd, vaak werd (helaas ten onrechte) op een spoedig einde gehoopt. Veel werd ook gedacht aan het onzekere lot van oudste zoon Paul, die in 1942 in België was opgepakt tijdens een poging om Zwitserland te bereiken. Pas op 30 april 1945 is elk sprankje hoop weg en realiseert Italie zich ten volle dat zijn zoon niet terug zal komen.
Italie overleefde de oorlog, maar was moe en gedeprimeerd. In 1942 was zijn oudste zoon in Auschwitz omgekomen, zijn dochter raakte in Westerbork besmet met het poliovirus, en de jongste zoon raakte geestelijk steeds verder van hem verwijderd door afstand te nemen van de joodse orthodoxie, voor Italie de allesbepalende levensvisie.

Na de oorlog kwam Italie terug op (inmiddels) het Maerlant-Lyceum, begin 1946 werkte hij een paar maanden aan de universiteit in Berkeley aan een Euripides-lexicon, een al voor de oorlog begonnen project. Hij gaf daarna nog tien jaar les op het Maerlant en publiceerde meerdere boeken over de grote Griekse tragedie-schrijvers. Italie overleed in 1956. In het jubileumboek De eeuw van het Maerlant 1917-2017 is een hoofdstuk aan Gabriel Italie gewijd.

30 maart 2020

Gelukkig is er altijd nog: het Zwitsers zakmes

Enige tijd geleden kochten we een blikopener.



Hij ziet er wel aardig uit, vonden we. Er is een probleem: blikjes openen gaat met wisselend succes. Soms prima, soms 'van geen meter'. Ik heb hem vandaag, na weer minutenlang hannesen, weggegooid



en ben weer terug bij het Zwitsers zakmes. Mes, priem, kurkentrekker, flesopener, blikopener, schroevendraaier, nagelvijl. Sinds 1983 in bezit, doet het altijd. Tientallen keren meegeweest op kampeervakantie, vele, vele blikken mee opengemaakt. Bijna 40 jaar oud, dat mesje. Ik ga het hiermee redden.

22 maart 2020

De oude school

Ik was gisteren in de buurt. Nou, eigenlijk niet, ik reed er expres even langs. De oude school, het Maerlant-Lyceum in Den Haag. Ik liep er een rondje omheen.



Het gebouw maakt aan de buitenkant een gesloten, afwerende indruk. Steen, hooggeplaatste ramen, muren, roosters voor sommige ramen en puntenkammen op de tuinmuur. Was dat laatste ook zo toen ik er zat? Nog steeds is het zo dat ik vanaf het schoolplein alleen in de lerarenkamer kan kijken door mezelf aan het raam omhoog te trekken, ik houd het alleen nauwelijks meer vol :-).



Wat ik wel weet is dat het binnen opener oogt, zeker richting achtertuin.



Hier die tuin door een poortje aan de achterzijde gefotografeerd. De tuin is (zo begrijp ik) min of meer teruggebracht naar het oorspronkelijke idee, verschillende perken met planten 'uit alle provinciën'. Het ziet er bepaald aardiger uit dan in mijn tijd toen het wat verwilderd was en hier 'de bovenbouw gelucht werd'.

Het Maerlant, ik maakte al eerder blogjes: hier staan ze.

05 maart 2020

Ir. schat aantal snoepjes

Deze week was het bij ons op het bedrijf Founder's Day, de geboortedag van de grondlegger. Naar mijn idee een wat rare gewoonte, maar er wordt dan van alles georganiseerd om geld op te halen: loterijen, veilingen, work-shops, enz. De opbrengst is dan voor het KWF, dus dat is wel prima.
Op de afdeling stond naast de koffieautomaat een pot met snoepjes. Voor een luttel bedrag, te deponeren in het spaarvarken, kon je een schatting noteren van het aantal snoepjes. De prijs voor de beste schatting was natuurlijk die pot snoep.



Hoe schat je zoiets nu. Kamerlingh Onnes leerde ons (in zijn oratie De beteekenis van het quantitatief onderzoek in de natuurkunde): "Door meten tot weten". (Terzijde: dat is iets heel anders dan de altijd gehoorde variant "Meten is weten".) En op de (n.b!) Kamerlingh Onnes MULO in Den Haag leerde ik tijdens stereometrie dat voor een blok geldt: inhoud = lengte x breedte x hoogte.
Daar kon ik wat mee. Ik nam foto's van alle zijkanten van de pot.



Thuis heb ik voor elk van de vier zijden het aantal snoepjes tegen het glas geteld (zo gebeurd), en van elke zijde op drie hoogten het aantal snoepjes op een horizontale lijn (ook zo gebeurd). Dat zijn 16 getallen, en door het aantal snoepjes aan het glas te vermenigvuldigen met de aantallen op lijn van de zijvlakken krijg je een schatting van het aantal snoepjes in de pot. Dat zijn (tel maar na) 24 uitkomsten. In Excel is het een fluitje van een cent. Van die 24 getallen nam ik de middelste waarde (mediaan). 186 snoepjes.

Vanmiddag is met enige hilariteit het aantal snoepjes in de pot geteld, dat bleek 189 te zijn. Of het door mijn manische getel komt weet ik niet, maar die 186 van mij was wel de beste schatting.



De pot heeft even op mijn kamer gestaan, daarna heb ik hem geopend weer bij de koffieautomaat gezet. Dinsdag ben ik weer op werk. Ik denk dat ik ook nu wel weer redelijk goed kan schatten hoeveel er dan nog in zitten.