26 januari 2015

Ik hoor er niet meer bij



OK, privacy is een ding, maar niet het enige. Het is ook de constante stroom aan foto's die bekeken moet worden, de verjaardagen die moeten meegevierd, de maaltijden die moeten worden meegenoten, de vakanties die moeten meebeleefd. Ik heb er zelf ook aan meegedaan, maar de laatste tijd niet meer met plezier. Dus.
Afgelopen week heb ik mijn accounts verwijderd bij Facebook, Instagram, Pinterest, Diaspora, Ello, GoodReads, Telegram, Schoolbank, Dienstmakkers, LinkedIn en nog zo wat. Ik hoor er niet meer bij. U moet het daar verder zonder mij doen.
Vooralsnog zit ik nog wel bij Blogger, Twitter en Yammer. Dat dan weer wel. Vooralsnog.

25 januari 2015

Gelezen: Frida Vogels - Dagboek 1977-1978



Ik denk dat het in maart 2005 was, bij een voorstelling van Truus te Selle, Mieterse dag geweest, met teksten uit De harde kern van Frida Vogels, dat ik hoorde dat Uitgeverij Van Oorschot voornemens was om de dagboeken van Frida Vogels te gaan uitgeven. Ik was wel benieuwd. Frida Vogels was de inspiratie voor het personage Henriette Fagel, in J.J. Voskuils Bij nader inzien. Ik dacht: ik koop een deeltje en beslis na lezing of ik er nog een koop. Nu zijn we bijna 10 jaar verder, en er zijn elf delen verschenen, die ik allemaal gelezen heb. De oorspronkelijke opzet was dat er per 2 jaar steeds 3 delen zouden verschijnen. Dat tempo is, vooral de laatste jaren, niet meer gehaald, maar toch ligt er nu een flinke stapel verschenen dagboekdelen. Ook zou de reeks oorspronkelijk doorlopen tot 1991, het jaar waarin De harde kern door Van Oorschot werd geaccepteerd. Frida Vogels heeft nu gesloten dat Dagboek 1977-1978 het laatste deel zal zijn dat tijdens haar leven verschijnt. Voorlopig moeten we het dus met de elf verschenen delen doen. Geeft niet, want die zijn allemaal geweldig. Ook het onlangs verschenen deel, Dagboek 1977-1978 is weer erg goed. Weer schrijft Frida over haar moeizame huwelijk met E., weer schrijft Frida over de relatie met broer Michiel en met haar vader. Frida Vogels is werkelijk uniek in haar dagboek, waarin ze steeds probeert eerlijk te schrijven over deze onderwerpen, en vooral: over zichzelf, met een verbluffende eerlijkheid. Dezelfde onderwerpen behandelt ze ook in De naakte waarheid, het boek waaraan ze in deze periode schrijft. Verder lezen we over een hond met een gebroken poot, een poging om haar de zoon van een stervende vriendin te laten adopteren, en over een nicht als ongewenste gast.
Op 24 december 1978 voltooit Frida haar boek De naakte waarheid ("24 dec. - Klaar."), dat in 1992 als onderdeel van De harde kern zal verschijnen. Een mooi punt voor het einde van dit dagboekdeel. Omdat dit voorlopig het laatste te verschijnen deel is, besloot Frida Vogels om de aantekeningen die ze in 1991 maakte (Verslag met de linkerhand), en waarmee in de oorspronkelijke opzet de reeks zou worden besloten, in dit deel op te nemen. Een meesterzet. Deze aantekeningen fungeren nu als een soort epiloog, waarin we lezen dat er een evenwicht hervonden is in het huwelijk met E., dat haar houding tegenover broer Michiel min of meer genormaliseerd is, dat het boek waarschijnlijk bij Van Oorschot zal uitkomen en dat Frida terugkijkt op haar leven en bijvoorbeeld de passages uit Bij nader inzien over Henriette Fagel herleest. Frida's gebroken pols in het gips, en het verwijderen daarvan, zijn misschien een beeld voor het onderwerp van deze hele dagboekreeks. Heel mooi.

Maar nu is het (voorlopig?) voorbij, en begint "Het Lange Wachten". Of toch weer eens De harde kern herlezen.

Een leven lang met touwen, zeilen, planken
één, daarmee vechtend tegen wind en water.
Tenslotte onder lamplicht moeilijk hand en blik
voegend naar een ontwijkend beeldje, tot het schip
verzegeld in zijn fles op eigen golven vaart.

(Frida Vogels, uit De harde kern 3, p. 190)

04 januari 2015

Gelezen: Guus Luijters - Lege stad



Wat een mooi, ontroerend boekje is dit. Guus Luijters heeft al zijn jeugdherinneringen tot zijn zevende jaar verzameld en opgeschreven. Tot zeven jaar, dat kan nog, daarna wordt het teveel.
De herinneringen zijn uniek, maar (zeker voor een bepaalde generatie) ook van ons allemaal. Ook U en ik herinneren ons een tochtje met vader, een speelmoment met een vriendje, een bezoekje aan oma. Ook ik herinner mij een tijd zonder auto's of televisie, en met nauwelijks speelgoed.
Het zijn niet-samenhangende flarden, fragmenten. Steeds een bladzijde. Niet afgerond, niet compleet, en zonder dwingende samenhang. Er worden boodschappen gedaan, er wordt op straat gespeeld of bij een vriendje thuis, en naar school gegaan. De grotemensenwereld wordt niet expliciet benoemd en is alleen indirect voelbaar, natuurlijk precies zoals het is bij een klein kind. Zoals in de herinnering aan een fietstochtje vlak na de oorlog, achterop bij de vader, door een doodstille straat in Amsterdam.
(Deze herinnering werd eerder door Guus Luijters opgehaald tijdens een lezing in Heemstede, die ik in 2012 bijwoonde.)

[...] Er stonden huizen zonder ramen, met kapotte daken. Je keek er dwars doorheen. De deuren waren dichtgetimmerd. Op de muren zag je waar de trap had gezeten. Het was doodstil in de straat. Om de huizen heen stonden hoge muren waarop kapotte flessen gemetseld zaten. Geen mens liet zich zien. Geen man, geen vrouw, geen kind. 'Waar is iedereen?' zei ik tegen mijn vader. 'Weg,' zei mijn vader. Iedereen was weg.

Het jeugdvriendje van Guus Luijters wordt een paar keer ziek, gaat naar een ziekenhuis, en ontvangt kaarten en cadeaus. Aan zijn nagedachtenis is dit mooie boekje opgedragen.

[...] Martin kwam nog één keer naar huis. Hij was kaal en het verband zat als een mutsje om zijn schedel. Ik gaf hem een Tom Poes-boekje en las hem eruit voor. Na een paar bladzijden viel hij in slaap. De volgende dag was hij voorgoed verdwenen.

01 januari 2015

Herinnering: 1 januari 1969

Verjaardagen in onze familie waren vroeger drukke, gezellige bijeenkomsten. Zowel mijn vader als moeder kwamen uit een groot gezin, zodat op een verjaardag bij ons de kamer vol zat met ooms en tantes, en eventueel meegebrachte neefjes en nichtjes. Mijn ouders huurden op zo'n dag dan zo'n dertig klapstoeltjes zodat iedereen kon zitten, in de voor- en achterkamer.

Een oom van mij was jarig op 1 januari. Het aardige daarvan was (zeker toen ik nog jong was en op tijd naar bed moest) dat we er dan ook bijvoorbeeld 's middags naartoe konden.
Een gebeurtenis op een van die verjaardagen laat zich nauwkeurig dateren, namelijk 1 januari 1969. Net ruim een maand eerder was er een nieuwe Beatles-lp verschenen, de witte dubbel-lp. Mijn nichtje was fan van The Beatles en had hem al. Thuis hadden we helemaal geen platenspeler, en ook mochten we niet zo vaak naar popmuziek op de radio luisteren, zodat ik er nog bijna niets van had gehoord. Mijn nicht liet mij en een ander neefje wat nummers van die plaat horen. Ze zong mee met Dear Prudence, de tekst kende ze al helemaal. Ik weet nog dat ik dat heel bijzonder vond. Ik had het nummer nog nooit gehoord en zij kende het al uit haar hoofd.

The sun is up, the sky is blue. It's beautiful and so are you.