
In november vorig jaar kwam door overlijden een eind aan een lange bewoning door ons gezin van mijn 'ouderlijk huis'. De afgelopen weken heb ik administratieve, persoonlijke en dierbare zaken uit het huis meegenomen. Een aantal spullen is verkocht, is weggebracht naar de nabijgelegen weggeefwinkel, of gegeven aan belangstelling hebbende familie of vrienden. De rest is afgelopen week opgeruimd. Eergisteren is de huurgeiser meegenomen door het energiebedrijf. Gisteren is de sleutel overhandigd aan de verhuurder. Een zakelijke opsomming van de gang van zaken.
Maar een ouderlijk huis is niet zomaar een huis, natuurlijk. Er is door ons, door mij in geleefd (ik woonde er van 1959 tot 1976), er zweven nog verhalen, en ook geheimen, er zijn vrolijke en verdrietige dingen gebeurd. Ook die gaan door mijn hoofd, deze dagen.
Ik herinner mij, dat ik op 2 april 1959 (of kort daarna, dit is de datum van de huurovereenkomst, die zit nu in mijn administratie, en ik heb hier overigens geen tikfout gemaakt) met mijn vader naar 'het nieuwe huis' liep om het te bekijken.

Het was leeg en kaal, eigenlijk net als nu, bijna 65 jaar verder. Een 4-kamerwoning op de eerste verdieping. Voor ons een flinke vooruitgang, van twee kleine kamers die mijn ouders (met een kleuter en een baby) huurden, een eindje verderop in dezelfde straat. (In feite is mijn ouderlijk huis dus altijd in dezelfde straat geweest, op twee adressen.) Een badkamer of douche was er natuurlijk niet, we gingen in de teil, en later naar het badhuis.

Mijn broertje en ik sliepen in het zijkamertje aan de voorkant, in opklapbedden. Later in een stapelbed, zodat er een bureautje bij kon. Hoeveel de huur in 1959 bedroeg weet ik niet, maar in 1969 was deze fl. 10,71 per week. Dat werd op vrijdag opgehaald. In juli van dat jaar gingen mijn ouders per maand betalen, met 'de giro'.

Ik hoop dat het glas-in-lood in de ramen behouden kan blijven. Het is onbeschadigd en geeft een aangenaam licht in de kamers. In de straat is het verder bijna overal verdwenen.

In de gang zijn de originele glazen wandtegels ook nog aanwezig. Als jongetje zat ik daar te spelen, en zag in die tegels van alles. Sterren, landkaarten, uitzicht vanuit een raket naar de aarde, wolken.
Op het balkon is nog een kolenkast, daar heb ik 's winters ook kolen staan scheppen.

Een of twee details die ik als kind zag, buiten: het betonijzerplekje, dat op de elfde tree van het portiek aan de oppervlakte kwam. Het zit er natuurlijk nog steeds.

In een holte in een voeg aan de rechterkant van de portiektrap verstopte ik ooit een knikker, daarna smeerde ik het dicht met wat cement dat ik ergens vandaan had. Die 'schat' zit er nog steeds. Ooit, als het huis wordt afgebroken, wordt deze knikker gevonden en komt het in de krant. Dat was in ieder geval het idee.

Ten slotte: in dit huis woonde van april 1936 tot augustus 1942 ook het gezin Raphalowiz. Ik heb op verschillende plekken hierover geschreven. In de stoep voor het portiek liggen sinds juni vorig jaar drie struikelstenen.
Nou ja. Ik zou nog meer kunnen zeggen, natuurlijk. Veel meer. Maar ik zeg nu: Dag lief oud huis.