Naar aanleiding van
het enthousiaste betoog van Jean-Marc van Tol bij VPRO Boeken vroeg (en kreeg) ik dit boek voor mijn verjaardag. Een historische roman. Ik ben altijd een beetje beducht voor het genre, want er is de kans dat de hoofdpersoon als een soort Forrest Gump of Allan Karlsson getuige is van allerlei losstaande historische gebeurtenissen. De moord op Oranje, de Slag bij Nieuwpoort, een tocht met de VOC naar Batavia, ik noem maar wat. Dan wordt het snel een avonturenboek.
Gelukkig is dit boek dat niet. Het is het eerste deel van een voorziene Johan de Witt trilogie, maar in dit deel speelt De Witt een relatief bescheiden rol. Het is meer het verhaal van Cornelis Musch, griffier der Staten-Generaal, de machtigste man van de Republiek. Van Tol (tekenaar van Fokke & Sukke, maar nu vooral historisch letterkundige) vertelt het verhaal, gebaseerd op bewaard gebleven archiefstukken, vanuit een flink aantal gezichtspunten. De Witt en Musch dus, maar ook Jacob Cats (Musch' schoonvader), graaf Willem Frederik (stadhouder van Friesland, neef van Willem II), een postbode uit Hamburg, en vele anderen. Waargebeurd, in de vorm van een roman.
Het is 1650, De Opstand is net afgelopen. De Republiek zit met een enorm leger, waar ze nu wel vanaf willen, maar o.a. Willem II wil dat niet, hij wil op het slagveld roem vergaren. Hij pleegt een staatsgreep, belegert Amsterdam en zet zes vooraanstaande regenten vast in slot Loevestein. Uiteindelijk mislukt de staatsgreep, de dictatoriale houding van Willem II zal bijdragen aan de totstandkoming van het (eerste) Stadhouderloze Tijdperk, na het overlijden van Willem II. Cornelis Musch, een door en door corrupte ras-intrigant, roert om eigen redenen ook duchtig mee in de pot, maar verliest uiteindelijk en pleegt zelfmoord. Althans, zo lezen we in het eerste hoofdstuk. Ik verklap niets ergs als ik zeg dat in 1650 ook Willem II (onverwacht) overlijdt, en dat we de opmaat zien van de geweldige carrière van De Witt. Weten we van school, toch? Maar het boek is meer dan dit, veel meer. Het is een boeiend verhaal, ik moest er 'even inkomen', maar na een bladzijde of 40, 50 gaat het marcheren. Toch weer een en ander geleerd over de Vaderlandse Geschiedenis. Aardig is dat Van Tol hier en daar in het verhaal elementen brengt die vooruitwijzen naar wat komen gaat. Bijvoorbeeld een wandeling door Den Haag langs Buitenhof, Gevangenpoort en Groene Zoodje, de ontmoeting met Johan Kievit. Dat komt nog aan de orde, in deel 3. Voor mij (geboren en getogen in Den Haag) zijn de vele stadsbeschrijvingen ook leuk om te lezen en te herkennen.
Veel achtergrondinformatie over de personen en gebeurtenissen is overigens na te lezen via de links op
https://www.johandewitt.nl/.
Ik ben nu al benieuwd naar delen 2 (Buat, de schoonzoon van Cats) en 3 (Willem, III de stadhouder of Tichelaar, de barbier?), die in 2020 en 2022 verschijnen. In dat laatste jaar is het precies 350 jaar na de moord op Johan de Witt.
Point of Trivia: Cornelis Musch woonde op de Kneuterdijk in Huis te Brunswijk, ook Huis van Musch genoemd. Later woonde in een nieuw gebouwd huis op deze plek Johan de Witt, en nu nog staat dát huis ook bekend als het
Johan de Witthuis. Het pand is nu eigendom van de Staat, hier werd in 2017 onderhandeld over de totstandkoming van kabinet Rutte III. Uitgerekend hier lanceerde Sybrand Buma zijn plan om op scholen het Wilhelmus te laten zingen. Het Wilhelmus. In het John de Witthuis. Heeft die man geen Vaderlandsche Geschiedenis gehad dan?