
Gisteren bezocht ik de langverwachte (en wel
hier of
hierom) voorstelling met de delen drie en vier van De geschiedenis van de familie Avenier. De recensies waren niet al te best, dus ik wist niet precies wat te verwachten. Wat mij betreft hadden de recensenten ongelijk.
Deel 3 is een bij vlagen dolkomische maar ook tragische voorstelling. Het is 1985 en de familie Avenier is uit de witgoedsector op de camping terechtgekomen. De huiskamer uit 1955 is vervangen door de standplaats van de caravan. Er worden mooie contrasten gemaakt tussen de broers onderling, maar ook tussen de overige familieleden. De onvolmaaktheid van gewone levens.
Deel 4 is heel anders van opzet geworden dan de eerste drie delen, veel schematischer en abstracter. Het speelt in 2000 in het verpleeghuis van Rita. Zij speelt een schitterende rol, waarin ze (half zwevend tussen bewust en onbewust, tussen leven en dood) haar kijk op de familieverhalen van de voorgaande vijftig jaar geeft. De overige spelers staan haar daarin vrijwel zonder kostuum of schmink bij. SCHITTEREND!
Helaas gaat het leven door, en zal er geen deel vijf of zes meer komen. Misschien ga ik in het najaar nog eens kijken, er komen nog wat dagen waarop alle delen achterelkaar gespeeld zullen worden.