31 december 2016

Boeken 2016



U ziet het, ik las dit jaar minder (65 stuks) boeken dan in 2015. Ook waren ze gemiddeld dunner (240 blz per boek). Er zaten weliswaar een paar knoeperts tussen, Oorlog en Vrede met 1606 blz. was het dikst, maar ik las bijvoorbeeld ook 21 boeken/boekjes met minder dan 100 bladzijden. Enfin, wat doet het ertoe, als je maar de goede bladzijden leest.

De beste boeken die ik in 2016 las:
Stefan Zweig - De wereld van gisteren (Herinneringen van een Europeaan)
Primo Levi - Is dit een mens, en Het respijt

Er waren meer goede, maar dit vond ik de beste. Ik las ook minder goede, of zelfs slechte boeken. Die noem ik hier niet.

Wat mij opvalt is dat ik meer buitenlandse boeken ben gaan lezen. Dit jaar 25 stuks, meest Engels, andere vertaald, twee in het Duits.

Er waren 26 schrijvers, van wie ik dit jaar voor het eerst een boek las.

Op 3 januari blogde ik mijn leesvoornemen voor 2016. Wat is er van terecht gekomen?
- lezen Verzameld Werk - Karel van het Reve, deel 6. Gedaan.
- lezen Oorlog en vrede - Tolstoj. Gedaan.
- lezen Berlin Alexanderplatz - Alfred Döblin. Gedaan.
- lezen Homeros - Ilias, en als het bevalt ook de Odysseia in de vertaling van Imme Dros. Niet gedaan, niet meer aan toegekomen.

Dit was het boekenjaar 2016, volgend jaar weer een boekenjaar!

23 december 2016

Reünie op het Berendsgymnasium

Ik zei al dat ik De avonden herlees. Van 22 tot en met 31 december, elke dag een hoofdstuk. Vandaag dus het tweede, het verhaal speelt zich af op maandag 23 december 1946.

Frits van Egters gaat die avond, samen met broer Joop en zijn vrouw Ina naar een reünie van het Berendsgymnasium. Ze zijn oud-leerlingen, de school bestaat 20 jaar. Frits spreekt met wat oude bekenden, en schuift daarna aan bij het programma in de aula.

Zoals wel bekend: in De avonden corresponderen veel personages en verhaalelementen met personen en gebeurtenissen in het leven van Gerard Reve. Reves middelbare school, het Vossius Gymnasium in Amsterdam, stond model voor Frits' middelbare school, het Berendsgymnasium. In Het Parool van 21 december 1946 staat onderstaand verslag.



De reünie vond in werkelijkheid dus een paar dagen eerder plaats, op vrijdag 20 december 1946.

Leuk vond ik het de vermelding van Jaap Schröder, later een tamelijk bekend violist, te zien. Ik ken Jaap Schröder zeer zijdelings, hij is de vader van een schoonzus. (Natuurlijk is ook Marius Flothuis bekend geworden, als componist en musicoloog.)

"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere doordringende muziek steeg langzaam op."

Ik liet mijn schoonzus dit krantenartikeltje lezen, ze wist er niets van en is nu van plan De avonden toch weer eens te gaan lezen.

Dag meneer Meinderts

Ineens begrijp ik een rare gedachtekronkel, waar ik een tijd mee rondliep. Meneer Meinderts. Ik leg uit: Ik vond en vind het werk van Jan Wolkers wel mooi. En dan niet alleen de boeken, maar ook de schilderijen en beelden. Als het even kon, bezocht ik zijn tentoonstellingen, bijvoorbeeld (postuum) deze in de Leidse Lakenhal, maar ook andere. Ook ging ik bijvoorbeeld hier naartoe. Soms zie je dan dezelfde mensen. Ook Wolkers-fan. Zo kwam ik een paar keer dezelfde man tegen met een baardje, en dacht dan: Daar is Aad Meinderts, van het Nederlands Letterkundig Museum (nu: Literatuurmuseum. Tegen sommige mensen zeg ik erbij: de broer van Koos). Natuurlijk is hij er ook bij, dat hoort bij zijn werk, was ongeveer de gedachte. Zo ook weer bij dat Kort Amerikaans-symposium. Omdat ik Aad Meinderts wel tegenkom op Twitter dacht ik dat het wel aardig zou zijn om hem even de hand te schudden.
Tijdens de lunch ging ik naast hem zitten en gaf hem een hand. 'Dag meneer Meinderts, ik stel me even voor: "FZwaan, van Twitter"'. De man keek mij bevreemd aan, lachte en zei dat hij niet 'meneer Meinderts' was, maar dat hij het toch leuk vond kennis met mij te maken.

Nooit heb ik begrepen hoe dit nu kon. Tot gisteren. Ik googlede wat over het Literatuurmuseum, zag een foto en wist: de man bij de Wolkers-bijeenkomsten leek niet op 'meneer Meinderts', maar op Harry Prick. Google nu zelf het verband.

22 december 2016

De avonden 2016

Vandaag ga ik weer beginnen, aan het laatste boek van het jaar. De avonden, elke dag een hoofdstuk.

Tot nu toe was dat bijna altijd uit mijn 30e druk uit 1981.



Een keer luisterde ik in december naar het boek, voorgelezen door De Meester Zelve.



Ik las en bladerde ook wel door de facsimile-uitgave van manuscript en typoscript.



Maar dit jaar wordt het Simon van het Reve - De avonden, 2e druk uit 1948, eerder dit jaar gekregen van mijn nicht Y.



Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.

U ziet het, een iets oudere spelling dan in latere drukken. Ik ga weer genieten.

Daarnaast lees en blader ik wat in 'De kleine zenuwlijder'.

“Wat lees je?” vroeg hij, een klein boek met grijze linnen band van de schrijftafel nemend. “Dat moet je beslist lezen”, antwoordde Viktor, “daar zul je beslist veel plezier aan hebben.” “De kleine zenuwlijder, handleiding tot een fatsoenlijk leven”, las Frits. “Je mag het nu wel lenen”, zei Viktor. Frits sloeg het dicht en stak het in zijn jaszak, haalde diep adem en nam afscheid.

20 december 2016

Berlin Alexanderplatz



Ik zag in de jaren 80 (?) de serie/film van Fassbinder (15 1/2 uur), en een jaar of wat geleden de serie op dvd (nog eens 2 uur extra). En nog een keer. In 2011 kocht ik het boek in Berlijn en nu heb ik het gelezen, zoals ik mij had voorgenomen. Auf Deutsch. Dat is wel even aanslingeren geweest. Twittercontact @ruudketelaar moedigde mij aan het boek te gaan lezen. 'Je kunt het.' Hij had gelijk. Helaas overleed Ruud eerder dit jaar. Dank Ruud, voor de aanmoediging. 
Berlin Alexanderplatz is het tweede Duitse boek dat ik dit jaar lees, maar deze is dik (500 blz.) en meest in Plat-Berlijns. Oef. Maar na enige gewenning toch goed te doen. Het is na bijna honderd jaar nog steeds een bijzonder boek. Die Geschichte vom Franz Biberkopf. Het verhaal van Franz, der anständig leben will maar daarin niet slaagt. Het verhaal gelardeerd en geprofeteerd met en door geluiden, reclameteksten, krantenberichten, statistieken over Berlijn. Mijn vader had een (tamelijk vrije) vertaling van het boek, uit de jaren 30 of zo, een jaar of wat geleden verscheen een nieuwe, betere uitgave. Als Duits te dol is, is dat wellicht aan te bevelen. Ik vond het een goed boek.


Berlin Alexanderplatz, 2011

17 december 2016

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal 2016, en de 'kladderadatsj'



Zoals vrijwel elk jaar deed ik mee aan de voorronde van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dit jaar wilde ik extra graag, omdat het Dictee door A.F.Th. werd geschreven. Ik weet al niet meer wanneer, maar ik werd gebeld dat ik mocht meedoen. De opname was op 10 december, in de vergaderzaal van de Eerste Kamer in Den Haag, en inmiddels is het uitgezonden. Het was leuk, ik vond het moeilijk, maar ik ben niet ontevreden over het resultaat.


De start was zeer slecht, in de eerste zin maakte ik maar liefst zes fouten. Zes! Zenuwachtig? Slechte verstaanbaarheid? Ik voelde dat het 'niet lekker ging'. Een paar woorden in het dictee kénde ik gewoon niet. Krambamboeli? Qaly's? Ik heb het nagekeken, ze staan inderdaad in Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (editie 2015). Uiteindelijk maakte ik in totaal dertien fouten. Daar ben ik (zeker gezien die rampzalige eerste zin) niet ontevreden over. Helaas ben ik in de laatste fase, bij het laatste nalezen, drie keer in de bekende val getrapt. Een goed antwoord verbeteren in een fout antwoord. Compleet met waanzinredenaties.

Bijvoorbeeld het woord kladderadatsch uit de eerste zin. Ik kende dat woord (economische of morele ineenstorting), Van der Heijden gebruikt het ook, volgens mij (maar ik ben niet zeker) staat het in De slag om de Blauwbrug en in Ik heb je nog zoveel te vertellen, zijn briefwisseling met Jean-Paul Franssens. Enfin, ik schreef dus: kladderadatsch. En dat was goed. Bij het overlezen kwam er de waanzinredenatie. Ik dacht: Van der Heijden schrijft in zijn boeken nou wel kladderadatsch, maar misschien is dat wel een van spellingeigenaardigheden, zoals schrijvers er soms op nahouden. Misschien moet het kladderadatsj zijn. Het is immers ook: Jiddisj (terzijde: Jiddisch is ook goed). Hoe verzin ik het, vraagt u zich af. Dat woord Jiddisj, daar was ik zeker van, dat had ik een dag eerder nog zo gezien. En toen streepte ik de ch bij kladderadatsch door, en schreef er een j boven. En dat was fout. De corrector zette er een streepje onder.



Een dag of wat later zag ik een tweet, ja als ik die eerder had gezien, dan was het niet fout gegaan.



Het was leuk om mee te maken, leuk en spannend om mee te doen, en het was prima verzorgd allemaal. Mooie cadeaus mee naar huis gekregen. Na afloop liet ik mijn exemplaar van de tekst met die fouten en al door A.F.Th. signeren, en sprak ik nog kort met hem over de totstandkoming van deze tekst. Ik grapte dat, vergeleken hiermee, zijn nieuwe roman Kwaadschiks wel een luchtig leesbaar tekstje van 1300 bladzijden zou blijken. Daar ga ik overigens in januari mee beginnen.

Prima, prima avond. Ik ben wel benieuwd hoeveel fouten jullie hadden.

16 december 2016

Eight Days A Week (3)



Ja, nu heb ik ook de 2-dvd van de film, waar ik al eerder over schreef (1, 2).
Het eerste plaatje bevat de film die ik in de bioscoop zag, die heb ik nog niet teruggekeken. Het tweede plaatje zag ik gisteravond, of liever: vannacht. Honderd minuten extra materiaal. Onder andere: meer interviews met Paul en Ringo, meer live-spul, herinneringen van fans 'die er toen bij waren', een meneer met verstand van muziek en Elvis Costello (lid van de fanclub, toen). En meer. Het aardigst vond ik om Allan Williams en echtgenote Beryl Chang plus zwager Barry Chang te zien, die met de Beatles (toen met zijn vijven) (en nog twee personen, in totaal dus 10, plus instrumenten en apparatuur) in een busje naar Hamburg reisden in augustus 1960. Aardige verhalen, onder meer over deze foto:


Oosterbeek, 16 augustus 1960


Oosterbeek, 16 augustus 2015, precies 55 jaar later

Maar ik dwaal af.

Allan (inmiddels 86) was The Beatles' manager vóór Brian Epstein. Die verbintenis eindigde in 1961 in onmin, een geschil over zijn commissie voor een optreden. Toen Brian Epstein hun manager wilde worden, waarschuwde Allan hem: 'Don't touch them with a fucking bargepole, they will let you down.' Inmiddels vertelt Allan met wat meer warmte over The Beatles. Zoals John Lennon ooit zei: 'Time wounds all heels.'

Leuk plaatje, ik ga het vast nog eens zien.

09 december 2016

50 boeken - vraag 49: Wat lees je naast fictie?



De vraag die deze week gesteld werd, staat er in twee vormen: "Wat lees je naast fictie?" en: "Als je geen romans leest, wat lees je dan?" De verdeling fictie - non-fictie is wat mij betreft onduidelijk. Liever maak ik het onderscheid bellettrie - zakelijke tekst. Ook dan is het nog wat diffuus. Hoe zit het met essays? De tweede vorm is duidelijker: romans of iets anders. Maar ook daar: bijvoorbeeld een (auto)biografie kan lezen als een roman.

Ik gooi bij het antwoord van deze vraag alle bellettrie (roman, novelle, verhaal, gedicht, essay, column, autobiografie) op een hoop en kijk wat er dan daarnaast overblijft.
Tot nu toe las ik in 2016 60 titels uit.

Dit blijft er dan over aan zakelijke tekst:
Laura Starink: Slag om Oekraïne
Gert Jan de Vries: Ik heb geen verstand van poëzie
Arjen Fortuin: Geert van Oorschot, uitgever
Christoph Buchwald: Gute Nacht, Freunde
Philip Norman: Paul McCartney, The Life
Marilyn Mccully, Gerrit Valk: Picasso in Holland
Maurits Martijn & Dimitri Tokmetzis: Je hebt wél iets te verbergen
Michel de Montaigne: Over boeken

Dat lees ik dus naast fictie. Kennelijk.

04 december 2016

Even langs bij Natuurkunde

Na de promotie van een oud-collega (zie vorig blog) wandelde ik nog even naar Natuurkunde, 'mijn oude gebouw'. Ik had er (behalve de nostalgie) niets te zoeken, maar ging toch even naar binnen. Het is er nog hetzelfde, en toch was het gek. Dezelfde gangen, deuren met onderzoeksruimten, studenten die met moeilijke gezichten naar apparatuur kijken. Veel Engelse opschriften nu.



De B-vleugel, waar mijn oude groep Warmtetransport resideerde, is uitgebroken en gemoderniseerd. Nu zit daar de club Quantum Nano Transport, volgens de aanduiding bij de deur. Die deur was dicht, ik ben niet naar binnen gegaan.



Een ding is nog wel hetzelfde. Na colleges, instructies en thuisstudie kom je voor je vakken terecht in de Tentamenzaal. Ik bedoel: de Examination Room. Die is nog helemaal hetzelfde.



Daarna wandelde ik de stad in, met zoon H. had ik afgesproken in Locus. Dat is ook nog hetzelfde.