28 februari 2014

28 februari 1984

Vorige week realiseerde ik mij weer eens dat het vandaag precies dertig jaar geleden zou zijn dat ik afstudeerde. Van de dag zelf weet ik niet zoveel meer.

Ik had een pak gekocht, want ik ging afstuderen, solliciteren en mijn broer ging trouwen, een maand later.

Vanaf mijn flatje in Delft-Zuid fietste ik naar de Aula van de TH. Daar stonden mijn ouders, broer, vriendin (nu: echtgenote), schoonouders, een paar ooms en tantes en wat vrienden.

In de aula werden aan de 19 geslaagden van die dag de diploma's uitgereikt, door Prof. M.J. Smith, M.Sc. C.Eng., om het maar eens precies te zeggen. (Die naam wist ik niet meer, maar anderen gelukkig nog wel)

 

Daarna werden alle kandidaten persoonlijk toegesproken door hun afstudeerhoogleraar, bij mij Prof. ir. C.J. Hoogendoorn, helaas afgelopen jaar overleden.





Vervolgens werd er nog een groepsfoto gemaakt. Uw blogger staat links vooraan op de de foto. Een aantal namen is inmiddels vergeten, maar ik zie wel: Peert, Kiekertak, Bolmikolke, Klotterbooke, Taas Daamde, Whimpysinger, De Moraatz en Van der Karbargenbok. Waar zijn ze gebleven....

 

Toen was er nog handjes schudden in de Aula, en daarna gingen we weer ieder ons weegs. 's avonds aten we bami bij mijn ouders, en fietsten we terug naar Delft. Het einde van een periode, en een mooie dag. Gelukkig hebben we de foto's nog, in een schoenendoos.

24 februari 2014

Welkom in het Bos



Een re-make van Alex van Warmerdams stuk uit 2000 of zo, weer met Pierre Bokma. Wat is die man toch onwaarschijnlijk goed. In krap anderhalf uur speelt hij een elf, een faun, een jager, een priester, een oud bosvrouwtje en nog meer. Een vreemde, verontrustende klucht, over onvervuld lustverlangens, zoiets is het. Razendsnel wisselen steeds, van kleding en van personage, en van decor. Uitgestreken en daardoor komische, soms raadselachtige dialogen met Hadewych Minis en Tiny Bertels, die twee door het bos dwalende vrouwen spelen. Prima avond, en: (vrijwel) uitverkocht.

19 februari 2014

2 kleine boekjes

Na (waarschijnlijk) het dikste boek dat ik dit jaar zal lezen, maar meteen (ook weer: waarschijnlijk) het dunste en het een na dunste boek van dit jaar.



Een leuke kleine uitgave (16 blz.) van Detlev van Heest. Het is een brief aan Frida Vogels, met daarin een uitgebreider (U leest het goed, zo dun als het boekje is: uitgebreider) weergave van de gebeurtenissen die ook staan in het laatste hoofdstuk van Pleun. Met een paar linosneden van Pita Snoeck, voorstellende Hanny Michaelis, J.J. Voskuil en Detlev met Kootje. Kennelijk is dit onderdeel van een niet-gepubliceerd manuscript: Vriend of vijand? Dit is nu al het derde (1, 2) kleine boekje van Van Heest. Allemaal leuk en aardig, ik lees ze met veel plezier, maar ik hoop ook dat er weer eens een echte roman komt! Van 350 bladzijden of zo.



Over Frida Vogels gesproken, dit is een piepklein (8 blz.) boekje met 3 gedichten. Klein maar fijn. Ik zeg er niets over behalve dat de gedichten van FV mij vaak bevallen. Ook deze. Veel van haar gedichten staan in het derde boek van De harde kern, en ook staan ze her en der in de tot nu toe verschenen dagboekdelen. Dit zijn 3 nieuwe.

Voor wie het interesseert: deze boekjes zijn te koop via de site van de Hof van Jan.

18 februari 2014

The Beatles: All These Years. Deel 1: Tune In (2)



In een interview op 8 december 1970, met Jann Wenner, van Rolling Stone, vatte John Lennon de geschiedenis van The Beatles kernachtig samen:

We were four guys... I met Paul, and said, “You want to join me band?” Then George joined and then Ringo joined. We were just a band that made it very, very big. That’s all.

Well, not quite...

Een biografie van The Beatles van maar liefst 1714 pagina's, die dan ook nog eens nog maar loopt tot 1 januari 1963, dus tot aan het begin van Beatlemania, dat is veel. Maar ik heb het met heel veel plezier gelezen. Zeer, zeer gedetailleerd, dat is duidelijk. Het goede, het echt goede van dit boek is dat de schrijver alle tot nu toe vertelde verhalen nog eens tegen het licht houdt en door spitten in archieven en door honderden en honderden interviews (letterlijk van Liverpool tot in Nieuw Zeeland) met betrokkenen, deze verhalen checkt en nog eens checkt. En in voorkomende gevallen bevestigt, aanvult of verwerpt. En veel nieuwe verhalen vertelt. Erg veel aandacht wordt ook gegeven aan de omstandigheden waarin John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Richard Starkey opgroeiden, en aan hun persoonlijke achtergronden. De auteur zegt ergens dat je het boek ook kunt lezen als een sociologische geschiedenis van naoorlogs Engeland en Liverpool, aan de hand van The Beatles.

Hoewel ik al heel veel over dit bandje gelezen heb, bevatte dit boek voor mij toch een aantal verrassende onthullingen. Ik noem er een. Zo is er een vaak (na)verteld verhaal (ook door deze blogger) over hoe The Beatles in 1962 aan een platencontract kwamen. Kort: manager Brian Epstein liet van een opnameband van een mislukte auditie bij Decca een demonstratieplaat maken, een medewerker van platenzaak His Master's Voice hoorde dat, vond het leuk en bracht Epstein via, via in contact met EMI-producer George Martin. Die gaf ze een auditie en vervolgens een platencontract. Lewisohn laat zien, aan de hand van gevoerde gesprekken en documenten uit de archieven van EMI, dat dit een verhaal achteraf is, om alles 'mooi kloppend' te maken. Er is nooit een auditie geweest. In werkelijkheid had George Martin The Beatles al maanden eerder afgewezen, na beluisteren van een door Brian Epstein opgestuurd Duits single'tje dat ze in Hamburg hadden opgenomen, en hij had ze een maand of wat later nog eens afgewezen na beluisteren van bovengenoemde demonstratieplaat. George Martin (die niet goed lag bij een hoger geplaatste EMI-functionaris) werd door een vreemde intrige rond zijn persoonlijk leven, tegen zijn zin, gedwongen toch een plaatje op te nemen. Hij deed dat halfhartig, en liet de sessie over aan een junior producer. De opname mislukte, waarschijnlijk door het slechte drummen van Pete Best. Martin werd min of meer gesommeerd het toch nóg eens te proberen, liet The Beatles eerst een nummer opnemen waar ze helemaal geen zin in hadden (How Do You Do It) en nam Love Me Do eerst als b-kant op met een sessiedrummer, omdat hij geen dure studiotijd wilde besteden aan de nieuw-aangetreden drummer Ringo Starr. Uiteindelijk werd Love Me Do de a-kant en een ander nummer, P.S. I Love You het b-kantje. Tot ieders verbazing werd het single'tje, ondanks een totaal ontbreken van interesse en promotie van de kant van de platenmaatschappij, een redelijke hit. Daarna is het allemaal toch nog goed gekomen.



De auteur zit nu midden in de research voor deel 2, dat tot 1966, 1967 zal lopen. Naar verwachting zal dat deel in 2020 verschijnen. Het wachten zal de moeite meer dan waard zijn.

09 februari 2014

Hideous (wo)men



Avondje theater. Een ronddraaiend toneel, verdeeld in drie ruimtes. Daarin de actrices, die we niet echt zien of horen doordat ze maskers dragen en teksten, uit wat een een Amerikaanse soap lijkt, playbacken. Op de tv speelt een Japanse tekenfilm. Ze beelden een leeg leven uit, van mensen die geen relaties met elkaar lijken te hebben en die hun identiteit ontlenen aan wat ze op tv zien. Een weinig vrolijk stemmende kijk op de moderne mens, een commentaar van de makers op de steeds dominantere beeldcultuur. Om de afgestompte zinnen te prikkelen wordt het extremer en extremer. Via het filmen van kots, moord, masturbatiescènes, eindigt het met een lange, behoorlijk indringende scène waarin de actrices 'danig in de weer zijn' met hun geslacht, bloed, onbenoemde brokjes en stukjes en andere uitscheidingen.

Na afloop was er een nazit met twee van de actrices, met nootjes, wijn en bitterballen. Dat vond ik dan ook wel weer apart. Het stuk is na vandaag nog drie keer te zien. Not for the faint of heart.

04 februari 2014

Parkeren



Sinds deze week is het in de straat van mijn ouderlijk huis (meer nog: in de hele wijk) betaald parkeren. Om te beginnen 's avonds, maar dat zal wel uitgebreid worden. In het plantsoen in het midden is zelfs een parkeergarage voorzien, te bouwen in 2015. Dat is ook wel nodig, de straat heeft 3 woonlagen en geen andere parkeermogelijkheid dan de stoep. De huizen zijn 5 meter breed. De auto's van de bewoners passen daardoor niet. Ook daarom ga ik eigenlijk altijd met de trein als ik mijn moeder bezoek.

Toen wij daar kwamen wonen, eind jaren '50, ik was nog een kleuter, had in ons blok alleen meneer Van D. een auto, en mijn vader een motor. Verder was de straat leeg. Meneer Van D. werkte bij de recherche, had zoals gezegd een auto, maar kon eigenlijk niet rijden. In ieder geval kon hij niet parkeren. Wij woonden op de eerste verdieping en Van D. woonde schuin beneden ons, op de begane grond. Als hij uit zijn werk thuis kwam werd de auto altijd nauwkeurig recht voor de deur geparkeerd, met het rechter voorwiel precies bij een daar aanwezige afvoerput in de stoep. De echtgenote kwam vaak naar buiten om nadere aanwijzingen te geven. Naar voren, naar voren, iets naar achteren, nog iets, stop, iets terug, stop! Na een paar jaar waren er wat meer auto's gekomen en dan was de ideale parkeerplek wel eens niet beschikbaar. Dan maar erachter of ervoor, totdat de boosdoener vertrokken was, dan werd de auto alsnog een meter of zo verplaatst, met het wiel netjes bij de put. Daarna werd de auto in een hoes ingepakt, en in de winter werd onder de motorkap een dekentje op de motor gelegd. Mijn vader kon niet goed tegen dat knullige geparkeer en gepriegel. Op een dag (ik denk dat ik 7 of 8 was) zag hij Van D. aan de overkant aan komen rijden. Terwijl Van D. om het plantsoen heen reed, in de (zeker naar huidige begrippen) vrijwel lege straat, pakte mijn vader twee klaar liggende badmintonrackets en liep snel naar beneden. Hij posteerde zich midden in de straat en stak de rackets omhoog, en als een vliegtuigmarshaller gaf hij zwaaiend en gebarend 'aanwijzingen' aan Van D. hoe de auto naar de gewenste parkeerplek te taxiën. Het is daarna tussen mijn ouders en het echtpaar Van D. nooit meer echt goed gekomen.



Het putje in 2014.