
Na Is dit een mens, dat mij erg aangreep, MOEST dit boek ook gelezen worden. Het is momenteel nieuw alleen als e-boek verkrijgbaar, ik tikte voor een paar euro mijn papieren exemplaar op de kop bij het plaatselijk antiquariaat.
Dit boek is een soort vervolg op Is dit een mens. Een soort, want het boek is veel later geschreven en heeft daardoor, en door het onderwerp, een andere toon. Het respijt begint waar Is dit een mens ophoudt, als de Duitsers uit Buna-Monowitz verdwijnen. Dan is het leed bepaald nog niet geleden. Totdat de Russen een dag of wat later arriveren, en ook daarna, bezwijken nog honderden mensen aan ziekte, zwakte en ondervoeding. De barakken, de bedden liggen vol met stijf bevroren lijken waar men geen raad mee weet. 'Het Rijk der Verschrikkingen' noemt Levi het. En dan te bedenken dat ik wel lees dat de leefomstandigheden in Buna-Monowitz (Auschwitz III) net even iets gunstiger waren dan in Auschwitz-Birkenau (Auschwitz II) (los van de gaskamers). Dat is de absolute hel geweest. De absolute hel. Levi wordt, totaal verzwakt, overgebracht naar het ook bevrijde Auschwitz-Birkenau, waar hij dood- en doodziek een maand in bed ligt, tot eind februari 1945. Dan begint de reis naar huis. Het boek handelt grotendeels over deze reis, het eindeloze wachten, de opvang in verschillende kampen, de hindernissen onderweg, de medereizigers, een bonte verzameling van joden, niet-joden, een of twee zich schuilhoudende Duitsers, misdadigers en allerlei ander volk. Eerst naar het opvangkamp in Katowice, 80 kilometer verderop. Die reis duurt al drie dagen. In mei gaat de reis verder... oostwaarts. De trein eindigt uiteindelijk in Starye Dorogi, een stadje ongeveer 100 km ten zuiden van Minsk, midden in Wit-Rusland. Daar zitten ze maanden vast. Levi beschrijft het leven in het kamp. Het waanzinnige eten, je kostje bij elkaar scharrelen. Overleven. Maar er is ook theater, en naar huis terugkerende sovjet-soldaten vertonen een keer wat films. Sommigen houden het niet meer, en gaan alleen op pad. Maar altijd komen ze weer terug. Ze worden weliswaar niet echt bewaakt, maar er is geen ontsnapping, midden in de eindeloosheid van de Sovjet-Unie. Het wachten is op toestemming om naar huis te mogen gaan. Als die toestemming komt gaat de reis verder. Hij zal ruim een maand duren. Naar het zuiden, via Oekraïne naar Roemenië. Dan eindelijk westwaarts: Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk, Duitsland, weer Oostenrijk naar Italië. Op 19 oktober arriveert Levi in Turijn. Zijn huis staat er nog. Maar voortaan verder altijd werd Levi bezocht door een droom, waarin hij weer in het Lager is.
Ik ben weer in het Lager en niets was waar behalve het Lager. De rest was een korte vakantie, of gezichtsbedrog, droom: mijn familie, de bloeiende natuur, mijn huis. Nu is die binnenste droom, de droom van vrede, voorbij, en in de buitenste droom, die ijzig voortgaat, hoor ik een stem klinken, een bekende stem: één enkel woord, niet gebiedend, maar kort en zacht. Het is het ochtendcommando van Auschwitz, een vreemd woord, gevreesd en verwacht: opstaan, 'wstawać'.
Wat een verhaal. Wat een ongelooflijk verhaal.



