Met de komst van de mobiele telefoon hebben we er ook nog wat anders bij gekregen: het 'broekzakbellen'. Dit is een door bewegen of gefrummel in de broekzak per ongeluk gestart telefoongesprek, dat bij beluisteren voornamelijk bestaat uit geritsel en geschuif. Ik tref dit soort berichten soms op de voicemail. Omdat ik met mijn mobieltje ook kan fotograferen en filmen heb ik nu ook te maken met broekzakfoto's en -filmpjes. Door onhandigheid gaat bij mij binnen, maar ook buiten de broekzak het fototoestel regelmatig 'ineens' af. Bijgaand het resultaat van zo'n onbedoelde foto. Wat het is? Geen flauw idee. Een passerende trein of bus misschien, per ongeluk gefotografeerd tijdens een telefoongesprek op een treinperron of zo? Wel een mooi beeld, vind ik: passerend licht in de duisternis.
26 februari 2007
23 februari 2007
Goed voorbeeld doet goed volgen
Sinds gisteren hebben we een nieuw kabinet. Voordat de nieuwe ministers benoemd worden, wordt eerst hun doopceel gelicht. Hoe zit het met veroordelingen, belasting betalen en wat dies meer zij. Hierover wordt dan een gesprek gevoerd met de minister-president die dan vaststelt of er geen beletselen zijn voor de benoeming. Bij Ronald Plasterk kwam er nog een lijk(je) uit de kast rollen. Zo bleek uit het aangelegde dossier dat hij een paar jaar geleden zijn kinderen 'aan de leerplicht had onttrokken', in verband met een vakantie. Een dag eerder vrij voor de wintersport of zoiets. Dat mag inderdaad niet, maar hoeft niet per sé reden te zijn om geen minister te kunnen worden. Maar het is opmerkelijk dit voorgehouden te krijgen door uitgerekend dezelfde normen-en-waarden-minister-president, die in 2005 in verband met een snoepreisje naar de Antillen zijn leerplichtige dochter een hele week van school hield.
19 februari 2007
De mensen zijn niet gelijk. Daarom kunnen we met elkaar praten.

Ik las het eerste deel van Brieven van Jan Hanlo, en omdat er hierin vaak over geschreven werd, ook weer eens zijn Verzamelde gedichten.
Uit zijn Brieven zijn (uit veel meer) twee uitspraken mij in het bijzonder bijgebeleven.
De eerste: "Waarom moeten we in Godsnaam bidden?". Ik vind het een heel diepe vraag, die rechtstreeks de Godsvoorstelling raakt. Hanlo was (RK) gelovig, maar niet van het soort dat alles voor zoete koek aanneemt; hij correspondeerde over het geloof, maar ook over zijn gedichten, het Antwerps dialect, kansrekening, de verlichting der wegen, de relativiteitstheorie, en nog veel meer.
Een andere opmerkelijke uitspraak deed hij op 5 juni 1962. In 2007 misschien nog wel actueler: "Ik gun ieder zijn smaak en voorkeur. De mensen zijn niet gelijk. Daarom kunnen we met elkaar praten. Anders konden we net zo goed zwijgen en, uit de verte, knikken: 'ja, ja, dat vind ik ook'."
13 februari 2007
De beste popsingle ooit
Vandaag (13 februari) is het alweer 40 jaar geleden dat de beste popsingle ooit uitkwam. Een 'dubbele A-kant' van The Beatles, natuurlijk Strawberry Fields Forever / Penny Lane.


Het zijn (naar mijn smaak) na 40 jaar nog steeds 2 fantastische nummers. Strawberry Fields Forever is gebaseerd op John Lennon's jeugdherinneringen. Strawberry Field (zonder s) was een jeugdtehuis van het Leger des Heils, bij John om de hoek. Hij ging er vaak in het omliggende park spelen. Begonnen als een eenvoudig folkliedje met een gitaar, evolueerde het tijdens de opnames tot een psychedelische, hallucinerende 'soundscape', met vertraagde, versnelde en/of achterstevoren afgespeelde bandopnames, mellotrons, met orkestbegeleiding en een denderende ritmesectie, en daardoorheen John's tamelijk cryptische teksten. De uitgebrachte versie bestaat uit 2 samengesmede aparte opnames, een langzame, dromerige versie en een snellere, meer elektrische opname, die door aanpassing van de bandsnelheden perfect aan elkaar gelast konden worden. Penny Lane is Paul McCartney's verbeelde herinnering van de jaren '50 in Liverpool. Penny Lane is de naam van een straat in Liverpool, maar meer nog van de buurt daaromheen, waar John en Paul in hun jeugd speelden. De hier bezongen kapper, bankier, brandweerman en de verpleegster hebben daar echt bestaan. Het is een jubelend nummer, dat associaties oproept met onbezorgde zomerdagen in de buitenwijken. Heel kenmerkend voor het nummer is het 'Bach-trompetje'. Paul was destijds gefascineerd door het 2e Brandenburgse Concert van Bach, dat hij op TV zag en waarin (vooral in het derde, laatste deel) een dergelijke trompet prominent voorkomt. De producer George Martin nodigde op 17 januari 1967 Dave Mason van het New Philharmonia orkest uit in de EMI studio, en deze speelde de door McCartney geneuriede tonen na. Beide nummers waren oorspronkelijk bedoeld voor de nog te verschijnen lp Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, maar de platenmaatschappij wilde een hitsingle en bracht de nummers versneld uit. Ironisch genoeg was juist dit de eerste single in Engeland in 4 jaar van The Beatles die NIET op de eerste plaats van de hitparade zou komen.
11 februari 2007
Stemverklaring
We mogen weer stemmen! Dit keer gaat het om 'het beste boek', zie http://www.hetbesteboek.nl/.
De voorronde is al geweest, het gaat nu om de laatste 10:
Kader Abdolah: Het huis van de moskee (2006)
Bernlef: Hersenschimmen (1984)
Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles (1958)
Willem Frederik Hermans: Nooit meer slapen (1966)
Harry Mulisch: De ontdekking van de hemel (1992)
Multatuli: Max Havelaar (1860)
Nescio: De uitvreter; Titaantjes; Dichtertje (1911-1918)
Gerard Reve: De avonden (1947)
Thomas Rosenboom: Publieke werken (1999)
J.J. Voskuil: Het bureau (1996-2000)
Tja, dit soort verkiezingen is natuurlijk flauwekul, er is namelijk helemaal geen beste boek, en als het er al was dan hoefden we niet te kiezen, maar konden we het met ons allen gewoon 'aanwijzen'. Maar goed, ik lees ook graag en dus bekijk ik de lijst met belangstelling. Op een na heb ik alle boeken uit deze top-tien ook ooit gelezen, en die ene die ik niet gelezen heb (Het huis van de moskee) hoort er dan ook niet bij. Het boek is nog te kort uit om echt gewogen te kunnen worden. Of je een boek beter of slechter dan andere vindt bijkt pas na een paar jaar, als je het hebt gelezen en herlezen en kunnen vergelijken met andere boeken uit dezelfde periode of van dezelfde schrijver. De rest, tja, dat zijn ongetwijfeld goede boeken. Opvallend is dat er geen schrijfsters bij staan. Waar zijn Hella Haasse, Margriet de Moor of Connie Palmen? Andere opvallend afwezigen zijn bijvoorbeeld A.F.Th. van der Heijden of Arnon Grunberg. Maar ja, er passen nu eenmaal maar tien boeken in de top-tien. Hermans' Nooit meer slapen is geweldig, over de nietigheid van de mens, maar ik denk dat het wel zal gaan tussen Mulisch en Reve (die vertegenwoordigd is met zijn archetypeboek De avonden, want dat kent iedereen, hoewel het naar mijn smaak niet eens Reve's beste boek is, laat staan dat van de Nederlandse literatuur). Uit deze tien twijfel ik tussen Nescio en Voskuil. Uiteindelijk kies ik dan voor Voskuil, gewoon omdat ik daar jarenlang geweldig veel plezier mee heb gehad, en ik zijn dialogen 'mieters' vind.
De voorronde is al geweest, het gaat nu om de laatste 10:
Kader Abdolah: Het huis van de moskee (2006)
Bernlef: Hersenschimmen (1984)
Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles (1958)
Willem Frederik Hermans: Nooit meer slapen (1966)
Harry Mulisch: De ontdekking van de hemel (1992)
Multatuli: Max Havelaar (1860)
Nescio: De uitvreter; Titaantjes; Dichtertje (1911-1918)
Gerard Reve: De avonden (1947)
Thomas Rosenboom: Publieke werken (1999)
J.J. Voskuil: Het bureau (1996-2000)
Tja, dit soort verkiezingen is natuurlijk flauwekul, er is namelijk helemaal geen beste boek, en als het er al was dan hoefden we niet te kiezen, maar konden we het met ons allen gewoon 'aanwijzen'. Maar goed, ik lees ook graag en dus bekijk ik de lijst met belangstelling. Op een na heb ik alle boeken uit deze top-tien ook ooit gelezen, en die ene die ik niet gelezen heb (Het huis van de moskee) hoort er dan ook niet bij. Het boek is nog te kort uit om echt gewogen te kunnen worden. Of je een boek beter of slechter dan andere vindt bijkt pas na een paar jaar, als je het hebt gelezen en herlezen en kunnen vergelijken met andere boeken uit dezelfde periode of van dezelfde schrijver. De rest, tja, dat zijn ongetwijfeld goede boeken. Opvallend is dat er geen schrijfsters bij staan. Waar zijn Hella Haasse, Margriet de Moor of Connie Palmen? Andere opvallend afwezigen zijn bijvoorbeeld A.F.Th. van der Heijden of Arnon Grunberg. Maar ja, er passen nu eenmaal maar tien boeken in de top-tien. Hermans' Nooit meer slapen is geweldig, over de nietigheid van de mens, maar ik denk dat het wel zal gaan tussen Mulisch en Reve (die vertegenwoordigd is met zijn archetypeboek De avonden, want dat kent iedereen, hoewel het naar mijn smaak niet eens Reve's beste boek is, laat staan dat van de Nederlandse literatuur). Uit deze tien twijfel ik tussen Nescio en Voskuil. Uiteindelijk kies ik dan voor Voskuil, gewoon omdat ik daar jarenlang geweldig veel plezier mee heb gehad, en ik zijn dialogen 'mieters' vind.
08 februari 2007
Weeralarm
Vandaag was het weer zo ver: het KNMI gaf (alweer voor de derde keer dit jaar) een 'Weeralarm' af. Dat doet men niet zomaar:
"Dreigt het extreem te worden dan volgt een Weeralarm, een ernstiger waarschuwing. De waarschuwingen en het Weeralarm worden zo mogelijk voorafgegaan door een voorwaarschuwing waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is dat het extreem wordt en een Weeralarm volgt. In het Weeralarm wordt nadrukkelijk gewezen op de mogelijke gevolgen en de risico's van het gevaarlijke weer."
Bij mij in de straat ligt nu ongeveer 1 cm sneeuw. Extreem gevaarlijk.......
Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaha!!
"Dreigt het extreem te worden dan volgt een Weeralarm, een ernstiger waarschuwing. De waarschuwingen en het Weeralarm worden zo mogelijk voorafgegaan door een voorwaarschuwing waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is dat het extreem wordt en een Weeralarm volgt. In het Weeralarm wordt nadrukkelijk gewezen op de mogelijke gevolgen en de risico's van het gevaarlijke weer."
Bij mij in de straat ligt nu ongeveer 1 cm sneeuw. Extreem gevaarlijk.......
Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaha!!
03 februari 2007
Peek-a-boo, I'm watching you!
Deze bladzijde staat nu op uw computerscherm afgebeeld, wat betekent dat deze informatie op een of andere manier naar uw PC is gestroomd. Misschien wel via de computer van de AIVD, want de term 'zwaar water' komt in dit stukje twee keer voor. En weet U wie er verderop aan de overkant in uw straat woont?
Op 1 februari j.l. verscheen een interessante publicatie: Van privacyparadijs tot controlestaat?
Vedder, Anton, Leo van der Wees, Bert-Jaap Koops en Paul de Hert,Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Rathenau Instituut, 2007; Studie 49
Het boek is ook als pdf te downloaden, via http://www.rathenau.nl
Het is een studie die je toch aan het denken zet. Onderwerp is de al maar toenemende verzameldrift van verschillende overheden van persoonsgegevens, zowel nationaal als internationaal, en het in toenemende mate koppelen van allerlei verschillende bestanden, en het gebruik daarvan voor andere doeleinden dan oorspronkelijk bedoeld, en daarnaast het inperken van vrijheden en recht op privacy door wetgeving in allerlei situaties en de effectiviteit daarvan.
Bijvoorbeeld de invoering van de identificatieplicht een paar jaar geleden. Deze was bedoeld als middel in de strijd tegen de criminaliteit. Uit onderzoek blijkt dat dit geen invloed heeft gehad. Er is wel een fors aantal boetes uitgedeeld wegens niet-bij-zich-hebben van een legitimatiebewijs, en er is een forse stijging in het aantal gestolen of vermiste legitimatiebewijzen.
Ten aanzien van het verzamelen van gegevens signaleren de auteurs een aantal trends:
Het opsporingsonderzoek breidt zich steeds vaker uit tot personen op wie zelf geen verdenking rust, in de omgeving van verdachten.
• Het onderzoek is steeds vaker verkennend van karakter, waarbij op basis van risicoprofielen potentieel verdachte groepen worden gevolgd.
• Wettelijke beperkingen voor het gebruik van bepaalde opsporingsmethoden worden verlicht of weggenomen.
• Opsporingsdiensten krijgen, zowel juridisch als technologisch, steeds meer mogelijkheden om (zelfstandig) onderzoek te verrichten.
• Opsporingsdiensten hebben in toenemende mate toegang tot informatie van overige (semi)overheidsdiensten die voor andere dan opsporingsdoeleinden is verzameld.
• Opsporingsdiensten dwingen steeds vaker andere partijen om mee te werken aan onderzoek.
Een vaak gehoord argument is dat 'je niet bang hoeft te zijn als je niets hebt te verbergen'.
Welnu, dat geldt naar mijn smaak alleen als je er van uitgaat dat de bestanden geen fouten bevatten, de bestanden niet oneigenlijk gebruikt worden, de betrokken instanties geen fouten maken, of omgekocht of bevooroordeeld zijn.
Enige tijd geleden stond in NRC al het verhaal van een voormalige scheikundeleraar. De leraar werd verdacht van betrokkenheid bij de verspreiding van massavernietigingswapens. Die verdenking vloeide voort uit zijn gedrag op internet. Omdat hij examenvraagstukken opstelde voor het toetsingsinstituut Cito zocht de docent op internet naar gegevens over zwaar water. De combinatie met het feit dat hij ooit in dezelfde straat woonde als een Pakistaanse atoomspion was voldoende om de alarmbellen te doen rinkelen bij de opsporingsdienst AIVD. Het betreffende artikel is vast nog wel te Googlen op Internet. (Pas op welke zoektermen U ingeeft, misschien kijkt de AIVD met U mee)
De bedoeling van de publicate van het Rathenau Instituut is het aanzwengelen van een publieke discussie over dit soort zaken. Wat mij betreft graag.
Op 1 februari j.l. verscheen een interessante publicatie: Van privacyparadijs tot controlestaat?
Vedder, Anton, Leo van der Wees, Bert-Jaap Koops en Paul de Hert,Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Rathenau Instituut, 2007; Studie 49
Het boek is ook als pdf te downloaden, via http://www.rathenau.nl
Het is een studie die je toch aan het denken zet. Onderwerp is de al maar toenemende verzameldrift van verschillende overheden van persoonsgegevens, zowel nationaal als internationaal, en het in toenemende mate koppelen van allerlei verschillende bestanden, en het gebruik daarvan voor andere doeleinden dan oorspronkelijk bedoeld, en daarnaast het inperken van vrijheden en recht op privacy door wetgeving in allerlei situaties en de effectiviteit daarvan.
Bijvoorbeeld de invoering van de identificatieplicht een paar jaar geleden. Deze was bedoeld als middel in de strijd tegen de criminaliteit. Uit onderzoek blijkt dat dit geen invloed heeft gehad. Er is wel een fors aantal boetes uitgedeeld wegens niet-bij-zich-hebben van een legitimatiebewijs, en er is een forse stijging in het aantal gestolen of vermiste legitimatiebewijzen.
Ten aanzien van het verzamelen van gegevens signaleren de auteurs een aantal trends:
Het opsporingsonderzoek breidt zich steeds vaker uit tot personen op wie zelf geen verdenking rust, in de omgeving van verdachten.
• Het onderzoek is steeds vaker verkennend van karakter, waarbij op basis van risicoprofielen potentieel verdachte groepen worden gevolgd.
• Wettelijke beperkingen voor het gebruik van bepaalde opsporingsmethoden worden verlicht of weggenomen.
• Opsporingsdiensten krijgen, zowel juridisch als technologisch, steeds meer mogelijkheden om (zelfstandig) onderzoek te verrichten.
• Opsporingsdiensten hebben in toenemende mate toegang tot informatie van overige (semi)overheidsdiensten die voor andere dan opsporingsdoeleinden is verzameld.
• Opsporingsdiensten dwingen steeds vaker andere partijen om mee te werken aan onderzoek.
Een vaak gehoord argument is dat 'je niet bang hoeft te zijn als je niets hebt te verbergen'.
Welnu, dat geldt naar mijn smaak alleen als je er van uitgaat dat de bestanden geen fouten bevatten, de bestanden niet oneigenlijk gebruikt worden, de betrokken instanties geen fouten maken, of omgekocht of bevooroordeeld zijn.
Enige tijd geleden stond in NRC al het verhaal van een voormalige scheikundeleraar. De leraar werd verdacht van betrokkenheid bij de verspreiding van massavernietigingswapens. Die verdenking vloeide voort uit zijn gedrag op internet. Omdat hij examenvraagstukken opstelde voor het toetsingsinstituut Cito zocht de docent op internet naar gegevens over zwaar water. De combinatie met het feit dat hij ooit in dezelfde straat woonde als een Pakistaanse atoomspion was voldoende om de alarmbellen te doen rinkelen bij de opsporingsdienst AIVD. Het betreffende artikel is vast nog wel te Googlen op Internet. (Pas op welke zoektermen U ingeeft, misschien kijkt de AIVD met U mee)
De bedoeling van de publicate van het Rathenau Instituut is het aanzwengelen van een publieke discussie over dit soort zaken. Wat mij betreft graag.
Abonneren op:
Posts (Atom)
