28 mei 2014

Schijn bedriegt



Kees Hulst en Hein van de Heijden als twee mopperende broers ("halfbroers!") in dit stuk van Thomas Bernhard. Het begint meteen goed, met een 40 minuten durende monoloog waarin allerlei zeer en leed wordt gedeeld. Wat is Kees Hulst toch weer goed als oude mopperkont. Mopperend, maar ook met humor. Met de bril waarmee ik Voltaire lees, bekijk ik ook mijn teennagels. Deprimerend. Het gaat over de afgunst tussen de broers ("halfbroers!") naar aanleiding van de erfenis van een gedeelde liefde. Over het verschil tussen een serieuze toneelspeler en een 'echte artiest' met een 21-bordennummer. Verwijten, teleurstellingen en het verleden. Een mooie toneelavond was het. Nog een week of wat door het gansche land.

05 mei 2014

Nederlandsche niet-Nederlander

Gisteren, 4 mei, heb ik via Facebook en Twitter weer aandacht gevraagd voor het verschrikkelijke lot dat de familie Raphalowiz (die in hetzelfde huis woonde als ik, tot 1942) moest ondergaan.

Vandaag is het 5 mei, en vieren we de vrijheid. Opmerkelijk genoeg moest ik weer aan de familie Raphalowiz denken, in het bijzonder aan de vader, Henri Raphalowiz, stoffenverver in Den Haag. Tijdens mijn zoektochten naar meer gegevens vond ik, dat Henri voorkomt in de handelingen van de Tweede Kamer.

Tijdens de vergadering van 13 december 1932 was een van de ingekomen stukken een verzoekschrift '(..) van H. Raphalowiz, stoffenverver, te 's Gravenhage, en van H. W. Selbeck, kantoorbediende, te Rotterdam, houdende verzoek om vaststelling eener regeling krachtens welke zij, die in Nederland zijn geboren en niet in het bezit zijn eener nationaliteit, kosteloos danwel tegen verminderde kosten kunnen worden genaturaliseerd; (..)'.

Dit ingekomen stuk heb ik nog niet kunnen vinden. Wel is er in de dagbladpers ook aandacht geweest voor dit initiatief. In Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij van 12 mei 1931 staat een ingezonden brief van Henri.



Uit het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage blijkt dat dit weldegelijk dezelfde H. Raphalowiz is die ruim 11 jaar later van de Allard Piersonlaan is weggevoerd. In 1931 woont hij nog in de Lyonnetstraat, in dezelfde wijk, Laakkwartier. Henri woont dan in bij zijn vader. Zijn vrouw en kind wonen op een ander adres, een eigen huis was nog steeds niet gevonden.

Ook op andere plaatsen in de pers is er aandacht. Zoals men in de brief kan lezen, gaat het over de rechten van kinderen van buitenlandse afkomst, maar wel geboren in Nederland. Voor Henri persoonlijk betrof dit hemzelf, geboren in Amsterdam, en zijn zoon Marcel Philip, geboren in Den Haag, maar beiden stateloos, omdat de (groot)ouders uit Polen hier naartoe waren gekomen.

Wat er met het naar de Tweede kamer verzonden stuk precies is gebeurd weet ik ook nog niet, maar het is nu ruim 80 jaar later, en nog steeds wordt er moeilijk gedaan over de rechten van kinderen van buitenlandse komaf, die hier geboren zijn, opgroeien en deel uitmaken van de samenleving. Die vrijheid die vandaag gevierd wordt, die is inderdaad niet vanzelfsprekend.