30 augustus 2010

De scholen zijn weer begonnen!



Vandaag zijn veel scholen weer begonnen. En mijn zoon is vandaag begonnen aan zijn studie in Delft. Vorig jaar had hij een valse start, zullen we maar zeggen, hopelijk gaat het nu beter. Hij vertrok vanmorgen om kwart over zes. Later deze week gaan we hem verhuizen.
Ach ja, in 1976 had ik een sporttas, ik stopte daar wat T-shirts, schone onderbroeken en een tandenborstel in, kuste mijn moeder gedag, gaf mijn vader een hand en fietste naar Delft. De studie was begonnen.

Op bijgaand plaatje ziet men mij (links) met twee Delftse vrienden. Die in het midden was (toevallig) gisteren nog bij ons op bezoek. Die rechts ben ik uit het oog verloren. We zitten hier op het dak van het studentenhuis aan het Vrouw Juttenland en hebben het naar onze zin.



Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe het moest. We, dat waren wij, met z'n vijven. Alle andere menschen waren 'ze'. 'Ze', die niets snapten en niets zagen.

(Uit: Nescio, Titaantjes)

26 augustus 2010

Binnen de huid


Naar aanleiding van Frida Vogels' Dagboek 1968-1969 las ik Binnen de huid van J.J. Voskuil nog een keer. Het boek maakte op mij nu nog meer indruk dan de eerste keer, vlak na verschijnen in 2009. Ik zou niet snel een boek kunnen noemen waarin de schrijver zo volslagen eerlijk zijn gedrag en gedachten analyseert, rekenschap geeft en verantwoording aflegt, over zichzelf, naar zichzelf en naar zijn vrienden. Het is daardoor (vind ik) nog meer dan Bij nader inzien een boek in de Forum-traditie van Ter Braak en Du Perron.
Ik schreef al dat het boek bij verschijnen voor enige beroering zorgde. De recensies waren over het algemeen positief, behalve (opmerkelijk) die van Elsbeth Etty op 10 april 2009 in NRC. Naar mijn smaak sloeg zij in haar bespreking de plank volledig mis.
Ik heb deze recensie van Elsbeth Etty nog eens, en weer met stijgende verbazing, gelezen. Verbazing, want bij vorige gelegenheden wist zij, naar mijn idee, de essentie van Voskuils boeken juist te duiden en te waarderen. Dit keer is zij daar naar mijn smaak totaal niet in geslaagd. De recensie is volgens mij doorspekt met impliciete, soms vileine aannames van Etty, die vrijwel zonder uitzondering in het nadeel van Voskuil worden uitgelegd. Ik pik er een paar uit:
'Hij zag zichzelf veroordeeld tot een zinloos ambtenarenbestaan' schrijft Etty. Voskuil koos juist daarvoor, als consequentie van zijn opvattingen, en was gedesillusioneerd te merken dat hij de enige was.
'In een klap transformeerde de kleurloze pennelikker tot een gevierd schrijver'. Een opmerking niet zonder dedain, en zoals Frida Vogels al opmerkte (NRC 1-5-2009), gevierd schrijver zijn streefde Voskuil zeker niet na.
Verder streefde Voskuil zeker niet, zoals gesuggereerd wordt, de publicatie na van Binnen de huid.

Van Oorschot kreeg het manuscript te lezen als vriend, en niet als uitgever. Dit misverstand leidde vervolgens tot de verwijdering tussen uitgever en schrijver. Voskuil heeft dit een paar keer toegelicht in interviews, en beschreven in 'Geert' (Tirade 389, herdrukt in Onder andere), en onlangs is dit nog eens bevestigd door Wouter van Oorschot.
Elsbeth Etty relativeert de moed die er voor nodig zou zijn om in 1968 een boek over overspel te publiceren. Maar het boek gaat naar mijn idee helemaal niet over overspel. Het boek gaat, zoals alle boeken van Voskuil, over Voskuil, en de moed is daarin gelegen dat Voskuil deze specifieke gang van zaken op heeft durven schrijven. Denken aan seks zou taboe zijn voor Maarten Koning. Nee, maar in die vorige boeken was het niet nodig voor het probleem en kwam het dus (bijna) niet voor. Nu dus wel, om duidelijke redenen.
Wie meer van en over Voskuil heeft gelezen zal het niet verbazen dat hij intelligent of oliedom-zijn niet correleert met een academische graad, en dus kan Rosalie dom en Nicolien intelligent zijn (opmerkelijk dat Etty dit laatste woord tussen aanhalingstekens plaatst).
Het blijft ook gissen waarom Etty schrijft over 'het comfortabel opgegroeide zoontje van de hoofdredacteur van Het Vrije Volk', het lijkt alsof daar een flinke portie vooroordeel aan ten grondslag ligt.

Goed, de herlezing was ingegeven door de notities van Frida Vogels (in Dagboek 1968-1969), die het manuscript las na voltooiïng in 1968. Human interest voor de liefhebbers, zeg maar. Frida Vogels leest dit boek vanaf 19 april 1968. Uit het eerste citaat blijkt dat de tekst voor de uiteindelijke publicatie in 2009 nog is herzien op punten. Uit Vogels' aantekeningen blijkt niet dat zij op de hoogte is geweest van de gebeurtenissen die in dit boek beschreven zijn. Vogels heeft moeite met het beeld dat van haar wordt getekend, Koud, cynisch, superieur. Het aangrijpende van het boek is volgens Vogels dat Voskuil zich kwetsbaar maakt. Elke rotzak kan het de grond intrappen. Het tweede kwart van het boek gaat alleen over Voskuil, en is volgens Vogels beter. Het eind van het boek is 'prachtig, bevrijdend'. Het boek betekent iets. 26 april 1968: Uit voorgelezen dagboekaantekeningen van Voskuil blijkt dat Lousje van de gebeurtenissen in Voskuils boek niets afwist, dit heeft bij lezing geleid tot verschrikkelijke ruzies. Na lezing van het volledige manuscript heeft ze het als een prachtig, moedig boek erkend. Het heeft Voskuil veel moeite gekost dit boek te schrijven, dit gebeurde tussen 1964 en 1968, met soms maar een of twee zinnen per dag.

Momenteel herlees ik Frida Vogels' Dagboek 1954-1957, waarin de periode valt waarin Binnen de huid speelt. Ook hier geen verwijzingen naar de overspelsituatie tussen Voskuil en Suus Oversteegen (Rosalie Balmakers), maar wel een brief aan Jaap Oversteegen (Paul Dehoes) waarin rekenschap gegeven wordt van de breuk tussen Vogels en Oversteegen, die ook in Binnen de huid uitgebreid beschreven wordt en, in een iets andere, deels hiermee overeenkomende, versie in Kees, het verhaal over Frida's broer Michiel, in Onder andere. Ik weet het, een typisch geval van recursief lezen. Zo is dat kennelijk met mij. Over dat eerste dagboekdeel van Frida Vogels blog ik misschien een andere keer.

16 augustus 2010

Between My Head And The Sky



Yoko Ono heeft een slechte naam in de muziek-business. Ze had een slechte invloed op John Lennon en was de oorzaak van het uiteenvallen van The Beatles. Onzin. Ze haalde bij John Lennon een kant naar voren (artiest, actievoerder) die hij altijd al had, en The Beatles waren in 1969 sowieso al klaar met elkaar. Yoko Ono heeft een reeks platen uitgebracht, die vaak slecht gerecenseerd werden. De laatste jaren is men wat welwillender geworden. Yoko Ono is de kant van de dance uitgegaan, maakt de laatste 10 jaar opvallend hippe platen voor iemand van inmiddels 77 jaar (iets ouder dan mijn schoonmoeder), en haalde in Amerika zelfs een paar nummer 1 hits in het disco en dance circuit. Vorig jaar kwam Between My Head And The Sky uit, een mix van verschillende stijlen. Rock, elektro, funkrock, psychedelische muziek, maar ook meer Japanse en New Age muziek. Een rommeltje? Nee, de nummers zijn min of meer van intens naar rustig geordend, deze mix werkt voor mij wonderwel. De plaat heeft interessante samenwerkingen met Yuka Honda (Cibo Matto), Cornelius en andere 'hippe vogels' uit New York. Vergeleken met haar laatste platen: naar mijn smaak niet zo goed als Rising, maar beter dan Blueprint For A Sunrise. Stand-outs: Waiting For The D Train, The Sun Is Down!, Hashire, Hashire, en de rustiger, bijna hypnotiserende nummers: Unun. To, Higa Noburu. Mooi cd-boekje, ook.

12 augustus 2010

De ov-chipkaart, het is even wennen



Vandaag heb ik in Amsterdam met de tram gereden, van CS naar Artis en weer terug. Met mijn dochter. Helaas wordt de strippenkaart in Amsterdam al niet meer toegelaten, en is men overgestapt op de OV-chipkaart. Zo ook wij dus. En daar wil ik het dan even over hebben.

Die ov-chipkaart, met welks invoering men al sinds 1993 (u leest het goed) bezig is, is een nachtmerrie. Het is het antwoord op een niet gestelde vraag. Regelmatig staan in de krant berichten over niet werkende kaarten, poortjes, veiligheid, privacy, ondoorzichtigheid van de prijzen, etc. Tegen de afspraken in wordt de kaart nu verder zonder dat alle problemen opgelost zijn doorgeduwd.

Maar goed, wij wilden met lijn 9 en dus heb ik voor algemeen gebruik in het gezin twee anonieme kaarten gekocht en elk met 10 euro opgeladen. Want het is mij niet duidelijk hoeveel ik nodig heb voor 2 x 2 tramritjes en anders moet je meteen weer opladen, zo meende ik. Dat was dus al 35 euro aftikken, want een lege kaart kost 7 euro 50, en je kunt niet met twee personen op een kaart reizen, zoals bij de goede oude strippenkaart. Vorig jaar gingen we overigens met 5 man naar Artis, dat zou nu lelijk in de papieren lopen, alleen al de tramrit.

Het reizen lijkt allemaal prima te verlopen, je houdt je kaart voor een sensor en afhankelijk van of je in- of uitstapt is de mededeling een vriendelijk en geruststellend Goede reis! of Tot ziens! Na afloop wilde ik toch eens kijken hoeveel die ritjes nu gekost hadden. Daar zijn ook weer sensoren voor en u raadt het al: de twee kaarten hadden nu een verschillend saldo.

Het opmerkelijke nu is dat u het goed geraden had van die verschillende saldi en ook dat dit mij eigenlijk helemaal niet verbaasde. Dit was nog maar een eenvoudig ritje, zonder overstappen of veranderen van vervoerder, en er is al een probleem. Ik begrijp er niets van en ik wil het ook helemaal niet begrijpen. Ik ga het verder ook niet uitzoeken of navragen. Overigens waren er bij deze rit meerdere passagiers met zichtbare problemen. Niet kunnen inchecken, niet kunnen uitchecken. Ook een vrouw die kennelijk vergeten was uit te checken, terug kwam rennen en de tram zag wegrijden. Volgende keer ga ik met de auto. Ik ben er nog cynischer over geworden dan ik al was. Ik zal zoals het er nu voorstaat nooit een persoonlijke OV-chipkaart gaan gebruiken, in combinatie met mijn persoons- of bankgegevens. Ik hoop dat de boel snel ontploft.

10 augustus 2010

Jeugdherinneringen



In de trein herlas ik vandaag Jeugdherinneringen van J.J. Voskuil. Mooi fijn boekje, ook nu weer.

Aan het loket

Vandaag was ik in Den Haag, voor allerlei verschillende dingen en dingetjes. Één daarvan was het bemachtigen van een kopie van de overlijdensakte van mijn moeder. Daarvoor moest ik zijn bij de Afdeling Bevolking in het Haagse gemeentehuis. Dat soort gegevens wordt (begrijpelijk) niet zomaar aan iedereen verstrekt. Ik moest me dus legitimeren. Verder werd 'in het kader van de privacy' aan mij gevraagd: "Is Uw moeder overleden?"

09 augustus 2010

In Italië heb ik een paar boeken gelezen



Het onlangs verschenen 7e deel van Frida Vogels' dagboeken. Hier passen alleen superlatieven. Wat zijn die toch onwaarschijnlijk goed. Dit deel is misschien nog sterker dan de eerder verschenen boeken. De volstrekt onmodieuze schrijfster Vogels vertelt met een genadeloze eerlijkheid over haar mislukte huwelijk, haar onvermogen tot sociaal contact. Dat dit boek zo indringend is, komt natuurlijk ook door de hierin beschreven explosie in het huwelijk van FV en haar man. Dat zat er al een tijdje aan te komen, in de vorige delen. De kern is weer: verantwoording afleggen over jezelf: naar jezelf en naar anderen. Ook staat er weer veel lezenswaardig in over de boeken die FV rond deze periode schreef, maar die pas in de jaren '90 gepubliceerd weren: Kanker, De naakte waarheid en Met zijn drieën. Ook interessante notities over Binnen de huid van J.J. Voskuil, dat ook in deze tijd geschreven is, maar pas postuum zou verschijnen in 2009. Misschien kom ik daar apart nog eens op terug. Dat laatste boek van Voskuil wil ik nu eerst herlezen, om het geheugen op te frissen.
Ik blijf de tot nu toe gestage publicatie van deze serie van 16 dikke boeken (dit keer 629 blz) een toonbeeld vinden van liefde voor het boek en de literatuur. Ik hoop dat Van Oorschot dat volhoudt.



Dan las ik Onze oom van Arnon Grunberg. Twee jaar geleden las ik Tirza, en dat vond ik een geweldig goed boek. Lees hier kort waarom. Helaas is Onze oom veel minder goed. Er is bij het schrijven iets misgegaan. Het boek geeft verhalen van hoe men in een politiestaat kan proberen te overleven: je er min of meer buiten houden, meelopen, of meedoen. Ik vind die verhalen niet gelijkwaardig, en daardoor is het boek voor mijn gevoel onevenwichtig gecomponeerd. Het verhaal van de meelopende majoor is het sterkst. Grunberg had het hierbij moeten laten en naar mijn smaak moeten stoppen op pagina 393, het einde van het verhaal van de majoor. Dan was het een goed boek geweest, vind ik.



Ik had nog wat tijd over en las daarom The semantics of murder van Aifric Campbell. Eerlijk gezegd leek het me niks, want ik houd niet van zogenaamd spannende boeken, en dit zag er wel weer zo uit. Ten onrechte, het is niet echt een thriller, maar meer een ontwikkelings- of ideeënroman. De hoofdpersoon is een psychiater waar een flinke steek bij los zit en die zijn patiënten misbuikt om er zelf onder pseudoniem boeken over te schrijven, vagelijks zoals Freud deed. Dan is er een broer, een briljante linguïst, met een dubbel leven, die vermoord wordt. Door wie wordt in de loop van het boek duidelijk. Maar zoals gezegd, er is gelukkig meer: De linguïst (gebaseerd op een historische linguïst overigens, die in 1971 vermoord werd) bewijst dat alle menselijke taaluitingen teruggebracht konden worden tot een aantal wiskundige regels; de therapeut weet dat de essentie van het leven juist is daar waar niets over gezegd kan worden. Inderdaad, Wiener Kreis en Wittgenstein. Daardoor veel interessanter dan de gemiddelde whodunnit. Goed boek.

08 augustus 2010

Toscane, het was prachtig, maar ik ga er nooit meer naar toe

Zo, de vakantie is weer voorbij. Alles is ook weer gesorteerd, schoongemaakt en opgeborgen. Wat een mooie streek is dat Toscane toch. Ik ga het allemaal niet beschrijven, U weet het beter dan ik of kunt het allemaal zelf bekijken of elders op internet zien.



Zie hier een foto'tje dat ik maakte van het aan de buitenkant weinig imposante Museo Galileo in Florence. Ik bezocht dit museum eerder in 1972, toen heette het nog Istituto e Museo di Storia della Scienza. Dit gebeurde tijdens de Rome-Florence-reis op de middelbare school, en dit was natuurlijk een kolfje naar de hand van de aanwezige bèta's. Het begin van de moderne fysica! We waren er met zes man, vijf leerlingen en meneer Van Hensbergen, leraar klassieke talen, die er dus helemaal geen kaas van had gegeten. De deur van het museum was gesloten. Na aanbellen verscheen er na geruime tijd een klein gekreukeld meneertje, dat ons binnen liet en achter ons de deur weer sloot. Hij ging achter een loketje zitten en we kochten kaartjes, die door het meneertje uit de hand van een grote rol uit een bureaula werden gescheurd. Het licht ging aan en wij bekeken de collectie, bestaande uit manuscripten, telescopen en andere natuurkundige contrapties. Na ongeveer een kwartiertje kwam het meneertje weer langs, hij had nu een soort buschauffeurspet opgezet en wilde de kaartjes controleren. We gaven onze kaartjes en hij knipte er met een tang gaatjes in. Na een tijdje waren we uitgekeken, het meneertje liet ons beleefd weer uit en sloot de deur achter ons.

Toscane, het was prachtig, maar ik ga er nooit meer naar toe. We gaan namelijk nooit twee keer naar dezelfde vakantiebestemming. Ik moet eerst nog naar Portugal, Hongarije en Schiermonnikoog, ben ik nog nooit geweest.

06 augustus 2010

Hiroshima Sky Is Always Blue

Vandaag is Hiroshima Day.

Ter gelegenheid daarvan een tamelijk weird nummer van Paul McCartney en Yoko Ono.