22 mei 2011

Hoe Proust je leven kan veranderen



Ik kocht dit boekje als opwarmertje voor deel 3 van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust. Het is een aardig boekje, gepresenteerd als zelfhulpboek met tips van Marcel Proust over allerlei zaken: hoe kun je genieten van het leven, hoe word je gelukkig in de liefde, hoe kun je een goede vriend zijn, en nog meer. Als zelfhulpboek is het mislukt, mijn leven zal er niet door veranderen, maar het boek behandelt wel een aantal Proustiaanse ideeën over schoonheid, kijken, schrijven. Leuk om te lezen, maar hierna dan snel over naar het echte werk: De kant van Guermantes.

Gif


Ik denk zo maar dat dit de laatste toneelvoorstelling was die ik dit seizoen zag. Een man en een vrouw, over de grootste ramp: de dood van hun kind. Daardoor is ook hun relatie voorbij, na tien jaar ontmoeten ze elkaar weer. Over de verschillen in verwerking, de verwijten, de vergiftiging van hun levens, de kwetsbaarheid. Prachtig gespeeld, de zaal was anderhalf uur muis- en muisstil.

15 mei 2011

Prima dagje, vandaag in de Alkmaarder Hout


Prima dagje, vandaag in de Alkmaarder Hout.

Wat is het nu



Een zeer onderhoudende voorstelling, een solo van Lineke Rijxman van gezelschap Mugmetdegoudentand. Ze staat alleen op het toneel, maar er gebeurt bepaald van alles. Rijxman weeft in deze voorstelling vele personages, stemmingen en opvattingen ineen: zichzelf, haar ouders, een impressario, Carla Bruni, een voetbalvrouw en nog zo een paar. Ze laat opvattingen over kunst, waarheid, schoonheid, commercie en idealen zien, vroeger en nu.
Het is een prachtige aanklacht tegen de huidige tijdgeest van kijkcijfers en commercie. Aanklacht klinkt boos en bitter. Dat is het stuk niet, er zit ook een flinke dosis zelfspot en humor in. Ik zou willen dat staatssecretaris Zijlstra deze voorstelling ziet. Zal wel niet; te ingewikkeld voor deze marktdenker.

4 en 5 mei-lezingen 2011



Dit boekje bevat de 4 en 5 mei-lezingen 2011, van Willem Jan Otten en Jaap de Hoop Scheffer. Ze werden op 4 en 5 mei uitgesproken en op televisie uitgezonden. Een lezing door een dichter en een lezing door een (oud)politicus. U mag raden: welk van de twee is het begrijpelijkst, het persoonlijkst, dichtbij, ontroerend, menselijk?

06 mei 2011

Neven



Ik zag Neven van Freek de Jonge. Een goede, scherpe, actuele maar ook persoonlijke, mooie voorstelling. Deels een nadere uitwerking van Freek's Nederland, van vorig jaar of zo. Ik was een beetje wantrouwig, want op televisie, bijvoorbeeld bij Pauw en Witteman, vind ik Freek vaak NIET leuk, of terzake. Gisteravond was hij dat wel. Ik weet nu ook weer waardoor dat komt: Freek moet het hebben van het verhaal en bij P&W is daar geen gelegenheid voor. De zapservice wacht. Nee, daar moet je even de tijd voor nemen. Erg mooi decor, ook.

04 mei 2011

De familie Raphalowiz

UPDATE 12 juli 2015.
Een apart website over de familie Raphalowiz is ingericht op www.familieraphalowiz.nl.
Daar vindt u alle onderstaande gegevens en nieuwe aanvullingen. Vanaf vandaag zullen eventuele verder verkregen gegevens daar een plaats vinden.

------
Vandaag, 4 mei, is de Nationale Herdenking. Officieel herdenken we in Nederland tegenwoordig de Nederlandse slachtoffers die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen. Voor mij is het nog steeds en vooral de Dodenherdenking, waarbij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht worden.
Persoonlijk heb ik de oorlog niet meegemaakt, van mijn familie is voor zover ik weet alleen een oom door de oorlogshandelingen omgekomen, door de Duitsers getorpedeerd, en is een oud-tante omgekomen bij een bombardement.

Voor de omgekomen joden in Nederland is er een website, Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland, http://www.joodsmonument.nl/.
Het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland is een monument op internet om de herinnering levend te houden aan alle mannen, vrouwen en kinderen die tijdens de Duitse bezetting als joden zijn vervolgd en die de Sjoa niet hebben overleefd.
Voor ieder van hen staan in het Monument basisgegevens zoals naam en voornaam, plaats en datum van geboorte, sterfdatum en sterfplaats en het adres waar ze woonden. Van velen is bovendien het gezinsverband waarin ze leefden bekend, soms is er een inboedellijst aanwezig.
Ik keek een keer rond op deze site, en in het zoekvenster tikte ik de naam in van de straat waar ik als kind woonde. Tot mijn verbijstering zag ik dat vanaf het adres van mijn ouderlijk huis in 1942 een joods gezin is weggevoerd. Allen kwamen om in Auschwitz. Vandaag geef ik deze mensen in mijn blog een bescheiden monument.

Hieronder een foto van mijn ouderlijk huis, de etagewoning op de eerste verdieping, Allard Piersonlaan 160 in Den Haag.



Op dit adres (we verhuisden hiernaartoe in 1959, ik woonde er tot 1975, mijn moeder woont er nog steeds) woonden van 21 april 1936 tot zomer 1942:

Henri Raphalowiz
geboren Amsterdam, 20 december 1895
overleden Auschwitz, 23 september 1942
stoffenverver, schilder
Henri bereikte de leeftijd van 46 jaar

Josephina Raphalowiz-Velleman
geboren Amsterdam, 1 juli 1899
overleden Auschwitz, 30 september 1942
Josephina bereikte de leeftijd van 43 jaar

Marcel Philip Raphalowiz
geboren Den Haag, 24 maart 1925
overleden Auschwitz, 30 september 1942
Marcel bereikte de leeftijd van 17 jaar

In het Haags Gemeentearchief vond ik de trouwakte van Henri en Josephina en de gezinskaart:


(aanklikken voor groter formaat)

Het huwelijk is dezelfde dag, "'s namiddags ten 2 1/2 ure, en zulks met inachtneming der bepalingen, vervat in de artikelen 155 - 186 van het reglement der Nederlands-Israëlitische Gemeente te 's Gravenhage," ingezegend door opperrabbijn A. van Loen, in 'lokaal Keijl'. Onduidelijk is waar dit precies was. Er was een restaurant Keijl in de Wagenstraat, in de toenmalige Joodse buurt, en er was een restaurant Keijl aan de Gevers Deynootweg, in Scheveningen. Beide waren joodse zaken.

Hieronder de gezinskaart van de familie, uit het Haags Gemeentearchief.


(aanklikken voor groter formaat)

(aanklikken voor groter formaat)

Marcel Philip Raphalowiz had dus hetzelfde ouderlijk huis als ik.
Hij was van de generatie van mijn vader. Hij sliep waarschijnlijk in hetzelfde kamertje als ik; hij tot zomer 1942. Toen vertrok het gezin uit dit huis.

En na verloop van tijd, maar voor 1946 (toen onderstaande administratie werd verlaten), komt er een nieuwe bewoner.



Over Henri Raphalowiz vond ik nog het volgende: opmerkelijk genoeg komt hij voor in de Handelingen Tweede Kamer.
Tijdens de vergadering van 13 december 1932 was een van de ingekomen stukken een verzoekschrift '(..) van H. Raphalowiz, stoffenverver, te 's Gravenhage, en van H. W. Selbeck, kantoorbediende, te Rotterdam, houdende verzoek om vaststelling eener regeling krachtens welke zij, die in Nederland zijn geboren en niet in het bezit zijn eener nationaliteit, kosteloos danwel tegen verminderde kosten kunnen worden genaturaliseerd; (..)'.

Ik ontving van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork http://www.westerbork.nl enige aanvullende gegevens over de familie Raphalowiz.
Op een kwade dag, waarschijnlijk kort voor 19 augustus 1942, is de familie Raphalowiz opgehaald. Mij is onbekend of ze gebracht zijn naar het Joodsch Tehuis aan de Paviljoensgracht, naar het Huis van Bewaring in Scheveningen, waar opgehaalde joden werden verzameld, of dat ze meteen naar het station Den Haag Staatsspoor gebracht zijn, van waaruit de treinen naar Westerbork vertrokken.
Een andere mogelijkheid is dat het gezin, samen met andere joden, verzameld is in de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, op de Koninginnegracht, op korte afstand van het toenmalige station Staatsspoor.
Het gezin Raphalowiz is in ieder geval op 19 augustus 1942 in kamp Westerbork aangekomen. Een dag later, de 20e, is de woningsleutel afgegeven aan SS-Sturmmann Schmidt. Henri, Josephina en Marcel zijn niet lang in het kamp gebleven: weer een dag later, op 21 augustus 1942, worden ze al gedeporteerd naar Auschwitz. Henri bezwijkt daar op 23 september 1942 aan een 'hartspiervertraging', aldus de officiële verklaring.


(aanklikken voor groter formaat)

(aanklikken voor groter formaat)

Zoon Marcel is volgens de Sterbebücher von Auschwitz overleden op 29 augustus 1942. Omdat na de oorlog deze boeken uit Auschwitz voor de officiële instanties nog niet beschikbaar waren, is zijn overlijdensdatum officieel vastgesteld op 30 september 1942. Die van zijn moeder trouwens ook, van haar weet ik de 'echte' overlijdensdatum niet, zij komt niet voor in de tot nu toe beschikbare Sterbebücher. Dat laatste betekent hoogstwaarschijnlijk dat zij meteen na aankomst is overleden.

Het transport van de 21e augustus 1942 is tussen zes en tien 's ochtends vertrokken en komt op 22 augustus in Auschwitz aan (bron: Kalendarium der Ereignisse im Konzentrationslager Auschwitz-Birkenau 1939-1945); ik vermoed gezien de vertrektijd ergens laat in de avond. Gegevens uit het Kalendarium: aankomst 22-8-1942, totaal 1008, M: 493, V: 515, geselecteerd mannen: 411, geselecteerd vrouwen: 217, vergast: 380.
Henri en Marcel Raphalowiz zijn dus geselecteerd, afgaande op de overlijdensdata. Maar omdat van moeder Josephina de overlijdensdatum op de 30e september is gezet, terwijl van een groot deel het overlijden op 23 augustus is vastgesteld, vermoed ik dat men na de oorlog ook haar inschrijving in het kamp heeft teruggevonden.

Na de oorlog is door 1 persoon bij het Rode Kruis navraag gedaan naar het lot van de familie Raphalowiz, namelijk door de bovenbuurman van nummer 162, de heer A.A.M. Molleman. Op 25 juni 1946 is hem schriftelijk meegedeeld dat Henri Raphalowiz was overleden. Geen verzoeken om informatie zijn gedaan door overige familieleden. Hun allen is waarschijnlijk het zelfde lot beschoren geweest.


(aanklikken voor groter formaat)

Hieronder de persoonskaarten van de gezinsleden.


(aanklikken voor groter formaat)


(aanklikken voor groter formaat)


(aanklikken voor groter formaat)

Hieruit blijkt dat de familie Raphalowiz op 5 november 1942 uit de bevolkingsregisters is geschrapt wegens vertrek naar Duitsland. Zoals hierboven al aangegeven waren ze op dat moment al gestorven.

Rechts onderin staan naoorlogse aantekeningen, betreffend een vermoeden van overlijden.

De overlijdensakten van het gezin Raphalowiz zijn op 20 oktober 1950 officieel ingeschreven in 's-Gravenhage.


(aanklikken voor groter formaat)

(aanklikken voor groter formaat)

(aanklikken voor groter formaat)

Ik schreef hierboven: bezwijken, overlijden, de Duitsers geven als doodsoorzaak: hartspiervertraging. Dat is verhullend taalgebruik. Dit gezin is in Auschwitz VERMOORD, naar ik moet aannemen: in de gaskamers.

Vandaag denk ik aan ze.

Update 1 juni 2015.

Via twittervriend Rob Coers kwam ik in contact met het Stadsarchief van Antwerpen, waar deze mensen ooit ook woonden. Zij stuurden mij het (gedigitaliseerde) vreemdelingendossier van deze familie. Ik zal daar binnen afzienbare tijd op een aparte website meer van vertellen. Maar in het dossier vond ik ook twee pasfoto's.
Dit zijn Henri Raphalowiz (1895 - 1942) en Josephina Raphalowiz-Velleman (1899 - 1942). De foto's zijn waarschijnlijk kort voor, of op 7 mei 1926 gemaakt.


Bron: FelixArchief, Antwerpen.

Ik ben ontroerd, echt ontroerd; twee mensen hebben weer een gezicht.

01 mei 2011

Het verhaal van mijn leven



OK, ik geef toe: dit boek trok mijn aandacht omdat Frida Vogels het Voorwoord schreef. Maar: ik las het boek daarna in een ruk uit. Het is geen literatuur, het is het verhaal van iemand die zelfs niet schrijven kan. Het is het levensverhaal van Levie de Lange. Geboren en getogen in Amsterdam, jood, straat- en straatarm. Hij onderhoudt een gezin met 15 kinderen, maar hoe! 's nachts scharrelt hij eten voor het gezin bij elkaar door het afval van de groentemarkt te verzamelen. Dan komt de oorlog. Deportatie naar Auschwitz. Vrouw en kinderen in de ene rij op het perron, Levie in de andere. Hij ziet ze nooit meer terug. Werken in de mijnen. Als de Russen naderen is er de mars, onder onvoorstelbare omstandigheden naar het westen, naar Buchenwald, en naar Nederland. Een ONVOORSTELBAAR verhaal. Ik heb zulke verhalen meer gelezen. Dat moet ook. Ik zeg: LEES dit boek, deze week. Of dit jaar. Gek genoeg: ondanks de ongelofelijke tragiek is het eigenlijk geen somber boek, maar een boek dat getuigt van een drang tot overleven. Indrukwekkend, en dan druk ik me zwak uit. Verpletterend komt meer in de buurt.