30 april 2018

Drive My Car

Vanmorgen was ik een van de testers in de afstudeeropdracht van zoon H., in het HMI-Lab in Delft. Zijn opdracht is het ontwikkelen van besturingssoftware, die autobestuurders moet helpen met (be)sturen. Er is natuurlijk al wat hulp in de vorm van stuurbekrachtiging, die het sturen lichter maakt, en ook zijn er al auto's met Lane Keeping Assistance, die je waarschuwen als je je rijbaan dreigt te verlaten.
Maar vandaag werd ik in een simulator gezet met Haptic Shared Control. Haptic betekent zoiets als gevoelsmatig en tastbaar, en Shared Control betekent dat het systeem meestuurt, maar de bestuurder blijft ook echt sturen, blijft in control, de baas. In een toekomstige auto met zo'n systeem wordt geregistreerd wat voor situatie er aankomt, bijvoorbeeld een bocht naar links, en via het stuur wordt op het goede moment voelbaar een actie (sturen naar links) aangegeven, zodat je als het ware 'mee'stuurt. Ik leg het nu maar even huiselijk uit, ook omdat ik de details verder niet weet. De tests van vanmorgen behelsden een aantal ritjes met verschillende 'stijfheden' van die actie (star - verend) en verschillende intensiteiten (0 - 100 %). In een simulator legde ik zeven verschillende trajecten af met verschillende instellingen van die parameters. Het systeem logt hoe goed het rijgedrag is (raakte ik van de weg, maakte ik onverwachte tegenbewegingen, enz.), en ik moest ook mijn eigen ervaringen en waarderingen scoren. Zo zijn er de komende weken een stuk of 20 personen die allerlei ritjes maken, en daar moet dan een afstudeerverslag over komen. Ik vond het leuk en leerzaam.

Er zijn geen foto's van uw blogger achter het stuur, maar dit geeft wel een indruk. Dit is aan het begin van het traject. De gesimuleerde snelheid is zeer behoorlijk, verderop komen natuurlijk de bochten en versmallingen, om het (voor de onderzoeker en voor de tester) wat interessanter te maken dan rechtuit rijden op de A6 tussen Almere en Emmeloord. Het is verder, net als in het echt, de bedoeling dat je de paaltjes langs de weg NIET raakt.

27 april 2018

Leon en Loterijman



Leon Giesen vertelde op 25 april in Alkmaar het verhaal van een schat in de Baarnse bossen, en over Loterijman. Met afbeeldingen en fijne liedjes. Boeiend, ontroerend, herkenbaar en inspirerend. Kijk hier maar eens rond, er staan nog meer verhalen. Hij doet de komende weken nog een paar optredens.

Vandaag is het ook nog eens 27 april, toevallig.

20 april 2018

Thuiskomst van een meesterwerk

De Grote of Sint-Laurenskerk in Alkmaar bestaat 500 jaar en dat wordt gevierd, het hele jaar door, met wel 25 evenementen, groot en klein. Misschien het grootste evenement is de (tijdelijke) terugkeer van het Laurentiusaltaar van Maarten van Heemskerck naar de plek waarvoor het gemaakt is, het hoogaltaar in de Grote Kerk. Deze week was er al een uitzending over op tv, vanmorgen had de Volkskrant 3 pagina's (€) hieraan gewijd en vanmiddag was de officiële opening van de tentoonstelling, met de minister van OCW, de Zweedse ambassadeur, de (loco)burgemeester en andere genodigden. Uw blogger was er ook bij. Er was muziek, er waren toespraken. Interessant was de het verhaal van de conservator van het Stedelijk Museum Alkmaar, over de geschiedenis van het altaarstuk, en over de terugkeer van dit meesterwerk.

Dit Laurentiusaltaar is het grootste, misschien ook meest uitbundige altaarstuk van de Noordelijke Nederlanden. Het werd vanaf 1538 geschilderd in opdracht van een paar vooraanstaande Alkmaarse families, voor 725 gulden. De zijpanelen in het atelier in Haarlem, het hoofdpaneel was te groot en werd in de kerk geschilderd. In 1543 was het klaar. Na de Beeldenstorm ging de Sint-Laurenskerk over naar het Protestantisme. Het altaarstuk moest weg en werd verkocht voor 250 gulden (nu is het natuurlijk miljoenen waard, en onvervangbaar). Via via belandde het in Zweden, waar het sindsdien hangt in Linköping (foto van internet).



En nu is het terug, voor een half jaar. Althans de zijpanelen, het hoofdpaneel (zo groot als de twee zijpanelen samen) is helaas te kwetsbaar om vervoerd te worden. Maar die zijpanelen zijn al geweldig. Wat een afbeeldingen, wat een kleuren.



(Er zit ook nog een 'achterkant' aan, kijk maar naar dat Zweedse plaatje, de panelen zijn 'gesloten' opgesteld.)

Er is ook nog een aanvullende tentoonstelling om de hoek, in het Stedelijk Museum, met allerlei info over de totstandkoming en de verkoop na de Reformatie, voor 250 gulden.

Ik ga de komende maanden nog wel een keer kijken. Schitterend!

14 april 2018

Nieuwe spriet

Misschien herinnert U zich dat we een rare spriet voor de deur hadden, die in maart dan toch weggehaald is. Vorige week zijn er grondwerkzaamheden verricht, waarbij is onderzocht wat zich onder de grond bevond op de plaats van de boom. Niets. Daarna is er 'bodemverbetering' toegepast, wat volgens mij inhoudt dat het aanwezige bouwzand is gemengd met teelaarde.



Gisteren kwamen er twee mannen met een boom.











Die staat nu. Hij ziet er in ieder geval gezonder uit dan het verwijderde exemplaar. Een nieuwe spriet, voorlopig.

06 april 2018

Stel je voor



Stel je voor: je woont in een straat, in Amsterdam. Smal. Het is nacht, midden in de oorlog, vrijdagavond 4 september 1942. Alles is verduisterd. Zoals elke avond zit je voor het open raam, en je ziet de politie met elektrische lampen de straat binnen komen. Elke avond. Elke nacht. Ze bellen aan, of bonzen op de deur. Mensen worden opgehaald. Soms één van een adres, soms allemaal. Jonge mensen, oude mensen, baby’s en zieken. Nu zijn ze bij de overburen. Er wordt gebeld, op de deur gebonkt. Eindelijk wordt er opengedaan. 3 hoog gaat het licht aan. Kindergehuil. De overbuurvrouw met haar tweeling van 2½ jaar. Ze komt naar beneden, aan iedere hand een kind. Verder niets, ze heeft immers maar twee handen. Het gaat verder. Een paar huizen verderop wordt een gezin opgehaald. Uit een raam klinkt een stem: ‘Jaap, zijn jullie dat?’ ‘Ja, we gaan. Dag hoor.’ De mensen worden gebracht naar de overvalwagen die op het pleintje staat en die gevuld wordt met mensen uit de hele buurt.



Dit soort verhalen zie je en lees je, op de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief en in het boek van Guus Luijters, Rapenburgerstraat 1940-1945. De Rapenburgerstraat is, gelet op het lot van de Joodse bewoners, misschien de zwaarst getroffen Nederlandse straat in de oorlog. Tentoonstelling en boek laten, op volgorde, de verhalen zien van de bewoners, van nummer 1 tot en met 197. Vaak meerdere gezinnen per adres, op elke verdieping een. Vrijwel iedereen was Joods, vrijwel iedereen is gedeporteerd, vrijwel iedereen is vermoord. Een van hen was Sientje Abram, maar het waren er heel veel meer, in deze straat. Bijvoorbeeld 58 meisjes en medewerkers van het meisjesweeshuis op nummer 171. Vermoord. Ik heb geen getal, maar in deze straat in totaal honderden en honderden.



Wat een tentoonstelling en wat een boek. Onvoorstelbaar.

(Die vrouw met kinderen was Sippora Wans, met haar tweeling Sonja en Catharina. Diezelfde nacht vertrokken ze naar Westerbork, 3 dagen later naar Auschwitz. Meteen na aankomst, weer 3 dagen later, werden ze vermoord. De identiteit van 'Jaap' is niet achterhaald. Het verhaal is vlak na de oorlog opgetekend door Betsy Vromen, een van de weinige overlevenden.)