'Ik heb hem dan ook,' zei Maarten tevreden, een dik pak tevoorschijn halend.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 2 - Vuile handen)
In mijn administratie vind ik terug dat ik een sollicitatiebrief stuurde op 26 maart 1984, naar Koninklijke Hoogovens in IJmuiden. Dat is lang geleden.
Vandaag was ik voor het laatst op het terrein van Tata Steel. Mijn laatste werkdag (thuis) was al op 19 mei, ik kreeg toen een geweldige afscheidsverrassing van mijn collega's. Nu was ik er om mijn pc en head set in te leveren.
Nog één keer op het terrein, langs de fabrieken, in het gebouw, door de gang, in de kamer.
Naar huis.
Teruglopend naar het oude Bureau, nu door de Leidsestraat en de Heiligeweg, tussen de mensen die in hun middagpauze een ommetje maakten, stelde hij vast dat hij triest was, alsof hij er niet meer bij hoorde. Hij ging het Bureau binnen en liep door de koele, holle gang en de verlaten onttakelde lokalen naar zijn kamer. Hij sloot de deur, ging achter zijn bureau zitten, met zijn rug naar de kisten en dozen, en at voor de laatste maal zijn brood terwijl hij uitkeek op de tuin.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 2 - Vuile handen)
Teruglopend naar het oude Bureau, nu door de Leidsestraat en de Heiligeweg, tussen de mensen die in hun middagpauze een ommetje maakten, stelde hij vast dat hij triest was, alsof hij er niet meer bij hoorde. Hij ging het Bureau binnen en liep door de koele, holle gang en de verlaten onttakelde lokalen naar zijn kamer. Hij sloot de deur, ging achter zijn bureau zitten, met zijn rug naar de kisten en dozen, en at voor de laatste maal zijn brood terwijl hij uitkeek op de tuin.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 2 - Vuile handen)