31 december 2014

Boeken 2014



Oudejaarsdag, tijd voor een overzicht. Ik las dit jaar 59 boeken uit, met in totaal 16632 bladzijden, een record. Dat komt doordat er betrekkelijk veel dikke boeken tussen zaten. 4 delen (2, 3, 4, 5) Knausgård, 3 delen (1, 2, 3) Proust, een dik deel (4) Karel van het Reve en natuurlijk meer dan 1700 bladzijden Tune In, het eerste deel van de magistrale Beatles-biografie van Mark Lewisohn. Overigens las ik ook dunnere uitgaven. Het dunste boekje was Het wordt donker, nu het werk gedaan is, van Frida Vogels, verschenen bij een margedrukker. 8 bladzijden. 34 boeken zijn Nederlandstalige bellettrie, 15 vertaalde bellettrie, en 1 Engelstalig. Ik las 9 Nederlandstalige non-fictieboeken en 1 Engelstalige.

Het beste boek? Ik zeg deel 3 van Knausgård, Zoon, en Tune In van Mark Lewisohn.

Dit was het boekenjaar 2014, volgend jaar weer een boekenjaar!

07 december 2014

Een geweldig leuke uitdaging

Gisteren bezocht ik een lieve tante, die sinds enige tijd volledig naar haar zin verblijft in een verzorgingshuis. Kopje koffie, en ik had een stuk cake meegenomen. Natuurlijk even gezellig bijgepraat over vroeger en over de familie. Maar onlangs was er een 'manager' bij haar in de kamer op bezoek geweest die haar had verteld over de 'geweldig leuke uitdaging', waar hij nu voor was gesteld. Medio 2015 moet dit verzorgingshuis worden gesloten en worden de bewoners overgebracht naar een andere locatie. Mijn tante lijkt dit helemaal geen 'geweldig leuke uitdaging'. Zij kan niet veel meer, maar zit daar prima, kijkt naar buiten en ziet het straatgebeuren. Er wordt gesneden in budgetten en dan krijg je dit. Geweldig leuke uitdagingen.

04 december 2014

Ah, ba ba ba ba Barbara Ann

Wat zit er na al die jaren allemaal niet opgeslagen in een mensenhoofd, en waarom kun je er vaak niet bij, of: waarom komt het ineens wél tevoorschijn. Zo herinnerde ik mij vandaag zonder aanwijsbare aanleiding ineens een busritje van school naar het zwembad, waar we elke week zwemles kregen.



Het moet dus begin 1966 geweest zijn.
Het zwembad in Rijswijk was nog niet zo lang geopend (en is inmiddels al weer jaren geleden afgebroken). En in de bus stond de radio aan, natuurlijk op Radio Veronica, en daar was Barbara Ann, door The Beach Boys. Hoog in de Top 40, misschien wel op 1, dat weet ik niet meer.



Waarom herinnerde ik mij dit vanmorgen dat busritje, met dat liedje op de radio, ineens haarscherp, terwijl ik van achter mijn bureau door het raam naar buiten keek?

28 november 2014

De Siegenbeeklezing die de Bureau-liefhebber bijgewoond hebben moet



Op 25 november verzorgde Marc van Oostendorp de Siegenbeeklezing 2014, met als titel: Van Het Bureau naar Humanities Center. Het Meertens Instituut vroeger, nu, en in de toekomst. (Terzijde: In Bij nader inzien zegt Maarten Koning ergens dat 'Siegenbeek' zijn favoriete spelling is.)

Ik vond het een leuke, informatieve avond. Hier en daar een aardige Bureau-anekdote, maar zeker breder dan dat. De presentatie was in Prezi-vorm, die hierbij gaat.



De klassieke werkzaamheden op het Meertens Instituut werden geïllustreerd met een voor Bureau-liefhebbers bekende kaart, namelijk 'Offers voor mooi weer'. Op deze kaart is voor het eerst een zogenaamde cultuurgrens gevonden. In Het Bureau staat deze scène in deel 1 (Meneer Beerta), op pagina 512/513. De kaart zelf en een mogelijke verklaring voor de cultuurgrens worden besproken in het zeer leuke boekje De kaartenbank, vanaf blz. 75.

Het verleden.
Van Oostendorp vertelde over het begin in 1930, waarom (volgens 'kwade tong' Jo Daan (in Het Bureau: Dé Haan)) Meertens (Beerta) werd aangesteld als hoofd van het Dialectbureau, en niet de misschien geschiktere Gesinus Kloeke. Dit door bemoeienis van 'bad guy' Van Ginneken die vreesde anders overvleugeld te worden (en wiens biografie, zo werd beloofd, t.z.t. door Van Oostendorp geschreven zal worden). Als het anders was gelopen zou het wellicht nu het 'Kloeke Instituut' zijn geweest. Na oprichting van het Dialeectbureau volgden de afdelingen Volkskunde en Naamkunde snel, door de interesse die Meertens daarvoor had.

Na Meertens volgt de periode Blok-Voskuil. Ook die kennen we uit Het Bureau, natuurlijk, als Jaap Balk en Maarten Koning. Een droevig stemmend hoofdstuk uit de geschiedenis van het Instituut is het lot van het beroemde kaartsysteem van Voskuil. 22 kasten met ieder 20 laden, met elk weer 400 kaarten. Over alles wat met volkscultuur te maken heeft, dus over A L L E S. Lees Het Bureau. Daarin begint Maarten Koning vrijwel aan het begin van het eerste deel met een kaartenbakje, dat dan nog op een tafel met boeken van Beerta staat, om literatuurverwijzingen in te verzamelen. Later vullen ook zijn medewerkers het steeds uitdijende systeem. Het doel was om hiermee onderzoek te verrichten. Dat is nooit gebeurd, zodat het nu in de archiefruimte van het Meertens Instituut staat opgeslagen. Na de komende verhuizing (2015?) naar een kleinere omgeving zal het naar een landelijk overheidsdepot moeten gaan. Van Oostendorp zou er graag nog iets wetenschappelijks mee doen, maar wat? Er werd nog een foto vertoond, 'deze zomer op verzoek van iemand die in deze zaal aanwezig is, gemaakt'.

Het heden.
Na Blok en Voskuil is er de moderne tijd, onder leiding van Hans Bennis. Het aandachtsveld is veranderd. Naamkunde is verdwenen, de computer als gereedschap is gekomen. Kaarten worden nog steeds gemaakt, bijv. over 'drie-ledige werkwoordclusters'.





Kennelijk komt de vierde vorm (gemaakt hebben moet) nauwelijks voor, voor mijn gevoel kán hij nog net, daarom heb ik deze ook in de titel gebruikt.

Het Meertens Instituut heeft een aantal grote databanken on-line gezet. Een van de meest gebruikte is de Nederlandse Voornamenbank. Ook Maarten en Nicolien staan er in, of Nicolien dat nu wil of niet.

Ook werd de Nederlandse Liederenbank getoond, ooit begonnen door Ate Doornbosch (Jaring Elshout).

De toekomst.
Onderzoek moet tegenwoordig geld opleveren. Onderzoeksinstituten worden gekoppeld aan topsectoren in de industrie. Een bizar idee dat enige tijd rondging was om het Meertens Instituut te koppelen aan de gaming industrie. Over dat rare plan wordt gelukkig niet veel meer vernomen. Het Meertens Instituut zal binnenkort van de cola-fabriek verhuizen naar het Spinhuis, samen met o.a. het Huygens Instituut.

Bij de rondvraag wilde een van de aanwezigen weten wat de opvatting van Van Oostendorp was over de naam van het instituut, gegeven de rol die Meertens tijdens de oorlog zou hebben gespeeld. Aangehaald werd o.m. dat Meertens voor de Duitsers boeken zou hebben gescreend op het voorkomen van begrippen als Jood en Oranje. Hier vindt U het rapport van de Commissie van Drie die zich hierover heeft gebogen plus wat aanpalende literatuur, en voor de volledigheid ook de reactie hierop van Hans Derks, die deze kwestie had aangezwengeld.
Ik had dat al eens gelezen en kan/ga er niets over zeggen.

Ik wacht op de publicatie van de biografie van Meertens, waarmee (dit vond ik op internet) Theo van der Meer bezig schijnt. En wie o wie gaat nu eens de biografie van Voskuil schrijven.....

Zoals gezegd, een leuke, informatieve lezing. In 2015 ga ik Het Bureau herlezen.

UPDATE 5 dec: Prezi vanuit Van Oostendorps website gelinkt, en tekst daarom ook enigszins aangepast.

04 november 2014

Stijloefening 100

P-TAAL

Epin lepijn zepestepien, epop hepet spepitsepuur. Epeen keperepel vepan zepowepat zepesepentwepintepig, slepappepe vepilthepoed mepet epeen kepoordjepe eperepomhepeen epin plepaats vepan epeen lepint, nepek tepe lepang epalsepof eper epaan gepetrepokkepen wepas. Depe mepensepen stepappepen epuit. Depe fepigepuur epin kwepestepie vepalt epuit tepegepen epeen pepassepagepier nepaast hepem, depie hepij epervepan bepeschepuldepigt tepegepen hepem epop tepe bepotsepen tepelkepens epals eper epiemepand lepangskepomt. Bepedepoeldepe bepits tepe klepinkepen mepaar depe tepoon epis epeerdeper hepuileperepig. Zepiet epeen zepitplepaats vrepijkepomepen epen schepiet eperepop epaf.
Twepee epuur lepateper kepom epik hepem tepegepen epop hepet Jepan Wepillem Brepouwepersplepein, bepij hepet Ceponcepertgepebepouw. Hepij epis epin gepezepelschepap vepan epeen kepameperepaad depie tepegepen hepem zepegt: 'Jepe zepou epeen epextrepa knepoop epaan jepe epoveperjepas mepoetepen lepatepen zepettepen.' Hepij wepijst epaan wepaar (bepij depe epuitsnepijdeping) epen wepaarepom.



Deze klassieker herlezen. Tip!

03 november 2014

Nederland Leest, dit jaar Een vlucht regenwulpen

Het is weer tijd voor Nederland Leest. Op zich een sympathieke actie, waarbij op grote schaal een boek gratis wordt verspreid, door bibliotheken, op scholen en (via een goedkope druk) via de boekhandel. De bedoeling is dat dit boek 'door iedereen' gelezen wordt en dat er dan op grote schaal over dit boek in discussie wordt gegaan. Dit jaar is, als ik het wel heb, de negende editie.

Voor het uitverkoren boek gelden de volgende voorwaarden.

1. Het moet literaire waarde hebben.
2. Het mag niet recent zijn (de tand des tijds doorstaan hebben).
3. Het moet geschikt voor een breed publiek.
4. Het moet aanleiding geven tot discussie.

Dit jaar is de keus gevallen op Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart. Tja, zou dat nu aanleiding geven tot discussie? Ik heb grote waardering voor 't Harts schrijverschap en met het boek op zich is natuurlijk niets mis, maar het is al zo vaak herdrukt (1.500.000 exemplaren tot nu toe) dat ik vermoed dat heel veel volwassenen het al gelezen hebben. Ik in ieder geval wel. Relatief veel mensen zullen het boek daarom nu niet nog eens gaan lezen. En is 't Hart nog wel interessant genoeg om door een groot deel van de scholieren van nu met plezier gelezen te worden? Ik twijfel. Eenzame tieners zijn er natuurlijk ook nu nog, maar ik vrees dat dit boek voor de gemiddelde scholier van nu niet eigentijds genoeg meer zal zijn.

Liever zag ik dat een jonge schrijver uitgenodigd zou worden om een boek te leveren. Een boek van nu, over nu, door een schrijver van nu. Interessant voor jong en oud. Het 'literaire lezen van boeken die de tand des tijds doorstaan hebben', dat komt misschien daarna nog wel.

02 november 2014

Er was nog een plaatsje over

Gistermiddag besloot ik dat ik 's avonds een toneelvoorstelling wilde zien, in het plaatselijk theater. Bij de kassa bleek dat er nog maar een paar losse plaatsen beschikbaar waren. Geen probleem, een stoel is genoeg.

Mij op de voorstelling verheugend, ging ik er die avond eens goed voor zitten, naast een oudere heer, die ik begroetend toeknikte.

- Prima plaats he, sprak hij.
- Zeker, we kunnen het goed zien, beaamde ik.
- U bent alleen, U heeft dit op het laatste moment besloten?
- Vanmiddag heb ik dit kaartje gekocht.
- Dat kan kloppen, wij hebben deze plaats teruggegeven.
- Daar bof ik dan mooi mee.
- De reden is niet zo leuk. Die plaats was voor een vriend, die is onlangs overleden. Ik zit naast zijn weduwe.

Ik boog wat naar voren en zag een oude, broze vrouw, die mij zonder enige emotie aankeek.

- Het spijt me, zei ik en keek weer voor me.

Het zaallicht doofde en het doek ging op.

17 oktober 2014

Paal 12, onder andere

Vandaag stelde ik weer eens vast: ik kom te weinig op Texel. Ik denk dat het gemiddelde op één keer per twee jaar ligt, of zelfs lager. Vandaag ging ik er weer eens heen. Treinreisje, bootreisje, en een fiets gehuurd. De aanleiding was een bescheiden verkooptentoonstelling van werk van Jan Wolkers, in Den Hoorn.

Nu heb ik al meerdere keren Wolkers-tentoonstellingen bezocht, dus het meeste werk meen ik wel te kennen, en toch zag ik hier weer nieuwe dingen, namelijk een serie aquarellen, die Wolkers rond 2005 maakte, toen hij al te veel last van reuma had voor fijner schilderwerk.



Persoonlijk vind ik zijn fijner geschilderd werk, op groot doek, mooier. De rest van de dag fietste ik over Texel, en volgde daarbij min of meer de door de VVV uitgegeven Jan Wolkers-fietsroute. Langs diverse locaties bekend uit de boeken, ongeveer langs zijn huis, en langs locaties van geplaatste beelden. In Den Burg even aangewipt bij 'Wolkers-boekhandel' Het Open Boek, waar een bestelling voor mij klaar lag.

De fietsroute leidde mij ook naar strandpaal 12, waar Wolkers met zijn vrouw in de laatste jaren van zijn leven graag kwamen. Wolkers ging dan wat drinken op het terras, en Karina ging zwemmen. Deze omgeving komt voor in Wolkers' laatste (helaas minder geslaagde) roman Zomerhitte, het Boekenweekgeschenk van 2005.

Ze lag naakt te zonnen een ik bekeek haar door de telelens. Ik zag die prachtige billen van haar, bijna lichtgevend door het schelpenzand dat eraan kleefde. Kalfsvlees, om een bekend schrijver aan te halen.

27 september 2014

Het autootje van mijn vader

Gisteren heb ik het autootje van mijn vader naar de sloop gebracht. Na zijn overlijden, in 2008, heb ik er nog ruim 6 jaar in rondgereden. Ondanks de gevorderde leeftijd een prima karretje. Maar nu was het op, na 18 jaar.



Prijsje afgesproken, kentekenbewijs en sleutels overhandigd, vrijwaringsbewijs en geld ontvangen. Rationeel gezien is het een rij-ijzer, maar toch ook nog altijd een beetje: het autootje van mijn vader.

19 september 2014

Laat ie doorgaan met bloggen!



Een kleine twee weken geleden sprak mijn lieve nicht E. op haar ziekbed over mij: Laat ie doorgaan met bloggen!
Vanmiddag hebben we haar begraven, op een prachtige natuurbegraafplaats.
Het was een bijzondere bijeenkomst, niet alleen door de omgeving, maar ook door wat door iedereen werd gezegd, door de muziek en gedichten, en door de rituelen, met accenten uit Christelijke en Joodse tradities.

Nadat we ten slotte de kist op zijn plaats hadden gelegd werd deze volgens de Joodse traditie meteen toegedekt. Ik stond goed met de anderen mee te scheppen. Een mooie, betekenisvolle handeling. Maar het was warm, en ik stond in de zon te werken in het nette pak, zodat ik lekker begon te zweten. Op gegeven moment dacht ik: ik trek mijn jasje uit en hang het even over het fototoestel dat daar vlakbij op een statief naar het graf gericht staat. Met opgestroopte hemdsmouwen schepte ik verder, tot op gegeven moment een familielid zei: Wat is dat nu? Het bleek dat ik mijn jasje over een filmend cameraatje had gehangen, en aldus 10 minuten verduisterd heb. Gelukkig werd het niet zwaar opgenomen, men zou mij de '10 minuten duisternis' wel toesturen.

Ik denk dat E. het een mooi verhaal had gevonden, voor in een blog.

Laat ie doorgaan met bloggen!

Ik zal mijn best doen, lieve E.


Dit gedicht werd voorgedragen:

Want alles is fragment
Al door het zeggen van het woord
Deelt men, scheidt men en schendt
Het alomvattende, dat men niet kent,
Dat ik aanwezig weet of alleen maar vermoed,
Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,
Dat mij beheerst en mij te luisteren gebiedt.
Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet.

Een troost blijft:
Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt.

Abel Herzberg
(in: 'Drie rode rozen')

14 september 2014

Ik keek bij mijn moeder uit het raam en zag iets NIET

Ik keek bij mijn moeder uit het raam en zag iets NIET. De boom aan het begin van de straat. Ergens linksachter in het plantsoen ziet men de schamele resten, de stronk. Die boom stond er gewoon altijd. Althans: in ieder geval sinds 1959, toen wij er gingen wonen. Ik ben even gaan tellen bij de stronk en kwam tot meer dan 60 - 65 jaarringen. Waarschijnlijk kort na de oorlog geplant, nadat in de hongerwinter alle toen aanwezige bomen in de kachel waren verdwenen.



26 augustus 2014

The GOASTT

Uit nieuwsgierigheid ging ik naar het optreden van The GOASTT (The Ghost Of A Sabre Tooth Tiger) in Paradiso Noord (Tolhuistuin). Het is de band van Sean Lennon (inderdaad: the son of) en Charlotte Kemp Muhl. Er waren een paar honderd man op afgekomen. Het begon met een kort voorprogramma, van Invisible Familiars. Dat bleek een driemans-subset van de hoofdact. Na een half uur dan The GOASTT. En laat ik het dan maar meteen zeggen: het is een goede band.
Openingsnummer: Too Deep.



The GOASTT speelde een flink deel van de laatste cd Midnight Sun (inclusief het Peggy Lee nummer Golden Earrings), een nummer van een eerdere plaat en een Syd Barret cover, Long Gone. Volgens mijn referentiekader is de muziek een soort powermix van late Beatles, Plastic Ono Band, vroege Pink Floyd en Syd Barrett, en Jimi Hendrix. Maar niet nep, of namaak. En gelukkig geen Beatles- of Lennon-covers, gewoon de eigen set, in een zaal in Amsterdam-Noord. Ik vind het stoer. Goede band, goed optreden. Ik heb de cd gekocht.



De setlist:

24 juli 2014

'Ik zoek nu buxus, maar dat staat er niet in.'

Een paar dagen geleden postte Marc van Oostendorp, o.a. als onderzoeker werkzaam op het Meertensinstituut, op Twitter onderstaande foto van het kaartsysteem van J.J. Voskuil.



Dat kaartsysteem is voor Voskuil- of Bureauliefhebbers goed bekend, het komt meermalen voor in Het Bureau. Eerder stond het bijvoorbeeld ook al afgebeeld op de voorkant van Ingang tot Het Bureau van J.J. Voskuil, het boekje met verkorte inhoud en persoonsregister.

Het fotootje van Marc van Oostendorp triggerde mij. De laatjes waren er nog, maar zouden de kaartjes er nog in zitten? En dan met name het kaartje buxus, bestond dat eigenlijk wel echt? Dit omdat ik meteen moest denken aan onderstaande passage.

'Is Beerta er niet?' vroeg Buitenrust Hettema. Hij bleef bij de deur staan en keek naar de lege stoel van Beerta.
'Dag meneer Hettema,' zei Maarten, hij stond op. 'Meneer Beerta is naar Middelburg.'
'Hij zal niet naar Middelburg zijn,' zei Buitenrust Hettema met een scheef lachje.
Hij gaf Maarten een hand. 'Nee, maar ik was toevallig in de buurt en ik wou eigenlijk eens in je kaartsysteem kijken.'
'Dat kan,' zei Maarten aarzelend. 'Wat wilt u weten?' Hij herinnerde zich de opmerking van Beerta dat Buitenrust Hettema hem cynisch had gevonden en dat leidde hem af.
'Niet iets in het bijzonder. Het is meer om eens te kijken hoe het is opgezet.' Hij keek langs Maarten naar de bakken, die voor het rechterraam waren opgestapeld.
Maarten draaide zich om. 'Dat is het,' zei hij nog wat afwezig, met een knikje naar de bakken.
Buitenrust Hettema kwam een paar stappen dichterbij en bleef voor de bakken staan. 'Welke indeling heb je gevolgd?' vroeg hij.
'Het heeft geen indeling. Het is een trefwoordencatalogus.' Hij trok een willekeurige bak open en schoof hem langzaam weer dicht.
Buitenrust Hettema keek hem enigszins bevreemd aan. 'Maar dan heb je toch een lijst van trefwoorden?'
'Nee. In principe staat ieder woord erin.'
Buitenrust Hettema trok een la open en ging met zijn vingers door de fiches. Hij stokte. 'Ik zoek nu buxus, maar dat staat er niet in.'
'Een ogenblik,' zei Maarten. Hij liep naar zijn machine, nam een rood fiche van een stapel, draaide dat erin, tikte linksboven buxus en daaronder, op de eerste regel, zie: palm en kwam met het fiche terug naar de bakken. 'Nu staat het erin,' zei hij terwijl hij het fiche op de opengemaakte plaats zette. Hij had moeite zijn lachen te bedwingen.
Buitenrust Hettema nam het fiche eruit en bekeek het sceptisch. 'En wat betekent dat nou?'
'Dat u bij palm moet kijken.'
'Omslachtig is het wel,' vond Buitenrust Hettema terwijl hij doorliep naar de bak met palm. 'Had dat niet wat eenvoudiger gekund?'
'Ik zou niet weten hoe.'

(uit: J.J. Voskuil, Het Bureau 1, Meneer Beerta, blz. 549 - 550, Uitg. G.A. van Oorschot)

Ik vroeg het, ja de kaartjes waren er nog, en Marc van Oostendorp was zo vriendelijk bij een volgende gelegenheid nog een foto te maken, van het betreffende kaartje. Nou ja, vrijwel zoals het in Het Bureau beschreven staat.



Aanvulling 28 juli: Vandaag verscheen in NRC Handelsblad een stuk van Marc van Oostendorp, Vaarwel, spinvisite, over het kaartsysteem van Voskuil, dat waarschijnlijk volgend jaar naar een archiefopslag zal verhuizen. In dit stuk wordt, misschien niet geheel toevallig, ook het buxus-kaartje besproken.

Als bonus hetzelfde fragment, geknipt uit aflevering 54 van de NOS-hoorspelserie Het Bureau, oorspronkelijk uitgezonden in 2004 - 2006.

09 juli 2014

'de Buurt'



Ik wist wel dat dit ergens stond, maar had het nog nooit gezien. Steeds ongezien langs gelopen, waarschijnlijk. Ook nu staat het een beetje verstopt naast de raadzaal in het atrium van het stadhuis van Den Haag.
Het is een bronzen maquette van de oude Jodenbuurt in Den Haag, 'de Buurt', gebaseerd op de situatie aan het begin van de twintigste eeuw. Kleine huisjes, smalle straatjes. De bewoners zijn in 1942 weggevoerd en grotendeel vermoord, de bebouwing is na de oorlog en eind vorige eeuw voor een groot deel vernieuwd. Wat nog lang bleef herinneren aan de Joodse geschiedenis was Mouwes, op de hoek Gedempte Gracht/Bezemstraat. Mijn ouders en ook ik kochten daar jarenlang potten zoute bommen, later namen mijn ouders ze nog voor mij mee mee, als ze bij ons op bezoek kwamen. Maar ook Mouwes is al jaren weg.



Hier een kijkje vanaf het Spui, op de Gedempte Gracht. Onherkenbaar. Vooraan zit nu links en rechts de Markthof, meer naar achteren de Hema en een parkeerterrein bij De Bijenkorf.



De Nieuwe Kerk, die staat er nog. En verder is het nu een soort Chinese wijk. De getijdenwerking van de geschiedenis.

06 juli 2014

6 juli 1954, 12.45 uur



Dit is de toenmalige kraamkliniek van het Algemeen Ziekenfonds De Volharding, Nieuwe Duinweg 24 in Den Haag. Afgebroken. Maar: ik ben er nog. Jawel!

14 juni 2014

Juni 1964 - 2014



Ik kwam deze foto weer tegen. Mijn schoolklasje uit Den Haag. Open en vrolijk kijken we allemaal naar de camera. Het is volgens mij de enige klassenfoto uit mijn lagere-school-carrière. Ik herinner me nog dat deze gemaakt werd. Op de achterkant staat, in het handschrift van mijn vader, "juni 1964, Linnaeusschool A Paets v Troostwijkstr".
Daaronder heb ik alle namen opgeschreven.



50 jaar later. Ik loop vaak langs deze plek, als ik met mijn moeder naar de Rijswijkse markt ga. De school bestaat niet meer, de bosjes waar we speelden zijn weg. Er is nu gras en een voetbalveldje. Een bankje is er nog wel. Modern modelletje. Het wordt allemaal niet meer zo goed schoongehouden als toen. En waar zijn Leonora, Annie, Cilly, Silvia, Rudi, Harry, Ina, Ineke, René, Olga, Rob, Paul, Jenny, Kitty, Wil, Thea, Dik, Eddy, Rudi, Sylvia, Yvonne, Manja, José, Jetty, Theo, Bert, Peter, Rudi en Robbie? Waar ik zelf ben weet ik meestal wel. En juffrouw Dinsbach, die vriendelijke oude Indische dame, die kijkt naar ons vanaf een wolkje, hoorde ik jaren geleden al.

02 juni 2014

Karel van het Reve - Verzameld werk 4



Onlangs las ik dit boek. En ik moest daarbij weer aan Ben denken. Ben is al anderhalf jaar dood. We mailden over boeken, schrijven, lezen. Ik moest volgens hem gewoon 'alles van Karel van het Reve' lezen. Ik kon de boeken wel van hem lenen. Ik heb dat niet gedaan, want ik houd niet van boeken (uit)lenen. Inmiddels Ben, ben ik bij deel 4 aangeland. 1000 bladzijden, de periode 1973 - 1980 beslaand. Dit deel bevat twee boeken van Karel, Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes en Uren met Henk Broekhuis. Daarnaast nog zo'n 500 - 600 bladzijden met niet eerder gebundeld, en zelfs niet eerder verschenen werk. Heel veel (alle?) Broekhuisstukjes, en daarnaast o.a. de roemruchte Huizingalezing Het raadsel der onleesbaarheid. Ook bijv. de twee stukjes met een ironische beschrijving van Het Geheime Landgoed van broer Gerard, een volgende nagel aan de doodskist van een normale verhouding tussen de broers. Weer veelal geschreven in die geweldige 'uitgestreken snoet' stijl waar de broertjes Reve beiden patent op hadden. Het boek bevat veel verklarende noten, maar het is wel handig als de lezer een beetje weet wie bijvoorbeeld Stalin, Amalrik en Age Bijkaart zijn.

Volgend jaar lees ik deel 5.

28 mei 2014

Schijn bedriegt



Kees Hulst en Hein van de Heijden als twee mopperende broers ("halfbroers!") in dit stuk van Thomas Bernhard. Het begint meteen goed, met een 40 minuten durende monoloog waarin allerlei zeer en leed wordt gedeeld. Wat is Kees Hulst toch weer goed als oude mopperkont. Mopperend, maar ook met humor. Met de bril waarmee ik Voltaire lees, bekijk ik ook mijn teennagels. Deprimerend. Het gaat over de afgunst tussen de broers ("halfbroers!") naar aanleiding van de erfenis van een gedeelde liefde. Over het verschil tussen een serieuze toneelspeler en een 'echte artiest' met een 21-bordennummer. Verwijten, teleurstellingen en het verleden. Een mooie toneelavond was het. Nog een week of wat door het gansche land.

05 mei 2014

Nederlandsche niet-Nederlander

Gisteren, 4 mei, heb ik via Facebook en Twitter weer aandacht gevraagd voor het verschrikkelijke lot dat de familie Raphalowiz (die in hetzelfde huis woonde als ik, tot 1942) moest ondergaan.

Vandaag is het 5 mei, en vieren we de vrijheid. Opmerkelijk genoeg moest ik weer aan de familie Raphalowiz denken, in het bijzonder aan de vader, Henri Raphalowiz, stoffenverver in Den Haag. Tijdens mijn zoektochten naar meer gegevens vond ik, dat Henri voorkomt in de handelingen van de Tweede Kamer.

Tijdens de vergadering van 13 december 1932 was een van de ingekomen stukken een verzoekschrift '(..) van H. Raphalowiz, stoffenverver, te 's Gravenhage, en van H. W. Selbeck, kantoorbediende, te Rotterdam, houdende verzoek om vaststelling eener regeling krachtens welke zij, die in Nederland zijn geboren en niet in het bezit zijn eener nationaliteit, kosteloos danwel tegen verminderde kosten kunnen worden genaturaliseerd; (..)'.

Dit ingekomen stuk heb ik nog niet kunnen vinden. Wel is er in de dagbladpers ook aandacht geweest voor dit initiatief. In Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij van 12 mei 1931 staat een ingezonden brief van Henri.



Uit het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage blijkt dat dit weldegelijk dezelfde H. Raphalowiz is die ruim 11 jaar later van de Allard Piersonlaan is weggevoerd. In 1931 woont hij nog in de Lyonnetstraat, in dezelfde wijk, Laakkwartier. Henri woont dan in bij zijn vader. Zijn vrouw en kind wonen op een ander adres, een eigen huis was nog steeds niet gevonden.

Ook op andere plaatsen in de pers is er aandacht. Zoals men in de brief kan lezen, gaat het over de rechten van kinderen van buitenlandse afkomst, maar wel geboren in Nederland. Voor Henri persoonlijk betrof dit hemzelf, geboren in Amsterdam, en zijn zoon Marcel Philip, geboren in Den Haag, maar beiden stateloos, omdat de (groot)ouders uit Polen hier naartoe waren gekomen.

Wat er met het naar de Tweede kamer verzonden stuk precies is gebeurd weet ik ook nog niet, maar het is nu ruim 80 jaar later, en nog steeds wordt er moeilijk gedaan over de rechten van kinderen van buitenlandse komaf, die hier geboren zijn, opgroeien en deel uitmaken van de samenleving. Die vrijheid die vandaag gevierd wordt, die is inderdaad niet vanzelfsprekend.

30 april 2014

Zojuist reed ik op de A9

Zojuist reed ik op de A9, op weg naar huis. Paul McCartney zong Hey Jude. Bij Akersloot kwam dat fijne stukje in dat nummer, ongeveer een halve minuut na het begin, waar John Lennon met de akoestische gitaar invalt. Net op dat moment brak de zon door de wolken. Het moment waarop alles klopt.

29 april 2014

Bug



Tot de raadsels van het leven hoort ook de vraag waarom er maar zo weinig mensen naar de altijd fantastische voorstellingen van Jakop Ahlbom gaan. Ik ging naar eerdere voorstellingen (o.a. deze, deze, deze) en ook dit stuk met (o.a.) Tamar van den Dop en Bram Coopmans was weer erg fijn. Een naar liefde verlangende vrouw ontmoet een aardige, gevoelige man. Hij blijft slapen. En dan begint de obsessie: ongedierte. Waanzin, illusies, geknakte levens, angst en achterdocht, David Lynch-achtige vervormingen van de werkelijkheid. Met als altijd de muziek van Alamo Race Track.

Niet het gemiddelde toneelstukje. Bijzonder. Maar waarom zitten er maar 50 man in de zaal?

17 april 2014

Oerknal



In maart was er een persbericht van Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, en een bijbehorend wetenschappelijk artikel (pdf), waarin gemeld werd dat in metingen, gedaan door de BICEP2-telescoop op de Zuidpool, B-mode polarisatie in de kosmische achtergrondstraling was gevonden, een aanwijzing voor het bestaan van de door Einstein in 1916 al voorspelde zwaartekrachtsgolven en voor hyperinflatie, een duizelingwekkend snelle uitdijing van het heelal, vrijwel meteen na de oerknal *).

Waarschijnlijk begrijpt U, net als ik, niet waar het over gaat. Oerknal, daar hebben U en ik wel een voorstelling van. Maar hyperinflatie? B-mode polarisatie? BICEP2?

Govert Schilling heeft dit leuke, toegankelijke boekje geschreven waarin hij de zaak helder en toegankelijk uit de doeken doet. Wat betekent het allemaal en waarom zouden we dit eigenlijk willen weten. Evenals het eerder verschenen boekje over het Higgs-deeltje, dat ik met plezier las, is het opgebouwd als abc. Elke letter is een trefwoord: Afstanden, BICEP2, Copernicaans principe, Donkere energie, ...., Uitdijing, Vlakheidsprobleem, Waarnemingshorizon, Zwaartekrachtsgolven.

Het gaat over wonderlijke, fascinerende zaken, moeilijk voorstelbaar soms. Zoals Govert Schilling zelf schrijft: het heelal is nu eenmaal niet ontworpen om ons voorstellingsvermogen te behagen.

Het gaat over donkere energie en donkere materie, onzichtbaar maar 96 % van het heelal uitmakend, over een steeds sneller uitdijend oneindig en onbegrensd heelal, zelfs over meerdere heelallen, over quantumzwaartekracht, over het begin van de tijd en nog veel meer. Govert schilling geeft steeds heldere uitleg, zonder formules, en met duidelijke voorbeelden waar je je wél wat bij kunt voorstellen, zoals een rubberen ruitjesvel, een kraaiennest op een schip, een rozijnenbrood en een plein vol boe-roepende mensen.
Sommige woorden in de tekst zijn vetgedrukt, deze hebben een eigen hoofdstukje. Een soort hyperlink op papier, handig om even te zappen. Compleet met een lijstje sites en boeken voor wie meer wil.
Ik voelde me in 96 bladzijden bijgepraat. Nieuwe dingen gelezen, en een of twee slordige ideeën over deze zaken bij mijzelf zijn rechtgezet.


*) Tijdens het inflatietijdperk verdubbelde de grootte van het heelal maar liefst honderd keer (2 x 2 x 2 x 2 x ... en dat 100 keer) in een periode van een honderdste van een miljoenste van een triljoenste seconde (0,00000000000000000000000000000001 seconde)! Van die dingen dus.

09 april 2014

Back to the future



Zoonlief doet dezer dagen tentamen in het vak niet-lineaire mechanica, aan de TU Delft.

Hij ontving een mail met een lijstje toegestane hulpmiddelen.

pen en papier, gradenboog, geodriehoek, lineaal en/of rekenlineaal
(De spelling lineaal is nauwkeurig overgenomen uit het toegestuurde lijstje.)

Ik moest even zoeken, maar ik heb mijn oude rekenliniaal gevonden. Niet meer gebruikt na de middelbare school. Mijn zoon heeft er geen, nooit gehad ook. Volgens mij heeft niemand van zijn generatie zo'n ding.

Ik stel verder vast dat een passer kennelijk niet is toegestaan.

Ik zal niet meer zeuren over het feit dat ik op mijn werk nog een Windows XP-pc heb.

04 april 2014

50 jaar geleden: 4 april 1964 - Beatlemania!

50 jaar geleden was er een supernova in de popmuziek: The Beatles. In Engeland al mateloos populair, en ook in de rest van Europa hadden ze al een paar hits gehad. Begin 1964 braken The Beatles definitief door in de Verenigde Staten. I Want To Hold Your Hand was in februari de eerste nummer 1, ze traden voor een record aantal televisie kijkers op in de Ed Sullivan Show, deden een aantal concerten, kregen een tweede nummer 1 met She Loves You.

Op 4 april 1964 (vandaag precies 50 jaar geleden) zetten ze een record dat nog steeds staat. In de Billboard Hot 100 staan ze op plaats 1 tot en met 5, met ook weer een nieuwe nummer 1 notering, de derde op rij, aaneengesloten sinds begin februari.



Verder staan ze in de lijst met nog eens 7 nummers: (31) I Saw Her Standing There, (41) From Me To You, (46) Do You Want To Know A Secret, (58) All My Loving, (65) You Can't Do That, (68) Roll Over Beethoven en (79) Thank You Girl.

In de lijst stonden ook nog eens 2 tributeplaatjes: (24) We Love You Beatles door The Carefrees, and (85) Letter To The Beatles door The Four Preps.

Een week later zouden er nog eens 2 nummers bij komen: There's A Place en Love Me Do, maar zou niet meer de hele top 5 bezet zijn.

Begin 1964 waren er 2 lp's in Amerika uitgebracht. In de lp-top50 stonden deze op 1 en 2, al een week of 6 op dat moment.



The Beatles zelf zaten op dat moment al weer in Engeland, druk bezig met hun derde lp en eerste film, A Hard Day's Night.

Uw blogger vond The Beatles toen ook al leuk. Ja duh! Iedereen vond The Beatles leuk. Plaatjes had Uw blogger toen nog niet, daar was geen geld voor. En er was geen platenspeler, die zou pas in 1972 komen.

Dat waren andere tijden, terug naar de onze.

02 april 2014

Maar dat is helemaal geen Zeeuwse naam!

Wat een nare opmerking toch weer, van Geert Wilders. Bij alle commotie moest ik ook denken aan wat mij een keer overkwam. Gelukkig niet zo naar, meer onhandig, of zo.
Ik heb jaren aan het uitzoeken van mijn stamboom gewerkt. Mijn moeder was afkomstig uit Breskens, in Zeeland. Ook voor stamboomonderzoek ben ik daar vaak geweest, in de archieven. Ik bezocht een keer een genealogische dag in Kapelle, waarop je in allerlei bronnen, documenten en bestanden kon snuffelen, en gegevens uitwisselen. Ook was er iemand met een pc met grote naambestanden, van Zeeuwse families. Je kon een naam opgeven, en als je geluk had kwam er een stapel A4'tjes met gegevens uit. Ook ik noemde een naam, de naam van mijn moeder. Manhave. De man keek mij aan. 'Maar dat is helemaal geen Zeeuwse naam!' zei hij. Mijn voorouders in deze lijn vestigden zich in eerste instantie vanuit Izegem (B) in Cadzand, de eerste vermelding daar is een doopinschrijving in 1703. Ruim 300 jaar geleden. Laat ik meteen erbij zeggen dat de woorden van die man natuurlijk niet naar bedoeld waren. De familie heeft in die periode onafgebroken in West-Zeeuwsch-Vlaanderen gewoond, en woont er nog steeds. 'Maar dat is helemaal geen Zeeuwse naam!' Lachen toch?

27 maart 2014

Dagboek 1971



Stiekempjes is dit alweer het achtste deel in de reeks dagboeken van Jan Wolkers. Ongeveer elk jaar verschijnt er een, achtereenvolgens 1974, 1969, 1972, 1976, 1967, 1975, 1970 en nu dus 1971. (Wie de logica achter deze volgorde ziet, hij of zij melde zich.)
De omslag is fantastisch. Wolkers staat als een zeegod, bij het water, misschien wel op Rottumerplaat, waar hij dat jaar een week verbleef. Voor deze gelegenheid met de onderbroek aan.
Het dagboek zelf is vertrouwd: kunst, schrijven, familie, eten, voetbal, natuur en seks. Wolkers werkt aan een paar tentoonstellingen, stelt Werkkleding (verschenen in 1971) samen, is samen met de familie, bereidt overheerlijke maaltijden, kijkt naar Ajax, wandelt door de natuur, en er wordt natuurlijk ook weer 'genaaid' en 'geneukt'.

Opmerkelijk is dat misschien wel het allerbekendste Wolkers-gebeuren, zijn verblijf van een week op het onbewoonde Rottumerplaat, niet in dit dagboek voorkomt. Misschien om dubbeling met Groeten van Rottumerplaat (zie hieronder, nu zonder onderbroek) te voorkomen.



Jammer, want ik had de oorspronkelijke aantekeningen wel naast het (ook in 1971) verschenen boek willen leggen. Nu heb ik het (om de lacune op te vullen) deze week ook maar herlezen.

P.S. het dagboek wordt voorafgegaan door een Inleiding door Karina Wolkers, die schrijft over het houden van dagboek door Jan Wolkers. Ik hoop dat ik me vergis, maar het leest een beetje als het afsluiten van de reeks. Verschenen zijn nu de dagboeken 1967 t/m 1976, m.u.v. 1968 en 1973. Jan Wolkers heeft zijn dagboek bijgehouden tot de geboorte van Tom en Bob in 1981, in het nu verschenen deel wordt ook het dagboek van 1965 genoemd (van 1965 en 1966 zijn (kleine) fragmenten in facsimile verschenen in Werkkleding). Ik hoop dat die ontbrekende jaren publicabel zijn en nog zullen verschijnen. Tot volgend jaar?

P.P.S. Binnenkort maar weer eens naar Texel, naar De Slufter, en dan daar lekker liggen in de ruimte.

22 maart 2014

Boekenrantsoen

Zo. Vandaag is voor mij de Boekenweek ook afgelopen. Ik heb de laatste door mij bestelde boeken afgehaald. Er moet nu maar eens gelezen worden, want de stapels 'te lezen boeken' groeien en groeien.

Vanaf vandaag ben ik 'op boekenrantsoen'. De bedoeling is dat die stapels slinken.

De volgende regels zijn van kracht:
- Een nieuw boek mag worden aangeschaft als er minstens 2 ongelezen boeken uitgelezen zijn. (Dit betekent dat het aantal ongelezen boeken zal afnemen.)
- Een nieuw aan te schaffen boek mag niet meer bladzijden hebben dan (in totaal) de ongelezen boeken die ik daarvoor heb uitgelezen. (Dit betekent dat de hoeveelheid ongelezen bladzijden zal afnemen.)

Op deze manier kan ik toch af en toe een boek kopen.
Bovenstaand houdt in dat herlezen van boeken niet meetelt. Ook houden bovenstaande regels in dat ik wel boeken kan krijgen. Maar met het lezen van gekregen boeken bouw ik geen recht op, op het kopen van nieuwe boeken.

Het boekenrantsoen gaat in vandaag 22 maart 2014 en geldt tot ik er genoeg van heb, maar minstens moeten er 10 ongelezen boeken gelezen worden, en ook alle in de tussentijd eventueel gekregen boeken.

Toezicht op naleving van de regels wordt gehouden door mijn echtgenote.

Kort samengevat: ik moet gewoon voorlopig minder boeken kopen.

18 maart 2014

Feest!

Vandaag bij gelegenheid van de 17e verjaardag van de jongste dochter, de eerste rijles. Spannend!



Vanavond met de hele bups naar de Griek. Hiep hoi!

Uitverkoren



Goede, nuttige aanvulling bij Tonio.

14 maart 2014

De Kaartenbank



'En wat moet je daar nou doen?' vroeg zijn schoonmoeder.
Hij keek naar haar. 'Ik moet een stuk schrijven over de kabouters.'
'Over de kabouters?' Ze lachte ongelovig. 'Je houdt me voor de mal.'
'Ik houd U nooit voor de mal.'
'Over kabouters! Een volwassen man!'


(Uit: J.J. Voskuil, Het Bureau 1, Meneer Beerta)

Begin dit jaar is op de site van het Meertens Instituut een interessante database gepubliceerd, met duizenden kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen in de lage landen zijn getekend, zie hier. Naar aanleiding daarvan verscheen dit leuke boekje, waarin een aantal medewerkers van het Meertens Instituut over een of meer kaarten iets interessants vertellen.
En wat blijkt: de Kabouterkaart, waar Maarten Koning na indiensttreding bij Het Bureau een stuk bij moet schrijven, blijkt echt te bestaan. Hier is hij te vinden. Theo Meder beschrijft hem in dit boekje en vertelt waarom deze kaart plus bijbehorend commentaar nooit is verschenen. Voskuil kwam na bestudering tot de conclusie dat de kaart te slecht was. Ook een paar andere kaarten waar Voskuil aan werkte (Offers voor mooi weer, De nageboorte van het paard) worden (kort) genoemd en zijn in de database terug te vinden. Ten slotte verloor Voskuil zijn geloof in de mogelijkheid om met deze gegevens oude cultuurgrenzen op te sporen.

In het boekje worden aan de hand van kaarten allerlei interessante verschijnselen behandeld. Dus las ik dat 'trots op z'n eigen' misschien wel echter Nederlands is dan 'trots op zichzelf', ik las over de varianten in het Halewijnlied (aan de hand van de collectie van Ate Doornbosch - Jaring Elshout), over regionale grammaticale en syntactische verschillen, onder andere aan de hand van twitterberichten, over de Rijnlandse waaier, de rol van partikels in het Nederlands en het verschuiven van dialectgrenzen, allemaal onderwerpen waar ik nog wel eens wat meer over wil lezen. Leuk boekje.

13 maart 2014

Frits Abrahams en Detlev van Heest in de Van Oorschot pop-up-store



De (mijns inziens) beste uitgeverij van het land, Van Oorschot, heeft weer iets leuks: in deze boekenmaand is er, in samenwerking mat de Goudse boekhandel Verkaaik, een pop-up store. Een winkelpandje is ingericht met het complete oeuvre van de uitgever, en op 6 opeenvolgende zaterdagen zijn er allerlei lezingen. Afgelopen zaterdag spraken Frits Abrahams en Detlev van Heest met elkaar, naar aanleiding van het onlangs verschenen boek van J.J. Voskuil, Ik ben ik niet.

Uw blogger was er bij.

De kleine winkelruimte was afgeladen vol, kennelijk waren er meer kaarten uitgegeven dan er plaatsen beschikbaar waren. Niet erg. Voor iedereen was er de Poëziekalender 2014.
Zoals gezegd: Frits Abrahams en Detlev van Heest spaken met elkaar. Een paar losse, onvolledige aantekeningen over wat ik er van begrepen heb:
Abrahams vond het stuk van Van Heest prima, maar de Voskuil-recensies minder toegankelijk, omdat ze over vrijwel onbekende, vergeten schrijvers gaan. Maar met name de stukken over Kafka vond hij toch verrassend nieuwe inzichten geven. Lezers hebben uit de boeken van Voskuil vaak het eenzijdige beeld van Lousje als altijd ruziënde echtgenote. Van Heest wilde daarom met dit stuk op een faire wijze Lousje aan het woord laten. Dat is wel gelukt. Er zitten (ook voor de Voskuil-liefhebber) nog een paar interessante dingetjes in. Zeer opmerkelijk is de verhouding, die Voskuil gehad heeft met ene S., die verder niet met haar volledige naam genoemd mag worden. Overigens niet te verwarren met 'Suus' (Rosalie Balmakers), de vrouw van Jaap Oversteegen (Paul Dehoes) met wie Voskuil het ook nog aangelegd heeft (Binnen de huid). Uit de boeken bleek al dat Voskuil een problematische verhouding had met zijn vader, Klaas Voskuil, een vooraanstaand PvdA-lid. Uit dit stuk blijkt dat het een paar jaar zelfs een echte breuk is geweest. Lousje heeft bedongen dat de reden hiervoor niet vermeld mocht worden. Uiteindelijk kreeg Voskuil medelijden met zijn vader. Over emoties kon hij, evenmin als zijn vader, spreken, het ging meer over mensen. Daarom vond Voskuil het ook moeilijk om over zijn vrouw te schrijven, een poging om haar te begrijpen is De buurman.
Verder ging het over de stijl van Voskuil: uitgekleed, geen bijvoeglijke naamwoorden, dialogen. Observeren en daarna opschrijven wat het met je doet. Abrahams had het, net als bij een paar eerdere gelegenheden, over het gebrek aan erkenning door collega-schrijvers, bijv. Hermans. Voskuil zelf schijnt daar niet erg mee gezeten te hebben.
Abrahams sprak nog over de kritiek op Voskuil. Ik proefde dat hij vindt dat Kees Fens hier een kwalijke rol heeft gespeeld door Voskuil stelselmatig te verzwijgen, waarschijnlijk uit rancune over Bij nader inzien, waarin afgerekend wordt met Paul Dehoes, J.J. Oversteegen, een persoonlijke vriend van Fens.
Ook ging het nog over de dagboeken, die niet eerder gepubliceerd mogen worden dan na het overlijden van Lousje, of anders uiterlijk 2026. Tot die tijd mag alleen Lousje ze inzien. Helaas heeft Voskuil zijn vroege dagboeken (ongeveer tot 1955) vernietigd door ze (letterlijk) naar een papierfabriek te brengen en ze om te ruilen voor een paar rollen wc-papier. Heel jammer, want daardoor zijn bijv. zijn aantekeningen uit de oorlog (verblijf in Drenthe) en van tijdens zijn studietijd (Bij nader inzien) niet meer beschikbaar.
Er werden een paar vragen gesteld en beantwoord, o.a. over wel of geen Voskuil-biografie door Gerbrand Bakker, waarom het vooral Duitse schrijvers zijn die besproken worden, de constatering dat Frida Vogels niet in het verhaal voorkomt (en of er nog een dagboek van haar uitkomt), en eventuele verdere Voskuil-uitgaven. Beide heren lazen een stuk voor en na afloop was er gelegenheid tot kopen van boeken en zetten van handtekeningen. Ik had nog een leuk gesprekje met Detlev van Heest, die mijn boek van een verrassende opdracht voorzag.

12 maart 2014

Ik ben ik niet (2)



Nog een paar losse opmerkingen.

Het inleidende stuk van Van Heest heet, zoals gezegd, 'Het mislukte leven', doelend op een kwalificatie van Lousje Voskuil, in relatie tot haar eigen rol en bijdrage in Voskuils leven. Van Heest relativeert deze uitspraken dan, door te zeggen dat Voskuil het zo gewild heeft. Ik heb Voskuil een (1) keer gesproken en heb toen op het punt gestaan hem precies dat te vragen, of hij zijn leven als mislukt beschouwde. Immers, zijn vrienden hadden de samen gekoesterde idealen verlaten, hij moest een baan aanvaarden op een Bureau, zelfs een leidinggevende positie, en ook zijn naaste collega's bleken anders over van alles te denken dan hijzelf. Bovendien was hij ook nog eens betrekkelijk rijk geworden. Maar ik heb dat toen niet gedurfd, en formuleerde mijn vragen net wat anders.

Terugkijkend op haar leven zegt Lousje een paar keer dat het jaar in Groningen, toen Voskuil daar les gaf op de kweekschool, erg fijn was geweest, met heel aardige, gewone mensen, en dat ze daar misschien nooit weg hadden moeten gaan. De kachelsmid en de kruidenier worden genoemd. Voskuil heeft in 2007 in Tirade Kladboek 1955-1956 gepubliceerd, een keuze uit zijn dagboek over de jaren 1955-1956, in Groningen. Ik las dat vandaag nog eens over. De kachelsmid komt slechts zijdelings ter sprake. Wel een mooie beschrijving van een wandeling met Jan B. (Bruggeman, en: Breugelman in Requiem voor een vriend) en F. (Frida Vogels). Diezelfde wandeling wordt ook beschreven in het genoemde Requiem voor een vriend, en kort door Frida Vogels genoemd ('mieters') in Dagboek 1954-1957.

Het wachten is tot 2026, dan zullen de dagboeken van Voskuil volledig gepubliceerd kunnen worden.

10 maart 2014

Ik ben ik niet



In Lam naast leeuw, door J. Heymans (naar mijn smaak een onmisbaar boek voor Voskuil-vorsers), had ik al gelezen dat J.J. Voskuil in de jaren '50 een serie boekrecensies publiceerde in Propria Cures, NRC en Litterair Paspoort. Deze zijn nu verzameld in dit boek, en worden voorafgegaan door een inleiding van 100 blz., 'Het mislukte leven', door Detlev van Heest.

Die inleiding door Detlev van Heest bestaat uit een paar gesprekken die hij voerde met de weduwe Lousje Voskuil. Het gaat over haar leven met Voskuil, en dan vooral over de jaren '50, toen hij teleurgesteld raakte over zijn vrienden, in een existentiële crisis raakte en besloot tot het schrijven van Bij nader inzien. De periode waarin hij ook de boekrecensies schreef. Die inleiding is echt 'the best of both worlds': nieuw werk van Van Heest, een goed gesprek met Lousje Voskuil en interessante weetjes en verhelderende inzichten in leven en wereld van Voskuil. Alleen al vanwege deze inleiding vond ik het boek de moeite van het kopen waard.

De boekrecensies van Voskuil beslaan de volgende 140 bladzijden. Het zijn er een stuk of 30, alle eerder gepubliceerd. Voskuil schrijft over Waugh, Kafka, Brod en Musil, maar ook over nu totaal onbekende en terecht vergeten (veelal Duitse) schrijvers, die hier overigens door Voskuil ook in de meeste gevallen afgeserveerd worden. In eerste instantie maakt die onbekendheid het lezen wat minder gemakkelijk, ik had daar zelf in ieder geval last van. Ik heb het boek twee keer gelezen, bij de tweede keer heb ik meer gelet op de opvattingen van Voskuil, dan op de details van de besproken boeken. Dat werkt beter. Voskuil zelf maakt in dit boek hetzelfde mee, als hij een boek met toneelkritieken van Alfred Polgar leest. Die toneelstukken zeggen hem niets, maar door op de beoordelingen en vooral criteria en overwegingen te letten komt Voskuil veel over Polgar te weten. Een soort literair Droste-effect. Alle bekende Voskuil-opvattingen blijken ook hier weer aanwezig te zijn: verantwoording afleggen, waarachtigheid, het academische bedrijf, de verhouding tussen vader en zoon, en ook in een of twee gevallen: met de grappige Voskuilhumor, met name in een anekdote over Beiers en Brabanders. Zoals de uitgever het zegt: een zelfportret.

Heymans geeft in zijn boek een uitgebreidere lijst met publicaties dan hier verzameld. Omdat het voor Voskuilliefhebbers nooit genoeg is, vroeg ik tijdens een lezing hiernaar aan Detlev van Heest en een medewerker van de uitgeverij. Zij vertelden, dat die weggelaten stukken meest korte boekaankondigingen waren geweest, niet geschikt voor opneming in dit boek.

Nog even over de titel: Ik ben ik niet. Die verbaast mij. Ontleend aan een motto van Evelyn Waugh, een schrijver die Voskuil juist minder waardeerde. Waugh schreef (in Brideshead revisited) over zijn vrienden, Voskuil (in Bij nader inzien) over zijn vriendschappen, en daarmee vooral ook over de positie die hij daarbij innam. 'Essentieel!', zoals het in dat boek genoemd wordt. Beter passend zou mijns inziens zijn geweest: Ik ben ik. Maar misschien begrijp ik het verkeerd en heb ik het weer eens helemaal mis.

Blij dat dit boek er is.

28 februari 2014

28 februari 1984

Vorige week realiseerde ik mij weer eens dat het vandaag precies dertig jaar geleden zou zijn dat ik afstudeerde. Van de dag zelf weet ik niet zoveel meer.

Ik had een pak gekocht, want ik ging afstuderen, solliciteren en mijn broer ging trouwen, een maand later.

Vanaf mijn flatje in Delft-Zuid fietste ik naar de Aula van de TH. Daar stonden mijn ouders, broer, vriendin (nu: echtgenote), schoonouders, een paar ooms en tantes en wat vrienden.

In de aula werden aan de 19 geslaagden van die dag de diploma's uitgereikt, door Prof. M.J. Smith, M.Sc. C.Eng., om het maar eens precies te zeggen. (Die naam wist ik niet meer, maar anderen gelukkig nog wel)

 

Daarna werden alle kandidaten persoonlijk toegesproken door hun afstudeerhoogleraar, bij mij Prof. ir. C.J. Hoogendoorn, helaas afgelopen jaar overleden.





Vervolgens werd er nog een groepsfoto gemaakt. Uw blogger staat links vooraan op de de foto. Een aantal namen is inmiddels vergeten, maar ik zie wel: Peert, Kiekertak, Bolmikolke, Klotterbooke, Taas Daamde, Whimpysinger, De Moraatz en Van der Karbargenbok. Waar zijn ze gebleven....

 

Toen was er nog handjes schudden in de Aula, en daarna gingen we weer ieder ons weegs. 's avonds aten we bami bij mijn ouders, en fietsten we terug naar Delft. Het einde van een periode, en een mooie dag. Gelukkig hebben we de foto's nog, in een schoenendoos.