28 juni 2024

De, euh..., Kaap

De Noordkaap. Op school leerde ik: het noordelijkste puntje van Europa. Nou ja, als je Spitsbergen, Nova Zembla en Frans Jozefland buiten beschouwing laat, dan. Het noordelijkste punt van het Europese vasteland. Euh, dat klopt ook niet, de Noordkaap ligt op het eiland Magerøya, dat door een tunnel met het Noorse vasteland is verbonden. U zult inmiddels vermoeden dat de Noordkaap dan ook wel niet het noordelijkste punt van dat eiland zal zijn. Klopt, dat is het iets westelijker gelegen Knivskjelodden. Maar dat is geen kaap.

Hoe dan ook, ik wilde graag eens naar de Noordkaap. Ik liep al lang met het idee, iets voor 'na de pensionering'. Maar toen was er corona, daarna gingen we verhuizen en er was nog zo wat. 

Dit jaar was het zover: we bezochten de Noordkaap. Iets westelijk daarvan ligt dus Knivskjelodden, eigenlijk reikt dat nog iets noordelijker, maar het is alleen te voet te bereiken. Tja, nu we hier toch zijn, dat is dan wel echt het noordelijkst haalbare. Doen? Doen! Vanaf een klein parkeerplaatsje 9 km over rotsen en stenen, heuvels en dalen, door beekjes en over sneeuwvelden.


Er is geen pad, de richting wordt aangegeven met stapels stenen om de paar honderd meter. Niet altijd even makkelijk te onderscheiden.

 

Aan het eind werd het nog eens zwaarder, grote blokken basalt met scheuren en nattigheid. Niet horizontaal, het is dan ook ongeveer het einde van de wereld.


Maar dan:


En dan weer 9 km terug. Al met al deden we er 7 uur over. Een voordeel is wel dat het er heerlijk rustig is. Hier en daar zie je iemand anders over de vlakten en rotsen dolen. Erg, erg vermoeiend, maar leuk en uniek het gedaan te hebben.

Daarna 'nog even naar de Noordkaap', dat kan gewoon met de auto. Veel toeristen daar, maar hé, wij waren ook toerist. En het is en blijft bijzonder.


Oh ja, een grote vreugde was ook dat ik voor de vakantie onze bergwandelschoenen met een of ander spulletje nauwkeurig waterdicht had gemaakt. 

Nu moet ik wat anders verzinnen wat ik ga doen met mijn pensioen. Ik denk lid te worden van een dominoclub. Ook iets met stenen.

10 juni 2024

Van appeljood tot zuurjood


Ik vond dit een heel interessant boek. Ewoud Sanders heeft portretten gemaakt van zo'n 40 joodse handelaren en straatventers. Van appeljood tot zuurjood, alfabetisch. Van de achttiende tot begin twintigste eeuw zal het een vertrouwd gezicht geweest zijn, handelaren die op straat hun waren uitventten. Van oudsher veel joden, omdat dit buiten de traditionele gilden viel. Het was vaak (maar niet altijd) een arm, onzeker bestaan. Men verkocht van alles: kleding, zuurwaren, huiden, brillen, boeken, noten en koek, schoenen, enzovoorts, enzovoorts. Het is verdwenen. De handel is veranderd, de diepe armoe is verdwenen, en (helaas) de joden zijn grotendeels vermoord. Wat ik mij niet eerder gerealiseerd had, was hoeveel het er wel niet waren, en hoe bepalend ze geweest moeten zijn in het straatbeeld. Sanders haalt meermalen beschrijvingen naar voren waarin staat dat tijdens een wandeling van bijv. de Muiderpoort naar de Dam in Amsterdam men vele keren voor venters werd aangeklampt, om dit of dat te kopen. Zonder dit boek is dat eigenlijk niet goed voor te stellen. Zoals gezegd, het is verdwenen, maar in joodse achternamen zie je soms het beroep van een voorouder weerspiegeld, denk bijvoorbeeld aan Hanneke Groenteman. Haar voorouders zullen gehandeld hebben in groenten, misschien wel op de Amsterdamse 'Jooden Groenmarkt', een deel van het Waterlooplein. Een mooi en nuttig boek.

Tijdens het lezen had ik een aantal losse associaties.

Mijn ouders hadden ook vooroorlogse herinneringen aan joodse straathandelaren. In de Haagse Twentstraat kwamen van tijd tot tijd joodse handelaars, met zuurwaren ('Zoute bommen! Zoute bommen'), en met pinda's ('Sause mangelen!'). 'Sause mangelen' is een verbastering van 'Curaçaose amandelen', pinda's. Zoute bommen vind ik lekker, vroeger kocht je die bij Mouwes in Den Haag, maar Mouwes is weg en ik ben al lang verhuisd, nu koop ik ze bij een Poolse winkel.

Er was natuurlijk ook de 'brillenjood'. Toen ik jong was, was dat vooral een scheldwoord voor kinderen die een bril droegen. Ewoud Sanders meldt dit ook. Tja, ik riep dat ook wel. Er zat niet iets antisemitisch achter, maar het is niet fraai, en ik ben er niet trots op. Ik zeg dit omdat het zo was.

Tijdens mijn genealogisch onderzoek naar de voorouders van mijn kinderen kwam ik op een zeker moment in een akte de naam Augur Kiesman tegen. Zo las ik het. Ik dacht, wat een bijzondere naam, misschien iets Midden-Europees? Tot ik zag dat er geen spatie tussen Augur en Kiesman hoorde.

In 2019 zag een een mooie voorstelling van Mondo Leone, Het lot van Loterijman. Hierin vertelde Leon Giessen over zijn onderzoek naar het lot van Aäron Loterijman, een tandarts die in de Tweede Wereldoorlog in Baarn door de Duitsers is vermoord.

Bekend vooral door de emotionele voordracht door Joost Prinsen van een gedicht van Willem Wilmink is Ali Ben Libi (de goochelaar). Zijn werkelijke naam was Michel Velleman.

Ten slotte, ook Josephina Velleman, de echtgenote van Henri Raphalowiz, het gezin waar ik veel onderzoek naar heb gedaan, zal een voorouder gehad hebben die handelde in vellen, huiden. De naam komt veel voor in het Noorden en Oosten van het land. Ik heb die familie niet heel diep uitgezocht, de oudst mij bekende naamdrager was Zacharias Velleman, geboren 1833 in Amsterdam. Hij was venter, maar ik weet niet of dat bij hem inderdaad huiden en vellen waren.