
Voor zover ik kan nagaan, heb ik nu
Bij nader inzien drie keer gelezen; in 1997, in 2005 en gedurende de afgelopen weken. Prachtig, machtig boek, ik heb het eerder gezegd en ik zal het nog wel eens zeggen. Waar gaat het over, laten we dat nog maar eens behandelen: het boek gaat over vriendschap, over waarachtigheid, over studeren anno 1950, het gaat over het bepalen van de eigen waarden. Frida Vogels schreef al ergens dat de meest treffende zin uit het boek volgens haar is: 'Als je werkelijk schreef zoals het moet', zei Maarten, (...) 'zou je geen vriend meer overhouden'. Bij deze herlezing viel mij op dat de beschrijving van Paul eigenlijk niet zo constant negatief is als ik mij meende te herinneren. Er is weldegelijk sprake van een echte vriendschap, die aan het eind kapot gaat. En waarom? Omdat Paul een onwaarachtige fraseur is? Ik denk het niet. De vriendschap is voorbij, omdat Paul Maarten voor zijn gevoel in de steek laat. Ik herken overigens meer van Paul in mezelf dan mij lief is.

Omdat ik het zo'n belangrijk boek vind lees ik er ook van alles omheen. Zo vond ik op internet een tekst
Het boek was beter, de inaugurale rede van Thomas Vaessens, waarin hij de positie van literatuur aan de hand van juist dit boek behandelt op drie tijdsposities: ca. 1950, toen de gebeurtenissen uit het boek plaatsvonden, ca. 1963, toen het boek gepubliceerd werd, en ca. 1985-1990, toen het boek eindelijk herdrukken beleefde en er zelfs een film naar werd gemaakt.
Terzijde: inderdaad, 'het boek was beter'. Ik heb de film onlangs ook weer bekeken, en de film is zondermeer goed, maar het boek is beter. Het viel mij nu meer op dat allerlei personen en gebeurtenissen die in het boek belangrijk zijn, in de film in elkaar geschoven of weggelaten zijn. Flap en Hans zijn inelkaargeschoven tot Hans, Klaas, Toos en Hettie komen niet eens meer voor, en dat geldt ook voor gebeurtenissen uit het boek. Toch een goede film, maar anders.
Daarnaast nog eens gelezen:
-
Op bezoek bij J.J. Voskuil, door J. Fontijn, hier ook al eerder vermeld.
- Het HP/De Tijd-artikel
Bij nader omzien van Annejet van Zijl, gebaseerd op gesprekken met de studiegenoten van Voskuil, naar wie de vrienden in het boek gemodelleerd zijn. Dit artikel geeft een nuancering in het beeld dat Voskuil schetst. Die nuanceringen werden door Voskuil overigens niet persé bestreden, naar zijn zeggen gaf hij slechts zijn visie op de vriendschap, en zou het het beste geweest zijn als alle vrienden een boek hadden geschreven.
- Bladzijde 342 en verder van
Met zijn drieën door Frida Vogels (Henriëtte), hier staat (veel korter) haar herinnering aan de vriendenclub.
- Bladzijde 383 en verder van
Dagboek 1962-1963 door Frida Vogels, met daarin haar reactie (o.a. een brief naar Voskuil) op
Bij nader inzien.
- Hoofdstuk 6 uit
Etalage door J.J. Oversteegen (Paul Dehoes), met zijn herinneringen aan Han Voskuil en Frida Vogels. (Ik kom hier nog op terug.)
Ik denk en hoop dat dit niet de laatste keer is dat ik dit boek zal lezen, immers:
"Een boek lezen is een lang gesprek met een vriend, een gesprek dat nooit geheel voltooid is."