29 januari 2023

Ik moet me die nylonkousen gewoon niet zo aantrekken



Ik las Lichtend water, van Konstantin Paustovski. Een bundeling van drie romans, vertaald door Wim Hartog: De romantici, De baai van Kara-Bogaz en De Zwarte Zee. De eerste twee las ik al een keer eerder, in eerdere vertalingen, ook door Wim Hartog. Het zijn naar mijn smaak overigens meer bundels (raam)vertellingen, naar mijn idee. In de roman De baai van Kara-Bogaz valt mij een dingetje op. In die eerdere uitgave van dezelfde roman zat het ook, toen viel het mij ook al op. 

Op gegeven moment (blz. 297) is er sprake van nylonkousen. Dat is opmerkelijk, de roman speelt in 1920 en het betreffende fragment dan 'drie jaar eerder', dus 1917. De roman is geschreven in 1932, en het patent op de fabricage van nylon dateert van 2 januari 1935 (Wikipedia). 

In Delpher komt het woord nylon, behoudens leesfouten en andere betekenissen, voor sinds 1938. Ik ken de oorspronkelijke tekst niet, ik lees ook geen Russisch, wellicht staat daar gewoon het Russische woord voor kousen, of zijden kousen.

Het is een detail, één woord maar, en totaal onbelangrijk voor het verhaal. Toch blijft dat dan hangen bij mij. Maar: Paustovski is een geweldige schrijver en dankzij Wim Hartog, een vriendelijke man die ik ooit een keer kort sprak, kunnen we dat allemaal lezen. Ik moet me die nylonkousen gewoon niet zo aantrekken. 

Verzoek aan Van Oorschot en Wim Hartog: graag ook een heruitgave van De gouden roos.

24 januari 2023

Het gaat niet om wat je in de app stopt, maar om wat je in je mond stopt

24 januari. Een jaar geleden viel ik in handen van de 'medische stand', wegens een akkefietje (bleek loos alarm). Bij die gelegenheid werd mij ook gevraagd om op een weegschaal te gaan staan. Ik had dat al een tijd niet meer gedaan. Ik wist dat ik te veel woog. Hoeveel precies, dat wilde ik eigenlijk niet zo precies weten. Kilootje of tien? Dat bleek dus meer te zijn. Veel meer. Kantoor- en corona-kilo's.


Precies een jaar geleden besloot ik om af te gaan vallen. Maar ik wilde niet afvallen met een dieet, pillen of shakes, maar door bewuster te eten. Minder, een bord in plaats van twee als het lekker is. Geen paaltje kaas of handje chips 's avonds laat. Doordeweeks geen alcohol meer, bijzondere gelegenheden daargelaten. Ook ben ik meer gaan bewegen, twee keer per week naar de sportschool, en op andere dagen (dat deed ik al sinds de lock-downs) een uurtje fietsen of wandelen. En zo is het gegaan. 

Ik installeerde de Mijn Eetmeter app van het Voedingscentrum op mijn mobiel. 

Hierin kun je steeds noteren wat je eet, en hoeveel, je ziet dan hoeveel kilocalorieën je opneemt. Ook staan er veel merkproducten in, die kun je via scannen barcode invoeren. Voor een man, met mijn bewegingspatroon, staat er 2000 kcal per dag als benodigde hoeveelheid. Als je wilt afvallen moet je daar dus wat onder gaan zitten, niet teveel want dan gaat het lichaam in de 'spaarstand'. 

Ik heb het afgelopen jaar steeds trouw alle ingrediënten en/of merkproducten ingevoerd en zo goed mogelijk geschat (en soms gewogen) hoeveel ik ervan gegeten had, bijvoorbeeld de helft van het totaal gebruikte als we met z'n tweeën waren. Het is niet de absolute waarheid, maar meer een indicatie, die ik handig vond. Voor anderen is dit misschien niet de manier, mij gaf het houvast, richting. En uiteindelijk gaat het niet om wat je in de app stopt, maar om wat je in je mond stopt. Op dagen waarop het moeilijker was om iets zinvols in te voeren (bijvoorbeeld in een restaurant in Zweden of Frankrijk) liet ik het open.

Zoals gezegd, ik ben nu een jaar verder. Ik heb op 351 dagen de app zo goed mogelijk gebruikt. Gemiddeld heb ik per dag 1884 kcal binnengekregen, met een dagelijkse spreiding natuurlijk. Ik heb elke week op de weegschaal gestaan, steeds op hetzelfde moment, vrijdagochtend, na ontbijt, sporten en thuis douchen. 

Ik weeg nu 22 kilo minder dan een jaar geleden. 

Daar ben ik blij mee. Het is behoorlijk wat, 22 kilo in een jaar, maar het valt ook weer binnen de vaak aangegeven grens van een pond per week. Ik voel me goed, ik sport en beweeg, heb geen last van een of andere hongerklop, en omdat het gekomen is door bewuster te eten, en niet door een of ander crash-dieet ben ik er nu aan gewend, en heb ik goede hoop dat ik niet ga jojoën.

Wat zouden we vanavond eten?

19 januari 2023

The separation didn't work out

OK, ik ben weer terug op Twitter, soort van. Ja, ik weet wat ik allemaal gezegd heb, lach maar. Hier staat het. En ik ben ook serieus over naar Mastodon, en dat bevalt. Maar ik mis toch ook Twitter, althans een aantal accounts die ik daar met plezier volgde. Weer andere zaken miste ik de afgelopen 6 weken overigens als kiespijn.

Dus ik ben weer terug, een beetje vooralsnog, ik lees weer als het mij zo uitkomt, en mijn Mastodon-getooter komt daar denk ik ook terecht, na nu. Ik ga wel proberen de ergernis, die er zeker was, te minimaliseren door accounts die extreme standpunten of wappietaal verspreiden meteen te ontwijken. Ik negeer het niet meer, ik blokkeer. Try me.

U kent mij, voor elke omstandigheid is er een toepasselijk Beatles-citaat:

The separation didn't work out.
(John Lennon, over de hereniging met Yoko Ono, na het zogenaamde Lost Weekend, dat in zijn geval 18 maanden duurde.)

06 januari 2023

Ik las: Bijna een man


Eind vorig jaar las ik Bijna een man, van J.J. Voskuil. Ik heb een tijd uitgekeken naar dit eerste deel van Voskuils dagboeken. Na zijn overlijden in 2008 verscheen nog een aantal boeken postuum, maar voor de dagboeken was bepaald dat deze niet eerder mochten verschijnen dan na Lousjes overlijden, of na 1 januari 2026. Blijkbaar is er nu toch ingestemd met een eerdere publicatie. Dit is het eerste deel uit een voorgenomen reeks van zeven (!) en beslaat de jaren 1939 - 1955. 

Nou ja, 1939, 1942 en 1947 beslaan elk maar twee bladzijden of zo, en 1940 en 1941 komen helemaal niet voor. Verder is het dagboek (zo blijkt uit de Verantwoording) ernstig gekortwiekt doordat Lousje sommeerde dat Han Voskuil een flink deel van de tekst, die betrekking had op hun beider leven, uit de dagboeken zou verwijderen, wat Voskuil met tegenzin gedaan heeft. Daarmee verdween volgens Voskuil wel de sjeu uit zijn dagboeken. Voor een deel is dat hier gerepareerd door de tekst te vergelijken met een al bestaand typoscript, en evengoed beslaat dit eerste deel ruim 650 pagina's. 
Hulde weer aan uitgeverij Van Oorschot om een project als dit, na bijvoorbeeld 11 verschenen delen dagboeken van Frida Vogels, weer ijzerenheinig aan te gaan.

Ik heb dit eerste deel met plezier gelezen. Toch kan ik mij voorstellen, dat een lezer, die iets verwacht à la Het bureau, even zal moeten slikken. Het is geen roman, het verhaal, de structuur die Het bureau heeft, zit nu eenmaal niet in een dagboek. Life is what happens to you while you'r busy making other plans.

Dit eerste deel bevat de aantekeningen van de middelbare scholier, van de student en van de pas afgestudeerde Voskuil. Ik vond de beschrijving van het middelbare schoolleven in de oorlog in Den Haag interessant. Zo goed en kwaad als het kon werd er schoolgegaan en toneel gespeeld. Opvallend is dat de Jodenvervolging niet aan de orde lijkt te zijn. In 1943 is er een tamelijk zorgeloze zomer in Grolloo, waar hij werkt bij een boer. En dan is er de razzia van november 1944, waarvoor Voskuil zich schuilhield onder de vloer van het ouderlijk huis, en de hongerwinter.
Na de oorlog ging Voskuil studeren. Het is de periode die samenvalt met die in Bij nader inzien, naar mijn smaak Voskuils beste boek. Vooral in deze periode is het dagboek vooral een oefening in zelfanalyse. Hoe een goed mens te zijn, het wordt uitvoerig beschreven, en bediscussieerd met de vrienden. Maar daar hoort dan bijna automatisch een oordeel over hemzelf en anderen bij, en dat is vaak niet mals.
Een baan, maatschappelijk zijn, daar heeft Voskuil het maar moeilijk mee, dat wisten we al uit Het bureau. Na zijn afstuderen werkt hij een tijdje bij Sticusa, de beschrijving van zijn werk daar is hilarisch, Het bureau avant la lettre. Ook is hij een tijdje leraar in Groningen, en doet hij wat los-vast vertaalwerk voor de EGKS in Straatsburg. 

Een paar zaken zijn in het dagboek nadrukkelijk afwezig. Een affaire die hij tijdens de studietijd kennelijk heeft gehad komt slechts aan de orde in een noot van de bezorgers, de verwikkelingen met Suus Hoven, de echtgenote van Jaap Oversteegen (Rosalie Balmakers en Paul Dehoes in de romans) zoals beschreven in Binnen de huid, daarover lees je niets. Wellicht de knipopdracht van Lousje.

Leuk om te lezen zijn de aantekeningen tijdens de vakanties, naar Terschelling, Engeland en Frankrijk. Waarom zijn die niet eerder uitgegeven als deel van de gepubliceerde wandeldagboeken? Enfin, nu dan. 

Her en der merk je dat Voskuil zijn dagboek toch ook heeft gebruikt als bron voor zijn latere literaire publicaties. Ik herken tekstdelen uit Bij nader inzien, Jeugdherinneringen en Kladboek 1955 - 1956. Onlangs werd De knat, waarvan een deel in BNI staat, in zijn geheel uitgegeven.

Samengevat: fijn boek, met plezier gelezen.

Voor 7 februari staat het volgende deel gepland, lopend van 1956 tot en met 1965, ruwweg de periode in Het bureau, van vlak voor zijn aanstelling tot de pensionering van Beerta. De titel van dat deel: Capitulatie.