31 december 2017

Boeken 2017



Dit jaar las ik minder boeken (43) dan vorig jaar (65). En minder bladzijden (14322, vorig jaar 15615). Gemiddeld waren de boeken wel dikker, 333 blz. tegenover 240 vorig jaar. Ik las dan ook 10 boeken van meer dan 500 blz., waaronder 4 met meer dan 1000 blz. Het dikste boek was Kwaadschiks van A.F.Th. van der Heijden, bijna 1300 blz. Dat tikt aan. Ik heb al eerder gezegd dat ik de scheiding fictie - non-fictie onduidelijk vind. In ieder geval: alles wat ik dit jaar las noem ik: bellettrie. Het was mijn voornemen om dit jaar 104 boeken (gemiddeld 2 per week) weg te doen, in verband met dichtslibbende boekenkasten. Dat is niet helemaal gelukt, het zijn er 83 geworden, waarbij ik aanteken, dat de complete Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Dr. L. de Jong (inclusief Epiloog, Register, Aanvullingen en Reacties, en vrijwel helemaal gelezen) hier als 1 titel wordt geteld. Die 83 boeken zijn weggegeven aan vrienden (eerst vragen of ze het wel willen), in verschillende ruilboekenkastjes gezet, naar een kringloopwinkel gebracht of in de papiercontainer gemikt. Ik kocht of kreeg dit jaar dan wel weer 38 boeken, maar netto is het dus wel minder geworden, het aantal boeken. Komend jaar wil ik er weer een behoorlijk aantal wegdoen.

De beste boeken die ik las vond ik: Goudzand en de eerste twee delen Verhaal van een leven van Paustovski, Kwaadschiks van A.F.Th. van der Heijden en De wereld waar ik buiten sta van Hanny Michaelis. Het leukste, onderhoudendste boek is Lingua van Gaston Dorren. Ik herinner mij niet aan een boek te zijn begonnen dat zo slecht was dat ik het niet uitlas.

Dit was het boekenjaar 2017, volgend jaar weer een boekenjaar!

The Nation



Voor mijn verjaardag kreeg ik kaarten voor een toneelvoorstelling voor The Nation, door Het Nationale Theater. Ik heb mij er lang op kunnen verheugen (ik ben in het begin van de zomer jarig), en gisteren was het zover. De afgelopen tijd waren er al veel sterren aan deze voorstelling uitgedeeld in de kranten. NRC sprak van "De theatergebeurtenis van het jaar". Ik zeg: terecht. Wat een G R A N D I O O S stuk is dit. De inhoud, de vorm, het spel, het was allemaal even indrukwekkend. Ik ga het niet allemaal navertellen, het duurt maar liefst 5 uur of zo (applaus dit keer ook voor het theaterrestaurant, dat (letterlijk: tussen de bedrijven door) zorgde voor een voorafje, een maaltijd en een nagerecht voor ongeveer een zaal vol mensen!), het zijn zes delen, alle in een verschillend tv-format gespeeld. Politie-serie, talkshow, documentaire, reality-serie. Het is volgens de regisseur een 'ode aan Den Haag', maar geen lofzang. Een jongetje in de Schilderswijk wordt vermist. Wat is er gebeurd op het politiebureau? En dan gaat het al snel over bevolkingsgroepen, identiteit, radicalisering, beeldvorming, politiek, menselijk gedrag. Het gaat over hier en nu. We hadden fantastische plaatsen, op het toneel, en de spelers zaten soms in de zaal. Een caleidoscoop van beelden en situaties. En vooral: stof tot nadenken. HEEL GOED! Ik lees dat dit stuk in Den Haag al heeft geleid tot de vorming van The Real Nation, door wijkbewoners, met hún antwoord, hun eigen verhaal. Bijzonder is dat. De voorstelling speelt nog de komende weken en een paar dagen in augustus, doe uzelf een plezier. Het meeste is uitverkocht, maar hier en daar zijn nog tickets te koop. Ik vond dit het beste wat ik dit jaar zag in het theater.

Het litteken van de dood

Ergens midden 2016 hoorde ik dat de langverwachte Wolkers-biografie van Onno Blom dit najaar zou verschijnen, tien jaar na het overlijden van Jan Wolkers. Eindelijk! Ik besloot het voorraadje boekenbonnen dat ik nog had hieraan te spenderen en bestelde vroeg deze zomer alvast de luxe editie in cassette, met daarin de biografie in een grotere, gebonden uitgave, een gebonden beeldboek met leven en werk van Jan Wolkers aan de hand van foto’s, portretten, kunstwerken en egodocumenten, en een facsimiledruk van een zelfportret van Jan Wolkers uit 1945. Een gelimiteerde uitgave, ik heb nummer 0647 van 2000 exemplaren.
Er was bij het verschijnen heel veel aandacht voor op radio, tv en in de krant. Geen echt juichende, maar over het algemeen wel positieve besprekingen, in de kranten die ik las. Onno Blom reisde door het land om te spreken en te signeren, ik zag hem in Oegstgeest, in Oud-Poelgeest, het hart van Wolkers-land kun je stellen.



En: op 19 oktober promoveerde Onno Blom op dit boek, zijn proefschrift: Het litteken van de dood.

En toen was er gedoe. Ik hoorde Onno Blom op een zaterdag in de Nieuwsshow (zie dit stukje op Tzum). In NRC werd gemeld dat het proefschrift in eerste instantie was afgewezen, waarna Blom het bewerkte en het door een anders samengestelde promotiecommissie werd goedgekeurd. Zie hier, hier, hier, hier en hier.
Als eenvoudig natuurkundig ingenieur moet ik maar geloven wat er staat, promotor Willem Otterspeer betoogt dat er meerdere mogelijke soorten wetenschappelijke biografie bestaan. OK. Hoe dan ook, een fraaie figuur is het niet, er blijft nu, terecht of niet, iets aan deze promotie kleven. Jammer. Zeg maar: Het litteken van Onno Blom.

Jan Wolkers zei over zijn werk en zijn leven: Niemand is dichter bij de waarheid gebleven dan ik. Mijn leven en werk zijn één. Onno Blom heeft zijn promotie-onderwerp omschreven als een onderzoek naar deze uitspraak. Met de boeken, de interviews, en met dat enorme archief tot zijn beschikking.
Als Wolkers-lezer en -liefhebber ben ik blij dat hij voor deze vorm gekozen heeft. En niet dat hij Wolkers academisch heeft willen duiden als 'de literaire exponent van de Nederlandse kerkverlaters na de Tweede Wereldoorlog, met een ruimere seksuele moraal en een kritisch engagement'. Of zoiets. Dat zou ook niet bij de anti-intellectualist (Hè bah!) Wolkers passen.

Het boek! Inclusief noten (waarbij ik meteen aanteken, dat ik die noten ook allemaal doorgenomen heb, waarover straks meer) en register 1115 bladzijden, een kloeke pil. Over leven en het werk, niet alleen van de schrijver, maar ook van de beeldhouwer en schilder. Ik meen mij overigens een interview met Onno Blom te herinneren, misschien bijna 10 jaar geleden, waarin hij zei dat de biografie zo'n 300, 400 bladzijden zou gaan tellen. Ergens is er iets gebeurd, dus.
Blom heeft gekozen voor een biografie vanuit het werk van Wolkers, gepubliceerd of vanuit het archief, ruim citerend, vergelijkend, vertellend.
Hij verantwoordt zijn keuze om de biografie in deze vorm te schrijven in de Proloog. "Jazeker, de ideale biografie is goed geschreven, liefst reportageachtig van opzet, is geen opzoekboek en maakt duidelijk dat een leven alleen in samenhang te begrijpen is. Het bronnenonderzoek van een ideale biografie is deugdelijk, en in het geval dat er orale bronnen zijn gebruikt, is wederhoor toegepast en kan elke bewering naar een bron herleid worden". Dat zijn de basisvoorwaarden volgens Blom. Het komt mij voor dat aan die laatste voorwaarde niet altijd voldaan is. In een flink aantal gevallen worden gebeurtenissen verteld aan de hand van gesprekken, gevoerd met Karina Wolkers. Ook over gebeurtenissen uit de periode waarin zij nog niet in het leven van Jan Wolkers was gekomen. Goed beschouwd zijn dit dus herinneringen aan wat Jan Wolkers haar ooit verteld heeft, wat hij verkoos te vertellen uit weer zijn herinneringen. Het geheugen is een onbetrouwbare leidsman. Als ik nog even verder mag mopperen: het uitgebreide notenapparaat is niet eenduidig. Er wordt geregeld verwezen naar gepubliceerd werk. Maar niet consequent naar bijvoorbeeld de eerste, of de laatste druk. Soms de eerste, soms een latere, soms een later verschenen verzamelbundel waarin de betreffende tekst is opgenomen. En soms gaat het echt mis. Kort Amerikaans is verschenen in 1962, en in 1979 verscheen een herziene versie. Op pagina 144/145 in de biografie wordt een scène die alleen in de herziene versie voorkomt (het wordt er nadrukkelijk bij verteld), toegelicht. De bijbehorende noot wijst echter naar de oorspronkelijke versie. Omdat ik die noten ook allemaal las en naploos, gaf dat soms verwarring.

Genoeg gemopperd, er valt in dit boek veel, heel veel te genieten. Het leven van Jan Wolkers wordt beschreven door nauwkeurig gekozen fragmenten, uit het gepubliceerde werk, maar ook ruimhartig uit niet-gepubliceerde archiefstukken. Hierdoor is eigenlijk een heel dik, nieuw Wolkersboek gemaakt. Vaak in overeenstemming met het echte leven, of met het beeld dat we van heem hadden, maar soms ook niet. Hij was meer dan die aardige natuur-opa die over het spuugbeestje vertelde. Wat mij betreft maken die verschillen Wolkers voor mij een vollediger mens.

Wolkers heeft (uit schaamte, piëteit?) bijvoorbeeld nooit geschreven over het werken voor de Duitsers (nou ja, het leveren van kruidenierswaren), waartoe zijn vader zich in de oorlog genoodzaakt zag. Zijn broer Gerrit vertrok in de oorlog naar Frankrijk, Wolkers schreef dat hij wilde proberen naar Engeland te ontsnappen, maar Gerrit werkte in werkelijkheid mee (wellicht uit geldgebrek, de familie was bepaald arm geworden na het verloop van vader Wolkers' winkel in Oegstgeest) aan de bouw van de eerste bunkers van de Atlantikwall.
Bij verschijnen van het boek was er enige verontwaardiging over het stiekem opnemen van gesprekken met een cassetterecorder, wat Wolkers kennelijk deed om 'aan materiaal voor zijn boeken te komen'. Ik vind dat niet zo heel erg bezwaarlijk. Uitgebreid wordt ook verteld over het seksleven van Jan Wolkers. Grotendeels was dat bekend. Onno Blom schrijft er over zonder een moreel oordeel te vellen. En zo hoort dat ook. Maar, als ik lees dat Wolkers, nog niet lang met Karina getrouwd en met kinderen van geen jaar oud, het als eind-vijftiger aanlegt met een 17-jarig meisje, dan is dat inderdaad iets wat ik liever niet te weten was gekomen en waarover ik in ieder geval wél een oordeel heb.

Indringend en ontroerend vond ik de stukken over het overlijden van Gerrit in 1944, en over het fatale ongeluk van Jans dochter Eva in 1951. IJzingwekkend. Herlees Kort Amerikaans, herlees Een roos van vlees!

Min of meer parallel aan het lezen van de biografie keek ik in de bijgeleverde beeldbiografie, zo'n 270 bladzijden met documenten, foto's en beeldend werk. Veel was bij mij al bekend van tentoonstellingen, en uit bijvoorbeeld Werkkleding en uit Mars Zwart & Titaan Wit, maar altijd fijn om weer te bekijken.

Mooie boeken, veel details, met veel plezier gelezen.

P.S.: Ik hoop dat het verkoopsucces van deze biografie uitgeverij De Bezige Bij doet besluiten om de reeks Dagboeken van Wolkers vanaf komend jaar weer voort te zetten. Ik mis in ieder geval nog 1968 en 1973, maar ook daarna hield Wolkers nog dagboek, deze biografie bewijst dat.

18 december 2017

De naturalisatie van Henri Raphalowiz, die uiteindelijk niet doorging



Al een paar jaar weet ik dat Henri Raphalowiz in 1932 een verzoekschrift stuurde aan de Tweede Kamer, waarin hij vroeg 'om vaststelling eener regeling krachtens welke zij, die in Nederland zijn geboren en niet in het bezit zijn eener nationaliteit, kosteloos danwel tegen verminderde kosten kunnen worden genaturaliseerd; (..)’. Met dat verzoek is niet veel meer gedaan dan een ter inzagelegging.

Begin vorige week ontdekte ik dat Henri, die zijn naam toen nog als Raphalowitz (met tz) spelde, al twee keer eerder een verzoekschrift met ongeveer dezelfde strekking had ingediend, in 1922 aan HM de Koningin en in 1923 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De bijbehorende dossiers heb ik vrijdag j.l. meteen opgevraagd en gefotografeerd. Ik ben dit alles nu aan het lezen en zal deze pagina daaraan aanpassen.

Ook al bekend was, dat Henri, die waarschijnlijk als “Vreemdeling” werd aangemerkt, in 1935 een verzoek indient om tot Nederlander te worden genaturaliseerd. Dat verzoek is niet gehonoreerd.

Maar: uit de dossierstukken die ik nu ter beschikking heb blijkt dat Henri ook al veel eerder (waarschijnlijk in 1922) een verzoek had ingediend om tot Nederlander genaturaliseerd te worden. Daar moet ik achteraan, in het Nationaal Archief. Ik zou eigenlijk meteen morgen willen gaan, maar het zal januari 2018 moeten worden.

Twee verzoeken om tot Nederlander genaturaliseerd te worden, en drie verzoekschriften met een handtekeningenactie om de procedure voor in Nederland geboren statelozen te vereenvoudigen en/of goedkoper te maken. Het is Henri jammer genoeg niet gelukt.

Questo paradiso



Als ze in town zijn ga ik er naartoe. Nits. Afgelopen week kwamen ze weer langs. Wij er weer naartoe. Waarom of waardoor, ik weet het niet precies, maar dit optreden was MA.GI.STRAAL.GOED. De zaal was totaal uitverkocht, er was een mooi, interessant decor, het geluid was prima (ok, eerste minuut was de zang te luid, werd meteen afgeregeld) en vooral: de heren waren bijzonder op dreef. Het gezicht van Nits is misschien Henk Hofstede, maar Robert Jan Stips excelleerde vrijdag op de toetsen als een ware virtuoso, en Rob Kloet, wat een drummer is dat toch. Strak, hard, onstuimig, gedoseerd, rustig en fluisterend. Ze speelden veel (misschien wel alles, ik heb het niet goed bijgehouden) van hun laatste plaat angst, die is toch weer heel anders dan de voorgaande. Mooie nummers, en ze gaan weer over van alles in Amsterdam-Oost, zal ik maar zeggen. Een juweel van een plaat, las ik ergens, ik ben het er mee eens. Ruim gelardeerd met oldies but goodies, bekend en minder bekend, beginnend met Oom-Pah-Pah en Les Nuits. Veel prachtige momenten. Erg, erg goed was toch weer (iets anders gearrangeerd, zoals gebruikelijk) Nescio. Iemand uit het publiek merkte op: Blijft mooi hè? En zo is het. Meerdere toegiften, de onverbiddelijke meezinger Giant Little Dwarf werd door de zaal verder doorgezongen toen de heren zelf al klaar waren. Ten slotte In The Dutch Mountains. Na afloop plaatje gekocht (ging bijna niet door omdat een voorgaande klant enigszins verward het pinapparaat in de tas had gedaan) en op de fiets naar huis. (Na een optreden van Nits gaat men op de fiets naar huis.) Langs het kanaal, zingend. Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeescio!

08 december 2017

Fijn boek: Lingua



Een van de leukere, interessantere boeken die ik dit jaar las. Stukken van twee tot vijf bladzijden, in een vlotte stijl, over 69 Europese talen. Dat zijn ze overigens lang niet allemaal. Het gaat over verwantschappen tussen talen, hun geschiedenis, schrijf- en spreektaal, grammatica, bijna uitgestorven talen, enzovoorts. Kenmerken, eigenaardigheden, en interessante wetenswaardigheden. Ik noem er een paar. Je hebt niets aan een Wels woordenboek, want nghymoedd staat er niet in, je had moeten kijken bij cwm. Nederlandse schoolkinderen leren: de Fransen zeggen viertwintigtienacht tegen 98, maar de Denen zijn maller: hun 98 is acht-en-halfvijfs. In het oosten van Duitsland hebben enige tienduizenden mensen Sorbisch als moedertaal (ik had er ook nog nooit van gehoord). Monegaskisch wordt gesproken in Monaco, maar eigenlijk alleen tijdens de les Monegaskisch op school, verder spreekt iedereen altijd Frans. Noors bestaat niet. Maar er zijn wel vijf verschillende talen Reto-Romaans. Of is het: Retro-Romaans? Nederlanders zeggen: 'Als je groente te lang kookt, wordt het slap.' Gek hè? Enzovoorts en enzoverder. Fijn boek.

24 november 2017

Een top-avond op een godverdomse bol



Ik las het boek Godverdomse dagen op een godverdomse bol in 2009 en vond het goed. Humor, misantropie en mooie zinnetjes. Dimitri Verhulst was een week of wat geleden in De Taalstaat en vertelde kort over de theaterbewerking die hij hiervan gemaakt had, samen met Corrie van Binsbergen. Ik wist: daar wil ik naartoe.
Het was een mooie selectie teksten uit het boek, voorgedragen door Dimitri Verhulst, met een muzikale omlijsting (zoals dat heet) door Corrie van Binsbergen plus band plus strijktrio.
Wat was het GOED!

Ten eerste kan Verhulst geweldig voordragen, vertellen. Niet alleen maar voorlezen. En dan de muziek. Geweldig: aanvulling, ondersteuning van het verhaal, maar ook met keigoeie sologedeelten. Uit het programmaboekje: "een enerverende film voor de oren, een muzikale literaire trip". geen woord teveel gezegd.

Één ding was wel jammer aan deze voorstelling. Er waren maar 60 kaarten verkocht. DE THUISBLIJVERS HADDEN HEEL ERG ONGELIJK! Er komen nog zeven voorstellingen. GAAT DAT ZIEN!


Dimitri Verhulst, "met Corrie aan zijn zijde".

Toen we, na nog wat gedronken te hebben, het theater verlieten, stond Dimitri Verhulst buiten. Hij rookte een sigaretje en had een glaasje wijn. Ik stak mijn duim naar hem op en zei dat ik het 'Top!' had gevonden. Een top-avond op een godverdomse bol.

20 november 2017

Asibot

Interessante lezing vanavond, door dr. Folgert Karsdorp van het Meertens Instituut, over AsiBot. AsiBot is een computerprogramma dat in staat is teksten te genereren. Deze maand kun je er zelf mee aan de slag, op www.asibot.nl. Account aanmaken, inloggen, tik een zin in, kies een schrijver en de computer geeft een vervolg in de stijl van die schrijver. Ronald Giphart heeft met dit programma een tekst gemaakt, die als tiende verhaal is toegevoegd aan Ik, Robot van Isaac Asimov, dat deze maand gratis bij de bibliotheek ligt in het kader van Nederland Leest.



De lezing ging over de techniek waar Asibot gebruik van maakt.
Asibot is een computerprogramma dat tekstachtige elementen inleest en daaruit leert hoe teksten worden opgebouwd, door middel van een kunstmatig neuraal netwerk. Welke tekens volgen met zekere waarschijnlijkheid op andere tekens, en wat voor structuur bevat de gehele tekst. Zo'n element kan een letter, spatie, leesteken zijn, maar ook bijvoorbeeld een muzieknoot. Daarna kun je literaire teksten aanbieden (de complete Shakespeare), of partituren, stukken linux-code of zelfs recepten, en als er maar genoeg ingelezen zijn, is het programma in staat iets te genereren dat uiterlijk op een literaire tekst, partituur, linuxcode of recept lijkt. Steeds door bij een element een volgend element te bepalen, met een zekere vrijheid, en rekening houdend met een aantal (bijvoorbeeld 100) voorgaande elementen. In stappen ontstaat er dan bijvoorbeeld: B, BI, BIE, BIER, BIER . (woord + spatie). Het opmerkelijke is dat het programma geen weet heeft van woorden of zinnen, maar zich die structuren 'onbewust' aanleert, uit die aangeboden elementvolgorden. Ik weet niet of de presentatie ergens online staat, maar het was leuk om te zien dat er stukken quasi-Shakespeare, nep-recepten en computercode ontstonden, die er 'echt uitzagen', maar vaak niet echt iets betekenden. Context en betekenis zit er niet echt in.
Voor Nederland Leest is het programma getraind met 4392 romans, die samen 2,1 miljard tekens bevatten. Dat duurde 1 tot 2 weken. Daarmee was het programma sterk genoeg om grammaticaal juiste zinnen te maken, met onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp, enzovoorts, maar ook eigennamen en bijv. directe rede, die niet echt onzinnig waren. Vervolgens is er verder getraind met een aantal teksten van Nederlandse schrijvers, om hun stijl meer dominant te krijgen: Reve, Giphart, Campert, Hemmerechts, Nescio, Dante en natuurlijk Asimov. Ik vond het fascinerend, welke zinnen er soms uit kwamen. Op de site kun je kiezen. Per zin, je kunt er zelf ook wat aan toevoegen en daar weer op laten reageren, enzovoorts.



Ik heb twee teksten laten maken, zonder zelf iets bij te tikken.

De pure robot:
We hadden een paar dagen gewacht en waren toen op weg naar het kamp van de Machines. We hadden allemaal een afspraak met een officier van justitie. We hebben de robots nodig voor de ondergeschikte robots. Het is de enige manier om de wereld te redden.' 'Goed, goed, ga nu weg. ' De robot kwam met een schok tot leven. 'Wat is er aan de hand?' 'Ik heb een idee. ' De robot keek op. 'Waar is die verdomde robot? ' Donovan sprong opgewonden op. 'We hebben hem gevonden. ' De woorden kwamen er met een schel gefluister uit. 'Hoe kon ik dat nou weten. ' Dat is het verhaal van de vijf jaar dat ik met de politie gespeeld heb, dus ik heb het gevoel dat ik er niet toe deed.' 'En wat deden jullie dan? ' 'Ik weet het niet. Maar ik weet het niet. Ik heb het niet gevraagd. Ik heb het niet gezegd.' 'Dat heb je niet gezegd. ' 'Ik wilde het niet. Ik wilde het helemaal niet horen.

Een combinatie van Reve met Asimov
'Waarom niet? ' 'Omdat hij belangrijker dingen te doen heeft dan alleen maar te doen. Hij heeft een belangrijke rol in de regering gespeeld. ' 'Waarom zou hij dat doen?' vroeg Donald. 'Hij weet niet wat hij doet, meneer. Hij is een van de mensen die het gedaan hebben. Hij weet dat hij het zelf heeft gedaan. Hij heeft het me verteld. Hij heeft het me verteld. Hij heeft het me verteld.' 'Wat heeft hij gedaan?' 'Niets. Hij had het niet gezegd. 'Het is niet zo dat hij niet wil dat iemand hem geeft. We moeten het allemaal weten.' 'Dat kan ik niet doen,' zei hij. 'Ik wil het niet weten.' 'Ik weet het,' zei ze stijfjes. 'Het is niet waar. Dat is een slecht idee.' 'Ik moet je nog iets vertellen. ' 'Wat wil je dan dat ik doe? ' 'Ik wil het niet weten. Ik heb het niet gedaan. Ik heb het niet gedaan. Ik heb het alleen maar gedaan om het te kunnen begrijpen.

Dat is geen literatuur en dat zal het volgens Folgert Karsdorp ook nooit worden, omdat het systeem alleen met literaire teksten gevoed wordt, en literatuur nu juist ontstaat doordat een emotie, gebeurtenis van buitenaf voeding is voor de kunst. Wellicht is het in de toekomst bruikbaarder voor gewonere teksten, zoals een AT5-berichtje over twee botsende fietsers op het Spui. Dan kan de journalist weer over andere dingen schrijven.

17 november 2017

Vroeger, toen ik nog geen Engels sprak

Vroeger sprak ik nog geen Engels. Er was nog niet zoveel tv waar je, al zappend, de hele godganse dag Engels kon horen. Ook op de radio was in de popmuziek Engels nog niet zo overheersend als nu. Mijn ouders spraken geen Engels, en Engelse les kreeg ik pas op de middelbare school. En dat gold ook voor vriendjes en vriendinnetjes. Af en toe hoorde je natuurlijk wel wat, en soms begreep je het, soms niet, en soms raadde je wat er bedoeld werd.

Ook toen had je al Mars en Milky Way, die chocoladerepen. De namen hadden 'iets met sterren te maken', de planeet en de Melkweg, dat wist ik op een of andere manier. En zo bedacht ik dat dat ook wel zou gelden voor die andere chocoladereep, Nuts (nooit echt lekker gevonden). Waarom of waardoor weet ik niet, maar ik kwam tot de conclusie dat Nuts dan wel het Engelse woord voor Aarde zou zijn. Best wel even gedacht.

Nu ik wel Engels spreek: zo'n gekke gedachte was het niet. This world is going nuts.

16 november 2017

Duende



Dat was prima, en niet voor mij alleen. De Grote Zaal zat vrijwel vol. Een (voor mij) bijzondere combinatie: Eric Vloeimans, Eric Vaarzon Morel en Gijs Scholten van Aschat: trompet, gitaar en stem. Taal en muziek, musica y poesia. Spanje, Portugal, Brazilië. Gedichten van Lorca, Pessoa, Borges en anderen. De avond bestond uit twee delen. Vóór de pauze was het vooral een sfeer, stemming die werd bij mij opgeroepen. Een verstilde oktobermiddag, in Spanje. Of de Vlaamse Westhoek, voor mijn part. Na de pauze contrasterende liefdesgedichten. Vurig, of ingetogen. Nog een paar dagen, her en der.

14 november 2017

Het litteken van Onno Blom

Ergens vorig jaar hoorde ik dat de langverwachte Wolkers-biografie van Onno Blom dit najaar zou verschijnen, tien jaar na het overlijden van Jan Wolkers. Eindelijk! Ik besloot het voorraadje boekenbonnen te spenderen en bestelde deze zomer alvast de luxe editie in cassette, met daarin de biografie in een gebonden uitgave, een gebonden beeldboek met leven en werk van Jan Wolkers aan de hand van foto’s, portretten, kunstwerken en egodocumenten, en een facsimiledruk van een zelfportret van Jan Wolkers uit 1945. Een gelimiteerde uitgave, ik heb nummer 0647 van 2000 exemplaren.
Er was heel veel aandacht voor op radio, tv en in de krant. Geen echt juichende, maar over het algemeen wel positieve besprekingen, in de kranten die ik las. Onno Blom reisde door het land om te spreken en te signeren, ik zag hem in Oegstgeest, in Oud-Poelgeest, het hart van Wolkers-land kun je stellen.



En: op 19 oktober promoveerde Onno Blom op dit boek, zijn proefschrift: Het litteken van de dood.

En toen was er gedoe. Ik hoorde Onno Blom op een zaterdag in de Nieuwsshow (zie dit stukje op Tzum). In NRC werd gemeld dat het proefschrift in eerste instantie was afgewezen, waarna Blom het bewerkte en het door een anders samengestelde promotiecommissie werd goedgekeurd. Zie hier, hier, hier, hier en hier.
Als eenvoudig natuurkundig ingenieur moet ik maar geloven wat er staat, promotor Willem Otterspeer betoogt dat er meerdere mogelijke soorten wetenschappelijke biografie bestaan. OK. Hoe dan ook, een fraaie figuur is het niet, er blijft nu, terecht of niet, iets aan deze promotie kleven. Jammer. Zeg maar: Het litteken van Onno Blom.

Jan Wolkers zei over zijn werk en zijn leven: Niemand is dichter bij de waarheid gebleven dan ik. Mijn leven en werk zijn één. Onno Blom heeft zijn promotie-onderwerp omschreven als een onderzoek naar deze uitspraak.
Als Wolkers-lezer en -liefhebber ben ik (nu, nog voordat ik het boek gelezen heb) blij dat hij voor deze vorm gekozen heeft. Met dat enorme archief tot zijn beschikking. En dat hij Wolkers niet academisch heeft willen duiden als 'de literaire exponent van de Nederlandse kerkverlaters na de Tweede Wereldoorlog, met een ruimere seksuele moraal en een kritisch engagement'. Of zoiets. Dat zou ook niet bij de anti-intellectualist (Hè bah!) Wolkers passen.

Maar nu ga ik lezen, tot over ruim 1100 bladzijden!

11 november 2017

The Beatles in Rijswijk



Nee, natuurlijk traden The Beatles nooit op in Rijswijk. Maar in het Museum Rijswijk (plaatselijk beter bekend als het Tollens-Huis) is nu een aardige tentoonstelling van Beatle-foto's van Robert Whitaker. Whitaker fotografeerde The Beatles van 1964 tot 1966 of zo, tijdens optredens, back-stage, voor publiciteit, en voor lp- of singlehoesjes. Het bekendst is misschien de 'butcher cover', voor de Amerikaanse lp Yesterday ... And Today. Nadat men besefte dat dit wel erg afbreuk deed aan het imago van de mop-tops ijlings teruggetrokken en nu een collector's item. Die foto hangt daar, met nog veel meer, bekend en (voor mij) onbekend.







Volop te kijken, ik schat 50, 60 foto's, geautoriseerde afdrukken kunnen besteld worden (niet gedaan), er is ook nog een video te bekijken (niet gedaan) en in de museumwinkel zijn er dvd's en boekjes te koop (ook niet gedaan). Ik heb alleen nog een plaatje opgezet. Help! Goeie lp.

08 november 2017

Gefeliciteerd!

Vandaag is mijn moeder jarig. Achtennegentig, een hele leeftijd, dank u. Vanmorgen komen mijn schoonzusje en de bovenburen, vanmiddag en vanavond gaan wij er naartoe. De kleinkinderen wonen niet in de buurt en moeten werken. Ze bellen, en komen misschien een andere keer langs.

Vroeger was dat anders, iedereen woonde in Laakkwartier, of in ieder geval in Den Haag. De verjaardagen waren druk. Zowel mijn vader als mijn moeder komen uit grote gezinnen, en al die ooms en tantes waren getrouwd en hadden kinderen, dus de voor- en achterkamer zaten vol. Er werden stoelen bij de buren geleend, en klapstoeltjes gehuurd. Er was koffie met een petit fourtje (die toen nog echt petit waren). En iedereen nog een tweede bakkie? Her en der stonden limonadeglazen met sigaretten, en twee sigaren voor Opa. Later op de avond kwamen bier, jenever en zelfgemaakte bowl op tafel. Een schaaltje met plakjes cervelaat en halve augurkjes. Blokjes kaas en ongepelde pinda's. Er werden verhalen verteld, herinneringen opgehaald. Blauw van de rook. Meerstemmig zingen, ingezet door Oom Anne. Een schoonzus van mijn moeder, Tante Marie, had een gitaar en ging in de loop van de avond op een stoel staan om haar repertoire ten gehore te brengen. Ouwe taaie, Yippie yippie yee hee hee.



De volgende ochtend werden de gehuurde stoelen weer opgehaald, en gingen de ramen open en de gordijnen in de was. Al die ooms en tantes hadden ook een verjaardag, de volgende was nooit ver weg.

05 november 2017

Deze weg loopt dood

Afgelopen week was ik (weer) in het Nationaal Archief in Den Haag, om nog een laatste poging te doen naturalisatiedossiers van de familie Raphalowiz te vinden. In het bijzonder hoopte ik op gegevens over Henri Raphalowiz, over hem schreef ik al eerder in deze blog, en ik onderhoud sinds een tijdje een speciale website over de familie 'in breder verband'.

De familie Raphalowiz is afkomstig uit Polen (toen behorend tot het Russische Rijk), twee broers uit die familie streken midden jaren 80 van de negentiende eeuw neer in Amsterdam. Oorspronkelijk hadden ze dus de Russische nationaliteit, hier werden ze als stateloos beschouwd. Dat gold ook voor hun kinderen, die in Amsterdam werden geboren en daar opgroeiden. In de jaren 30 dienden een paar familieleden verzoeken in om tot Nederlander genaturaliseerd te worden. Zo'n naturalisatie gaat gepaard met een onderzoek, en dossiervorming. Die naturalisatiedossiers worden bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag. Ze zijn een rijke bron voor persoonlijke gegevens, en bevatten gegevens over de familie, de werkkringen, verenigingen waar men lid van is en wat al niet meer. Het terugvinden van die dossiers is niet gemakkelijk, het NA geeft er een speciaal gidsje voor gemaakt. Bij eerder onderzoek vond ik al een paar dossiers, en op de website geef ik wat nadere uitleg en een voorbeeld.



Henri Raphalowiz neemt voor mij binnen deze familie een bijzondere plaats in, hij woonde met zijn gezin in mijn latere ouderlijk huis en is daardoor het beginpunt voor mijn interesse en onderzoek. Wellicht zag hij bij een aantal familieleden hoe moeilijk en relatief duur zo'n naturalisatieverzoek was. Hij voerde daarom in 1931 een handtekeningenactie en stuurde deze met een verzoekschrift aan de leden van de Tweede Kamer; hij komt daardoor ook voor in de Handelingen van de Tweede kamer (23 december 1932, ergens rechtsonder).

In 1935 deed Henri zelf een verzoek tot naturalisatie. Dat verzoek is in ieder geval niet gehonoreerd. Ook van die niet-gehonoreerde verzoeken zijn dossiers opgebouwd. In een "klapper-index Naturalisaties" vond ik het volgende.



Op 17 januari 1935 wordt het verzoek ingediend. In mei wordt een volgende stap gezet, ik denk: het opvragen van gegevens bij de Burgerlijke Stand. In september zullen vragen gestuurd zijn naar adres(sant). Daarna valt het stil. Volgens het bovenvermelde gidsje is voor dit soort gevallen geen goede verklaring te vinden: "Liet de behandelend ambtenaar de zaak gewoon rusten? Zeker is dat in deze jaren (bedoeld wordt: 1932 - 1940) de wachttijden lang tot zeer lang kunnen zijn en dat het onbehandeld laten liggen van verzoeken een van de kenmerken is van het restrictieve naturalisatiebeleid van de jaren 1930 en de eerste naoorlogse jaren."

Twee voorbeelden uit eigen onderzoek: De naturalisatieprocedure van Henri's neef Icek duurde van 1930 tot 1949, waarbij het een wonder is dat Icek de oorlog overleefde. Bij een andere neef, Daniël, begon de procedure in 1935, op 9 mei 1940 (de dag voor de oorlog begon) was het op een haar na gedaan, in 1942 werd besloten de procedure niet verder voort te zetten wegens ontbreken van verdere informatie, in 1946 werd de procedure definitief stopgezet omdat "de heer Raphalowiz naar Auschwitz is afgevoerd" ...

Is Henri's dossier nog ergens opgeborgen, op een onbekende datum, ergens in dat grote 'Verbaalarchief' van het Ministerie van Justitie (ongeveer 8 cm papier PER DAG)? Gezien wat hem en zijn familie 7 jaar later zou overkomen is dat een bagatel, maar ik vind het jammer, ik had graag meer over hem gelezen en verteld.

24 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 3

Na de lezing bezocht ik de tentoonstelling in het kasteel. Omdat ik de afgelopen 30 jaar alle Wolkers-tentoonstellingen bezocht waar ik lucht van kreeg, had ik veel al gezien. Maar toch niet alles, leuk. Werk vanaf het eerste begin tot en met het Grote gele doek, zijn laatst voltooide schilderij.

Ik wandelde wat door het park, over de paden die Wolkers vele keren moet hebben gelopen.





Ik zag de tulpenboom, die daar door Boerhaave is geplant. Helaas is deze nu in veel mindere conditie dan toen Wolkers hem tekende, ongeveer 70, 75 jaar geleden. Een stek van een andere tulpenboom, ook door Boerhaave geplant, door hortulanus Bavo Bruinsma van de Leidse Hortus Botanicus aan Jan en Karina gegeven, is door Wolkers op zijn volkstuin in Amsterdam opgekweekt en meeverhuisd naar Texel, waar hij nu nog staat, pal naast het atelier. De herfstkleur van de bladeren van die boom is inspiratie geweest voor zijn laatste schilderij. De as van Wolkers is bij deze boom begraven.



Tot slot maakte ik nog een aardige Wolkerswandeling door Oegstgeest, uitgezet door de Wandelclub Oegstgeest. Door parken en weilanden, langs scholen en natuurlijk het geboortehuis in de Deutzstraat.



Een leuke wandeling van bijna 2 uur. Maar de fanatiekere liefhebber raad ik aan het boekje van Peter van Zonneveld, Terug naar Leiden en Oegstgeest, met een wandeling door het Leiden van Wolkers en een uitgebreide fietstocht door Oegstgeest.

23 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 2

Dat was een leuke lezing, Onno Blom vertelde in Kasteel Oud-Poelgeest allerlei over Jan Wolkers, het ontwaken van zijn kunstenaarschap en de rol hierbij van juist dit Oud-Poelgeest. Wolkers kwam uit een streng-gereformeerd gezin maar ontvluchtte dit door omzwervingen in de natuur, onder andere rond Oud-Poelgeest. Daar maakt hij zijn eerste tekeningen, in de oorlog. Een andere manier om het gezin te ontvluchten diende zich aan toen hij in de oorlog werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, in Duitsland. Jan dook onder, op een zolderkamer in Leiden. Veel van deze gegevens zijn door Wolkers gebruikt, in Kort Amerikaans, Terug naar Oegstgeest en De walgvogel. Een aardige anecdote was dat Blom, toen hij aan zijn biografie werkte, met allerlei mensen wilde spreken die Wolkers gekend hadden, en dus ook met zijn eerste vriendinnetjes, die in die boeken (al dan niet onder hun eigen naam, soms vermengd met andere personen) figureerden. Het eerste vriendinnetje van Wolkers heette Lientje (althans dat was haar naam in De walgvogel). Na lang zoeken kwam Blom er achter dat deze Lientje niemand anders was dan een vroegere overbuurvrouw in Leiden, van hemzelf, die inderdaad Lientje heette, en die Blom al jaren kende. Haar verhaal staat in de biografie, bij de lezing zat ze in de zaal.
Blom vertelde nog eens dat een van de belangrijkste keerpunten in Wolkers' leven het overlijden van zijn oudste broer Gerrit, in 1944, is geweest. Op meerdere plaatsen in zijn werk komt de broer voor. Onno las de aangrijpende passage uit hoofdstuk 12 van Kort Amerikaans voor. Nadat Erik/Eric/Jan zijn broer voor het laatst gezien had, liep hij naar huis en maakte onderweg, langs de Rijnsburgerweg tussen Leiden en Oegstgeest, een tekening, Laatste mogelijkheden, om de zon stil te laten staan en zijn broer daardoor niet te laten sterven. Lees dat hoofdstuk.



Het allereerste verhaal dat Wolkers publiceerde, Het tillenbeest, speelt in en rond Oud-Poelgeest. Het is later opgenomen in Wolkers' eerste bundel Serpentina's petticoat. De jonge Wolkers wist in dat kasteel de weg, omdat zijn vader daar voor de oorlog een kantine voor gelegerde soldaten bemande. In het verhaal steelt de hoofdfiguur samen met een vriend twee bij elkaar horende beeldjes en een spiegel uit het aan het eind van de oorlog door Duitse soldaten verlaten kasteel. Omdat het te veel en te zwaar is, besluiten ze een van de beelden achter te laten, in een gegraven latrine op het terrein. Het wél meegenomen beeld heeft jaren op de schoorsteen van de familie Wolkers gestaan, en werd door hen, vanwege de weelderige voorgevel, het tillenbeest genoemd. De beheerder van het kasteel wilde de ontvreemde beelden graag terug. Het tillenbeest is in 2013 door de jongste zus van Jan aan het kasteel teruggegeven. De vriend met wie Wolkers deze tocht ondernam bleek nog in leven, op zijn aanwijzingen is (met hulp van oude militaire kaarten waarop de plaatsen van latrines was aangegeven) uitgebreid op het landgoed gezocht naar het destijds achtergelaten beeld. Het is nooit gevonden. In de Drakenkamer van het kasteel staat nu weer de marmeren klok met aan een kant het originele, door de familie Wolkers teruggegeven tillenbeest, en aan de andere kant een bijgemaakte replica van het verloren beeld.



De linker is de replica.

Na afloop was er gelegenheid het boek aan te schaffen en te laten signeren. Ik had al een exemplaar. Maar nog geen handtekening.



Leuk, met het originele Wolkers-stempel, maar nooit meer in rood, de kleur waarmee Wolkers stempelde. Onno Blom vertelde mij nog dat de uitgever wel degelijk weer door wil gaan met de dagboeken van Jan, dus wellicht volgend jaar 1968 of 1973. Hoera!

22 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 1

Het zal U niet ontgaan zijn: Onno Blom heeft zijn langverwachte Wolkers-biografie af en is gepromoveerd. Er is veel media-aandacht voor, in de krant, op radio en tv. De boeken vliegen als warme broodjes over de toonbank, ik deed mezelf met hulp van een stapel boekenbonnen de luxe-editie cadeau. Ook in Wolkers' geboorteplaats Oegstgeest is er veel aandacht, met allerlei evenementen gedurende de 'Wolkersweken'. Toevallig zag ik dit foldertje afgelopen woensdag bij mijn schoonouders.



Vandaag was er een lezing van Onno Blom in kasteel Oud-Poelgeest, in Oegstgeest. Een belangrijke plek voor Wolkers, waar zijn kunstenaarschap begon, zo ongeveer in de oorlog. In combinatie met een tentoonstelling van een aantal schilderijen en tekeningen, verband houdend met Oegstgeest, leek me dat een leuke middagbesteding. Ook was er nog een Wolkers-wandeling door Oegstgeest uitgezet. Ik reed er vandaag op de bonnefooi naartoe.

Een man bij de ingang gaf bestelde kaartjes uit en controleerde lijsten met namen. Hij schudde zijn hoofd.
- Het is uitverkocht, sinds dinsdag al.
Omdat ik overwoog dat ik altijd nog kon terugrijden, besloot ik maar te wachten tot het begon, misschien zouden er mensen niet komen opdagen. Er waren nog drie andere wachtenden. Na mij kwamen er nog een paar liefhebbers zonder kaartje. Uitverkocht. Ze gingen weer naar buiten. Onno Blom arriveerde, en grapte dat hij ook geen kaartje had. Een medewerker van Oud-Poelgeest schoof nog een stoel bij, voor de zojuist gearriveerde fotograaf. Er bleken twee stoelen vrij, 'twee wachtenden voor mij' betaalden en gingen naar binnen.
De man bij de ingang keek ons eens aan, toen naar binnen en gebaarde dat we achterin wel konden staan, als we wilden. Yes! Een andere medewerker van de boekhandel in het zaaltje wees ons tot onze verbazing toch twee niet-bezette stoelen aan, op de eerste rij. Daar ging ik met die andere, laatste man zonder kaartje dan maar zitten.

Het kon beginnen.

P.S.: Ik heb na afloop gewoon betaald.

13 oktober 2017

Ik lijk op mijn vader, qua a-tonaal fluiten

Vandaag moest een aantal kleine klusjes in huis toch echt gedaan worden. Een paar sloten vervangen, keukendeurtjes weer rechtzetten, laatje dressoir repareren, dat soort werk. Het is niet moeilijk, maar ik houd er niet van en stel het weken uit. Maar nu moest het dan toch echt.
Mijn vader heeft zijn hele leven met zijn handen gewerkt. Hij was een vakman op zijn gebied, maar kluste daarbuiten ook van alles. En veel ingewikkelder dan wat ik vandaag te doen had. Toen ik op school zat, ging ik in de vakanties wel met hem mee. Ik mocht dan een hamer aangeven of zo. Helaas heb ik toen niet goed opgelet, zodat ik nu niet echt handig ben.
Mijn vader had een maniertje, tijdens het werken of klussen. Als hij bezig was, iets in elkaar zetten of bevestigen, dan floot hij. Maar niet een liedje of melodie, of een bepaalde maat. Gewoon allerlei piepjes na elkaar, met veel valse lucht, in- en uitademend. Zeg maar: a-tonaal fluiten.
Ik had het al eerder gemerkt, en vandaag weer. Ik doe dat ook. E. viel het ook op. Je lijkt op je vader, zei ze, qua a-tonaal fluiten.
Ik beschouw het als een compliment.

11 oktober 2017

De oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis



Ik las afgelopen maanden de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis. Zij is bekend als de echtgenote van Gerard Reve, maar ook als dichteres met een bescheiden oeuvre. ik vind haar gedichten bijzonder mooi.

En nu die dagboeken. In juni las ik het eerste deel en in september-oktober het tweede. Dikke pillen, ruim 900 en ruim 1000 bladzijden. Nop Maas heeft uit Michaelis' dagboeken de periode van de oorlog gelicht. In het dagboek is dat van 19 Mei 1940 tot Februari '45. Maas vult het aan met twee hoofdstukken met biografische schetsen: Wat vooraf ging en Wat volgde, en een aantal Bijlagen met (meest) brieven.

Ik vond de boeken hoogst interessant, omdat ze een zeer gedetailleerd beeld geven van het leven van een Joodse vrouw in de oorlog, in de onderduik. Anders dan Anne Frank verblijft Hanny Michaelis op meerdere adressen, en is ze iets vrijer in haar bewegingen. Af en toe gaat ze naar buiten, om een stuk te wandelen in de polder. Vanuit Leiden gaat ze zelfs een keer naar Den Haag. Ik wist niet dat dat ook een mogelijkheid was. Voor enkelen.

Het eerste deel beslaat voornamelijk de schoolperiode op het Vossius-Gymnasium. Het zijn vooral in het begin aantekeningen van een bakvis, veel over vriendschappen, verliefdheden (op klasgenoot Eldert en de leraar Nederlands Binnendijk), en problemen met de ouders. Eerlijk gezegd zijn de eerste 200 bladzijden daardoor wel wat herhalend. Elke dag school, Eldert, Binnendijk, de ouders. De oorlog lijkt zich voornamelijk op de achtergrond af te spelen. Dat is opmerkelijk, want regelmatig is er luchtalarm, zijn er beschietingen, het nabijgelegen Schiphol wordt gebombardeerd. Dát vind ik juist de interessante passages. De oorlog, hoe ga je daar mee om. Het lijkt in 1940-41 allemaal nog een beetje bijzaak. Het begin van de Jodenvervolging, de dood en begrafenis van WA-man Koot, de daarop volgende razzia's en Februaristaking, voorlopig is dat alles nog ver weg, in de binnenstad. Na een aantal maanden worden vooral de beschrijvingen van de omgeving mooier. Hanny Michaelis ontwikkelt zich als schrijver en tekent met steeds zekerder pen de luchten, het weer, het landschap, het 'Bos' (altijd met aanhalingstekens), de Amstel, vaak zoals gezien vanuit de woning aan de Rivierenlaan (nu: President Kennedylaan) in Amsterdam. Hanny slaagt voor haar examen, maar mag, omdat ze Joods is, niet gaan studeren of werken bij een niet-Jood. Vanaf oktober 1941 wordt de dreiging voelbaarder in het dagboek. Het wordt grimmiger, en het dagboek daardoor ook. Bedrijven worden onteigend, en er zijn geruchten dat alle Joden zullen worden doodgeschoten, of gedeporteerd naar Polen. Hanny Michaelis gelooft het (nog) niet. Het eerste deel eindigt met weemoedige aantekeningen over de laatste dagen bij haar ouders, op 2 januari 1942 zal ze uit huis gaan om (dat mocht nog wel) te gaan werken in een Joods gezin (bij Jeanne van Schaik-Willink), als dienstmeisje.

In het tweede deel is Hanny uit huis, ze werkt als dienstmeisje bij de familie Van Schaik. Goed wordt beschreven de moeite die ze heeft, als gymnasiummeisje, om het huishouden te runnen. Dat zal de verdere oorlog zo blijven, ook in de onderduik. Haar positie als dienstmeisje in een culturele omgeving, waar kunstenaars over de vloer kwamen, maar zij vaak een ondergeschikte positie moest aanhouden. De spanningen die daaruit voortvloeien worden erg goed beschreven. Opmerkelijk vind ik de opmerking op 29 juni 1942, waarin gezegd wordt: "alle Joden worden naar Polen getransporteerd om in fabrieken te werken of te worden vergast". Tamelijk vroeg in de oorlog, deze notitie, nog voordat de Jodentransporten vanuit Nederland op gang kwamen. Op 30 juni: "Ik geloof, dat het feit, dat de mensen ondanks alle ellende (en dit geldt vooral voor de Joden) nog steeds onwillekeurig met opgeruimde gezichten lopen, minder aan veerkracht te wijten is, dan aan een steeds afgestompter berusten in een toestand, die hoe langer hoe beklemmender wordt, een deemoedige dankbaarheid voor de laatste restjes menselijke vrijheid die dit regime ons nog laat." Een veelzeggende observatie.

Op 23 juli 1942 ontvangt Hanny de oproep om zich te melden in de Hollandsche Schouwburg. Volgt een uitvoerige, mij ontroerende beschrijving van de gang van zaken. Het in veiligheid brengen van dierbare spullen, haar dagboeken, vóór de inventarisatie, het afscheid van de ouders en van de familie van Schaik. Ze duikt onder.

Hanny Michaelis verblijft gedurende de rest van de oorlog op een aantal adressen, het langst bij de families Van Melle (familie van de snoepfabrikant, toen uit Breskens) in Hoofddorp en bij de familie Merkelijn in Leiden. Ze doet het huishouden, heeft haar plaats binnen het gezin, maar hoort er toch niet echt bij. Het is een wereld waar zij buiten staat.

De indringendste aantekening in het dagboek maakt Hanny op 16 maart 1943, over haar ouders, die niet zijn ondergedoken en nog in Amsterdam zitten. Ze schrijft: "Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb het gevoel dat er iets mis gaat thuis. Redenen heb ik niet, want vrijdag heb ik nog een brief gehad en verder is er niets verontrustends gebeurd."
Tien dagen later, op 26 maart, ontvangt Hanny een uit Kamp Westerbork gegooid en verder gesmokkeld briefje van haar ouders. Zij zijn op die 16de maart van huis gehaald en richting Westerbork getransporteerd. Hanny zal zich de rest van de oorlog blijven afvragen hoe het haar ouders vergaat, of ze het uithouden, nog leven, of ze hen zal weerzien. Ze vreest het ergste. Jaren later, in 1948, ontvangt ze een bericht van het Nederlandsche Roode Kruis waarin staat dat haar ouders volgens getuigenverklaringen op of omstreeks diezelfde 26e maart 1943 in Sobibor 'aan de gevolgen van vergassing' zijn overleden.

De boeken heb ik gedoseerd gelezen, elke dag een serie dagboekdagen. Dat geeft de goede cadans. Een mooi monument voor Hanny Michaelis. Ik hoop dat iemand haar biografie zal schrijven. Misschien toch weer Nop Maas, die dit dagboek voorbeeldig bezorgde en al eerder Michaelis' jeugdherinneringen noteerde in Verst verleden (momenteel niet leverbaar).

03 oktober 2017

Ingenieurs van de ziel



Dit voorjaar bezochten we Moskou, en gingen onder andere langs bij het Paustovski-museum. Ik heb Paustovski vorig jaar ontdekt en vind hem een geweldige schrijver. Het museumpje is klein, Paustovski-vertaler Wim Hartog vertelde mij: 'je bent er niet veel tijd aan kwijt, als je toch in de buurt bent'. Ik schreef er een stukje over in De Leunstoel. Ik kreeg daar wat aardige reacties op, o.a. van iemand, die mij aanried Ingenieurs van de ziel van Frank Westerman te lezen. Ik kocht het en las het een maand of wat geleden, toevallig (?) parallel met Verhaal van een leven 1. De beste boekentip in tijden!

Frank Westerman vertelt in Ingenieurs van de ziel het verhaal over schrijven en schrijvers in de Sovjet-Unie, in dienst van de socialistische heilstaat.

Ingenieurs van de ziel, zo noemde Stalin schrijvers, die de taak hadden de successen van de Sovjet-Unie te bezingen. Het socialistisch realisme, dat leverde romans op over de staalfabriek, de graanoogsten in Oekraïne, grote waterbouwwerken, zoals de verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee enzovoorts. Het bekendst hier is Maxim Gorki (die in Moskou in een prachtig Jugendstil-huis mocht wonen, ook daar gingen we tijdens ons bezoek aan Moskou een middagje kijken). Westermans verhaal gaat over die schrijvers, en over die projecten, in het bijzonder over Konstantin Paustovski en Kara Bogaz.

Kijk eens op de kaart of op een satellietfoto van de Kaspische Zee. Aan de oostzijde is een uitstulping zichtbaar, de Baai van Kara Bogaz. Tegenwoordig ligt het in Turkmenistan. Aan het einde van de vorige eeuw was op Russische kaarten de baai niet meer weergegeven. Westerman vertelt waarom, en wat Paustovski er mee te maken had.



Die baai is een soort overloop waarin het water vanuit de Kaspische Zee een paar meter naar beneden wegstort. Vanwege de hitte verdampt het water snel, zodat het niveau ongeveer gelijk blijft. Het water is zout, maar niet alleen door (zoals bij ons) NaCl (zeezout, keukenzout) maar ook door Na2SO4.10H2O, beter bekend als glauberzout. Dat slaat ook neer, en is een gewilde delfstof. De sovjets planden ter plekke een compleet industriecomplex voor de winning en verwerking. Maar er was daar niks, vooral geen drinkwater. Geen nood, sovjet-ingenieurs ontwierpen een plan waarbij een aantal rivieren van stroomrichting werd veranderd, richting het Zuiden. Tientallen jaren is men er mee bezig geweest. Ook werd de complete baai in 1980 afgedamd, waardoor hij verdampte. Gedurende een aantal jaren kwam de baai daardoor niet meer op de kaart voor. Helaas had men niet alles voorzien. Het drooggevallen zout werd door stormen verspreid over de nabijgelegen landbouwgronden die daardoor onbruikbaar werden. De zoutindustrie is nooit echt van de grond gekomen. En de Sovjet-Unie stortte ook nog eens in.

Paustovski schreef over die plannen al in 1932 een boek, De baai van Kara-Bogaz (in 1935 vertaald door Karel van het Reve en zijn vader Gerard Vanter, later opnieuw vertaald door Wim Hartog). Frank Westerman vertelt boeiend over de spagaat waarin de sovjet-schrijvers zich bevonden. De werkelijkheid of de werkelijkheid van de socialistische heilstaat? Paustovski, die nooit in Kara Bogaz was, maar een voorschot op het resultaat nam en de onderneming zoals van hem werd verwacht als een (in werkelijkheid nooit gerealiseerd) heroïsch huzarenstuk omschreef, lardeerde het gewenste juichverhaal met weemoedige stukken over de verdwijnende woestijnnatuur. En hij schreef een filmscenario: Kara Bogaz, voor een film die nooit in de bioscopen zou komen.

Over die film vertelt Westerman een verrassende anekdote, over misleiding van Stalin, en waarom die film moest verdwijnen. Frank Westerman vindt de film terug in een Russisch archief, en mag hem na een moeizaam verkregen toestemming bekijken.
Paustovski wist na de oorlog langzamerhand de status van gevierd en daardoor redelijk onaantastbaar schrijver te bereiken. Hij werd (niet onbelangrijk) medeondertekenaar van een aantal protestpetities tegen de behandeling van een aantal dissidente schrijvers, en om meer vrijheid, aan Leonid Brezjnev.

De film Kara Bogaz komt niet voor in de zes gepubliceerde delen van Verhaal van een leven. In Goudzand komt de totstandkoming van het filmscript voor, Paustovski wil er op een gegeven moment eigenlijk niets meer mee te maken hebben. Kara Bogaz behoort waarschijnlijk tot de episodes uit zijn leven waarvan hij hoopte dat als er maar niet over gesproken werd, het misschien vanzelf zou verdwijnen.

Frank Westerman vertelt ook over zijn reizen naar het Noorden, waar ooit het Belomor-kanaal, die verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee tot stand gebracht werd, en naar Turkmenistan, zijn tocht naar Kara Bogaz, en beschrijft wat er van die projecten terechtgekomen of overgebleven is.

Samengevat: 300 uiterst boeiende bladzijden, door mij met veel plezier gelezen.

P.S.: Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie liet de Turkmeense regering in 1992 de afsluiting van de baai weer doorsteken. De Baai van Kara Bogaz staat weer op de kaart.

28 september 2017

Hemels

Op weg naar werk en weer naar huis staat Radio 4 aan. Ik ben helemaal niet een klassiekemuziekman, ik heb er geen verstand van, maar het is fijn om naar te luisteren. 's middags is daar dan Hans Haffmans, en die weet er ook nog eens (vind ik) boeiend over te vertellen. Hij kondigt ook concerten aan, deze week hoorde ik dat het Nederlands Kamerkoor in Alkmaar in de Grote Sint Laurenskerk Vespers van Rachmaninov zou komen zingen. Ik hoorde een stukje en dacht: daar wil ik naartoe. Er waren nog kaartjes. Sterker nog, ik zat pontificaal vooraan, kennelijk had iemand een kaartje geretourneerd. Nu zou ik het een en ander over Vespers van Rachmaninov kunnen opschrijven, maar ik weet er niets vanaf. Desgewenst kijkt U zelf even op Wikipedia. We kregen een tekst om mee te lezen, maar ik had de leesbril niet bij me. Ik hoefde dus alleen maar te luisteren. Wat was dat mooi. 30, 35 man sterk, een uur lang a capella koormuziek. De stemmen, de melodieën. Links de sopranen en bassen, rechts de alten en tenoren. Wat klonk dat mooi. Meer weet ik er niet over te zeggen. Hemels. De komende dagen nog in Den Haag, Heerenveen, Utrecht, Amsterdam, Leeuwarden, Zwolle, Vlissingen. Doe uzelf een plezier en ga luisteren.

23 september 2017

Bedankt voor de schryfmachine

Gisteren was ik weer eens in het Nationaal Archief in Den Haag. Ik ben momenteel met name geïnteresseerd in naturalisatiedossiers van de familie Raphalowiz. Ik ga dat hier niet uit de doeken doen, maar het is een tamelijk ingewikkelde zoekprocedure, vooral als de naturalisatie uiteindelijk niet is doorgegaan.
Die dossiers zitten verborgen in het archief met Verbalen van het Ministerie van Justitie. Dat zijn flinke pakken papier, ordegrootte: 10 cm papier per dag. Daarin zit van alles: gratieverzoeken van gedetineerden, de benoeming van een onbezoldigd veldwachter, een eervol ontslag van deze of gene, de aanstelling van een districtshoofd van het Roode Kruis, naturalisatieverzoeken en -dossiers, enzovoorts. Alles wat de aandacht, paraaf of handtekening van de minister behoefde. Als je niet oppast blijf je lezen. Ik geef één voorbeeldje dat ik wel aardig vond. In 1935 was de toekenning van kantoormaterialen kennelijk nog zodanig dat de levering van een schrijfmachine (waarover kennelijk ook al eerder gecorrespondeerd werd) al aanleiding was voor een Officier van Justitie om Zyne Excellentie den Minister van Justitie daarvoor persoonlijk, schriftelijk te bedanken.

20 september 2017

Voor Sjaak



Een collega van mij heeft een fijn beatleboekje. Beatles Compleet, met 'Teksten en muziek van alle 184 Beatles-songs'. U ziet dat het goed gebruikt wordt. Je kunt er, zo begrijp ik, fijn de liedjes op gitaar uit leren spelen.

Toen ik het zag, knaagde er iets. 184? Iedereen weet toch dat The Beatles tussen 1962 en 1970 wel 217 nummers uitbrachten? Af en toe hebben we het er over, 184, hoe kan dat?

In deze doos zitten ze allemaal:



Zeg maar: de canon.

Na 1970 is er nog meer uitgebracht: live-opnamen, onuitgebrachte takes en nummers, remixen, radio-optredens, mashup versies en zelfs 2 'nieuwe' nummers. En dan de oude Hamburg-nummers op Polydor en een paar nummers van de Decca-auditie. Maar die tellen natuurlijk allemaal niet mee. We hebben het over EMI-Parlophone, 1962 tot 1970.

Op de cd's in die doos (voor de hipsters is er ook zo'n doos met lp's) staan in totaal 219 Beatlenummers. Daar begint het al mee. 219? Maar op Yellow Submarine met muziek uit de gelijknamige film staan All You Need Is Love en Yellow Submarine, die ook al op eerdere lp's waren uitgebracht. Die zijn dus dubbel, waarmee we weer op 217 verschillende nummers staan, zoals we geleerd hebben.

Op de eerste platen, tot en met Help! staan ook nummers die niet door The Beatles zijn geschreven. Koffers. Ik tel er 24. Dat zal het zijn dacht ik eerst. Blijven over: 193. Twee nummers werden ook in een Duitse versie uitgebracht: Sie liebt dich en Komm' gib mir deine Hand. Zelfde muziek, andere tekst. Die staan niet in dat boekje, denk ik zo maar. 191. Verder: Love Me Do, Get Back en Let It Be zijn in verschillende versies op single en op lp uitgebracht. En Across The Universe is er ook in twee versies, ooit op een liefdadigheids-lp en op Let It Be. Revolution (single) en Revolution 1 (White Album) zijn ook twee verschillende versies van hetzelfde nummer. Dat maakt 186. Revolution 9 is geen echte song, maar meer een collage van geluidsfragmenten, een sound collage. Geen melodie of zang. 185.
Ik mis er dan nog eentje, en dat is Flying, van de lp Magical Mystery Tour. Een instrumentaal nummer, en dus geen Beatles song, maar een Beatles tune. Maakt 184. Leuk boekje Sjaak, met inderdaad 'teksten en muziek van alle 184 Beatles-songs'.

18 september 2017

De nieuwe Ringo



Wat verwacht ik als toegewijd Beatlesfan in 2017 van de negentiende Ringo Starr-'solo-lp'? (Grappig dat we het, bijna vijftig jaar na het uiteenvallen van The Beatles, nog steeds hebben over een Lennon-, McCartney-, Harrison- of Starr-SOLO-lp, alsof het een tijdelijk uitje betreft.)
Ik verwacht: geen verrassingen, geen spectaculaire muzikale ontwikkelingen (hoeft niet meer, dat deed Starr met zijn vroegere bandje vijftig jaar geleden al). Maar wel: een lekker Ringo-plaatje met popnummers, goed gespeeld (wat wil je: Paul McCartney, Joe Walsh, Jeff Lynne, Peter Frampton, Van Dyke Parks, Steve Lukather, ze doen allemaal weer mee op een of meer nummers) met Ringo's vertrouwde zang. Geen nachtegaaltje, een vertrouwde, huiselijke kwaliteit zal ik maar zeggen. Ringo. Ik vind hem, met zijn 77 jaar, prima klinken. Verder: de man kan natuurlijk veel beter drummen dan men je soms wil doen geloven: zet Ringo achter een drumstel en je weet: Ringo is cool, the super dude of backbeat. Op deze plaat staan een paar country-achtige nummers, vooral die vind ik leuk. Een countryplaat zou hem prima afgaan (hij maakte er ooit al een: Beaucoups of Blues, beter dan we toen dachten). Ringo gaat zijn autobiografie niet schrijven, maar maakt er de laatste jaren een gewoonte van, een autobiografisch nummer op de plaat te zetten. Rory and The Hurricanes, Ringo's band vóór The Beatles, komen dit keer voorbij in Electricity. De plaat bevalt me tot nu toe prima, ook de 4 'remakes' van Back Off Boogaloo, Don't Pass Me By, You Can't Fight Lightning en Photograph. Leuk hoor. Ik zet hem nog eens op.

15 augustus 2017

De wil om door te gaan

December 2016. Ik deed mee aan het Nationaal Dictee. In de pauze aten de deelnemers (BN'ers en ON'ers) een hapje, in afwachting van de uitslag. Ik maakte een praatje met Olga Commandeur. Een aardige dame, een collega van mij bleek een goede vriend van haar. Ik vertelde haar dat mijn moeder elke dag een beetje meedoet met Nederland in Beweging.
'Oh, dat is leuk', zei ze.
'Ze is 97' vulde ik aan.
'Waaat? 97? Geweldig! Laten we even samen een fotootje maken voor haar, leuk!'.
We maakten een foto, waarop vooral duidelijk wordt dat ik mijn leesbril niet op heb terwijl ik 'm maak. Die foto laat ik mijn moeder zien. Ze wil een afdrukje.

Augustus 2017. De onzekerheid ebt een beetje weg, mijn moeder ligt in het ziekenhuisbed, met aangesloten infusen aan zo'n verrijdbaar ding met handvatten, op wieltjes. Ze is in goede handen nu, weet ik. Ik zit al een uur bij haar bed. Het is stil, het is zondagmiddag, het echte bezoekuur is pas over ruim twee uur. Mijn moeder heeft haar ogen dicht, ik lees wat in een krant. Opeens is er gescharrel. Ik kijk. Mijn moeder probeert het bed uit te komen.
'Moet je naar de wc? Dan roep ik de zuster even.'
'Nee, ik bedenk ineens dat ik gisteren en vandaag mijn loopoefening niet gedaan heb.'
En voordat ik iets kan doen staat ze naast haar bed, handen aan dat infuusding en begint passen op de plaats te maken. Het ontroert me, ik schiet vol. Wát een wil om verder te gaan.

Inmiddels is mijn moeder weer thuis, nog broos, maar aansterkend. In d'r eigen bedoeninkje. Ik heb boodschappen voor haar gedaan. Ze moppert een beetje, ik heb bij de kaasboer geen zegeltjes meegenomen.
'Maar waarvoor spaar je dan?'
'Dat weet ik niet. Een kaasschaaf of zo, denk ik'.
'Je hebt toch een kaasschaaf?'
'Alles wat je krijgt hoef je niet te kopen.'

Ik durf weer een beetje te denken aan de volgende verjaardag.

27 juli 2017

Wandelen met A.F.Th. in Geldrop

Ik liep afgelopen weekeinde met een aantal medeliefhebbers de A.F.Th. van der Heijden-wandeling, in Geldrop, de geboorteplaats van de schrijver. Bij gelegenheid van de 65e verjaardag van A.F.Th. is een wandeling ontwikkeld langs 31 plaatsen 'in de verbeelding en de werkelijkheid van zijn Geldropse jeugd'. Plaatsen en gebeurtenissen uit A.F.Th.'s jeugd, die hij, al dan niet aangepast voor de romanwerkelijkheid, gebruikt heeft in zijn boeken, vooral in in de eerste delen van De tandeloze tijd, en in De sandwich en Asbestemming.

Het is een erg leuke wandeling, twee lussen van 4 km, die na elkaar, of afzonderlijk gelopen kunnen worden. We liepen beide lussen en waren al wandelend, pratend, lezend en luisterend, inclusief pauze, een middag zoet.

Even over het hoe: de route kan gelopen worden op drie manieren: met een boek, met een audiotour op de mobiel en onder leiding van een gids, zie de website. Of een combinatie natuurlijk.



Ik kocht het (leuke) boekje en gebruikte de audiotour, met teksten ingesproken door mede-Brabander Frank Lammers. Tip: laad de hele audiotour van tevoren op de mobiel, dat scheelt data, en zorg voor een volle acccu. Een middag lopen en foto's maken kost flink wat accuvermogen.

OK, wandelen met A.F.Th., in Brabant, dus vooraf dronken we koffie bij de Kasteelhoeve, het begin- en eindpunt van de wandeling.

Op pad. We liepen de twee lussen waar de wandeling uit bestaat na elkaar, samen zo'n 8 km. Prima weertje, luisteren naar Frank, praten over A.F.Th., zo wandelden we (eerste lus) De Gevarendriehoek in.

Een paar foto's:


Café De Kuster, het stamcafé van vader Egberts, de jonge Albert moest zijn vader hier regelmatig gaan ophalen. Ook is er het verhaal van de Rooie Put dat vader Van der Heijden hier zijn vrouw aanbood aan jongens uit de buurt. (De gevarendriehoek, Asbestemming)
Toen wij er wandelden was het café overigens "wegens verbouwing" gesloten.


Het Strontstrietje, waar de familie Egberts woonde, waar Flix en Albert het paard van de bakker gruwelijk mishandelden, maar ook waar Albert een allegorische droom heeft waarin God hem de zon geeft. (De gevarendriehoek)

Na de eerste lus lunchten we bij de Kasteelhoeve (prachtige tuin), natuurlijk een Sandwich van Karine (lees: De sandwich), daarna weer op pad, de tweede lus, door een gedeelte van Geldrop waar A.F.Th. woonde toen hij iets ouder was:


Dit is het huis van Thjum, op diens zolderkamer spraken Albert en Thjum een geheime groet af, niet met de handen, maar 'met hun gezwollen, nagelloze vingers'. (De gevarendriehoek)


Hier woonde het gezin Van der Heijden toen A.F.Th. op de middelbare school zat. Tijdens een Oud- en Nieuwfeestje in de kamer van zijn zus, met vrienden uit de chiquere Skandiabuurt, zorgt vader voor een ongemakkelijke scène als hij ongevraagd zijn duidelijk dronken kop door de deur de kamer in steekt. 'Adri, bedankt voor het Zalig Nieuwjaar wensen, hè.' (Asbestemming)

Er is natuurlijk nog veel meer dan dit. Liefhebber van wandelen en van A.F.Th.? Zoek niet verder. Een leuke, gezellige, interessante middag. Tot slot een biertje op een terras. Tipper!

Uitgewandeld in Geldrop, A.F.Th.-liefhebber? Kijk dan eens wat ik ook nog in de kast heb staan voor een volgende keer...

24 juli 2017

Ik was heel kort in de Q-Park garage St. Jorisplein in Amersfoort en dat ging niet goed

Gisteren waren we in Amersfoort. We gingen even de stad in en wilden parkeren. Het werd de Q-Park-garage St. Jorisplein in het centrum. We reden op tot aan de slagboom. Ik hoorde onduidelijke, niet verstaanbare mededelingen, maar kon niet precies bepalen waar dit vandaan kwam. Ik drukte op de knop, nam mijn kaartje, de slagboom ging open en ik reed naar binnen. Weer hoorden we de mededelingen en ook een slow-whoop sirene. Raampje open. Het was IN de garage. Iedereen werd gesommeerd de garage ONMIDDELLIJK te verlaten, en GEEN gebruik te maken van de liften. Ik zag een rijtje mensen staan, misschien bij een betaalautomaat. We waren nog niet uitgestapt, waren nog vlak bij de in- en uitgang, dus ik keerde de auto en reed naar de uitgang. De slagboom was gesloten. Ik presenteerde het kaartje, en moest een euro betalen. Dat kon zowaar ter plekke, bij de slagboom. Ik betaalde, de slagboom ging ope, ik reed naar buiten en parkeerde ergens anders.

Q-Park, die Euro, daar kom ik wel overheen. Maar als er een situatie is waarbij een garage onmiddellijk ontruimd moet worden en er sirenes afgaan, dan is het niet goed als auto's op dat moment de garage nog in kunnen rijden. En de slagboom bij de uitgang moet op zo'n moment natuurlijk open staan zodat er ongehinderd naar buiten gereden kan worden.

07 juni 2017

The Analogues zijn The Fab Five



OK, vorige week was het 50 jaar Beatles en Pepper en zo, maar het leek ook wel een beetje een Analogues-week, de afgelopen dagen. Niet geheel toevallig natuurlijk. Ik zag ze twee keer eerder (hier en hier) en beide keren konden ze mij wegdragen, zo goed was het.

Op 1 juni (immers: It Was Fifty Years Ago That Day) speelden ze in (vrijwel uitverkocht, mooi) Ziggo Dome, eerst Magical Mystery Tour en daarna Sgt. Pepper. Die muziek live noot voor noot horen spelen met allemaal vintage instrumenten is zó geweldig. Magical Mystery Tour, en dan met échte blazers. I Am The Walrus, met blazers én strijkers. Dat is onvergelijkbaar beter dan met synthesizers (zoals Paul McCartney himself het tegenwoordig doet, in 1977 had hij tenminste ook nog echte blazers. Zo jammer.) En alle details kloppen. Een zacht gitaarriedeltje ergens halverwege, een gek blaastoetertje en een tel (door 'Lennon'?) op de achtergrond (Lovely Rita), een buisklok in Penny Lane, harpspel bij She's Leaving Home, sitar, tabla en dilruba bij Within You Without You, het is er allemaal.

Het optreden werd ingeleid met een video van Andy Babiuk, schrijver van het (ook al geweldige) boek Beatles Gear, die vertelde over The Analogues en hun originele instrumenten. Na MMT was er een leuke video waarin Geoff Emerick vertelde over zijn werk bij EMI en met The Beatles, en zijn bewondering voor The Analogues uitsprak. Helaas hebben betrekkelijk wat bezoekers dit gemist, omdat ze dachten dat het pauze was. Ik niet, ha! Daarna Pepper, heel goed weer.

Na de (echte) pauze een inleiding met een saluut aan Geoff Emerick, die in de zaal zat en een staande ovatie kreeg! Daarna het tweede deel van de acvond, een soort bonus-set met 'muzikale vrienden'. Daar waren achtereenvolgens: Henk Hofstede (Nits) met Girl, Dave von Raven (De Kik) met I Call Your Name en I Want To Hold Your Hand, Barry Hay (die zit ook in een bandje) met Happiness Is A Warm Gun, Douwe Bob (zoon van Simon Posthuma) met Get Back, Paul de Munnik met For No One (heel goed!), Felix Maginn (Moke) met The Ballad Of John And Yoko, daarna While My Guitar Gently Weeps, Berget Lewis (Ladies of Soul) met Oh! Darling (prachtig!), weer Barry Hay, nu met Lady Madonna.
Ten slotte The Analogues weer, met Got To Get You Into My Life, de Abbey Road medley Golden Slumbers/Carry That Weight/The End, en als absolute uitsmijter Revolution.
In de pauze kocht ik nog een cd'tje (ironisch genoeg uit op het Decca-label, dat The Beatles ooit afwees) en een dvd. Top-avond.

Diezelfde avond werd ook nog eens de Het Uur Van De Wolf documentaire The Analogues - Sgt. Pepper 50 jaar later uitgezonden, waarin The Analogues gevolgd worden. Erg leuk te zien, het uiteenrafelen en weer opbouwen van de nummers, de zoektocht op eBay en door Europa naar de juiste instrumenten. Ik zag de (natuurlijk) goede documentatie voorbij komen: Beatles Gear, The Complete Abbey Road Sessions en Recording The Beatles. Dat zit goed, maar dat wist ik al.

De volgende avond ten slotte ook nog eens op tv: Sgt. Pepper live door The Analogues, eerder dit jaar opgenomen. Voor de tv geldt: PLAY LOUD!

Enfin, dat was het wel zo'n beetje. Ik vond het geweldig. Volgend jaar White Album (Number Nine, Number Nine, Number Nine...)
Ondertussen zeg ik: The Analogues zijn The Fab Five! Tot 23 januari dan!

P.S.: De foto's die ik met het mobieltje maakte vond ik niet goed genoeg. Dus.