Vandaag moest een aantal kleine klusjes in huis toch echt gedaan worden. Een paar sloten vervangen, keukendeurtjes weer rechtzetten, laatje dressoir repareren, dat soort werk. Het is niet moeilijk, maar ik houd er niet van en stel het weken uit. Maar nu moest het dan toch echt.
Mijn vader heeft zijn hele leven met zijn handen gewerkt. Hij was een vakman op zijn gebied, maar kluste daarbuiten ook van alles. En veel ingewikkelder dan wat ik vandaag te doen had. Toen ik op school zat, ging ik in de vakanties wel met hem mee. Ik mocht dan een hamer aangeven of zo. Helaas heb ik toen niet goed opgelet, zodat ik nu niet echt handig ben.
Mijn vader had een maniertje, tijdens het werken of klussen. Als hij bezig was, iets in elkaar zetten of bevestigen, dan floot hij. Maar niet een liedje of melodie, of een bepaalde maat. Gewoon allerlei piepjes na elkaar, met veel valse lucht, in- en uitademend. Zeg maar: a-tonaal fluiten.
Ik had het al eerder gemerkt, en vandaag weer. Ik doe dat ook. E. viel het ook op. Je lijkt op je vader, zei ze, qua a-tonaal fluiten.
Ik beschouw het als een compliment.