Het zevende en laatste deel van de dagboeken van J.J. Voskuil, Het zwijgen. Nou ja, zwijgen, dit deel telt 1157 bladzijden. Inclusief register, maar in dit geval is dat nodig, nuttig en inderdaad veel gebruikt.
Dit is een ongemakkelijk, moeizaam deel. Voskuil is met pensioen, en wat dan? Han (gepensioneerd) en Lousje (huisvrouw) zitten elkaar continu in de weg, en dat levert bladzijde na bladzijde irritaties, ruzies, huilbuien en slaande deuren op. De ruzies verlopen keer op keer volgens hetzelfde patroon. Lousje wil iets, Han wil wat anders, Lousje wordt daar boos om. Han geeft min of meer toe, Lousje zegt dat zij dan wel weer de minste zal zijn, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Omdat Voskuil met pensioen is en tijd heeft voor zijn dagboek, worden deze ruzies uitgebreid beschreven. Ontluisterend. Gerbrand Bakker schreef in Trouw: verschrikkelijk, maar verslavend. Een van de Bureau-delen heeft als titel En ook weemoedigheid, een regel uit Het huwelijk, een gedicht van Elsschot. Voor dit dagboekdeel had men een andere regel uit hetzelfde gedicht kunnen nemen: Maar doodslaan deed hij niet. Nee, Han bleef bij Lousje, ik denk uit solidariteit, een kenmerkende eigenschap van Voskuil. Lousje en hij waren getrouwd, en zouden altijd bij elkaar blijven, hoewel Voskuil een aantal keren op, of over het randje van de huwelijkstrouw is gegaan. In dit deel (of liever: in de voetnoten, Voskuil schrijft er geen woord over) is er sprake van een verhouding met X., door de bezorgers geanonimiseerd.
Zoals altijd zijn er ook de moeizame relaties met vrienden, zoals Henk (Romein) Meijer, Jan Bruggeman, Lou van Oyen. En er is de nasleep van het werk op het Meertens Instituut, Het Bureau. Op 10 januari 1989 komt Voskuil op Het Bureau om zijn dagboek, dat hij daar bewaarde, op te halen. Hij ziet dat de kamerindeling is gewijzigd, zijn erfenis (de kaartenbak) naar de kelder dreigt te worden verhuisd, en dat de vroegere medewerkers zich ergeren aan zijn bemoeizucht.
Als ik ooit dacht heb dat ik aan het hoofd stond van een kleine gideonsbende dan ben ik er door de ongeïnteresseerde, onverschillige houding van Koos en Marianne vandaag weer hardhandig aan herinnerd dat dit een fictie was. Ik word niet alleen niet gemist, mijn bezoeken en de herinnering aan vroeger irriteren hen. Dat is deprimerend, ook al wist ik het al langer dan vandaag.
Het zwijgen bevat de dagboeken van 1 juli 1987 (de datum van pensionering) tot en met 4 oktober 2006. Maar in feite loopt het maar tot en met 1 april 1989. Dan stopt het, behoudens een enkele oprisping in 2001 (1 dag) en in 2006 (5 dagen). Voskuil ging zijn boek schrijven, Het Bureau.
Zoals bij de eerder verschenen dagboeken las ik ook nu weer op de geëigende plaatsen de vakantiedagboeken van Voskuil. In dit geval de vakanties van 1988, 1990 en 1992, eerder gepubliceerd in Gaandeweg.

Veel van Voskuils dagboekaantekeningen zijn terecht gekomen in zijn literaire publicaties. De voetnoten verwijzen in voorkomende gevallen naar titel en bladzijde. Ik heb die boeken er ook maar bij gepakt. Zo heb ik dus ook De dood van Maarten Koning, De buurman en Requiem voor een vriend weer voor een flink deel herlezen. Overigens bevat Requiem voor een vriend ook verdacht veel dagboekachtige passages van na 1 april 1990.
Het is jammer dat de bezorgers hierover niets naders (overlevering van dit deel van het dagboek, en de fragmenten uit 2001 en 2006) meedeelden, ook niet bij de boekpresentatie waar ik bij aanwezig was. U merkt, ik verzin ook maar wat. Ik had het graag allemaal aan de bezorgers gevraagd bij de boekpresentatie. Maar ja, toen had ik het boek nog niet gelezen. Sommige vragen blijven nu eenmaal onbeantwoord.
Voskuil overleed zoals bekend in 2008. Lousje woonde tot een paar jaar geleden nog steeds op hetzelfde adres, aan de Herengracht in Amsterdam. Dit voorjaar verscheen Het leven moe, dat een aantal gesprekken bevat tussen Lousje en Detlev van Heest. Deze laten de geestelijke slijtage zien. In het boek staan ook mooie foto's van het interieur van de woning, denkelijk genomen niet lang nadat Lousje Voskuil was verhuisd. Inmiddels (bijna 100 jaar) woont ze in een verpleeghuis.
In de 'nasleep' van de dagboeken dit ook opnieuw gelezen. Nog even een ommetje, een bundel met interessante bijdragen. De tijd overwonnen van Paul van Tongeren, over de vergelijking van de stijlen van Voskuil en Proust, en over Voskuils wetenschapsopvatting vond ik het interessantst.
Hoe nu verder? Uitgeverij Van Oorschot is nog niet klaar met Voskuil. Er zit kennelijk nog meer in de literaire nalatenschap. In ieder geval is voor januari 2027 een bundel aangekondigd met brieven aan zijn vader Klaas Voskuil, de SDAP/PvdA voorman, hoofdredacteur van het Vrije Volk. Zoals uit de boeken van Voskuil blijkt, ook weer een moeizame, stroeve relatie. De titel belooft al wat, daarover.
Voor wat verder weg hoop ik dat er een goede biografie van Voskuil zal verschijnen. Die dagboeken zijn geweldig, maar dat is nog geen biografie. Detlev van Heest en Gerbrand Bakker hebben al gezegd dat zij die biografie NIET zullen schrijven. Misschien Arjen Fortuin, hij schreef bijvoorbeeld al over Geert van Oorschot. Maar dan moet eerst zijn huidige project, Louis Paul Boon, voltooid zijn. We zullen zien. Of niet.
