29 mei 2018

Freek en Bram


(Foto gelinkt vanuit https://www.de-oosterpoort.nl/)

40 jaar na het uit elkaar gaan van Neerlands Hoop is er een doos met boeken, dvd's, cd's en een lp, en treedt Freek de Jonge een aantal keren op met een programma met beelden, sketches, liedjes en herinneringen. Ik zag het gisteren in Den Haag en vond het mooi. Midden jaren 70 zag ik de laatste Neerlands Hoop-shows live: Interieur, Bloed aan de paal (in de aula van de TH Delft) en Offsmboet Ippq Dpef (ok, die moest ik even opzoeken, Code). Ongeveer al het andere zal ik op tv gezien hebben, of op de radio gehoord, want het was moeilijk ze te vermijden, toen. Zowel Bram als Freek heb ik vaak solo gezien, na 1978.
Gisteren speelde Freek met zijn band een ruime greep uit het totale Hoop-repertoire, en vertelde er omheen. En er werden filmpjes afgespeeld. Het was een feest der herkenning, herinnering en (bij mij zeker) ook ontroering, bijvoorbeeld bij een nummer (ik weet niet meer welk het was), gezongen en gespeeld door vooral Bram (en Freek), waar het filmbeeld en de muziek stilvielen, Bram zichtbaar bleef (voor altijd bevroren als een jonge gitaarheld) en Freek het nummer met de band afmaakte. Naast Freek was er steeds nadrukkelijk ook Bram. Een mooi eerbetoon aan de vriendschap, die er geweest is. Sommige sketches waren na 40 jaar niet heel bijzonder meer (Freek beaamde dat volmondig), veel andere nog wel, en sommige waren zelfs weer of nog steeds actueel (Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat met 2018-beelden). Ik heb van alles gehoord en gezien. Whisky, Vieze oude man, Elsje in Hopsi-Topsiland, Bello de hond, Quo Vadis, 'en zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan'. Na enige aarzeling (tja, het blijft Den Haag hè) werd toch door de hele zaal Doe de Hoop weer meegedaan. De avond eindigde met de gezellige bende van De douairière, inclusief een paar honderd knallende papieren zakjes. Ik was weer tweeëntwintig of zo.

Quo Vadis, Scania Vabis:



P.S.: We ontdekten ook dat E. dezelfde gymleraar heeft gehad als (een aantal jaren eerder) Bram Vermeulen. Niet zo heel raar, want ook op het HML, en dus ook volleybal.

10 mei 2018

Misschien een mal project

Ik heb het even nagekeken, op 2 september 2011 postte twittervriend Danny Habets een bericht dat de vier dikke delen Nabokov-romans bij De Slegte lagen. Ik ben toen met een Albert Heijn-tas op de fiets naar het station gereden, in de trein naar Haarlem gestapt en heb ze aangeschaft. Eerder las ik al het roemruchte Lolita, en het meesterlijke Pnin (is tijdens mijn studie een tijd lang een favoriet verjaardagscadeau van mij voor anderen geweest, niet duur, ge-wel-dig boek) in het Engels, en ook het onvoltooide Het origineel van Laura (in vertaling dus), dat postuum in 2009 verscheen. Zoals ik op 2 september 2011 schreef, de nog te lezen boeken vormen niet een stapel, maar meer een gletsjer.
Het is niet zozeer een rij of stapel boeken, maar een boekengletsjer. Het gaat gestaag, sommige boeken gaan langzaam of zijn (bijna) stilstaand, andere gaan weer heel snel. Misschien loopt het allemaal weer anders, soms herlees ik een boek, of dient zich een nieuw boek aan dat meteen gelezen moet worden.

Het is nu 2018, en ik zie en weet dat van de op de foto uit 2011 afgebeelde boeken alles gelezen is, behalve die vier delen Nabokov. Vier knollen van 900, 1000 bladzijden, met alle romans van Nabokov. Ze zitten nog steeds in de gletsjer.



Nu het malle project: IK GA ZE LEZEN. Allemaal. Van kaft tot kaft. Niet alles achterelkaar, maar een roman per keer, dan weer een of meer andere boeken, dan weer een 'Nabokovje'. Ik ga ze op volgorde lezen, en ben al begonnen, vorige maand, met Masjenka, zijn eerste roman, oorspronkelijk in het Russisch geschreven (maar wel al na zijn vlucht na de revolutie, via Groot-Brittannië naar Berlijn). En nu lees ik de tweede roman Heer, vrouw, boer. Het eerste van die vier delen bevat vijf romans, voor de andere delen zal dat ook zoiets zijn. Misschien een mal project. Wish me luck.

Aanvulling 14-12-2018



Nou, ik heb het eerste deel uit, De Russische romans, deel 1, 1926-1932, 941 bladzijden. Zoals gezegd, zo'n beetje tussen de andere boeken door gelezen. Het is mij goed bevallen, het zijn boeiende, goed leesbare verhalen, absoluut niet verouderd aandoend. In dit deel staan Nabokovs eerste vijf romans, oorspronkelijk in het Russisch geschreven. Voor deze uitgave is uitgegaan van de Engelse vertalingen uit de jaren 60 en 70 (door Nabokov zelf vertaald, hier en daar aangepast en van voorwoorden voorzien). Het zijn vijf heel verschillende romans, dus het is moeilijk iets 'overkoepelends' te zeggen, behalve dan dat ze alle geïnspireerd lijken door Nabokovs eigen leven. In alle gevallen gaat het over Russische emigranten, die begin jaren 20 na de Russische revolutie in Berlijn of Londen verzeild raken, maar zich het oude leven in Rusland natuurlijk nog haarscherp herinneren. De romans staan in dit deel op volgorde van verschijnen, ik meen dat ook wel in de stijl te herkennen, die wordt in de loop van het boek wat gepolijster. Voornemen: in 2019 lees ik het tweede deel, De Russische romans, deel 2, 1933-1939.

Aanvulling 5-12-2019



Ook dit deel (De Russische romans, deel 2, 1933-1939, 1123 bladzijden) heb ik 'tussen de andere boeken door gelezen'. In dit deel staan 4 romans en een novelle (De tovenaar, een soort pre-Lolita). Van de romans is misschien De gave het bekendst, een soort Droste-boek over een schrijver die een boek 'De gave' wil schrijven, maar ik vond dat net iets teveel 'zwoegen'. Het best beviel mij Uitnodiging voor een onthoofding, een absurd, hilarisch, magisch-realistisch verhaal. Of is het een droom? Voornemen: in 2020 lees ik het derde deel, De Amerikaanse romans, deel 1, 1941-1962. Daarin het roemruchte Lolita, en het meesterlijke Pnin. Beide las ik tijdens mijn studie al, in het Engels. Pnin was een tijdje mijn favoriete cadeau aan anderen. Zo goed.

Aanvulling 13-9-2020



Eerder dan vorig jaar weer een Nabokov-deel uit. Dit deel bevat Lolita en Pnin, die laatste  is minder bekend maar veel beter. In dit deel beviel Gebroken schild, dat ik las als een Sovjet-dystopie, het beste. Bleek vuur heeft een wel heel bijzondere, raadselachtige vorm. Het bestaat uit 4 canto's, samen 999 regels, en wordt voorafgegaan door een Voorwoord, en gevolgd door Commentaar en Index, alsof het een wetenschappelijke editie betreft. Alle met verschillende inhoud, maar duidelijk betrekking hebbend op elkaar, en boordevol onderlinge verwijzingen. Ik las het van voor naar achter, maar andere volgordes zijn door die onderlinge verwijzingen ook mogelijk. Hoe dan ook, het blijft een raadselachtig boek.

Aanvulling 24-08-2021


Het laatste deel van de verzamelde romans, toch weer 1003 bladzijden. Het is uit. In dit deel drie romans, waarvan Ada ruim 600 pagina's telt. Dat is wat mij betreft ook een van de apartste verhalen die ik las. Een familiekroniek, maar wel een bijzondere. Er wordt volop gespeeld met geografie, taal, tijd. Het verhaal speelt in Amerussia, de taal is een mengsel van Russisch, Frans, Engels, de tekst zit vol woordspelingen, associaties, verwijzingen naar allerlei andere romans, etc. Ik heb niet de illusie dat ik het allemaal begrepen heb, maar ik ben wel geboeid blijven lezen. 

Maar nu is het voorbij. Ik heb, zoals mij had voorgenomen, alles gelezen. Over het algemeen las ik bijzondere, boeiende verhalen. Sommige zijn geweldig. Maar misschien wist u dat zelf al. Ik nu ook.

Zoals gezegd, eerder las ik Het origineel van Laura, ik ga dat niet nog eens overdoen. Het is genoeg, nu.

04 mei 2018

Oom Henk

(Eerst had dit stukje als titel: Oom Hendrik. Een neef mailde mij dat Hendrik de Rooij binnen de familie Henk genoemd werd. Ik heb daarom op passende plaatsen Hendrik veranderd in Henk.)

Tussen mijn 'stamboompapieren' zit een dun archiefmapje, met het opschrift Ondergang S.S. Schie 1941. Vandaag, 4 mei, sla ik het weer eens open.



Er zit niet veel in, 2 handgeschreven blaadjes over het vermoedelijke lot van S.S. Schie, 2 blaadjes met dit verhaal uitgetypt, beknopte reisoverzichten van S.S. Schie en S.S. Bussum, een Engelstalig persoonsdossier van de rederij en een overlijdensakte uit 1951. Acht blaadjes.

Oom Henk, ik heb hem nooit gekend, toen ik geboren werd was hij al jaren dood. Door omstandigheden ontmoette ik zijn vrouw, mijn oudste tante, pas toen ik al 40 was of zo. Met haar sprak ik nooit over haar man.

Hendrik de Rooij werd geboren 13 februari 1906 in Vlissingen, waar hij ook naar de Zeevaartschool ging. In 1935 trouwde hij in Breskens met mijn tante Marie. Ze kregen een dochter.

Hendrik (Henk) de Rooij voer bij de Nederlandse koopvaardij, vóór 1 juli 1940 als 3e machinist op S.S. Katendrecht.


Foto's S.S. Katendrecht, afkomstig van: https://nimh-beeldbank.defensie.nl

Vanaf 1 juli 1940 was Henk 2e machinist op S.S. Bussum. Hij verdiende er 210 Engelse Ponden (denk ik, er staat op het persoonsdossier alleen een bedrag vermeld, per maand).


Foto S.S. Bussum, afkomstig van: https://nimh-beeldbank.defensie.nl

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het schip tot november 1940 in acht geallieerde konvooien gevaren. Op 23 november 1940 werd het schip op de Atlantische Oceaan, varend in konvooi SC 11, door de Duitse onderzeeboot U 100 getorpedeerd en tot zinken gebracht.
De bemanning werd door het escortevaartuig HMCS Ottawa (H 60) gered.

Vanaf 3 maart 1941 was Henk 2e machinist op S.S. Schie, met hetzelfde salaris.


Foto's S.S. Schie, afkomstig van: https://nimh-beeldbank.defensie.nl

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het schip tot juni 1941 in negen geallieerde konvooien gevaren. Op 7 september 1940 werd het schip tijdens een luchtaanval op Londen door vliegtuigen van de Duitse Luftflotte 2 zwaar beschadigd. Het schip werd hersteld en bleef in de vaart.

Henk kwam aan boord op 3 maart 1941, en voer vanaf Gravesend (9 maart) langs de Engelse oostkust via Northshields (14 maart), Methil (19 maart) en Dunnet (22 maart) naar Loch Ewe (23 maart), aan de Schotse noordkust. Van daaruit werd in konvooi gevaren naar Willemstad op Curaçao (19 april), van daaruit naar Halifax (Canada) (8 mei), terug via Loch Ewe (28 mei) en Dunnet (1 juni) naar Aberdeen (geen datum bekend). Op 14 juni vertrok het schip weer, en via Loch Ewe (16 juni) werd aan de oversteek van de Atlantische Oceaan begonnen, varend in konvooi OB 336. De Schie vervoerde geen lading, maar bevatte ballast. Lading zou worden opgehaald in Willemstad.

Op 25 juni 1941 werd het schip op de Atlantische Oceaan (waarschijnlijk) door de Duitse onderzeeboot U 75 om 11 uur 35 getorpedeerd en tot zinken gebracht. De Schie zonk binnen vier minuten, er was geen noodsignaal.

Op 28 juni is er een vermelding in het Admiralty Report: "Ship is presumed lost".

Op 22 december is er een Admiralty Letter, wellicht aan de scheepsagent: "Convoy scattered by order on 24 June at 1447 - Commodore reports all ships made off and no further attacks developed on any ships of the convoy. It would appear that the assumption might be that the 'Schie' was present in the convoy at dispersal."

Geschat wordt dat de Schie getorpedeerd werd 55°23'N - 38°49'W, midden op de oceaan, oostelijk van Newfoundland.

Aan boord bevonden zich 29 personen.

Alfabetisch:
1. BUCHAN, THOMAS (18), steward
2. DE ROOIJ, HENDRIK (35), tweede machinist
3. DEKKER, CORNELIS WILHELMUS (22), stoker
4. DEMPSTER, EDWIN (19), trimmer
5. FARQUHARSON, ROBERT (19), matroos
6. GRASMAN, JOHANNES MARIE (28), tweede officier
7. HERMSEN, PETRUS (46), kapitein
8. HOFMAN, GERARD DIRK (21), stoker
9. HOFTIJZER, LEENDERT (48), eerste machinist
10. INNES, ROBERT (18), stuurman
11. JUMELET, HENDRIK GABRIËL (18), stuurman
12. KERREMANS, ADRIANUS (22), radio-telegrafist
13. LIEMAN, WILLEM (43), eerste kok
14. MELSE, CONSTANT CORNELIA (43), derde machinist
15. PERSOON, MARINUS LEONARDUS (47), donkeyman
16. PUNTON, THOMAS (18), stuurman
17. ROBERTSON, ALBERT (19), stuurman
18. ROMBAUT, CORNELIS (54), stoker
19. ROSS, CORNELIUS (17), tweede kok
20. SCHAAIJ, WILLEM (44), stoker
21. TOUW, TEUNIS (21), trimmer
22. VAN ANRAAD, FRITS (24), derde officier
23. VAN DER HAM, MAARTEN (25), stuurman
24. VAN DER WEEZEN, JOHANNES PAULUS (21), trimmer
25. VAN DRIEL, MELS (26), stuurman/kanonnier
26. VAN GRIEKEN, DIRK (19), steward
27. VAN LOENEN, WILHELMUS (48), stuurman/kanonnier
28. VAN VLIET, PIETER (46), stoker
29. ZEIJLEMAKER, ARIËN (37), hoofdofficier

Op het persoonsdossier van Hendrik de Rooij staat 'vermist ± 6.41' en een aantekening betreffende het uit te keren weduwenpensioen.

Een officiële overlijdensverklaring volgt jaren later, in de Nederlandse Staatscourant van 9 november 1950.
Op 18 februari 1951 wordt de overlijdensakte opgemaakt in Breskens. Als officiële datum van overlijden wordt daar 24 juni 1941 genoteerd.

Een foto van oom Henk is mij niet bekend. Tante Marie verhuist in 1942 terug naar haar geboorteplaats Breskens. In september 1944 wordt vrijwel het hele dorp en ook het huis waar ze woonde verwoest bij het bombardement op Breskens. Dus misschien bestaat zo'n foto ook niet meer.

Dit is alles wat ik, uit dat mapje en na zoeken op internet, weet over mijn oom Henk.

Ik denk niet dat er nog iemand is die oom Henk heeft gekend. Vandaag is het 4 mei, er is toch weer even aan hem gedacht.

(Bronnen internet: https://nimh-beeldbank.defensie.nl, https://wrecksite.eu, https://www.uboat.net)