29 mei 2015

Ik ben ontroerd; twee mensen hebben weer een gezicht

Ik moet dit even kwijt: ik blogde al eerder over de familie Raphalowiz, en op Twitter besteedde ik er ook aandacht aan. Door napluizen van verschillende archieven ben ik al aardig wat te weten gekomen over deze mensen, die in hetzelfde huis woonden als ik, maar stierven in Auschwitz. Via twittervriend Rob Coers kwam ik in contact met het Stadsarchief van Antwerpen, waar deze mensen ooit ook woonden. Zij stuurden mij het (gedigitaliseerde) Antwerpse vreemdelingendossier van deze familie. Ik zal daar binnen afzienbare tijd op een aparte website meer van vertellen. Maar in het dossier vond ik ook twee pasfoto's.
Dit zijn Henri Raphalowiz (1895 - 1942) en Josephina Raphalowiz-Velleman (1899 - 1942). De foto's zijn waarschijnlijk kort voor, of op 7 mei 1926 gemaakt.



Ik ben ontroerd, echt ontroerd; twee mensen hebben weer een gezicht.

UPDATE 27 oktober 2015:

Die hierboven getoonde foto's hebben, doordat ze gescand zijn met een instelling gericht op zo goed leesbaar mogelijke tekst, vrijwel geen grijstinten.
In het FelixArchief in Antwerpen bekeek ik vorige week de originelen, en maakte een foto van de foto's. Die staat hieronder.



De foto's zitten ook op de bij dit bezoek gevonden vreemdelingendossiers van de gemeente Berchem, op documenten gedateerd 3-11-1925 (Henri) en 12-1-1926 (Josephina). Dat zijn dus nieuwe uiterste datums voor deze foto's.

Ik vond nog verdere gegevens, die zal ik de komende dagen verwerken op de inmiddels door mij ingerichte site over de familie Raphalowiz.

Bron: FelixArchief, Antwerpen.

27 mei 2015

Het menselijk tekort van Elisabeth de Roos?

Ik herlees op dit moment Het Bureau 3 - Plankton, van J.J. Voskuil. Het is weer fijn om te lezen, veel gebeurtenissen herinner ik me, en geven weer plezier, soms zelfs meer dan bij de eerste keer. Er zijn ook passages die weggezakt zijn, die ik me niet herinner. In een enkel geval heeft dat een gek gevolg, zoals bij de hiernavolgende scène, in de koffieruimte van het Bureau, op blz. 453 en 454.

Balk nam zijn pijp uit zijn mond en wees met de steel naar Maarten. 'Heb jij Het menselijk tekort in de vertaling van Elisabeth de Roos?'
Maarten keek van Freek naar Balk en van Balk weer naar Freek.
'Nee, sorry,' verontschuldigde Freek zich.
'Mijn oudste dochter heeft dat voor haar eindexamen nodig,' verduidelijkte Balk, zonder aandacht aan Freek te besteden.
Maarten dacht na. Hij kon zich zo gauw niet herinneren of hij die vertaling wel of niet had, in verwarring gebracht door de gelijktijdigheid van de vragen en door het ongewone karakter van de vraag van Balk. 'Ik dacht het niet,' zei hij tenslotte, Balk aankijkend. 'Waarom wil ze dat?'
'Dat wil ze niet, dat moet ze!'
'Dat lijkt me niet gemakkelijk voor die leeftijd,' meende Maarten. 'Geen gemakkelijk boek.'
'Een rotboek!' zei Balk categorisch. 'Ik denk dat die man zelf nog niet veel verder is. Nooit van Roger Vaillant gehoord natuurlijk, of van Louis Delpont!'
Maarten reageerde daar niet op. Zelf had hij ook nooit van die lieden gehoord. 'Heb jij het niet?' vroeg hij aan Freek.
'Nee,' zei Freek. 'Het spijt me.'
'Ik kan je er niet aan helpen,' zei Maarten tegen Balk.
'Dan haal ik het wel uit de bibliotheek!' besliste Balk. Hij stond op, schoof zijn kop door het loket en duwde de klapdeur open, de hal in.


Ik las deze passage met stijgende verbazing. Het menselijk tekort in de vertaling van Elisabeth de Roos? Ik kende wel een vertaling van E. du Perron, die heb ik zelf, en ook gelezen. Zou Elisabeth de Roos, nota bene de echtgenote, weduwe van Du Perron hetzelfde boek hebben vertaald, bijvoorbeeld na de oorlog? Ik googelen, niets te vinden, zoeken in DBNL, ook daar was die vertaling niet te vinden. Ik besloot dat het kennelijk een stijlfiguur van Voskuil was, om iets aan te duiden, wat was onduidelijk, en ik las verder.

'Die vertaling is toch niet van Elisabeth de Roos?' zei Freek toen Balk verdwenen was. 'Die is toch van Du Perron?'
'Verdomd!' zei Maarten. Hij lachte.
'Een gemiste kans,' merkte Lex geamuseerd op.


Aargh! Dus toch Du Perron! Ook ik als lezer heb me door de dwingende redenering van Balk in de luren laten leggen. "Met een ontevreden gevoel over mijzelf" tik ik deze laatste zin.

25 mei 2015

50books - vraag 21

Vraag 21: Wat vind jij van het voorstel om de openbare bibliotheek af te schaffen?

Deze vraag is ingegeven door een bericht, afgelopen vrijdag, op AT5.



De Amsterdamse VVD wil gaan kijken naar 'nut, noodzaak en kosten' van de bibliotheken. Ook wordt gesteld dat 'Marktplaats een prima alternatief is voor de bibliotheek.'

Het verbaast mij niet, dat dit voorstel komt uit de hoek van de VVD. Deze partij leverde al eerder cultuurhatende bewindslieden, die zich er op lieten voorstaan nooit een boek te lezen. Meer algemeen lijkt de culturele interesse van vooraanstaande VVD'ers sowieso niet dieper te gaan dan het aanhoren van een dixielandorkestje tijdens het partijcongres, of een optreden van Gordon en LA The Voices tijdens een verkiezingsbijeenkomst.

Men kijkt natuurlijk weer naar nut, noodzaak en kosten. Het lijkt soms of werkelijk alles tegenwoordig langs de geldmeetlat wordt gelegd. Het mag niets, of niet veel kosten, of het moet geld opbrengen, het liefst voor het bedrijfsleven. Veel te weinig hoor ik als maatstaf: zin, of waarde.

Gesteld wordt dat in sommige filialen 11 euro per uitgeleend boek subsidie wordt verstrekt. Zo'n versmalling van onderwerp (alsof de bibliotheek niet meer is dan een uitleenfabriek) is zo'n sneue eerstejaars debatingtruc dat je daar gewoon niet op in moet gaan.

Ook wordt nog gesteld dat je je boeken net zo goed van Marktplaats kunt halen, en na lezing weer verkopen. Tegen de mevrouw die dit beweert (nota bene: de woordvoerster Cultuur, het is om uit je vel te springen) zou ik willen zeggen: zelf wel eens gedaan? Het boek dat je zoekt staat er niet bij, of is peperduur, en het boek dat je wilt verkopen staat er al 22 keer, tot wel 4 maanden lang, 30 keer bekeken en 0 keer een bod op uitgebracht.

Thuis waren wij niet arm, maar geld voor boeken was er eigenlijk niet. Mijn eerste (en lange tijd enige) boekjes kreeg ik voor mijn 10e verjaardag. Wel werd ik lid van de openbare jeugdbibliotheek, bij ons in de wijk, aan de Paets van Troostwijkstraat, Den Haag. Op woensdagmiddagen en zaterdagochtenden kon ik daar naartoe.
Op mijn 13e (denk ik) mocht ik in hetzelfde gebouw een etage hoger, bij de volwassenen. Je mocht per keer 5 boeken lenen, 2 fictie en 3 non-fictie, geloof ik. Of andersom. Binnen 3 weken terug te brengen. Ik kwam er ongeveer elke week.
Toen ik weer wat ouder was, kon en mocht ik op de fiets naar de hoofdvestiging, toen gevestigd aan de Bilderdijkstraat in Den Haag. Daar hadden ze nog veel meer. Ik kwam er meestal op vrijdagavond. Stapels boeken heb ik daar weggehaald. Maar ook kon je daar in de aparte leeszaal (Stilte!) boeken inzien die niet uitgeleend werden. Atlassen, encyclopedieën en 'oude' boeken. Wekenlang zat ik daar op vrijdagavond te lezen in het fameuze schaakboek van Bilguer, waarvan de bibliotheek een oude editie bezat. Met dat schaken van mij is het trouwens nooit wat geworden. Het is maar een voorbeeld, maar ik heb daar veel zitten lezen in allerlei boeken over allerlei onderwerpen. Het gaat mij er om te zeggen dat ik niet alleen in de bibliotheek kwam om boeken te lenen. Je kon er ook boeken over speciale onderwerpen, encyclopedieën, atlassen, kranten en tijdschriften inzien.

Ik realiseer me zeker dat het geen 1965 of 1975 meer is, en dat 'de tijden zijn veranderd'. Maar ik denk ook dat er nog steeds jongens en meisjes zijn, dat er nog steeds volwassenen zijn, dat er nog steeds ouderen zijn, die graag lezen, die graag iets nader willen bestuderen, ter ontspanning, voor studie of werk, of uit interesse, en die de benodigde boeken daarvoor (omdat ze misschien niet veel geld hebben of om wat voor reden dan ook) willen lenen en lezen.

Ook komt het mij voor dat, meer dan 40 jaar geleden, grote groepen van de grotestadsbevolking het Nederlands minder goed of onvoldoende machtig zijn. Voldoende is het niet, maar uiterst handig misschien wel, een bibliotheek op loopafstand.

Meer principieel is het denk ik in deze tijd van informatiestromen via internet en pc nuttig en noodzakelijk dat mensen zelfstandig kunnen blijven beslissen welke informatie zij over een bepaald onderwerp tot zich willen nemen, of als gezaghebbend aanvaarden. Dit moet niet alleen besloten liggen in het economisch/ideologisch gunstigste algoritmeresultaat van Apple, Google of Facebook, dat op onze beeldschermen zichtbaar wordt.

Om deze redenen moet de bibliotheek natuurlijk blijven. Ik zou willen zeggen: op rollatorafstand.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

20 mei 2015

The Beatles - ZU LAUT!



Allereerst: dit is een bootleg, dus NIET doorvertellen aan Paul McCartney of Yoko Ono!

'In het verzamelcircuit' circuleert deze 2cd, met opnamen van The Beatles in de Star Club, aan de Grosse Freiheit in Hamburg, rond Kerst 1962. Destijds met toestemming van John Lennon opgenomen, met een in de Star Club aanwezige recorder. De kwaliteit is bepaald niet professioneel, maar het blijft fascinerend om The Beatles te horen in het clubcircuit, met een tamelijk luidruchtig publiek. Ze speelden in Hamburg, lange dagen, stonden op het punt van doorbreken en 'wisten' dat er grote dingen gingen gebeuren. De band is al volledig ingespeeld, maar nog niet zo gepolijst als later. Het nummer 'Shimmy, shimmy' wordt door Lennon nog aangekondigd als 'Shitty, shitty'.
In 1977 kwam een deel van deze opnamen zwaar bewerkt en semi-legaal uit op een 2lp. En nog een keer, en nog een keer en nog een keer, tot Apple het genoeg vond en verdere verspreiding verhinderde. Behalve als bootleg. Op deze bootleg staan naar verluidt alle oorspronkelijke bandopnamen, niet verknipt, in een zo goed mogelijke kwaliteit. Hard afspelen en je hoort wat de rockenergie van de groep is geweest. De titel is ontleend aan een luidkeels geroepen aanwijzing van het management om een beetje 'te dimmen'.

Hier nog een filmpje, NIET van deze uitgave.

19 mei 2015

50books - vraag 19

Vraag 19: Ben jij ook zo bezig met de boeken die je nog wil lezen dat het soms moeilijk is om te kiezen?

Nee, daar heb ik geen last van. Ik lees onbekommerd door, van de stapel die er ligt. Ik probeer wel ook boeken te herlezen. Het ritme is ongeveer 1 nieuw, niet eerder gelezen boek, en dan weer een boek herlezen. Op dit moment is dat Het Bureau, waarin ik inmiddels weer in deel 3 ben aanbeland. Misschien bevalt het me nog beter dan in 1997. Verder lees ik meestal twee (of meer) boeken tegelijk, dat wil zeggen één (meestal dikker) voor thuis en één dunner, d.w.z. tot 250 blz.) voor onderweg.

Wat ik wel moeilijk vind is boeken kopen, in de boekhandel goed te kiezen. Al weken liggen het tweede deel van de Hermans-biografie, en het Biesheuvelboek Brief aan vader mij in de boekhandel verwijtend aan te kijken vanaf hun stapels. Waarom koop je mij niet? Tja, er kwam wat anders tussen. Alex Boogers, die gaat denk ik ook snel komen. En nu is er ook weer een nieuwe David Grossman. Sommige schrijvers gaan automatisch vóór. Als er weer een nieuw dagboekdeeltje van Wolkers zou verschijnen fiets ik bij wijze van spreken dezelfde dag naar de stad om het te kopen. Detlev van Heest, wanneer komt die nou weer eens met een dikke roman? Dat zijn meer de vragen en dilemma's waar ik als boekenkoper mee worstel. Ondertussen lees ik door.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

16 mei 2015

Ik bekeek en las: Den Haag stad in oorlog stad in vrede



Hoeveel boeken over de Tweede Wereldoorlog zijn er wel niet? In Nederland alleen al honderden, denk ik zo maar. Deze wilde ik wel graag hebben. Het is een fotoboek, met 150 foto's van Den Haag in de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast 150 foto's van dezelfde plaats, met zo goed mogelijk dezelfde kijkrichting, gemaakt in 2014/15. Fascinerend. Nog steeds bestaande straten en gebouwen, 70 jaar geleden, soms met een hakenkruisvlag omdat daar Duitsers zaten. Maar ook straten en huizen die niet meer herkenbaar zijn, vanwege afbraak, of verwoesting door een bombardement.

De indeling in het boek loopt van Mei 1940 tot de Bevrijding en is min of meer thematisch: bezetting, het gewone leven, vervoer, onderdrukking en collaboratie, sloop en verwoesting, schaarste honger en kou, bevrijding.

Op de (hier afgebeelde) voorkant van het boek een foto van de Kneuterdijk hoek Parkstraat. Links wordt een van de bij de Slag om de Residentie 200 neergeschoten Junckers Ju 52 naar de Laakhaven vervoerd, voor transport naar Duitsland. Rechts rijdt lijn 1, naar Delft.

15 mei 2015

Ons tentje



Dit tentje kochten we in 1983. We zijn er jaren mee op vakantie gegaan. Wandelen met de rugzak door Frankrijk, vliegen naar Kreta, met de auto in Schotland, enzoverder. En toen werd we een gezin, en moesten we een grotere tent. Ook met veel plezier gedaan, altijd.
Nu zijn we weer met 2. En we gaan dit jaar voor het eerst weer met ons tentje.
Gisteren hebben we hem even opgezet om te kijken of alles het nog deed, en om hem weer waterdicht te maken. 1 rits moet vervangen. Ondertussen hebben we wel 2 campingstoeltjes en een 2-pits gastoestel gekocht, dat wel. Maar dat is het dan ook wel ongeveer. Toen de tent stond had ik meteen weer zin in kamperen. Nog 2 maanden wachten.

14 mei 2015

Ik zag: Een pure formaliteit



Deze hadden we nog tegoed, want eerder was de voorstelling afgelast wegens een hernia van Porgy Franssen. De voorstellingen van Orkater zijn altijd bijzonder. In deze voorstelling Pierre Bokma en Porgy Franssen op 1 toneel! Beide spelers zie ik graag, dit was de eerste kans om ze samen te zien. Bokma als verwarde schrijver, carrière voorbij, een psychologisch snel afbrokkelende verwarde man, emotioneel, vuile kleren, met gaten in de herinnering, die van moord verdacht wordt, Franssen als een nauwkeurig argumenterende en sprekende, beheerste Adriaan van Dis-achtige commissaris van politie, in control, ook nog eens een groot fan van de schrijver. Ik vond het mooi gespeeld, deze twee tegenpolen. Heeft de schrijver de moord gepleegd? Hij kan het zich niet herinneren, de situatie wordt steeds verwarder. Aan de hand van citaten uit het werk van de schrijver wordt deze door de commissaris in het nauw gedreven. Het decor was groot en imposant. Beton, een onbereikbare liftdeur, niet-werkende telefoons, stoeltjes als in een wachtruimte. Ontsnapping onmogelijk. Persoonlijk puntje: zoals gebruikelijk bij Orkater was er ook muziek, in dit geval maar liefst 8 cello's, die als het ware de geestestoestand van de spelers met muziek illustreerden. Voor mij was de tekst daardoor af en toe niet geheel goed verstaanbaar. Maar dat kan ook aan mijn oorpiep liggen. Of juist de bedoeling zijn geweest.

13 mei 2015

Verder terug dan dit gaat het niet


Iedereen heeft wel eens nagedacht over wat nu zijn of haar eerste herinnering is. Het probleem is vaak dat deze eerste herinneringen niet gekoppeld zijn aan een duidelijk dateerbaar voorval, zoals een Kerstviering, of de vierde verjaardag. Zo is het ook met mij. Ik heb een aantal 'vroegste' herinneringen, maar ik weet niet zeker welke daarvan écht de vroegste is. Ik denk de hiernavolgende. Ik ben dan drie jaar.

Ik zit onder de eettafel, op de grond met een blikken speelgoedtrammetje. De kleuren zijn beige met rood. Op de grond ligt Jabo, een harde, harige vloerbedekking. De deuken daarvan in mijn blote knieën! Aan tafel zitten mijn moeder en tante Suzan. Ze praten en lachen. Ik zie hun benen en jurken. Ik speel met mijn trammetje. De naad tussen de banen vloerbedekking is de rails. Het is een lange, rechte rails, dus het moet lijn 11 zijn, van het station naar het strand. Ik rijd de tram heen en weer.

Jammer dat ik dat trammetje niet meer heb. Het was ongeveer die van de foto, maar er zaten geen mensen in.

12 mei 2015

De eerste boekhandel ná Groningen, de laatste vóór Maastricht



Mooi. Er zit weer een boekhandel in het pand van Verwijs.

Op de hoek van de Herengracht en de Prinsessegracht in Den Haag 'hoort' een boekhandel te zitten. Eerst zat daar Verwijs, maar die verhuisde via het Buitenhof naar de Passage, ging op in Selexyz en ten onder in Polare, treurig eindigend in het pand van De Slegte in de Spuistraat. Na het faillisement van Polare is die Haagse tak overgenomen door Paagman. Van Stockum (nog zo'n naam in Den Haag) kwam van Buitenhof, via Venestraat en Korte Poten in het Verwijspand te zitten. Onlangs zijn zowel Paagman als Van Stockum naar nieuwe panden in het centrum getrokken, en in het Verwijspand zit nu (de merknaam Verwijs is nu eigendom van Paagman): Douwes. Ik vind het fijn. Er kunnen niet genoeg echte boekhandels zijn, in deze tijden van bolpuntdinges en top10-handelaren. Douwes ligt prima, vlakbij het station, in de loop naar het centrum. Eigenlijk is het voor de lezende treinreiziger de eerste boekhandel ná Groningen, of de laatste vóór Maastricht. Ik keek er afgelopen zaterdag even rond. Het rook nog nieuw en de kasten waren nog niet helemaal gevuld. Maar ze hadden wél het boek waar ik naar zocht. Meteen gekocht, dus. Verder lopend richting tram passeerde ik Paagman en Van Stockum. En omdat ik het altijd plezierig vind even in boekhandels rond te kijken, en moeilijk om zonder boek weer naar buiten te gaan, ... u begrijpt me.

11 mei 2015

Ik herlas Het Bureau 2 - Vuile handen



En nu heb ik deel 2 herlezen. Het is weer net zo fijn, misschien wel fijner dan in 1997, toen ik het voor het eerst las. Dit is het deel van veranderingen. Beerta is opgevolgd door Balk, Het Bureau verhuist van de Nieuwe Hoogstraat naar de Keizersgracht, Maarten en Nicolien van de Lijnbaansgracht naar de Herengracht, en de middagmelk van Maarten zit niet meer in een fles maar in een pak. Maarten gaat zich verantwoordelijk voelen en ondanks de bezwaren van Nicolien komen Sien, Tjitske en Manda in zijn groep.

De dialogen in dit boek zijn weer meesterlijk, vilein. Wat ik ook erg goed vind zijn de beschrijvingen van wat ik noem de kleine weemoed. De scène bijvoorbeeld waarin Maarten voor het laatst, alleen, door het verlaten oude Bureau loopt, en in afwachting van de verhuizers in de tuin gaat zitten, vind ik prachtig.

Er worden ook weer steken en steekjes uitgedeeld, ook aan de eigen uitgeverij Van Oorschot. Bij het verhuizen van de spullen van Beerta stuit Maarten op een voorraad niet-verkochte exemplaren van een door Beerta geschreven boek.

Hij pakte een lege kist van een stapel in de hoek en zette die op een stoel, naast het bureau van Beerta.
'Moet dat nu al?' vroeg Beerta geschrokken.
'Zo langzamerhand moet het wel eens.'
'Kan die machine er niet uit blijven tot die mannen komen?'
'Als je nou eens begon met die stapels op je bureau en in die vakken,' stelde Maarten voor, hij monsterde het bureau op de problemen die het nog op kon leveren. 'Wat zit er eigenlijk in die kastjes?' Hij hurkte voor de deurtjes aan de zijkant.
'Niets. Laat die kastjes nou maar.'
Maarten negeerde dat. Hij opende de deurtjes. Het kastje was tot bovenaan toe gevuld met vergeelde, ongebonden katernen. Hij nam
er een stapeltje uit en bekeek het. 'Je Zeeuwse boekje,' zei hij verrast.
'Ja, dat is mijn Zeeuwse boekje,' zei Beerta berustend.
'Hoe komt dat hier?' - hij keek op.
'Die heb ik van de uitgever gekocht toen hij ze wilde verramsjen. Die schande is me in ieder geval bespaard gebleven.'
'Maar dat is toch geen schande?'
'Dat is een schande! Wacht maar tot het jou zelf nog eens overkomt, dan zul je begrijpen wat ik bedoel.'


Het kan bijna niet anders of dit is een impliciete verwijzing naar het verramsjen van Bij nader inzien, door Van Oorschot. Dit heeft, samen met de eerdere, afwijzende reactie van Van Oorschot op het manuscript van Binnen de huid, gezorgd voor een jarenlange brouille tussen Voskuil en zijn uitgever. Opmerkelijk is wel dat deze verramsjing plaatsvond begin 1969, dus vóór de scène hierboven, die halverwege dat jaar speelt. De verramsjte boeken hebben nog jaren bij De Slegte gelegen.
Spijtig genoeg heb ik toen geen exemplaar gekocht. Een studievriend van mij was slimmer. Bij hem staat nog steeds een mooie twee-delige editie van Bij nader inzien in de boekenkast, voor een paar gulden gekocht.

Dit tweede deel is met 575 bladzijden het op één na dunste deel uit de reeks. Snel beginnen aan deel 3, ruim 800 pagina's!

10 mei 2015

Vivaldi recomposed



En weer was het zo dat ik eigenlijk niet van plan was hier naartoe te gaan. Maar de voorstelling waar ik wel naartoe wilde was afgelast. E. zei: "zullen we dan naar Het Nederlands kamerorkest gaan?". Ik had zoiets van: Vivaldi met zijn Jaargetijden, dat ken ik wel. Maar goed, toch gegaan. Om de avond in stijl te beginnen aten we eerst een pizza Quattro Stagioni. Toen naar het theater. Ik vat het samen: het was GEWELDIG. Lees hier iets meer. Vivaldi, maar dan anders. Eerst het Kamerorkest zelf, met Lente, daarna een arrangement van Piazolla's 'cuatro estaciones'. Vervolgens samen met een improviserend trio o.l.v. Tim Kliphuis die de Jaargetijden speelden in verschillende stijlen, jazzy, Russisch, Amerikaans, Afrikaans. Na de pauze de "re-composition" van Max Richter door Daniel Hope en het orkest. Beetje Reich-Glass-achtig. Bij de toegift stond iedereen samen op het toneel voor een improvisatie, met orkest, zonder uitgeschreven noten dus. Na een een beetje aarzelend begin ging dat heel leuk. Mooi. Alle, ja ALLE onderdelen van het programma waren bijzonder. Blij dat ik het gezien en gehoord heb. Met een lach op het gezicht weer met de fiets naar huis.
Vanmiddag nog in de Philharmonie in Haarlem, lees ik. Haarlemmers, doe Uzelf een plezier. Het kan nog nét.
Update: Die kans is nu voorbij.

01 mei 2015

Het dunste Voskuil-boek ooit



Vanmiddag ontving ik deze kleine uitgave. Het is, denk ik, het dunste Voskuil-boekje ooit. Voskuil schreef een aantal forse boeken. Zijn debuut, Bij nader inzien, telt 1207 pagina's. Voskuils bekendste boek, Het Bureau, beslaat 7 delen en telt ruim 5000 pagina's.
Dit boekje (met toestemming van Lousje Voskuil-Haspers uitgegeven door het Haarlemse drukkerscollectief de Hof van Jan) telt vier bladzijden, waarvan één de eigenlijke tekst bevat, een 12-regelig gedicht dat eerder verscheen in 1951, in Propria Cures. Toentertijd studeerde Voskuil Nederlands aan de UvA.
In februari j.l. had ik het gedicht zelf al gezien, toen ik in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam een aantal jaargangen PC doorwerkte. En nu is het dan officieel herdrukt.

Op de site van De Hof van Jan staat dat dit het enige gedicht is dat Voskuil ooit publiceerde. Dat is niet helemaal waar.
In Bij nader inzien is er sprake van een gedicht 'over nylonkousen'.
Het titelloze gedicht heeft als beginregel 'Als ik groot ben' en werd door Voskuil kennelijk tijdens zijn studie geschreven. In Bij nader inzien (p. 1193) staat beschreven hoe Maarten Koning het aan Chris van Heel schenkt, die het wil opnemen in een bundel met bijlage 'anonieme poëzie van het volk'. Chris van Heel is gemodelleerd naar de kunstenaar-dichter Chr. J. van Geel, deze publiceerde het uiteindelijk in 1963 in het tijdschrift Barbarber, met vermelding van Voskuils naam. Het gedicht werd opnieuw gepubliceerd in Van Geels bundel Dank aan de koekoek, wordt vermeld in een interviewbundel Lam naast leeuw, en is momenteel beschikbaar in Van Geels Verzamelde Gedichten (p. 782).