28 februari 2013

De plevier



Na Haaksbergen een zo mogelijk nog korter verhaal van Detlev van Heest.

In deze schets koopt de schrijver een huis in Nieuw-Zeeland, en dus zou dit verhaal met enige goede wil geplaatst kunnen worden tussen De verzopen katten en de Hollander en Pleun.

Het gaat hier naar mijn smaak over (voor)oordelen, die vooral iets over de ik-persoon zeggen. In dit korte verband aardig gekenschetst. Verder gebeurt er weer niet zo heel erg veel, want tja, 12 pagina's.

Het verhaal is 'voor Nop' geschreven, niet in de betekenis 'voor niets', maar 'voor Nop Maas', vermoed ik, die bij dezelfde uitgeverij publiceert.

Het boekje bevat ook 3 lino's van Pita Snoeck, waaronder een portret van de schrijver, en is door beiden gesigneerd.

Hopelijk komt er dit najaar weer eens een 'echt' boek van Van Heest.

27 februari 2013

50books - vraag 7

Vraag 7:
Lees jij alleen in het Nederlands?


Ik lees meestal Nederlands, omdat mijn interesse de laatste jaren vooral de Nederlandse literatuur betreft. Maar: Engelse en Duitse boeken lees ik in het Engels en in het Duits. Dus: Wuthering Heights en Das Parfum. Deze regel bevestig ik meteen met uitzonderingen. Ik las de biografie van Vincent van Gogh door Steven Naifeh en Gregory White Smith in de Nederlanse vertaling door Mario Molegraaf, omdat in deze vertaling letterlijk uit de brieven van Van Gogh kon worden geciteerd, en daarmee naar mijn smaak de persoon Vincent dichter genaderd werd. Ook las ik onlangs Ulysses in de vertaling Ulixes door Bindervoet en Henkes, uit ontzag voor de reputatie (moejluk) van het boek en vanwege de lovende bespreking van deze vertaling. Maar verder eigenlijk altijd in de oorsprokelijke taal.
Franse boeken lees ik weinig, en in het Frans alleen als het niet te dik is. Dus wel: Bonjour Tristesse (in 2005 op camping gekocht toen de vakantiestapel niet toereikend bleek), maar A la recherche du temps perdu toch maar in het Nederlands.
Andere talen ben ik niet machtig, dus dat gaat dan alleen in het Nederlands. En gelukkig is daar dan bijvoorbeeld de Russische Bibliotheek van Van Oorschot.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op eerdere vragen.

23 februari 2013

James Joyce - Ulixes (naschrift)



Ulysses, dat is een van de boeken waarvan ik dacht: dat moet ik toch eens lezen. Alom geroemd, maar ook aangeduid als: onleesbaar moeilijk. Ik las eerder Dubliners en Portrait of the Artist, maar ook de dikke Joyce-biografie van Richard Ellmann en ik wist: Ulysses, dat is different koek. Vorig jaar diende zich een nieuwe vertaling aan, Ulixes, door Bindervoet en Henkes. Na de lovende bespreking juni vorig jaar in NRC door Rob van Essen dacht ik: nu! Nou ja, ik kocht 'm uiteindelijk in september en begon te lezen. Elke week ongeveer een hoofdstuk. Het probleem bij Ulysses/Ulixes is niet het verhaal. In wezen is dat eenvoudig, een beschrijving van een dag uit het leven van Leopold Bloom. Ook woorden en zinnen zijn niet buitensporig ingewikkeld. Het zit 'm bij Ulixes in de verwijzingen, allusies, beschrijvingen en het wisselende taalgebruik. Om te beginnen verwijzingen natuurlijk naar Homeros' Odyssee. Dat is dan meteen een handicap, want die had ik niet gelezen. Elk hoofdstuk correspondeert in handeling met een deel van de Odyssee. Ook correspondeert elk hoofdstuk met een tijdstip, een orgaan, een kleur, een symbool, een kunst of wetenschap, en vooral zichtbaar: een schrijfstijl. Joyce stelde, om deze structuur duidelijk te maken, dit schema op. Dat is tamelijk intimiderend, en om hier mee om te gaan en niet het idee te hebben dat ik ALLES gemist had, heb ik het lezen als volgt aangepakt: Voorafgaand aan elk hoofdstuk las ik een korte inleiding hier. Na lezen van een hoofdstuk las ik hier en hier verder over inhoud en analyse van dat hoofdstuk. Maar voor de hoofdstukken zelf geldt: lezen, gewoon lezen! Lezen, doorlezen en niet laten ontmoedigen door de eerste onbegrijpelijkheid. Het hoeft niet makkelijk te zijn. Maar maak het ook niet te moeilijk.

Het is geen gemakkelijk boek, dat is bekend. Maar het is wel een heel rijk boek. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Ik denk dat de vertaling hier goed mee omgaat. Ik vond het mooi om dat zo te lezen. Een rechtbankverslag, een catechismus, een toneelstuk, een damesromannetje, Engelse schrijvers door de eeuwen heen (in de vertaling omgezet naar Nederlandse schrijvers, prima vondst), en in het laatste hoofdstuk de beroemde monologue intérieur van Molly Bloom. 58 bladzijden, ongeveer 24000 woorden, 8 zinnen. Het vorige stukje was een magere pastiche hiervan (geen titel, 1 zin (465 woorden, eigenlijk dus een zinnetje), beginnend en eindigend met Nee, en nog zo wat). Ook voor dit hoofdstuk: gewoon lezen, eventueel hardop lezen. Bedenk: Joyce schrijft hier zoals mensen denken.

De hoofdstukken die ik het mooist vond waren die in de vorm van catechismus, verschillende schrijversstijlen en de monologue intérieur.

Op 3 februari woonde ik een vraaggesprek met de vertalers bij. Na afloop sprak ik nog kort met Erik Bindervoet over het lezen van Ulixes, en liet mijn exemplaar signeren. Aan het leeslint zag hij waar ik was (p. 693 van de 902, aan het begin van het derde deel). 'Kijk eens', sprak hij bemoedigend, 'Dat gaat lukken, je hebt het ergste achter de rug!'

22 februari 2013



Nee dat boek had ik nog steeds niet gelezen want het heeft de naam enorm ingewikkeld te zijn op school hoorde ik er al van juffrouw Jansen de lerares Engels was een fan van Joyce maar had een nog dikker boek over Ulysses met wat het allemaal betekent dus dat schrok wel af vorig jaar kwam deze vertaling uit die kreeg goede recensies in de krant toen dacht ik ik dacht laat ik dat dan maar kopen en lezen dat is makkelijker ik moet zeggen het verhaal is eigenlijk heel eenvoudig Bloom wandelt door Dublin en we lezen de dingen die gebeuren en vooral ook de gedachten die Bloom heeft ook de taal is niet ingewikkeld er worden geen echt moeilijke woorden gebruikt dus ik had het ook wel in het Engels kunnen lezen denk ik dat zou even makkelijk of moeilijk geweest zijn toch ook wel het enige is dat er veel verwijzingen in zitten naar van alles en naar naar de klassieke Odyssee en die heb ik dus ook niet gelezen dus om niet te veel van dit soort verbanden te missen heb ik bij elk van de hoofdstukken op internet zitten lezen zodat ik wist waar het over ging en hoe het zit met de klassieke Odyssee er is heel veel over geschreven dus ik denk dat ik ongeveer 4 vijfde gemist heb maar dat is niet ongewoon met dit boek volgens mij apart is wel dat alle 8tien hoofdstukken in verschillende stijl zijn geschreven dat is wel bijzonder mooi zoals in de vorm van een toneelstuk, sentimenteel proza literaire clichés een juridische stijl middeleeuwse taal heldendicht catechismus innerlijke gedachtestroom het is een naturalistische vertelling een verhaal op 1 dag over de cyclus van het lichaam over overeenkomsten en verschillen perspectief over katholieken en joden en een beschrijving min of meer correct van Dublin in 1904 natuurlijk ook de belevenissen van de hoofdpersoon Leopold Bloom de mooiste hoofdstukken waren volgens mij die geschreven in verschillende literaire stijlen door de eeuwen mooi overgezet door de vertalers naar stijlen uit de Nederlandse literatuur die symbool zijn voor de ontwikkeling van de taal en het verhaal de ontwikkeling van een kind in de baarmoeder van conceptie tot partus en de catechismus en het spectaculaire laatste hoofdstuk met de gedachtestroom van Molly die 58 bladzijden lang is en 8 zinnen telt ik vond het uiteindelijk een mooi boek door de taal en de uitgebreide gedachtestromen en verwijzingen die het een rijk boek maken maar niet echt gemakkelijk om te lezen ik denk dat het beter is om het boek anders te lezen dan ik ik las het zoals gezegd per hoofdstuk en dan 1 per week dat is te langzaam gewoon doorlezen is beter zoals ik het deed moet het misschien niet nee denk ik Nee.

... en ik dacht nou hem of een ander wat maakt het uit en toen vroeg ik hem met mn ogen het nog een keer te vragen en toen vroeg ie me zou ik ja zeggen ja mijn bergbloem en eerst sloeg ik mn armen om hem heen ja en trok hem naar me toe zodat ie mn borsten kon voelen 1 en al geur en zn hart ging als een gek tekeer en ja zei ik ja dat wil ik Ja.

(De laatste regels van het boek)

18 februari 2013

Oh Yoko!

Vandaag is Yoko Ono 80 jaar. Dit is haar beste nummer. John Lennon speelt gitaar.



Vandaag is Yoko Ono 80 jaar. De laatste jaren is Yoko ultra hip in de Amerikaanse dance scene. Ik ben gestopt met het tellen van haar nummer 1 dance hits, de afgelopen jaren. Een stuk of 10, schat ik. Deze single is van vorig jaar.



Vandaag is Yoko Ono 80 jaar. En dit is de nieuwe single.



Vandaag is Yoko Ono 80 jaar. Oh Yoko!

Tony Sheridan

Op 16 februari overleed Tony Sheridan in een ziekenhuis in Hamburg.

Laten we wel wezen, zonder The Beatles was Tony Sheridan al lang vergeten. Nu is hij een (belangrijke) voetnoot in hun geschiedenis. Eind jaren '50 was hij in Engeland bekend van zijn regelmatige optredens in het tv-programma Oh Boy! Hij was de eerste die op tv tegelijk elektrische gitaar speelde en zong. Een sensatie. John, Paul en George keken elke week. Zoals veel artiesten vertrok hij in 1960 naar Hamburg en ontmoette daar de volslagen onbekende Beatles. Ze speelden samen in Hamburg, van 1960 tot 1962. John Lennon kopieerde zijn kick-ass houding tijdens optredens (voeten iets uit elkaar, gitaar hoog tegen de borst) van hem. In 1961 hoorde Bert Kaempfert (jawel: DE Bert Kaempfert) ze in de Top Ten Club en bood Tony en The Beatles een 1-jarig contract aan. Tony Sheridan zong, met The Beatles (nog zonder Ringo Starr, maar met Pete Best achter de drums) als begeleidingsgroep. Ze namen (de geleerden zijn het niet helemaal eens over aantal en data) gedurende een aantal sessies 8 nummers op. Het nummer My Bonnie van Tony Sheridan and The Beat Brothers kwam uit op single bij Polydor en haalde in oktober 1961 de 5e plaats van de Duitse Hit Parade.


(de plaatjes in dit filmpje zijn onzin, natuurlijk)

In Liverpool ontstond vraag naar dit eerste commerciële single'tje uit Duitsland waar lokale helden The Beatles (zij het onder een andere naam) op meespeelden. Platenhandelaar Brian Epstein raakte geïnteresseerd, ging eind 1961 eens luisteren in The Cavern, werd hun manager en bezorgde ze (met veel moeite) een platencontract bij EMI. The rest is history.

Na de doorbraak van The Beatles in 1963-64 heeft Polydor deze 8 nummers uit hun catalogus eindeloos gerecycled, meestal aangevuld met andere Tony Sheridan-nummers en altijd met de naam van The Beatles prominent op de lp-hoes. Voor de completisten is er nu een 50th Anniversary Edition, met van die 8 nummers alle in de Polydorarchieven beschikbare mono- en stereoversies, medley edits, Amerikaanse mixen en nummers met overdubbed zang. In totaal uitgewalst tot 34 nummers.

Terug naar Tony. Tony is in Hamburg blijven hangen, nam meerdere singles en lp's op (de laatste in 2004) en werd een veelgeziene gast op Beatlesconventies. Ik heb 'm twee keer zien optreden, als oude rocker. En ik heb een cd'tje van hem, waarvan de oorspronkelijke lp verscheen begin 1962. Met The Beatles heeft dit (op twee nummers na) niets te maken. Ga ik nu maar eens draaien.





Hier als bonus een vrijwel gelijke foto, genomen door Astrid Kirchherr. Rechts staat Stuart Sutcliffe.

17 februari 2013

50books - vraag 6

Vraag 6:
Ben jij een muzieklezer?


Als ik lees, dan heb ik meestal geen muziek en in ieder geval geen radiogepraat op staan. Dat leidt af. Ik lees het beste bij volledige concentratie. Diffuus gepraat in een treincoupe gaat ook nog wel. Maar liever: stil. De rest van het huis weg of al naar bed. Er zijn drie uitzonderingen die deze regel bevestigen. Vraag niet waarom, maar ik kan wel lezen bij: Frederic Chopin - Nocturnes, door Daniel Barenboim, mooie verstilde muziek die U ook wel kent, Robert Johnson - The Complete Recordings, jaren '20 blues uit de Mississipidelta, en Jacques Brel - Mijn vlakke land, een verzamelcd'tje van deze reus, van wie ik overigens alles op cd heb. Die eerste, dat begrijp ik nog wel, stille muziek, maar die andere twee? En waarom dan de andere platen van Brel bijv. weer niet? Begrijpt U het, waarom juist deze drie plaatjes, laat het mij dan weten.

Lezen over muziek, dat doe ik weer wel. Het afgelopen jaar bijvoorbeeld Life, FAB en The John Lennon Letters.

De laatste twee titels houden natuurlijk verband met mijn grote hobby en passie: The Beatles. Maar daar is weer zoveel over geschreven dat dat niet bij te houden valt. En verder is het niet allemaal even geweldig. Ik lees dat ook lang niet allemaal. DE standaard hier zijn de boeken van Mark Lewisohn. Ik heb er een aantal, twee titels die ik nog steeds ter hand neem zijn The Complete Beatles Recording Sessions, met gedetailleerde beschrijvingen van alle EMI opnamesessies, en The Complete Beatles Chronicle, met beschrijvingen van dag tot dag van plaatopnames, optredens, radioshows, filmopnames.



Ik kijk nu uit naar het verschijnen van het eerste deel van de Beatles-biografie van Lewisohn in augustus, waar hij 8 jaar (!) aan gewerkt heeft. Het moeten drie delen worden....

Zegt U nu: ja maar, alle plaatopnames, of drie dikke delen, dat is me allemaal teveel, noem eens twee boeken over dat groepje die je MOET lezen? Dan zeg ik: lees de geautoriseerde (dus van schandalen en onprettigheden ontdane, maar toch boeiende) biografie The Beatles, door Hunter Davies en het relatief onbekende Love Me Do!: The Beatles Progress van Michael Braun. John Lennon himself vond dat laatste het eerlijkste, beste Beatle-boek over het begin van Beatlemania. 'Nuff said.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op eerdere vragen.

16 februari 2013

Ik ben een onderling onverzoenlijk ratjetoe



Een fijn brievenboek. Bevat als inleiding een biografische schets, verder brieven aan familie, uitgevers en collega's. Ook foto's en tekeningen. Het boek geeft een aardig beeld over de moeite bij het totstandkomen van het werk, vaak geholpen door zgn. 'tuttelaars', vrienden en bekenden die meelazen en advies gaven over vorm en keuze.
Ook een paar vileine brieven aan uitgevers Johan Polak en Geert van Oorschot, met commentaar over de uitgave van zijn bundels. Met plezier gelezen.

Terzijde: van Van Geel vind ik de korte natuurgedichten (zo noem ik ze maar) in Enkele gedichten het mooist. (Maar ik ken ook lang niet alles)

Walla kristalla



Even Uw aandacht voor deze cd graag. Een leuke, mooie verzameling van kinderslaapliedjes in vele talen, 'liedjes van overal', afkomstig van overal ter wereld, gezongen in Amsterdam, 'op de markt, in het verzorgingshuis of bij families thuis'. Verzameld en van muziek voorzien door Saartje van Camp, bandlid bij Spinvis. Liedjes in het Russisch, Chinees, Nederlands, Marrokaans, Pools, Turks, Papiamento, en andere. En inderdaad, Ozewiezewoze staat er ook op (met een interessante verklaring door Frank Martinus Arion over de herkomst, die overigens ook weer betwist wordt).

Ik kocht dit na afloop van een Spinvisconcert. En gesigneerd door Saartje.

15 februari 2013

Spinvis: tot ziens, Justine Keller



Na De weerman en het optreden bij Zomer op het plein weer een Spinvis-optreden. Ik verwachtte min of meer een rock-achtig optreden met nummers van de laatste cd, maar het was anders. De nummers van tot ziens, Justine Keller waren opnieuw gearrangeerd, kleiner, bijna akoestisch, maar gelukkig zonder dat het tot een flauwe Unplugged-versie was teruggebracht. Naast nummers van 'Justine' waren er nog wat andere, oudere nummers, en een solo voor Saartje van Camp, die Daar zat een sneeuwwit vogeltje zong van haar cd Walla kristalla. De nummers waren verbonden met voorgelezen (o.a. Tommy Wieringa) brieven aan en van Justine Keller. Dit alles maakte het tot een mooi geheel. Na afloop sprak ik een van de bandleden, er bestaan vage plannen om die brieven te gebruiken voor een nieuw project waarbij de oorspronkelijke nummers als een soort soundtrack gaan dienen. Maar ja, vage plannen.

11 februari 2013

11 februari 1963



Vandaag precies 50 jaar geleden, op maandag 11 februari 1963, namen The Beatles op 1 dag 10 nummers op voor hun eerste LP, Please Please Me, in de EMI Recording Studios in Londen. Op dat moment was hun eerste single Love Me Do een top-20 hit geweest, en hun tweede single, Please Please Me, steeg snel naar 9 in de hitparade (en zou twee weken later hun 1e nummer 1 worden). EMI wilde van het moment gebruik maken door snel een LP op te laten nemen. Maar het mocht niet te duur zijn, het moest in 1 dag. De kosten zouden uiteindelijk £400 zijn. (Dat geld is goed besteed, gemeten naar de opbrengst.) Veel tijd was er ook niet, The Beatles tourden driftig door het land, als support-act voor Helen Shapiro, langs theaters en zaaltjes. Op 9 februari was er nog een optreden in het Empire Theatre in Sunderland, op de 10e reisden ze naar Londen, op de 11e namen ze dus een LP op en op de 12e gingen ze weer verder met de tournee, in Sheffield en in Oldham, Lancashire.

Een plaat opnemen was toen nog een vrij strikt geregelde bezigheid. Er waren twee sessies geboekt in Studio 2. Van 10 tot 1 en van half 3 tot 6. Omdat dat dit echt te kort bleek te zijn, werd een derde sessie bijgeboekt, van half 8 tot 10 's avonds. Producer was George Martin, met Norman Smith en Richard Langham als engineers.
Voor de LP waren 14 nummers nodig, 4 kwamen van de eerste singles, dus er moesten er nog 10 opgenomen worden. Om tijd te sparen werd er een keuze gemaakt uit hun standaardrepertoire, een mix van covers en eigen composities. Op een enkele overdub na werd alles live in de studio gespeeld en opgenomen.
Aan het eind van de dag bleek een nummer (Hold Me Tight) toch onbruikbaar. Dit zou later opnieuw opgenomen worden en op de 2e LP komen.
Letterlijk in blessuretijd (tusssen 10 en kwart voor 11 's avonds) werd daarom nog een laatste benodigd nummer opgenomen, live, met John Lennon hoorbaar tegen een kapotte stem aan: Twist And Shout, take 1:



Een 2e take werd nog gedaan, maar John Lennon was zijn stem kwijt.

Op 20 februari werd de LP gemixt en op 22 maart lag hij in de winkels. De LP stond in Engeland 30 weken op nummer 1, werd daarna verdrongen door de 2e LP With The Beatles, maar bleef tot in mei 1964 op 2, soms op 3 staan. Het is misschien niet de beste Beatles-LP, maar er staan naar mijn mening drie juwelen op: Twist And Shout dus, Please Please Me en I Saw Her Standing There.

One two three faaw!

10 februari 2013

50books - vraag 5

Vraag 5:
Welk boek lees je op dit moment?


Boek? Bij mij zijn het vaak meerdere boeken tegelijkertijd. Ik lees op de bank, in bed, aan tafel of in de trein, en niet elk boek kan overal gelezen worden. Dikke gebonden boeken neem ik bij voorkeur niet mee voor onderweg, in de trein maar liever een paperback die in de tas kan. De boeken die ik tegelijkertijd lees moeten wel verschillen, dus bijvoorbeeld een roman naast een brievenboek, een dichtbundel naast een biografie.

Momenteel lees ik twee boeken:



Ten eerste Ulixes, de vertaling door Bindervoet en Henkes van James Joyce' Ulysses. In het gestage maar misschien iets te langzame tempo van ongeveer 1 hoofdstuk per week. Hoewel het verhaal betrekkelijk eenvoudig is, is het bepaald geen easy read. Het boek zit vol met verwijzingen, wisselende stijlfiguren en citaten. Om daar een beetje de vinger achter het behang te krijgen lees ik voorafgaand aan elk hoofstuk via internet een samenvatting van de plot en een aantal websites over de verwijzingen (onder andere natuurlijk naar de Odyssee) en citaten. Ook ga ik voor een enkele zin of alinea wel terug naar de Engelse tekst, als e-book op de pc aanwezig. Nog twee hoofdstukken, dus nog twee weken. Laatst sprak ik kort met vertaler Erik Bindervoet over het lezen van Ulixes, en liet mijn exemplaar signeren. Aan het leeslint zag hij waar ik was (toen: p. 693 van de 902, aan het begin van het derde deel). 'Kijk eens', sprak hij bemoedigend, 'Dat gaat lukken, je hebt het ergste achter de rug!'



Onlangs zag ik een aardige documentaire over dichteres Elly de Waard. Al associërend kwam ik daarna uit bij haar vroegere partner, dichter en beeldend kunstenaar Chr. J. van Geel.
Onlangs verscheen van hem dit brievenboek. Ik lees graag brievenboeken, en deze was positief (4 bolletjes) besproken in NRC. Brieven over kunst, de juiste woorden, de kritiek, de eigen kwetsbaarheden. Goed boek, tot nu toe.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op eerdere vragen.

05 februari 2013

Brands in Donner, 3 februari 2013



Afgelopen zondag was ik bij boekhandel Donner, in Rotterdam, daar naartoe gelokt door het vooruitzicht dat Erik Bindervoet en Robert-Jan Henkes door Wim Brands geïnterviewd zouden worden, over hun Ulysses-vertaling Ulixes. Die lees ik momenteel, in het gestage maar misschien iets te langzame tempo van ongeveer 1 hoofdstuk per week.



Maar eerst mocht Gerry van de List (Elsevier) vertellen over zijn Bomans-boekje Ter Herinnering Godfried Bomans (1913-1971). Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Boman werd geboren en later dit jaar is Erik of het klein insectenboek het boek dat Nederland leest. In het gesprek werden de bekende Bomans-onderwerpen en -anecdotes aangestipt: De rol van de vader (De man met de witte/zwarte das), Bomans' verhouding met het geloof, de confrontatie met zichzelf (Rottumerplaat), zijn humor ('Had mijn vrouw maar een zo'n been') en welsprekendheid, zijn positie in de literatuur en waarom Bomans daar nooit echt serieus genomen werd. Voor de liefhebbers, maar niet echt verrassend, lijkt mij.



Daarna sprak Wim Brands met Gijsbert van der Wal (NRC, De Avonden) over Wijd open ogen. Ik weet het, Donner is niet hetzelfde podium als tv, maar toch: Van der Wal was toch ook al te gast bij Boeken, op 9 december 2012?
Het gesprek gaat over kijken. En het gaat over schrijven over kunst: niet zweverig of particulier, maar wel proberen mensen vanuit je eigen voorkeuren op een andere manier naar kunst te laten kijken. Echt kijken = afremmen, de tijd nemen.

Ik moest ineens weer denken aan die tv-uitzending. Naar aanleiding daarvan weer ben ik eigenlijk wel benieuwd naar het werk van Theo de Feyter, die elke dag om 5 uur 's middags het uitzicht uit zijn raam in Amsterdam schildert. Natuurlijk ook omdat ik hierbij aan Voskuil moet denken: Als dit nu eens de zin van het bestaan was: Het waarnemen van kleine variaties in steeds hetzelfde stukje van de wereld waar je toevallig woonde. J.J. Voskuil: Het Bureau 7, blz. 86.



Ten slotte kwamen Erik Bindervoet en Robert-Jan Henkes om te praten over James Joyce, Ulysses en hun vertaling Ulixes. Bindervoet had ook een pas-uitgekomen dichtbundel mee (De mond van de waarheid) waaruit hij twee gedichten voordroeg. Ook meegenomen was een biografie van de vader van James, John Stanislaus Joyce (The Voluminous Life and Genius of James Joyce's Father), een geweldige titel. Want niet alleen van James Joyce bestaat een biografie (door Richard Ellmann, een mooie, uitgebreide biografie vind ik), maar dus ook van de vader, de vrouw en de dochter.
Gesproken werd over de invloed van de vader op James. Die invloed was groot. Vader Joyce beschouwde zijn zoon als een genie, en James was zich daar zeer van bewust.
Echtgenote Nora Barnacle was eigenlijk James Joyce' reddende engel, die zorgde dat alles op de pootjes terecht kwam. Als Joyce in Parijs na een nacht doorhalen starnakelbezopen thuiskwam, stond ze hem in de deur op te wachten. 'Kijk, daar komt hij aan hoor, de grote schrijver.'
Dochter Lucia was schizofreen, volgens James Joyce was zij verdronken in de diepten van haar genialiteit. (Volgens sommigen is zij Joyce' muze voor Finnegan's Wake.)
De vertaling van Ulysses duurde 4 jaar (8 manjaar! volgens Henkes), de vertalers namen om en om twee opeenvolgende halve hoofdstukken voor hun rekening, wat na afloop natuurlijk werd besproken en op elkaar afgesteld.
Bindervoet en Henkes hebben geen idiomatische, letterlijke vertaling willen maken, met bleke, saaie zinnen (zoals de vorige vertaling), maar recht willen doen aan Joyce' virtuoze taalspel. Typisch voor Joyce zijn onvolledige zinnen, vaak zonder onderwerp, vaak in de vorm van een monologue intérieur. Vorige vertalers vervolledigden dat vaak met "'k", nu werd het onvolledige gehandhaafd. (Ik moet overigens de beroemde monologue intérieur uit Ulysses, Molly Bloom's Soliloquy, nog lezen.)
Gesproken werd ook nog over de belangrijke rol van liedjes/liederen in Ulysses. Het boek staat vol met flarden van deze liedjes. De vertalers zijn, om die flarden en de verwijzingen ernaar goed te kunnen vertalen, naar de complete teksten teruggegaan. Dat was nodig, maar gaf veel 'extra' uitzoekwerk.
Als illustratie van Joyce' taalvirtuositeit, maar ook van de vertaling van de geluiden in tekst lazen Bindervoet en Henkes ten slotte samen de ouverture van het elfde hoofdstuk, iets meer dan twee bladzijden (p. 302 - 304) met zo'n 60 fragmenten uit de tekst van de rest van het hoofdstuk, dat in de verbeelde vorm van een fuga is geschreven. Dat klonk geweldig! Ulixes als luisterboek, dat zou wat zijn.

Na afloop sprak ik nog kort met Erik Bindervoet over het lezen van Ulixes, en liet mijn exemplaar signeren. Aan het leeslint zag hij waar ik was (p. 693 van de 902, aan het begin van het derde deel). 'Kijk eens', sprak hij bemoedigend, 'Dat gaat lukken, je hebt het ergste achter de rug!'

04 februari 2013

50books - vraag 4

Vraag 4:
Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt?


Breek me de bek niet open! Ik ben een typische oeuvrelezer die, als een schrijver bevalt, vaak dan maar het complete werk doorneemt. Vaak vertellen schrijvers in opeenvolgende boeken eigenlijk hetzelfde verhaal, maar dan anders. En als het een goed verhaal is, lees ik het graag nog eens. Dus.

Als kind las ik alle Pietje Bell's, alle Bob Evers-en, alle Arendsoog-en, alle Karl May's. Maar dat zullen meer jongens gedaan hebben.

Nu lees/las ik bijvoorbeeld alles van Updike, Wolkers, AFTh, Gerard Reve, Karel van het Reve (bezig), Mulisch, Voskuil, Vogels (bezig), Warren.

Wat een omgevallen boekenkast.

Welke auteur? Als illustratie kies ik er twee.

Gerard Reve. Wat moet ik over hem nog zeggen? Ik schreef al eerder: Hij is de schrijver die mij heeft laten lachen, genieten, nadenken, tandenknarsen. Hij heeft mij ontroerd en geërgerd. Hij heeft mij, meer dan welke andere schrijver ook: geraakt. En dan behoor ik niet eens tot de groep van zijn beste lezers, de Internationale Huisvrouwen. Prachtige boeken, het hoogtepunt is Op weg naar het einde. Ook zijn brievenboeken zijn vaak erg goed. Hoogtepunt hier: Brieven aan Josine M.

J.J. Voskuil. Ooit leende ik van een vriend Bij nader inzien van J.J. Voskuil. Ik was verkocht. Dat boek gaat over mij. (Als er toch iets is wat ik betreur is het dat ik in de jaren '70 niet de tweedelige 1e druk van dit boek bij De Slegte heb gekocht. Toen voor een habbekrats te koop, nu een collector's item).
Toen kwam Het Bureau. En de film, en het hoorspel, en de wandelboeken, en de rest. Vorig jaar verscheen voorlopig het laatste Voskuil-boek De buurman. En een klein bibliofiel boekje. Het wachten is op de dagboeken. Voskuil heeft ze in de computer ingevoerd.

Reve en Voskuil dus, twee op het oog verschillende schrijvers, maar toch ook met overeenkomsten.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op eerdere vragen.