23 februari 2013

James Joyce - Ulixes (naschrift)



Ulysses, dat is een van de boeken waarvan ik dacht: dat moet ik toch eens lezen. Alom geroemd, maar ook aangeduid als: onleesbaar moeilijk. Ik las eerder Dubliners en Portrait of the Artist, maar ook de dikke Joyce-biografie van Richard Ellmann en ik wist: Ulysses, dat is different koek. Vorig jaar diende zich een nieuwe vertaling aan, Ulixes, door Bindervoet en Henkes. Na de lovende bespreking juni vorig jaar in NRC door Rob van Essen dacht ik: nu! Nou ja, ik kocht 'm uiteindelijk in september en begon te lezen. Elke week ongeveer een hoofdstuk. Het probleem bij Ulysses/Ulixes is niet het verhaal. In wezen is dat eenvoudig, een beschrijving van een dag uit het leven van Leopold Bloom. Ook woorden en zinnen zijn niet buitensporig ingewikkeld. Het zit 'm bij Ulixes in de verwijzingen, allusies, beschrijvingen en het wisselende taalgebruik. Om te beginnen verwijzingen natuurlijk naar Homeros' Odyssee. Dat is dan meteen een handicap, want die had ik niet gelezen. Elk hoofdstuk correspondeert in handeling met een deel van de Odyssee. Ook correspondeert elk hoofdstuk met een tijdstip, een orgaan, een kleur, een symbool, een kunst of wetenschap, en vooral zichtbaar: een schrijfstijl. Joyce stelde, om deze structuur duidelijk te maken, dit schema op. Dat is tamelijk intimiderend, en om hier mee om te gaan en niet het idee te hebben dat ik ALLES gemist had, heb ik het lezen als volgt aangepakt: Voorafgaand aan elk hoofdstuk las ik een korte inleiding hier. Na lezen van een hoofdstuk las ik hier en hier verder over inhoud en analyse van dat hoofdstuk. Maar voor de hoofdstukken zelf geldt: lezen, gewoon lezen! Lezen, doorlezen en niet laten ontmoedigen door de eerste onbegrijpelijkheid. Het hoeft niet makkelijk te zijn. Maar maak het ook niet te moeilijk.

Het is geen gemakkelijk boek, dat is bekend. Maar het is wel een heel rijk boek. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Ik denk dat de vertaling hier goed mee omgaat. Ik vond het mooi om dat zo te lezen. Een rechtbankverslag, een catechismus, een toneelstuk, een damesromannetje, Engelse schrijvers door de eeuwen heen (in de vertaling omgezet naar Nederlandse schrijvers, prima vondst), en in het laatste hoofdstuk de beroemde monologue intérieur van Molly Bloom. 58 bladzijden, ongeveer 24000 woorden, 8 zinnen. Het vorige stukje was een magere pastiche hiervan (geen titel, 1 zin (465 woorden, eigenlijk dus een zinnetje), beginnend en eindigend met Nee, en nog zo wat). Ook voor dit hoofdstuk: gewoon lezen, eventueel hardop lezen. Bedenk: Joyce schrijft hier zoals mensen denken.

De hoofdstukken die ik het mooist vond waren die in de vorm van catechismus, verschillende schrijversstijlen en de monologue intérieur.

Op 3 februari woonde ik een vraaggesprek met de vertalers bij. Na afloop sprak ik nog kort met Erik Bindervoet over het lezen van Ulixes, en liet mijn exemplaar signeren. Aan het leeslint zag hij waar ik was (p. 693 van de 902, aan het begin van het derde deel). 'Kijk eens', sprak hij bemoedigend, 'Dat gaat lukken, je hebt het ergste achter de rug!'