Vandaag bezocht ik het Nationaal Holocaust Namenmonument, aan de Weesperstraat in Amsterdam.
Onderweg liep ik eerst nog even langs het Auschwitzmonument, gemaakt door Jan Wolkers, dat sinds 1993 in het Wertheimpark ligt.
Spiegels, maar gebroken om de spiegeling zoveel mogelijk onmogelijk te maken. 'Na Auschwitz is de hemel nooit meer ongeschonden', volgens Wolkers. Ik was er al vaker, een mooi symbolisch gedenkteken.
Het Namenmonument. Ik had er natuurlijk al veel over gelezen, maar het bezoek was toch een indrukwekkende, stilmakende ervaring. Het monument betaat uit meterslange, ongeveer 2,5 m hoge muren, gemetseld in baksteen, met op elke steen een naam, in totaal 102.000 namen van Nederlandse Joden, Sinti en Roma die in de nazi-kampen vermoord werden. Boven de muren grote, de omgeving juist perfect reflecterende roestvrijstalen panelen. Samen symboliseren ze de verbinding tussen het heden en het verleden. Vergeleken met het Auschwitzmonument: een andere tijd, een andere symboliek.

Het monument betaat uit 4 eenheden, in de vorm van vier Hebreeuwse letters die samen het woord לזכר (l'zecher) weergeven, dat ‘In herinnering aan’ betekent.
Het komt over als een waar labyrint, waar je doorheen wandelt. Mijn ogen dwaalden langs de de muren, bleven steeds bij namen haken. Uiteindelijk belandde ik bij Marcel (Philip) Raphalowiz.

Marcel woonde ooit (1936 - 1942) in het huis waar ik in de jaren '60 en '70 woonde. Hij sliep in hetzelfde kamertje, als hij naar buiten keek zag hij ongeveer hetzelfde als ik. Hij ging misschien wel naar dezelfde buurtschool als ik, jaren later. Een foto van hem ben ik nog niet tegengekomen. Ik weet maar een paar dingen over Marcel en zijn familie, dat staat hier.
Om zijn steen heen vond ik die van zijn familie. Onder hem zijn grootvader, boven hem een tante. Zijn vader weer verder naar boven, zijn moeder in de volgende rij. Zijn familie van moederskant (Velleman) vond ik in een ander deel.
Vandaag, 30 september, is de dag die officieel is aangemerkt als die van Marcels overlijden, in 1942. Ook daarom stond ik vanmorgen in gedachten bij zijn steen, die ik even aanraakte.

