30 september 2010

Om vijf uur in de middag



Een boekje met 7 verhalen. Persoonlijk lees ik liever romans van Campert. De verhalen zijn wisselend van onderwerp en wat mij betreft ook van kwaliteit. Wat altijd blijft is de quasi-achteloze, maar o zo verfijnde schrijfstijl. Minder vind ik de hommage aan Jan Cremer: Bestseller en het verhaal Seks met dieren. Ouderwets goede Campert-kwaliteit vond ik in De scholier en het langere titelverhaal Om vijf uur in de middag over een geheim agent annex luchtdichter. Toch niet zijn beste boek. Maar ja, dat beste boek schrijf je maar een keer in je leven.

25 september 2010

Mensenkinderen



Gisteren zag ik in De Toneelschuur in Haarlem de premiere van Voskuils enige toneelstuk Mensenkinderen. Het bevat weer alle bekende Voskuil-ingrediënten: de zinloosheid van het bestaan, onwaarachtige vriendschap, bureaucratie op het werk en vooral: het huwelijkse leed. Het is een onderhoudende, en vooral ook erg leuke tragikomedie geworden. Een soort Who's Afraid of Virginia Woolf?, maar dan met humor. Ik had de tekst al (twee keer) gelezen, maar heb toch weer een paar keer onbedaarlijk gelachen. Kees Hulst (ik schei uit met loftuitingen) speelde weer een sublieme rol. Zijn tegenspeelster Els Ingeborg Smits deed het ook meer dan prima. Erg leuk, zeker voor Voskuilfans. Gaat dat zien.

De première werd overigens ook bijgewoond door Lousje Voskuil, begeleid door Detlev van Heest.

19 september 2010

De verzopen katten en de Hollander



Dit boek MOEST natuurlijk door mij gelezen worden, immers: in de stijl van Voskuil, zo werd ons beloofd. De voorpublicatie van een mooi, bijna ontroerend verhaal over Van Heests kapper beviel mij al prima.

Van Heest raakte jaren geleden bevriend met Voskuil, correspondeerde met hem over stijl en publiceerde over hem in het Voskuil Tirade nummer. Van Heest heeft dit boek zelfs aan Voskuil opgedragen ('voor Han'). Ook was hij betrokken bij het persklaar maken van Binnen de huid.
Nu het boek: Dit is een goed boek. Het beschrijft in minutieus vastgelegde dialogen en details het leven in een Tokyose wijk. Er gebeurt eigenlijk niks. Maar er verschuift bijna onmerkbaar van alles. Het zijn korte verhalen, meest dialogen, kennelijk ontleend aan Van Heests dagboek. De verhalen gaan steeds over een andere buurtgenoot van de schrijver. Die buurtbewoners hebben allen hun eigen leven (met kleine onderlinge raakvlakken), dat veelal gekenmerkt wordt door verval en uitzichtloosheid ('Aan het einde van het licht gloort de tunnel'). Het deed mij inderdaad veel aan Voskuil denken. De uitzichtloosheid, het detail, de liefde voor de natuur, het gekibbel met de echtgenote, de humor. Maar naar mijn smaak mist het de noodzakelijkheid van het schrijven die Voskuil kenmerkte. Toch: een goed boek. Deze 607 bladzijden zijn het eerste deel van een tweeluik. Dit najaar verschijnt het tweede deel. Ga ik ook weer lezen.

Nobody can wait forever



Een week of zo geleden trok ik deze tevoorschijn uit een midpricebak bij de lokale platelaar. Niet echt 'de scherpe rand van platenland' (©SvO), maar wat vond ik dit goed tijdens mijn studie. Alquin zat een beetje in dezelfde hoek als Focus en Kayak. Tamelijk breed uitgesponnen melodieën, lange solo's en af en toe op je gemak een refrein zang. Ze repeteerden in de Delftse studentensociëteit Alcuin. Terwijl we in daar de rij stonden voor de dagelijkse prak klonk vanuit de kelder het gedaver. Ik heb deze nummers in eeuwen niet meer gehoord, maar melodie en tekst zaten er nog redelijk in. Wake me up, Darling Superstar en het bekendste nummer Wheelchair Groupie. Helemaal te wauw, man! Eind jaren 70 gingen ze uit elkaar, zanger Ferdinand Bakker vormde samen met Hugo Sinzheimer The Meteors. Dat was wel heel wat anders. Heb ik ook nog een LP van gehad. Inmiddels zijn de mannen weer bij elkaar, ze treden weer op en maken zelfs nieuwe platen. Met ouderwets goede muziek.

18 september 2010

Mijn tijd als stationschef bij de NS



Ik ging vandaag met de trein naar Den Haag. Toen ik op Hollands Spoor uitstapte, moest ik weer denken aan de tijd dat ik voor de NS werkte, op datzelfde station, als stationschef. Ik zal toen 4 of 5 jaar oud geweest zijn. Voor mijn verjaardag had ik een complete stationschefuitmonstering gekregen, bestaande uit een pet, een tas voor de kaartjes, een spiegelei en een fluit. Op een zondag wandelde ik met mijn vader van huis naar het station. Mijn vader kocht perronkaartjes en we stelden ons op bij de vertrekkende treinen richting Rotterdam. Ik moest dan vooral goed kijken of alle passagiers wel in- en uitgestapt waren. Mijn vader keek ook mee. Als het dan ongeveer zover was zei hij: "Ik denk dat het wel kan. Laat hem maar vertrekken". Ik blies op de fluit, hield het spiegelei omhoog, draaide de groene kant naar de machinist, zodat deze kon zien dat alles in orde was, en blies nogmaals op de fluit. De trein zette zich dan inderdaad in beweging, richting Delft en Rotterdam. Er waren ook treinen die verder gingen, naar België of Parijs. Die zagen er 'sneller' uit dan de gewone groene NS-treinen, ze waren rood met zilver of geel. Vaak als ik op Den Haag HS uitstap, zie ik weer die plek waar ik toen stond. En dat jongetje.

12 september 2010

Kees Hulst proficiat!



Alsof de duvel er mee speelt. Vanmiddag nog roemde ik op een terrasje het geweldige toneelspel van Kees Hulst, in Tirza, naar het boek van Arnon Grunberg. Misschien wel de meest intense toneelervaring ooit. Zojuist lees ik op teletekst dat hij voor deze rol de Louis d'Or heeft gekregen, de toneelprijs voor de beste mannelijke hoofdrol. Ik kan niet anders zeggen dan: volkomen verdiend. Al eerder vond ik zijn spel bijzonder. Ik verheug me op Mensenkinderen, het toneelstuk van Voskuil, waarin hij ook een hoofdrol speelt. Ik heb de tekst gelezen en het lijkt mij een voor hem bijzonder geschikte rol. Ik zou zeggen: uit de stoel en gaat dat zien in een theater bij U in de buurt.

04 september 2010

Dagboek 1954-1957



Naar aanleiding van Frida Vogels' Dagboek 1968-1969 en Binnen de huid van J.J. Voskuil toch ook maar Dagboek 1954-1957 herlezen, om het plaatje weer compleet te maken. Ik las dit boek eerder, direct na het verschijnen, in juni en juli 2005. Dit is het begin van een kennelijk nieuw dagboek van Vogels, begonnen na het afsluiten van een bewogen periode in haar leven, het afbreken van de studie en een 'catastrofe' tussen haar en haar broer Michiel tijdens een verblijf in Bretagne. Over het precieze hoe en wat daarvan worden we overigens niet veel wijzer. Frida vestigt zich in Italië en leert haar toekomstige man kennen, met wie ze eind 1957 trouwt. Meteen in dit eerste dagboekdeel wordt een belangrijk thema uit haar leven duidelijk, namelijk het ongemakkelijke, schurende, in relatie met anderen, i.c. haar man en schoonfamilie. De stijl van dit eerste deel is wel anders dan die van het zevende (1968-1969), minder direct, meer weergave van observaties, van anderen, van Italië. Overigens vertelt ze op deze manier wel heel veel over zichzelf: wie ze is en wat ze wil, namelijk verbanden leggen en zichzelf begrijpen, volgens Vogels het kenmerk van de ware schrijver. Maar aspecten en verbanden die ze van minder belang acht, worden daarmee weggelaten, zodat er toch een vertekend beeld kan ontstaan. Een gevolg van het feit dat ze poëzie schrijft, wat volgens haar niet samengaat met precisie. Na zeven delen gelezen te hebben meen ik te kunnen zeggen dat haar zelfanalyse wél ongemeen precies is. De ware schrijver dus. Daardoor heb ik na dit eerste deel de volgende delen steeds met veel aandacht gelezen. Wanneer komt deel 8?