Dit boek
MOEST natuurlijk door mij gelezen worden, immers: in de stijl van Voskuil, zo werd ons beloofd. De voorpublicatie van een mooi, bijna ontroerend verhaal over Van Heests kapper beviel mij al prima.
Van Heest raakte jaren geleden bevriend met Voskuil, correspondeerde met hem over stijl en publiceerde over hem in het
Voskuil Tirade nummer. Van Heest heeft dit boek zelfs aan Voskuil opgedragen (
'voor Han'). Ook was hij betrokken bij het persklaar maken van
Binnen de huid.
Nu het boek: Dit is een goed boek. Het beschrijft in minutieus vastgelegde dialogen en details het leven in een Tokyose wijk. Er gebeurt eigenlijk niks. Maar er verschuift bijna onmerkbaar van alles. Het zijn korte verhalen, meest dialogen, kennelijk ontleend aan Van Heests dagboek. De verhalen gaan steeds over een andere buurtgenoot van de schrijver. Die buurtbewoners hebben allen hun eigen leven (met kleine onderlinge raakvlakken), dat veelal gekenmerkt wordt door verval en uitzichtloosheid (
'Aan het einde van het licht gloort de tunnel'). Het deed mij inderdaad veel aan Voskuil denken. De uitzichtloosheid, het detail, de liefde voor de natuur, het gekibbel met de echtgenote, de humor. Maar naar mijn smaak mist het de noodzakelijkheid van het schrijven die Voskuil kenmerkte. Toch: een goed boek. Deze 607 bladzijden zijn het eerste deel van een tweeluik. Dit najaar verschijnt het tweede deel. Ga ik ook weer lezen.