30 april 2013

50books - vraag 16

Vraag 16:
Welk boek kreeg je bijna niet uitgelezen omdat het je de stuipen op het lijf joeg?


Weer een moeilijke vraag, want ik lees eigenlijk nooit spannende boeken. Ik meen dat het Karel van het Reve was, die ergens schreef dat die zogenaamd spannende boeken dat in de meeste gevallen nu juist niet zijn. Eenvoudige, voorspelbare, een-dimensionale verhalen, waarnaar je na lezing nooit meer benieuwd bent hoe het ook weer was, zo luidde zijn argument ongeveer.

In 2006 las ik Hokwerda's kind, van Oek de Jong.



De Proloog van dat boek is ijzingwekkend. De vader die zijn dochter over de rietkraag in de plaatselijke vaart gooit. En weer. En weer. Tot het kind vrijwel uitgeput is en niet meer kan. Duister. Ik herinner me dat ik het boek toen bijna niet verder kon lezen, misschien ook omdat ik zelf jonge kinderen had, die op die leeftijd volkomen afhankelijk zijn van hun ouders.

Na die Proloog ging het verder wel, hoewel het een duister boek over vernedering, verraad, grensoverschrijdend gedrag en geweld blijft.

Brrr!

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

29 april 2013

Even kijken bij 't landje

Ik ben zaterdag even wezen kijken bij 't landje. Een persoonlijke herinnering schreef ik eerder, en is te lezen in De Leunstoel.



Het is nu een wat anoniem parkje, Schoonoord geheten. In deze omgeving stonden vanaf de Middeleeuwen een aantal buitens en kastelen, voor de edelen uit het nabij gelegen Den Haag. In de 14e eeuw lag hier waarschijnlijk Dirksveld, een bezit van Dirc de Blote (Blote betekent hier zoiets als laf, bevreesd, vgl. bloodaard). Vlakbij ligt nog steeds de Laan te Blotinghe. Het huis Dirksveld werd op last van graaf Albrecht afgebroken wegens Dirks betrokkenheid bij de moord op Aleid van Poelgeest in 1392. Op deze plek verscheen een nieuw buiten, dat in de 17e eeuw nog in bezit is geweest van Cornelis Tromp, en toen werd aangeduid als Trompenburg (niet te verwarren met Trompenburg in 's Graveland, ook een bezit van Cornelis). In de 19e eeuw was het nog enige tijd een kostschool, voordat het in 1874 werd afgebroken. Het bijbehorende koetshuis is pas in 1952 of zo afgebroken, toen de Burgemeester Elsenlaan werd aangelegd. Toen ik hier speelde in 1959 was het verwilderd en lagen er nog resten van die bebouwing.

Ook waren er toen 2 mysterieuze betonblokken met een deksel. In onze verbeelding bunkers met dode Duitsers. Ik heb er een teruggevonden.



Waarschijnlijk gewoon riolering, ook uit de tijd van de aanleg Burgemeester Elsenlaan. In 1959 was het hoger, meer dan mijn eigen lengte, maar ik was toen kleiner, en het ligt nu in een daaromheen opgeworpen heuvel(tje).

Goed, hier was het dus. In 1959 plukte ik hier bloemen voor mijn moeder.

23 april 2013

Schuldgevoel


De mens kan niet zonder dingen die hij niet nodig heeft.

Dit is het Essay van de Maand van de Filosofie, of zoiets. Over morele en economische schuld en het inlossen daarvan, over verlangens en verspilling.

Heel herkenbaar beschrijft Simon wat er gebeurde toen hij als tiener een drie jaar oude walkman doorverkocht aan zijn broer. Een ongemakkelijk gevoel. Herkenbaar, ik had zo'n zelfde gevoel toen ik ooit een platenspeler verkocht aan MIJN broer, jaren geleden. Het is een eerlijke deal, hield ik mezelf voor, en toch was er iets gebeurd, tussen mij en mijn broer. Er was een soort schaamtevol besef gekomen over een handeling waarover we niet 100 procent zeker waren dat het een goede handeling was. Althans dat neem ik aan, want ik heb het mijn broer nooit gevraagd.

Het heeft met schuld te maken, moreel en economisch. Vanuit deze herinnering stapt Simon een tijd terug in de geschiedenis, en wel naar Eva, die van de boom van kennis eet. Simon argumenteert (ongeveer aan de hand van Heidegger) dat deze gebeurtenis niet een morele les over seksualiteit inhoudt, maar gaat over het schuldgevoel dat met (overtollig, want er bestond geen behoefte aan) bezit samenhangt. Een intrinsiek menselijke eigenschap, die niet opgeheven kan worden: het menselijk tekort. Sinds Adam en Eva heeft de mens kennelijk behoefte aan dingen die hij niet nodig heeft. Het is de wijze waarop de mens bestaat. Daarmee kan hij zich onderscheiden. Nog een paar schoenen, weer een boek, een nieuwe mobiele telefoon.

Volgt een verhandeling over economie, niet in de verengde betekenis van geld en winstmaximalisatie waaarover je in de krant leest, maar meer de oorspronkelijke betekenis: huishouden. De betekenis van het spel der verlangens, en het belang van het spel in het algemeen.

Interessant was nog het hoofdstuk over werk, over: passie, het nieuwe hobby (als in: mijn passie is: Beatleplaatjes sparen ;-)) Wat willen we en waarom willen we het precies. Over de onzin van 'authentieke mensen', bewuste keuzes, het zogenaamde nut van het in kaart brengen van je competenties. Ook de juiste keuze loopt altijd op ontevredenheid uit.

Vooral dit hoofdstuk wil ik nog eens goed doornemen, want juist vanmiddag hoorde ik dat ook in het bedrijf waar ik werk binnenkort weer eens aan de gang gegaan wordt met het in kaart brengen van de competenties. Goed beslagen ten ijs komen.

Ik heb het boekje helemaal gelezen, maar ik heb het nog niet uit.

50books - vraag 15

Vraag 15:
Wat is het boekfragment dat je het meest (letterlijk) is bijgebleven?


Behalve de zin: "Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter." ken ik eigenlijk geen letterlijke boekcitaten meer. Hier en daar een flard, dat wel. Vroeger kende ik van De uitvreter de eerste alinea. Maar dat is niet meer op afroep bereikbaar in mijn hoofd.

Op de MULO moesten we voor het mondeling eindexamen gedichten (in ieder geval voor Nederlands en Engels (Flanders Fields), misschien ook Frans (helemaal weg) en Duits (ik meen: Erlkönig, maar daar weet ik nog maar een of twee zinnen van) kennen. Onlangs had ik een etentje met een aantal oud-klasgenoten en na 43 jaar gingen we los in het restaurant, hardop en unisono:

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' -

Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'


(P.N. van Eyck)

Kennelijk is dat er hard ingestampt.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

19 april 2013

Dit zijn de namen



Een goed boek, maar niet zijn beste. Voor mij blijven dat toch Joe Speedboot en Ga niet naar zee.
In Dit zijn de namen ligt het er naar mijn smaak allemaal net even wat te dik bovenop. Twee verhalen, die afwisselend verteld worden en aan het eind bij elkaar komen. Het gemeenschappelijke is: zoeken naar (de oorsprong van) geloof, religiositeit, het (willen) behoren tot een groep. De Bijbelse associaties (alleen de titel al) worden al te breed uitgemeten. En dus gaat het over een tocht door de steppe, op weg naar een betere toekomst, en over een innerlijke zoektocht, over geloof, oosterse wijsheden en het geven van betekenis aan voorwerpen en gebeurtenissen. Dat zijn interessante onderwerpen, maar hier wordt het naar mijn smaak te nadrukkelijk gesuggereerd en daarna nog eens verteld. Het verhaal van commissaris van politie Pontus Beg is wel boeiend, maar de tocht van de vluchtelingen is mij te schematisch verteld, blijft voor mij daardoor te symbolisch zonder dat ik een band krijg met de (naamloze) personages. Het einde van het boek is voor mij helaas wel een gevalletje 'olifant met een grote snuit'.

16 april 2013

Mijn slappe komedie



Raymonde de Kuyper, René van 't Hof, Leny Breederveld en Aat Ceelen. Allemaal acteurs die ik graag zie (Van 't Hof en Breederveld vorig jaar nog in gezelschap Carver), en nu zijn ze twee stellen (gescheiden en van nieuwe partner voorzien) die in een restaurant op een tafeltje wachten. Dit voor overleg over de boedelscheiding, voor wie is de caravan. Maar dat komt er nauwelijks van, het wordt vooral elkaar over en weer becommentariëren. Een 'slappe komedie', maar zeker geen slapstick. Heerlijk vileine dialogen, vooral tussen de gescheiden Ben en Louise (Ceelen en De Kuyper). Wat heb ik gelachen.

14 april 2013

50books - vraag 14

Vraag 14:
Welk boek heeft jou verliefd doen worden op een stad of land?




Dit is tot nu toe misschien wel de moeilijkste vraag. Verliefd, verliefd, dat kan ik niet zeggen. Vorig jaar waren we met vakantie in Macedonië. Dat was voor mij de aanleiding om rond die tijd een paar romans van A. den Doolaard te lezen. Den Doolaard trok door de Balkan, vóór de Tweede Wereldoorlog, en gebruikte dat in een aantal romans. Macedonië is een schitterend land, waar we in de kennissenkring al vaak lovend over hebben gesproken. Maar dat gevoel komt niet per sé door de boeken van Den Doolaard. Eenmaal daar vond ik het wel leuk om na te gaan of er nog iets van de beschrijvingen, van de sfeer in Den Doolaards boeken terug te vinden zou zijn. Ik schreef daarover twee blogstukjes, hier en hier.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

12 april 2013

Alle treitertrends



Ooit had ik Treitertrends, maar waar dat boekje is gebleven? En dit bevat behalve dat ook Treitertrends 2 en Laatste Treitertrends, in een. Korte stukjes, lees er elke dag 10 en je herkent alle opblaastaalmono- en dialoogjes, overal. De situaties zijn soms typisch jaren '70, maar de mensen zijn nog hetzelfde en de taal van vandaag ook, bij obers, interviewers, managers, verkopers, toneelmakers en andere beroepsgroepen. Dit is een echt goed Kees van Kooten boek. Raak, 117 keer. Misschien ook de Modernismen maar weer eens, binnenkort.

Een man moet een hobby hebben

Een man moet een hobby hebben, dat is bekend. Met een hobby ben je nooit alleen, en nog belangrijker: met een hobby kun je de deur uit, weg van moeder de vrouw.
(Martin Bril, Man uit de verte)



En dus reisde ik onlangs naar Londen. Vorige maand openden de wereldberoemde Abbey Road Studios een paar keer hun deuren voor belangstellenden. Voor zover mij bekend is dat in hun ruim 80-jarig bestaan maar een of twee keer eerder gebeurd. Daar moest ik, als toch wel die hard Beatlesfan, bij zijn. Een vorige keer in 1983 had ik laten passeren, dat zou me niet nog eens gebeuren. Goedkoop was het bepaald niet, maar de twaalf gelegenheden die er waren raakten toch redelijk snel uitverkocht. Ik was er bij, op 9 maart.

Abbey Road ligt een eind buiten het centrum van Londen. Je reist er naartoe met de Underground, de Jubilee Line, naar station St. John’s Wood. Het is daar een wat chiquere wijk (Sir Paul McCartney heeft er nog steeds zijn Londense huis, aan Cavendish Road). Vanaf het tube station (waar de Beatles Coffee Shop gehuisvest is) is het een paar minuten lopen naar de studio’s, langs Grove End Road. Als je oplet, zie je het eigenlijk daar ook al. Voor een gewone buitenwijk lopen hier wel heel veel toeristen. Meest wat oudere mannen en vrouwen met rugzakjes, maar ook jongere back-packers. Hier is kennelijk wat te doen.

Aan het eind van de straat is het rechtsaf. Meteen om de hoek zie je het: de zebra. Sinds 8 augustus 1969, toen The Beatles de hoesfoto lieten maken voor de Abbey Road lp komen hier dagelijks honderden mensen om naar de zebra te kijken, er over te steken, te poseren, om zich te laten fotograferen. Alleen, met z’n vieren, verkleed, op blote voeten. Ook ik heb dat verschillende keren gedaan, voor het eerst in 1976, voor het laatst in 2010.

Dat rondhangen, oversteken en poseren voor foto’s geeft vaak overlast voor het verkeer. Een paar jaar geleden was er daarom een plan om de zebra te verplaatsen. Dat is verhinderd, ik geloof dat het nu zelfs een soort beschermd stadsgezicht is.

Dit keer heb ik alleen gekeken, want er waren belangrijker dingen te doen. 50 meter verder, aan de linkerkant, ligt de studio, een vrijstaand huis met een parkeerplaats ervoor. Je herkent het meteen, het witte muurtje tussen parkeerplaats en trottoir is totaal ondergekalkt met graffiti. Beatles this, Beatles that, Yoko boo!, Pink is not well, Greetings from Rio. Het wordt om de 3, 4 maanden opnieuw gewit, maar dat is alleen maar het startsein voor een nieuwe ronde boodschappen achterlaten.

Zo tegen drieën verzamelden zich steeds meer mensen bij het hek naar de parkeerplaats. De deur van de studio stond open, en een vriendelijke maar brede portier stuurde iedereen terug die eerder dan afgesproken probeerde naar binnen te komen.
Om drie uur precies werden we in groepjes van 10 naar binnen gelaten. De trap op, door de voordeur, rechtsaf langs de receptie, dan een lange gang in. Links liggen Studio Three en iets verder: Studio One. Maar wij gaan naar het Heilige der Heiligen: Studio Two.
Ik ga een trap af (en realiseer me dat dit is waar op een foto uit 1973 of zo David Gilmour een versterker naar boven probeert te sjouwen), rechtsaf en weer rechtsaf, door de klapdeuren.

Ik sta in Studio Two! Het is precies zoals op de foto’s. Parketvloer, witte muren met sound baffles en bruin-beige banners. Dit alles wordt sinds begin jaren ’30 in vrijwel dezelfde staat gehouden om maar niets aan de beroemde akoestiek te veranderen. Tijdens een opknapbeurt in de jaren ’80 werd de verffabrikant van 1931 gevraagd zijn oorspronkelijke recepten opnieuw te gebruiken voor de toen hoognodige verfbeurt. Aan de rechterkant de bekende 20-tredentrap naar de control room, die zich op de eerste verdieping bevindt. Bovenaan die trap kijk ik over de studio uit. Links achterin, daar zat Ringo. Bij de uitgang naar de echokamer stond George, en daarvoor John en Paul.

Er is een kleine tentoonstelling gemaakt van vintage apparatuur en instrumenten. Ik kijk naar een studiomixer uit de jaren ‘40, mengtafels uit de jaren ’60 en ’70, waar The Beatles en Pink Floyd mee gewerkt hebben. Ik zie de Studer J37 4-sporen taperecorder waarmee Sgt. Pepper werd gemaakt.
Aan de andere kant staan 5 piano’s, die stuk voor stuk al tientallen jaren in gebruik zijn. Ik kan er net niet bij.

We gaan op de voor de die hard fans ook al bekende rode studiostoeltjes zitten en kijken en luisteren naar Kevin Ryan en Brian Kehew, die ruim 90 minuten vertellen over de geschiedenis van de studio, over de ontwikkelingen in de techniek, over Sir Edward Elgar, Yehudi Menuhin, Fats Waller, Peter Sellers en Sophia Loren, Spike Milligan, Cliff Richard and The Shadows, The Beatles, The Hollies, Pink Floyd, Kate Bush, Duran Duran, Adele, en vele, vele anderen. Ik hoor de soundtrack van mijn leven.

Ik luister naar Apache, Twist And Shout en Wish You Were Here, op de plek waar ze ooit opgenomen werden. Via een werkende REDD.17 mengtafel luisteren we naar de 4 tracks van Donovan’s Sunshine Superman. Donovan met slaggitaar, de bas en drums, Jimmy Page en nog een keer Donovan.

En dan gaat de aandacht naar 3 piano’s: een honky tonk piano, bekend als Mrs. Mills’ Piano, een Steinway vleugel en een standaard upright piano. Sommige toetsen hebben een groen stickertje. Drie gelukkigen mogen naar voren komen en na aftellen 3, 2, 1, Play! deze toetsen indrukken, net als op 22 februari 1967, op diezelfde piano’s, toen door John, Paul, Ringo en roadie Mal Evans. Het slotakkoord van A Day In The Life, E Majeur. BOOOOIIINGGGGGGGGG! Geweldig!

Het is afgelopen. Ik kijk nog wat rond, en sla stiekem wat toetsen aan op weer een ander instrument, een Schiedmayer Celeste. Pieng, pieng, pieng. Net als in Baby It’s You, en (Pink Floyd) het intro in Time.

Ik koop nog een koffiemok en een fotoboek en loop naar buiten. Het is donker geworden, en er staan weer 4 nieuwe fotokandidaten op de Abbey Road zebra, maar nu in de pose van de lp Help! Dat kan natuurlijk ook.

(Dit stukje stond eerder in De Leunstoel, maar ik wilde het ook graag hier hebben. Ik heb nog een paar oneffenheden weggepoetst. Enige bijpassende foto's staan hier.)

Navigatie:
20e aflevering
22e aflevering

11 april 2013

April is de wreedste maand

April is de wreedste maand, broedend
Seringen uit dood land, mengend
Herinnering en hunkering, de doffe
Voorjaarswortels wekkend met zijn regen.

T.S. Eliot, The Waste Land (vert. Elly de Waard)




Vandaag precies 27 jaar geleden, 11 april 1986, was het een stralende, zonnige lentedag. Aan het eind van die dag hoorde ik dat eerder die middag mijn broer plotseling op zijn werk was overleden. Hij had een (waarschijnlijk aangeboren) hartaandoening, en was toen 27 jaar.

Daarom vraag ik vandaag uw aandacht voor het volgende:
Komende week is het de Hartweek, en dan wordt er gecollecteerd. Kijk eens op de site van de Hartstichting, en overweeg of u misschien een donatie wilt doen. Als de collectant niet aan de deur komt kunt u ook on-line doneren, natuurlijk. Ik denk dat het geld goed besteed is.

Dank u.

10 april 2013

50books - vraag 13

Vraag 13:
In hoeverre mag je rekening houden met de persoon van de auteur bij het lezen van zijn/haar fictie?


Fictie bestaat niet. In elk fictieverhaal zit wel een spoor van de schrijver. Ideeën, opvattingen, een belevenis, of zelfs een hele jeugd.
Goede schrijvers vertellen bovendien steeds het zelfde verhaal, in een andere vorm, op een andere plaats, of in een andere volgorde.

Ik vind het daarom bij sommige schrijvers aardig om dan ook het 'echte' verhaal te kennen, door een biografie te lezen en de verbanden te leggen naar de boeken. Die interesse is er dus bij sommige schrijvers, en komt pas, als de verhalen goed en interessant zijn.
Als voorbeelden bij mezelf noem ik hier Jan Wolkers en J.J. Voskuil.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

07 april 2013

The Best Studio In The World



- Maar je had toch al een boek over Abbey Road? Wat moet je er mee, een boek over een platenstudio, dat is toch saai?

- Ik had inderdaad al een boek over Abbey Road, en om precies te zijn: ik had er al twee. En nee, ik vind het niet saai. Interessante verhalen, natuurlijk over The Beatles en Pink Floyd, maar nog veel meer, van 1931 tot nu, ongeveer. Geschiedenis, de techniek van het opnemen, de wasrol, de tape, digitaal, de uitvinding van stereo, persoonlijke herinneringen en anecdotes van (oud)medewerkers, en ook veel artiesten, pop, klassiek, comedy, de verschuiving van platen naar filmscores, de laatste 20 jaar. Bladeren, kijken, lezen. Leuk.





- Het boek is flink van formaat en behoorlijk dik, staat alles er in?

- Nee, dat niet, het is geen encyclopedie, maar meer voor op de koffietafel. De volgende artiest komt in het boek bijvoorbeeld niet voor, hoewel dit nummer toch echt is opgenomen, op 2 juni 1933, in Studio Two van (toen) His Master's Voice Recording Studios. Misschien iets voor een herdruk?



- En, is dit het nu? Geen boeken meer over Abbey Road en zo?

- Eum, nou zie ik al een tijdje dit boek, maar het is een beetje prijzig. Nou dacht ik, volgende maand komt het vakantiegeld, zou ik misschien ...

03 april 2013

Leven van Spinosa



Ineens kwam ik dit boekje weer tegen. Van mijn schoonvader gekregen toen ik mij 'met de Ethica onledig hield'. Ahum. Oorspronkelijk verschenen in 1705, is dit een heruitgave uit 1880, in nabootsing van de oorspronkelijke uitgave.
Het is een wonderlijk boekje, deze Levens-beschryving. Colerus raakte geïnteresseerd toen hij verbleef in het huis aan de Stille Veerkade in Den Haag, waar Spinoza zo'n 25 jaar eerder, in 1670-71, woonde. C. toont een groot respect voor de wereldberoemden Wysgeer, maar heeft een afkeer van diens denkbeelden, de snoodste Atheistery, die oit aan 't ligt gekomen is en Goddeloze grouwelen, noit onder Christenen gehoort!
De biografie van Spinoza zoals hier verteld is (vooral de periode voordat hij in Den Haag ging wonen) bepaald fragmentarisch en onnauwkeurig (lees dan liever dit), en de behandeling van Spinoza's denkbeelden is ronduit vijandig (lees dan liever dit). Het aardigste stuk, en misschien ook het meest waardevolle, is de beschrijving van de laatste, Haagse periode, opgetekend naar gesprekken met toen nog in leven zijnde tijdgenoten, vooral zijn laatste huisbaas, Hendrik van der Spyk. Zo weten we nu over zijn leefwijze (spaarzaam en matig), 'Lyfsgestalte en kleedinge' (middelmatige lengte, en van een besneden aangezigt), zijn omgang met anderen (vriendelijk en gemeenzaam in zyn dagelykse verkeering) en over zijn ziekte, dood en Begravenis. Interessant boekje, daardoor.

01 april 2013

50books - vraag 12

Vraag 12:
Welk dierenboek is je het meest bijgebleven?


Dierenboeken, daar heb ik het niet zo mee. Aan een dier menselijke eigenschappen toekennen, in een boek voor volwassenen, dat vind ik maar flauw. Van den vos Reynaerde, Watership Down, Erik of het klein insectenboek en Animal farm, ik las ze lang geleden, en voel bij de eerste twee totaal geen aandrang om ze ooit te herlezen, bij de laatste twee 'misschien, ooit'.

Maar gek genoeg geldt dit bezwaar niet bij kinderboeken. Daar heb ik er heel wat van gelezen en voorgelezen. Als ik dan moet kiezen, dan kies ik de Kikker-boeken van Max Velthuijs. Mooie verhaaltjes en prachtige tekeningen. Gelezen en herlezen, vele keren, en niet alleen als er een kind op schoot zat.

Het boek dat mij van deze het meeste is bijgebleven is Kikker in de kou. Een fijn verhaal over hoe Kikker, die niet goed tegen de kou kan, gered en geholpen wordt door zijn vrienden Eend, Varkentje en Haas.



Het (vind ik) mooiste moment is zo'n beetje tegen het eind van de winter. Kikker is weer wat opgeknapt.
Varkentje heeft een warme trui voor Kikker gebreid.



Eindelijk kwam de dag dat Kikker weer sterk genoeg was om naar buiten te gaan.
Zonder hazevacht, zonder speklaagje en zonder veren, maar met zijn nieuwe trui deed hij de eerste stappen in de sneeuw.
'En?' vroeg Haas nieuwsgierig.
'Fijn,' zei Kikker dapper. Maar koud was het wel.


Die laatste regel, in combinatie met de tekening van een wat vertwijfelde Kikker, ik vind het ontroerend.

Mijn kinderen zijn nu te oud om dit boek te lezen, denken ze. Ik niet. Ik kijk het af en toe gewoon weer even in.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.