07 juli 2026

L.E.J. Brouwer en Paul Dehoes

Jaren geleden, tijdens colleges filosofie aan de TH Delft, maakte ik kennis met de Wiener Kreis, en Ludwig Wittgenstein. Professor Joop Doorman behandelde zijdelings ook de intuïtionistische wiskunde van de 'mystieke wiskundige' L.E.J. Brouwer. 

Later dit jaar (2026) zal ik met een studievriend van die zelfde TH Delft de voorstelling Dekpunt van  cabaretier Jan Beuving bezoeken. Een dekpunt is een wiskundig begrip, waarover Brouwer zijn dekpuntstelling heeft bewezen. (Wat een dekpunt is kan ik nog wel bevatten, het bewijs van Brouwer is voor mij inderdaad 'hogere wiskunde'.)

In de toelichting van het programma valt verder te lezen: "Op 2 december 1966 steekt wiskundige Bertus Brouwer in Blaricum de straat over. Hij wordt doodgereden door een auto." Inderdaad, zo liep het af met de wiskundige L.E.J. Brouwer. 

Voor de studievriend en mij aanleiding om de biografie van Brouwer te lezen, een pil van zo'n 500 bladzijden.  


Een wonderlijk, interessant leven. Toegelaten tot de HBS op zijn negende. Na de HBS deed hij in een jaar ook nog het gymnasium erbij. Na zijn wiskundestudie is hij beroemd geworden door zijn werk op twee gebieden, de topologie (hiervan is zijn dekpuntenstelling een onderdeel) en de intuïtionistische wiskunde, deze is gebaseerd op het principe dat wiskunde door mensen in de tijd wordt geconstrueerd; alleen bewijzen die ook een dergelijke constructie bevatten worden als geldig gezien. Een gevolg is dat een 'bewijs uit het ongerijmde' niet als wiskundig geldig meer wordt aanvaard. Ook hier geldt: ik begrijp dat dit als systeem kan bestaan, maar niet goed hoe je hier praktisch mee kunt werken. (Maar ja, ik studeerde dan ook aan de TH, en werd ingenieur.)

Brouwer had, ook internationaal, een grote naam. Hij wordt beschouwd als een van de grootste wiskundigen van de 20e eeuw. Hij ging om met wetenschappers die beroemder zijn geworden en gebleven. Met o.a. Hilbert en Einstein zat hij in de redactie van het gezaghebbende wiskundetijdschrift Mathematische Annalen. In 1928 hield hij twee voordrachten in Wenen, om te spreken over 'Wiskunde, wetenschap en taal', en 'De structuur van het continuüm'. Ik waag me niet aan een bespreking of waardering van deze voordrachten, maar Ludwig Wittgenstein en Kurt Gödel woonden de voordrachten bij. De invloed van Brouwer op Wittgenstein was aanzienlijk. Er wordt gezegd dat Brouwers denkbeelden Wittgenstein inspireerden om terug te keren naar de filosofie, die hij na de Tractatus de rug had toegekeerd. 

Het boek besteedt ook veel aandacht aan Brouwers persoonlijkheid, hij was geen makkelijke man, maar had wel een sterk rechtvaardigheidsgevoel, dat hem soms bracht tot strijd met vakgenoten, maar ook met buren, overheden en universiteitsbesturen. Hij was gehuwd met Lize de Holl, zij was apothekeres. Brouwer deed zijn leven lang de administratie van de apotheek. Na de verkoop hiervan, na het overlijden van Lize in 1959, heeft de apotheek nog zo'n 40 jaar beider naam gedragen.

De algemene bekendheid van Brouwer in Nederland is volgens mij niet zo groot. In 2007 werd er een postzegel met zijn portret en de niet-erkenning van het principe van de uitgesloten derde (iets is waar, of niet waar) uitgebracht. Dat dan nog wel. 


Maar nu: L.E.J. Brouwer en Paul Dehoes, hoe zit dat dan? Brouwer had vele ruzies, rechtszaken en disputen, maar wanneer hij op zijn onwereldse manier mensen kon helpen, liet hij dat niet na.

In zijn woonplaats Blaricum kwam hij wel in de kruidenierszaak van W.G.F. Oversteegen. Deze vroeg Brouwer om advies over  over de studiekeuze van zijn zoon. Zou wiskunde iets voor hem zijn? Brouwer gaf de jonge Oversteegen daarna een paar wiskundelessen, en concludeerde dat zijn toekomst eerder aan de alfa-kant lag (p. 324).

In de jonge Oversteegen herken ik J.J. (Jaap) Oversteegen,  neerlandicus, hoogleraar in Amsterdam en Utrecht, die na de oorlog met J.J. Voskuil en Frida Vogels in Amsterdam Nederlands studeerde. Bij Vogels (De harde kern) komt hij voor als Joost, bij Voskuil in Bij nader inzien en Onder de huid als Paul Dehoes. In beider dagboeken als Jaap.

Zo bezien heeft Brouwer Oversteegen (mede) een zetje gegeven richting studie Nederlands, en daarmee richting vriendenkring van Voskuil, en dus richting romanpersonage Paul Dehoes. Zonder dat zetje van Brouwer was er voor Voskuil wellicht geen aanleiding geweest om te gaan schrijven.