30 april 2016

Ik zag De zender


(foto (Annaleen Louwes) 'geleend' van de website van De Toneelschuur)

Stefan de Walle en Jaap Spijkers (onlangs beiden nog in De revisor), voor mij meer dan voldoende reden om weer naar het theater te fietsen, gisteren. De zender, kennelijk een bewerking van de film Network (1976, nooit gezien), is een satire over de mediawereld. De opening, met Stefan de Walle en Jaap Spijkers als nieuwsmannen van de oude stempel, met een fles whisky, is geweldig. Meteen ingepakt. Bill McCannan, een oudere nieuwslezer, dreigt wegens dalende kijkcijfers ontslagen te worden. Hij pikt het niet en kondigt tijdens de uitzending zijn zelfmoord aan, in zijn laatste uitzending, op vrijdag. De kijkcijfers schieten omhoog en het tv-station biedt hem een eigen show aan, waarin hij zijn visie op de wereld kan ontvouwen. Een welkome afwisseling van de stroom slechte berichten in het 'echte nieuws'. De afdeling Amusement (Hannah Hoekstra, ik moet nog steeds naar De helleveeg) krijgt het voor het zeggen. Het decor van de nieuwslezer wordt ingeruild voor dat van een grote tv-show. Alles voor de kijkcijfers, voor de reclameopbrengsten. Uiteindelijk loopt het slecht af. Want de kijkcijfers dalen weer, als McCannan zich tegen het publiek keert. Goeie voorstelling, over the top (toch?) maar herkenbaar. Stefan de Walle is heel goed. Goede tekst, sterke voordracht, schakelend tussen emoties, ijzersterke mimiek en lichaamstaal. 'Die ene van Adam en Eva' (ik moest Googlen: Rick Paul van Mulligen) was goed in zijn rol als tv-regisseur, en werkelijk briljant (in een van de dubbelrollen) als CEO van een groot mediabedrijf. Hardop gelachen. Ook nog muziek en dans. Een prima avond, weer.

28 april 2016

50boeken - vraag 17: Doe jij weleens iets anders bij het lezen?

Lezen, dat is bij mij een tamelijk vast ritueel, waarbij niet te veel van de gewone gang van zaken wordt afgeweken. Ik heb het over lezen in boeken, niet kranten of tijdschriften of zo.

Ik lees vaak in de trein. Sterker nog, ik reis liefst met de trein omdat ik dan kan lezen. Maar dan moet het niet al te rumoerig zijn, dus niet in de stiltecoupé.

Thuis lees ik op de bank. Thuis moet het écht stil zijn. Geen gesprek of tv verderop in de kamer. Vrouw en kind liefst naar boven, de kamer voor mijzelf. Muziek kán, maar dan moet het wel Nocturnes van Chopin zijn, door Daniel Barenboim.



Tijdens het lezen mag niet gegeten worden, want kans op kruimels of vlekken. Een klein glaasje mag, mits in het weekeinde. De pc is uit, anders is er teveel kans op afleiding door nuttigen van informatiesnacks. (Waar precies ligt dat dorp waar Knausgård les gaf?)

Dus: nee, ik doe zelf niets anders bij het lezen, en er mag verder ook niets anders gebeuren.

Eigenlijk gaf ik vrijwel ditzelfde antwoord al eens eerder, op een andere vraag.

#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar dus een overzicht te vinden is van alle reacties op deze vragen.

25 april 2016

Als ik 1 seconde eerder van mijn werk vertrokken was ...



... dan was ik 25 meter verder geweest op het moment dat een (waarschijnlijk) steen over de A22 vloog. Dan had hij mijn achterportier niet geraakt. Grrrr.

22 april 2016

Bomans



Gisteren gekeken naar Bomans, in het plaatselijk theater. Eigenlijk ging ik alleen maar mee, E. had de kaartjes gekocht. Maar: ik had het niet willen missen. Het verhaal is opgehangen aan het verblijf van Bomans op Rottumerplaat, in 1971. Dat herinner ik me nog wel. Een week later zat Jan Wolkers er ook, een week alleen. Bomans kon er slecht tegen, alleen zijn op dat eiland. Dat kwam heel mooi naar voren in het toneelstuk.
Om te beginnen wás acteur Reinier Bulder Bomans. Uiterlijk, houding, gebaren, maar ook stem en dictie. Verbluffend. Ik vond het mooi zoals de spoken van Bomans langs kwamen. De strenge onbenaderbare vader, de erg katholieke moeder, Sinterklaas, het geloof, de worsteling met de huwelijkstrouw ('Ik moet eerst praten met de bisschop'), het schrijven van een 'echt goed boek'. Zoals bekend uit verhalen, interviews en optredens. Mooie voorstelling, zaal natuurlijk weer half leeg. Tja.

Ondertussen is Bomans, net als Tweede van der Helst, verdwenen uit de boekhandel. Nog eens wat lezen van hem? Vergeet al die Capriolen en Buitelingen. Erik (of het klein insectenboek) en Pieter Bas zijn nog steeds fijn om te lezen. Het mooist is misschien, inderdaad, Dagboek van Rottumerplaat. Of Sprookjes. Dat worden dan wel tweedehandsjes, of bieb-exemplaren.

14 april 2016

50boeken - vraag 15: Heb je kookboeken en lees of raadpleeg je ze weleens?

'Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker.'
(Gerard Reve - Op Weg Naar het Einde)

Kookboeken, daar hebben we er een paar van. Ook nog een album met uitgeknipte, getypte of overgeschreven ingeplakte recepten uit allerlei bronnen.



Dit is mijn allereerste kookboek, dat ik tijdens mijn studie van Sinterklaas (ik vermoed: daarbij geassisteerd door E.) kreeg, samen met een grote koekenpan. Zowel boek als pan zijn nog steeds in bezit en gebruik. Het handige van dit boek voor een student, maar ook nu nog, is dat bereiding van de gerechten niet veel tijd kost, hoewel in sommige gevallen de beloofde 30 minuten krap aan de tijd is, ook als de ingrediënten alle van tevoren gereed zijn gezet op het aanrecht. Mooie paginagrote foto's, zodat meteen gecheckt kan worden of het na bereiding een beetje in de buurt is gekomen.
Daarna zijn er meer kookboeken gekomen met andere, soms ingewikkelder of exotischer recepten. Maar ik eet ook vaak gewoon aardappelen en groente, in een voor een man goede verhouding.

#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar dus een overzicht te vinden is van alle reacties op deze vragen.

11 april 2016

Sommige details weet ik nog precies. Na 30 jaar.


Ik herinner me je nog
zoals je was zonder zijn niet-zijn
- je glimlach, onschuldig, optimistisch -
en ook mezelf zonder zijn niet-zijn
herinner ik me nog.

(uit: David Grossman - Uit de tijd vallen)

Ik weet het nog precies. 11 april 1986 was een vrijdag. Het was een mooie lentedag, ongeveer net zo als vandaag. Ik werkte ook toen bij de staalfabriek, maar nog niet zo lang als nu. Aan het eind van de middag deed ik nog een laatste klus. In het toenmalige Dienstgebouw Sector IJzer stond in het souterrain een computerterminal, waarmee ik gelogde procesgegevens van een hoogoven kon plotten. Ik weet nog dat ik zo ongeveer in mijn eentje in het gebouw was, alleen Hisko was er verder nog. Bijna weekend. De geplotte grafieken bracht ik naar mijn bureau. Maandag verder.

Dat weekeinde hadden we een verjaardag te vieren. Ik had met mijn vriendin E. afgesproken bij haar moeder in Leiden, waar we zouden logeren en van daaruit de volgende dag naar die verjaardag gaan.

Na het werk fietste ik naar het station. Bij de tijdschriftenhandel op het pleintje voor het station kocht ik de nieuwe Rolling Stone. In de trein las ik er wat in.
In Leiden stapte ik in de bus naar de Merenwijk. Ik zat op de achterbank. Ik stapte uit, liep naar het huis en belde aan. Het duurde lang voor er werd opengedaan. E.'s moeder. 'Kom snel binnen, E. heeft je vader aan de telefoon, het is ernstig geloof ik.' Ik liep de kamer in. E. stond bij het raam en legde de telefoon neer. Ze keek mij aan en zei: 'Ga even zitten. Ik heb net je vader gesproken.'

Mijn broertje Pieter Zwaan, 1958 - 1986.