11 april 2016
Sommige details weet ik nog precies. Na 30 jaar.
Ik herinner me je nog
zoals je was zonder zijn niet-zijn
- je glimlach, onschuldig, optimistisch -
en ook mezelf zonder zijn niet-zijn
herinner ik me nog.
(uit: David Grossman - Uit de tijd vallen)
Ik weet het nog precies. 11 april 1986 was een vrijdag. Het was een mooie lentedag, ongeveer net zo als vandaag. Ik werkte ook toen bij de staalfabriek, maar nog niet zo lang als nu. Aan het eind van de middag deed ik nog een laatste klus. In het toenmalige Dienstgebouw Sector IJzer stond in het souterrain een computerterminal, waarmee ik gelogde procesgegevens van een hoogoven kon plotten. Ik weet nog dat ik zo ongeveer in mijn eentje in het gebouw was, alleen Hisko was er verder nog. Bijna weekend. De geplotte grafieken bracht ik naar mijn bureau. Maandag verder.
Dat weekeinde hadden we een verjaardag te vieren. Ik had met mijn vriendin E. afgesproken bij haar moeder in Leiden, waar we zouden logeren en van daaruit de volgende dag naar die verjaardag gaan.
Na het werk fietste ik naar het station. Bij de tijdschriftenhandel op het pleintje voor het station kocht ik de nieuwe Rolling Stone. In de trein las ik er wat in.
In Leiden stapte ik in de bus naar de Merenwijk. Ik zat op de achterbank. Ik stapte uit, liep naar het huis en belde aan. Het duurde lang voor er werd opengedaan. E.'s moeder. 'Kom snel binnen, E. heeft je vader aan de telefoon, het is ernstig geloof ik.' Ik liep de kamer in. E. stond bij het raam en legde de telefoon neer. Ze keek mij aan en zei: 'Ga even zitten. Ik heb net je vader gesproken.'
Mijn broertje Pieter Zwaan, 1958 - 1986.