
Stiekempjes is dit alweer het achtste deel in de reeks dagboeken van Jan Wolkers. Ongeveer elk jaar verschijnt er een, achtereenvolgens 1974, 1969, 1972, 1976, 1967, 1975, 1970 en nu dus 1971. (Wie de logica achter deze volgorde ziet, hij of zij melde zich.)
De omslag is fantastisch. Wolkers staat als een zeegod, bij het water, misschien wel op Rottumerplaat, waar hij dat jaar een week verbleef. Voor deze gelegenheid met de onderbroek aan.
Het dagboek zelf is vertrouwd: kunst, schrijven, familie, eten, voetbal, natuur en seks. Wolkers werkt aan een paar tentoonstellingen, stelt Werkkleding (verschenen in 1971) samen, is samen met de familie, bereidt overheerlijke maaltijden, kijkt naar Ajax, wandelt door de natuur, en er wordt natuurlijk ook weer 'genaaid' en 'geneukt'.
Opmerkelijk is dat misschien wel het allerbekendste Wolkers-gebeuren, zijn verblijf van een week op het onbewoonde Rottumerplaat, niet in dit dagboek voorkomt. Misschien om dubbeling met Groeten van Rottumerplaat (zie hieronder, nu zonder onderbroek) te voorkomen.

Jammer, want ik had de oorspronkelijke aantekeningen wel naast het (ook in 1971) verschenen boek willen leggen. Nu heb ik het (om de lacune op te vullen) deze week ook maar herlezen.
P.S. het dagboek wordt voorafgegaan door een Inleiding door Karina Wolkers, die schrijft over het houden van dagboek door Jan Wolkers. Ik hoop dat ik me vergis, maar het leest een beetje als het afsluiten van de reeks. Verschenen zijn nu de dagboeken 1967 t/m 1976, m.u.v. 1968 en 1973. Jan Wolkers heeft zijn dagboek bijgehouden tot de geboorte van Tom en Bob in 1981, in het nu verschenen deel wordt ook het dagboek van 1965 genoemd (van 1965 en 1966 zijn (kleine) fragmenten in facsimile verschenen in Werkkleding). Ik hoop dat die ontbrekende jaren publicabel zijn en nog zullen verschijnen. Tot volgend jaar?
P.P.S. Binnenkort maar weer eens naar Texel, naar De Slufter, en dan daar lekker liggen in de ruimte.





