27 maart 2014

Dagboek 1971



Stiekempjes is dit alweer het achtste deel in de reeks dagboeken van Jan Wolkers. Ongeveer elk jaar verschijnt er een, achtereenvolgens 1974, 1969, 1972, 1976, 1967, 1975, 1970 en nu dus 1971. (Wie de logica achter deze volgorde ziet, hij of zij melde zich.)
De omslag is fantastisch. Wolkers staat als een zeegod, bij het water, misschien wel op Rottumerplaat, waar hij dat jaar een week verbleef. Voor deze gelegenheid met de onderbroek aan.
Het dagboek zelf is vertrouwd: kunst, schrijven, familie, eten, voetbal, natuur en seks. Wolkers werkt aan een paar tentoonstellingen, stelt Werkkleding (verschenen in 1971) samen, is samen met de familie, bereidt overheerlijke maaltijden, kijkt naar Ajax, wandelt door de natuur, en er wordt natuurlijk ook weer 'genaaid' en 'geneukt'.

Opmerkelijk is dat misschien wel het allerbekendste Wolkers-gebeuren, zijn verblijf van een week op het onbewoonde Rottumerplaat, niet in dit dagboek voorkomt. Misschien om dubbeling met Groeten van Rottumerplaat (zie hieronder, nu zonder onderbroek) te voorkomen.



Jammer, want ik had de oorspronkelijke aantekeningen wel naast het (ook in 1971) verschenen boek willen leggen. Nu heb ik het (om de lacune op te vullen) deze week ook maar herlezen.

P.S. het dagboek wordt voorafgegaan door een Inleiding door Karina Wolkers, die schrijft over het houden van dagboek door Jan Wolkers. Ik hoop dat ik me vergis, maar het leest een beetje als het afsluiten van de reeks. Verschenen zijn nu de dagboeken 1967 t/m 1976, m.u.v. 1968 en 1973. Jan Wolkers heeft zijn dagboek bijgehouden tot de geboorte van Tom en Bob in 1981, in het nu verschenen deel wordt ook het dagboek van 1965 genoemd (van 1965 en 1966 zijn (kleine) fragmenten in facsimile verschenen in Werkkleding). Ik hoop dat die ontbrekende jaren publicabel zijn en nog zullen verschijnen. Tot volgend jaar?

P.P.S. Binnenkort maar weer eens naar Texel, naar De Slufter, en dan daar lekker liggen in de ruimte.

22 maart 2014

Boekenrantsoen

Zo. Vandaag is voor mij de Boekenweek ook afgelopen. Ik heb de laatste door mij bestelde boeken afgehaald. Er moet nu maar eens gelezen worden, want de stapels 'te lezen boeken' groeien en groeien.

Vanaf vandaag ben ik 'op boekenrantsoen'. De bedoeling is dat die stapels slinken.

De volgende regels zijn van kracht:
- Een nieuw boek mag worden aangeschaft als er minstens 2 ongelezen boeken uitgelezen zijn. (Dit betekent dat het aantal ongelezen boeken zal afnemen.)
- Een nieuw aan te schaffen boek mag niet meer bladzijden hebben dan (in totaal) de ongelezen boeken die ik daarvoor heb uitgelezen. (Dit betekent dat de hoeveelheid ongelezen bladzijden zal afnemen.)

Op deze manier kan ik toch af en toe een boek kopen.
Bovenstaand houdt in dat herlezen van boeken niet meetelt. Ook houden bovenstaande regels in dat ik wel boeken kan krijgen. Maar met het lezen van gekregen boeken bouw ik geen recht op, op het kopen van nieuwe boeken.

Het boekenrantsoen gaat in vandaag 22 maart 2014 en geldt tot ik er genoeg van heb, maar minstens moeten er 10 ongelezen boeken gelezen worden, en ook alle in de tussentijd eventueel gekregen boeken.

Toezicht op naleving van de regels wordt gehouden door mijn echtgenote.

Kort samengevat: ik moet gewoon voorlopig minder boeken kopen.

18 maart 2014

Feest!

Vandaag bij gelegenheid van de 17e verjaardag van de jongste dochter, de eerste rijles. Spannend!



Vanavond met de hele bups naar de Griek. Hiep hoi!

Uitverkoren



Goede, nuttige aanvulling bij Tonio.

14 maart 2014

De Kaartenbank



'En wat moet je daar nou doen?' vroeg zijn schoonmoeder.
Hij keek naar haar. 'Ik moet een stuk schrijven over de kabouters.'
'Over de kabouters?' Ze lachte ongelovig. 'Je houdt me voor de mal.'
'Ik houd U nooit voor de mal.'
'Over kabouters! Een volwassen man!'


(Uit: J.J. Voskuil, Het Bureau 1, Meneer Beerta)

Begin dit jaar is op de site van het Meertens Instituut een interessante database gepubliceerd, met duizenden kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen in de lage landen zijn getekend, zie hier. Naar aanleiding daarvan verscheen dit leuke boekje, waarin een aantal medewerkers van het Meertens Instituut over een of meer kaarten iets interessants vertellen.
En wat blijkt: de Kabouterkaart, waar Maarten Koning na indiensttreding bij Het Bureau een stuk bij moet schrijven, blijkt echt te bestaan. Hier is hij te vinden. Theo Meder beschrijft hem in dit boekje en vertelt waarom deze kaart plus bijbehorend commentaar nooit is verschenen. Voskuil kwam na bestudering tot de conclusie dat de kaart te slecht was. Ook een paar andere kaarten waar Voskuil aan werkte (Offers voor mooi weer, De nageboorte van het paard) worden (kort) genoemd en zijn in de database terug te vinden. Ten slotte verloor Voskuil zijn geloof in de mogelijkheid om met deze gegevens oude cultuurgrenzen op te sporen.

In het boekje worden aan de hand van kaarten allerlei interessante verschijnselen behandeld. Dus las ik dat 'trots op z'n eigen' misschien wel echter Nederlands is dan 'trots op zichzelf', ik las over de varianten in het Halewijnlied (aan de hand van de collectie van Ate Doornbosch - Jaring Elshout), over regionale grammaticale en syntactische verschillen, onder andere aan de hand van twitterberichten, over de Rijnlandse waaier, de rol van partikels in het Nederlands en het verschuiven van dialectgrenzen, allemaal onderwerpen waar ik nog wel eens wat meer over wil lezen. Leuk boekje.

13 maart 2014

Frits Abrahams en Detlev van Heest in de Van Oorschot pop-up-store



De (mijns inziens) beste uitgeverij van het land, Van Oorschot, heeft weer iets leuks: in deze boekenmaand is er, in samenwerking mat de Goudse boekhandel Verkaaik, een pop-up store. Een winkelpandje is ingericht met het complete oeuvre van de uitgever, en op 6 opeenvolgende zaterdagen zijn er allerlei lezingen. Afgelopen zaterdag spraken Frits Abrahams en Detlev van Heest met elkaar, naar aanleiding van het onlangs verschenen boek van J.J. Voskuil, Ik ben ik niet.

Uw blogger was er bij.

De kleine winkelruimte was afgeladen vol, kennelijk waren er meer kaarten uitgegeven dan er plaatsen beschikbaar waren. Niet erg. Voor iedereen was er de Poëziekalender 2014.
Zoals gezegd: Frits Abrahams en Detlev van Heest spaken met elkaar. Een paar losse, onvolledige aantekeningen over wat ik er van begrepen heb:
Abrahams vond het stuk van Van Heest prima, maar de Voskuil-recensies minder toegankelijk, omdat ze over vrijwel onbekende, vergeten schrijvers gaan. Maar met name de stukken over Kafka vond hij toch verrassend nieuwe inzichten geven. Lezers hebben uit de boeken van Voskuil vaak het eenzijdige beeld van Lousje als altijd ruziënde echtgenote. Van Heest wilde daarom met dit stuk op een faire wijze Lousje aan het woord laten. Dat is wel gelukt. Er zitten (ook voor de Voskuil-liefhebber) nog een paar interessante dingetjes in. Zeer opmerkelijk is de verhouding, die Voskuil gehad heeft met ene S., die verder niet met haar volledige naam genoemd mag worden. Overigens niet te verwarren met 'Suus' (Rosalie Balmakers), de vrouw van Jaap Oversteegen (Paul Dehoes) met wie Voskuil het ook nog aangelegd heeft (Binnen de huid). Uit de boeken bleek al dat Voskuil een problematische verhouding had met zijn vader, Klaas Voskuil, een vooraanstaand PvdA-lid. Uit dit stuk blijkt dat het een paar jaar zelfs een echte breuk is geweest. Lousje heeft bedongen dat de reden hiervoor niet vermeld mocht worden. Uiteindelijk kreeg Voskuil medelijden met zijn vader. Over emoties kon hij, evenmin als zijn vader, spreken, het ging meer over mensen. Daarom vond Voskuil het ook moeilijk om over zijn vrouw te schrijven, een poging om haar te begrijpen is De buurman.
Verder ging het over de stijl van Voskuil: uitgekleed, geen bijvoeglijke naamwoorden, dialogen. Observeren en daarna opschrijven wat het met je doet. Abrahams had het, net als bij een paar eerdere gelegenheden, over het gebrek aan erkenning door collega-schrijvers, bijv. Hermans. Voskuil zelf schijnt daar niet erg mee gezeten te hebben.
Abrahams sprak nog over de kritiek op Voskuil. Ik proefde dat hij vindt dat Kees Fens hier een kwalijke rol heeft gespeeld door Voskuil stelselmatig te verzwijgen, waarschijnlijk uit rancune over Bij nader inzien, waarin afgerekend wordt met Paul Dehoes, J.J. Oversteegen, een persoonlijke vriend van Fens.
Ook ging het nog over de dagboeken, die niet eerder gepubliceerd mogen worden dan na het overlijden van Lousje, of anders uiterlijk 2026. Tot die tijd mag alleen Lousje ze inzien. Helaas heeft Voskuil zijn vroege dagboeken (ongeveer tot 1955) vernietigd door ze (letterlijk) naar een papierfabriek te brengen en ze om te ruilen voor een paar rollen wc-papier. Heel jammer, want daardoor zijn bijv. zijn aantekeningen uit de oorlog (verblijf in Drenthe) en van tijdens zijn studietijd (Bij nader inzien) niet meer beschikbaar.
Er werden een paar vragen gesteld en beantwoord, o.a. over wel of geen Voskuil-biografie door Gerbrand Bakker, waarom het vooral Duitse schrijvers zijn die besproken worden, de constatering dat Frida Vogels niet in het verhaal voorkomt (en of er nog een dagboek van haar uitkomt), en eventuele verdere Voskuil-uitgaven. Beide heren lazen een stuk voor en na afloop was er gelegenheid tot kopen van boeken en zetten van handtekeningen. Ik had nog een leuk gesprekje met Detlev van Heest, die mijn boek van een verrassende opdracht voorzag.

12 maart 2014

Ik ben ik niet (2)



Nog een paar losse opmerkingen.

Het inleidende stuk van Van Heest heet, zoals gezegd, 'Het mislukte leven', doelend op een kwalificatie van Lousje Voskuil, in relatie tot haar eigen rol en bijdrage in Voskuils leven. Van Heest relativeert deze uitspraken dan, door te zeggen dat Voskuil het zo gewild heeft. Ik heb Voskuil een (1) keer gesproken en heb toen op het punt gestaan hem precies dat te vragen, of hij zijn leven als mislukt beschouwde. Immers, zijn vrienden hadden de samen gekoesterde idealen verlaten, hij moest een baan aanvaarden op een Bureau, zelfs een leidinggevende positie, en ook zijn naaste collega's bleken anders over van alles te denken dan hijzelf. Bovendien was hij ook nog eens betrekkelijk rijk geworden. Maar ik heb dat toen niet gedurfd, en formuleerde mijn vragen net wat anders.

Terugkijkend op haar leven zegt Lousje een paar keer dat het jaar in Groningen, toen Voskuil daar les gaf op de kweekschool, erg fijn was geweest, met heel aardige, gewone mensen, en dat ze daar misschien nooit weg hadden moeten gaan. De kachelsmid en de kruidenier worden genoemd. Voskuil heeft in 2007 in Tirade Kladboek 1955-1956 gepubliceerd, een keuze uit zijn dagboek over de jaren 1955-1956, in Groningen. Ik las dat vandaag nog eens over. De kachelsmid komt slechts zijdelings ter sprake. Wel een mooie beschrijving van een wandeling met Jan B. (Bruggeman, en: Breugelman in Requiem voor een vriend) en F. (Frida Vogels). Diezelfde wandeling wordt ook beschreven in het genoemde Requiem voor een vriend, en kort door Frida Vogels genoemd ('mieters') in Dagboek 1954-1957.

Het wachten is tot 2026, dan zullen de dagboeken van Voskuil volledig gepubliceerd kunnen worden.

10 maart 2014

Ik ben ik niet



In Lam naast leeuw, door J. Heymans (naar mijn smaak een onmisbaar boek voor Voskuil-vorsers), had ik al gelezen dat J.J. Voskuil in de jaren '50 een serie boekrecensies publiceerde in Propria Cures, NRC en Litterair Paspoort. Deze zijn nu verzameld in dit boek, en worden voorafgegaan door een inleiding van 100 blz., 'Het mislukte leven', door Detlev van Heest.

Die inleiding door Detlev van Heest bestaat uit een paar gesprekken die hij voerde met de weduwe Lousje Voskuil. Het gaat over haar leven met Voskuil, en dan vooral over de jaren '50, toen hij teleurgesteld raakte over zijn vrienden, in een existentiële crisis raakte en besloot tot het schrijven van Bij nader inzien. De periode waarin hij ook de boekrecensies schreef. Die inleiding is echt 'the best of both worlds': nieuw werk van Van Heest, een goed gesprek met Lousje Voskuil en interessante weetjes en verhelderende inzichten in leven en wereld van Voskuil. Alleen al vanwege deze inleiding vond ik het boek de moeite van het kopen waard.

De boekrecensies van Voskuil beslaan de volgende 140 bladzijden. Het zijn er een stuk of 30, alle eerder gepubliceerd. Voskuil schrijft over Waugh, Kafka, Brod en Musil, maar ook over nu totaal onbekende en terecht vergeten (veelal Duitse) schrijvers, die hier overigens door Voskuil ook in de meeste gevallen afgeserveerd worden. In eerste instantie maakt die onbekendheid het lezen wat minder gemakkelijk, ik had daar zelf in ieder geval last van. Ik heb het boek twee keer gelezen, bij de tweede keer heb ik meer gelet op de opvattingen van Voskuil, dan op de details van de besproken boeken. Dat werkt beter. Voskuil zelf maakt in dit boek hetzelfde mee, als hij een boek met toneelkritieken van Alfred Polgar leest. Die toneelstukken zeggen hem niets, maar door op de beoordelingen en vooral criteria en overwegingen te letten komt Voskuil veel over Polgar te weten. Een soort literair Droste-effect. Alle bekende Voskuil-opvattingen blijken ook hier weer aanwezig te zijn: verantwoording afleggen, waarachtigheid, het academische bedrijf, de verhouding tussen vader en zoon, en ook in een of twee gevallen: met de grappige Voskuilhumor, met name in een anekdote over Beiers en Brabanders. Zoals de uitgever het zegt: een zelfportret.

Heymans geeft in zijn boek een uitgebreidere lijst met publicaties dan hier verzameld. Omdat het voor Voskuilliefhebbers nooit genoeg is, vroeg ik tijdens een lezing hiernaar aan Detlev van Heest en een medewerker van de uitgeverij. Zij vertelden, dat die weggelaten stukken meest korte boekaankondigingen waren geweest, niet geschikt voor opneming in dit boek.

Nog even over de titel: Ik ben ik niet. Die verbaast mij. Ontleend aan een motto van Evelyn Waugh, een schrijver die Voskuil juist minder waardeerde. Waugh schreef (in Brideshead revisited) over zijn vrienden, Voskuil (in Bij nader inzien) over zijn vriendschappen, en daarmee vooral ook over de positie die hij daarbij innam. 'Essentieel!', zoals het in dat boek genoemd wordt. Beter passend zou mijns inziens zijn geweest: Ik ben ik. Maar misschien begrijp ik het verkeerd en heb ik het weer eens helemaal mis.

Blij dat dit boek er is.