13 maart 2014

Frits Abrahams en Detlev van Heest in de Van Oorschot pop-up-store



De (mijns inziens) beste uitgeverij van het land, Van Oorschot, heeft weer iets leuks: in deze boekenmaand is er, in samenwerking mat de Goudse boekhandel Verkaaik, een pop-up store. Een winkelpandje is ingericht met het complete oeuvre van de uitgever, en op 6 opeenvolgende zaterdagen zijn er allerlei lezingen. Afgelopen zaterdag spraken Frits Abrahams en Detlev van Heest met elkaar, naar aanleiding van het onlangs verschenen boek van J.J. Voskuil, Ik ben ik niet.

Uw blogger was er bij.

De kleine winkelruimte was afgeladen vol, kennelijk waren er meer kaarten uitgegeven dan er plaatsen beschikbaar waren. Niet erg. Voor iedereen was er de Poƫziekalender 2014.
Zoals gezegd: Frits Abrahams en Detlev van Heest spaken met elkaar. Een paar losse, onvolledige aantekeningen over wat ik er van begrepen heb:
Abrahams vond het stuk van Van Heest prima, maar de Voskuil-recensies minder toegankelijk, omdat ze over vrijwel onbekende, vergeten schrijvers gaan. Maar met name de stukken over Kafka vond hij toch verrassend nieuwe inzichten geven. Lezers hebben uit de boeken van Voskuil vaak het eenzijdige beeld van Lousje als altijd ruziƫnde echtgenote. Van Heest wilde daarom met dit stuk op een faire wijze Lousje aan het woord laten. Dat is wel gelukt. Er zitten (ook voor de Voskuil-liefhebber) nog een paar interessante dingetjes in. Zeer opmerkelijk is de verhouding, die Voskuil gehad heeft met ene S., die verder niet met haar volledige naam genoemd mag worden. Overigens niet te verwarren met 'Suus' (Rosalie Balmakers), de vrouw van Jaap Oversteegen (Paul Dehoes) met wie Voskuil het ook nog aangelegd heeft (Binnen de huid). Uit de boeken bleek al dat Voskuil een problematische verhouding had met zijn vader, Klaas Voskuil, een vooraanstaand PvdA-lid. Uit dit stuk blijkt dat het een paar jaar zelfs een echte breuk is geweest. Lousje heeft bedongen dat de reden hiervoor niet vermeld mocht worden. Uiteindelijk kreeg Voskuil medelijden met zijn vader. Over emoties kon hij, evenmin als zijn vader, spreken, het ging meer over mensen. Daarom vond Voskuil het ook moeilijk om over zijn vrouw te schrijven, een poging om haar te begrijpen is De buurman.
Verder ging het over de stijl van Voskuil: uitgekleed, geen bijvoeglijke naamwoorden, dialogen. Observeren en daarna opschrijven wat het met je doet. Abrahams had het, net als bij een paar eerdere gelegenheden, over het gebrek aan erkenning door collega-schrijvers, bijv. Hermans. Voskuil zelf schijnt daar niet erg mee gezeten te hebben.
Abrahams sprak nog over de kritiek op Voskuil. Ik proefde dat hij vindt dat Kees Fens hier een kwalijke rol heeft gespeeld door Voskuil stelselmatig te verzwijgen, waarschijnlijk uit rancune over Bij nader inzien, waarin afgerekend wordt met Paul Dehoes, J.J. Oversteegen, een persoonlijke vriend van Fens.
Ook ging het nog over de dagboeken, die niet eerder gepubliceerd mogen worden dan na het overlijden van Lousje, of anders uiterlijk 2026. Tot die tijd mag alleen Lousje ze inzien. Helaas heeft Voskuil zijn vroege dagboeken (ongeveer tot 1955) vernietigd door ze (letterlijk) naar een papierfabriek te brengen en ze om te ruilen voor een paar rollen wc-papier. Heel jammer, want daardoor zijn bijv. zijn aantekeningen uit de oorlog (verblijf in Drenthe) en van tijdens zijn studietijd (Bij nader inzien) niet meer beschikbaar.
Er werden een paar vragen gesteld en beantwoord, o.a. over wel of geen Voskuil-biografie door Gerbrand Bakker, waarom het vooral Duitse schrijvers zijn die besproken worden, de constatering dat Frida Vogels niet in het verhaal voorkomt (en of er nog een dagboek van haar uitkomt), en eventuele verdere Voskuil-uitgaven. Beide heren lazen een stuk voor en na afloop was er gelegenheid tot kopen van boeken en zetten van handtekeningen. Ik had nog een leuk gesprekje met Detlev van Heest, die mijn boek van een verrassende opdracht voorzag.