
'En wat moet je daar nou doen?' vroeg zijn schoonmoeder.
Hij keek naar haar. 'Ik moet een stuk schrijven over de kabouters.'
'Over de kabouters?' Ze lachte ongelovig. 'Je houdt me voor de mal.'
'Ik houd U nooit voor de mal.'
'Over kabouters! Een volwassen man!'
(Uit: J.J. Voskuil, Het Bureau 1, Meneer Beerta)
Begin dit jaar is op de site van het Meertens Instituut een interessante database gepubliceerd, met duizenden kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen in de lage landen zijn getekend, zie hier. Naar aanleiding daarvan verscheen dit leuke boekje, waarin een aantal medewerkers van het Meertens Instituut over een of meer kaarten iets interessants vertellen.
En wat blijkt: de Kabouterkaart, waar Maarten Koning na indiensttreding bij Het Bureau een stuk bij moet schrijven, blijkt echt te bestaan. Hier is hij te vinden. Theo Meder beschrijft hem in dit boekje en vertelt waarom deze kaart plus bijbehorend commentaar nooit is verschenen. Voskuil kwam na bestudering tot de conclusie dat de kaart te slecht was. Ook een paar andere kaarten waar Voskuil aan werkte (Offers voor mooi weer, De nageboorte van het paard) worden (kort) genoemd en zijn in de database terug te vinden. Ten slotte verloor Voskuil zijn geloof in de mogelijkheid om met deze gegevens oude cultuurgrenzen op te sporen.
In het boekje worden aan de hand van kaarten allerlei interessante verschijnselen behandeld. Dus las ik dat 'trots op z'n eigen' misschien wel echter Nederlands is dan 'trots op zichzelf', ik las over de varianten in het Halewijnlied (aan de hand van de collectie van Ate Doornbosch - Jaring Elshout), over regionale grammaticale en syntactische verschillen, onder andere aan de hand van twitterberichten, over de Rijnlandse waaier, de rol van partikels in het Nederlands en het verschuiven van dialectgrenzen, allemaal onderwerpen waar ik nog wel eens wat meer over wil lezen. Leuk boekje.