31 oktober 2011

Ik heb een malle gewoonte

Ik heb een malle gewoonte. Ik hou een administratie bij van boeken die ik gelezen heb. Zo weet ik, dat ik in dit kalenderjaar (tot nu toe) 52 boeken heb uitgelezen. Er zullen er nog wel wat bij komen, voor 1 januari 2012. Daar waren goede boeken bij, minder goede, maar er is een boek, dat ik ademloos heb gelezen. Een bijzonder aangrijpend verhaal, dat me naar de keel greep, dat ik toch uit MOEST lezen, dat ik niet neer kon leggen, waarover ik, nadat het uit was nog vaak en veel heb nagedacht. Een afgrijselijk boek en een teder, liefdevol verhaal van een wanhopige vader die in dit boek probeert de gebeurtenissen een andere wending te laten nemen. Een groots, maar ook bijna onmogelijk te schrijven boek dat er toch kwam.



Dit is het beste boek van 2011. Dat het zelfs niet voorkomt op de shortlist van de AKO literatuurprijs is een aanfluiting.

30 oktober 2011

Bij gelegenheid



Vandaag las ik dit Mulisch-boek, met opstellen over cultuur, geschiedenis, filosofie en literatuur. Veelal zijn het toespraken, gehouden bij boekpresentaties, prijsaanvaardingen, herdenkingen. Niet zijn beste werk, maar 'het hoort er wel bij, op een of andere manier'.

29 oktober 2011

De kersentuin



Gisteren zag ik De kersentuin van Tsjechov, in een uitvoering van Keesen&Co. Een van de all-time classics van het toneel, twee jaar geleden nog gespeeld door het Nationale Toneel. Het verhaal is bekend, een bijeengekomen familie waarvan de leden verschillende achtergronden en verwachtingen hebben kan maar niet tot de goede beslissingen komen, waardoor de kersentuin voor ze verloren gaat.
Zoals ook in andere stukken van Tsjechov gaat het om innerlijke en uiterlijke tegenstellingen. Confrontatie tegenover compassie, melancholie tegenover jeugdige overmoed, anekdote tegenover de psychologische ontwikkeling.

De komende tijd nog meer Tsjechov: in het voorjaar Oom Wanja, en het volgend seizoen weer De kersentuin, beide als onderdeel van Tjechov3. Doe jezelf een plezier en ga kijken.

27 oktober 2011

Het leven is vurrukkulluk



1 vurrukkulluk taal-vier-tu-woos boek, gratis bij de bibliotheek, ook als groteletterboek, e-boek of (de uitvoering die ik las) voor 10 euro bij de boekhandel, inclusief dee-vee-dee met een speciale aflevering van Andere tijden.

24 oktober 2011

Lekker!



Vandaag met zoon via Delft (klussen) naar Philippine in Zeeuws-Vlaanderen gereden voor een pan mossels, zoals de Zeeuwsvlamingen zeggen. Philippine is mosselstad nummer 1, bij de onafhankelijkheid van Belgiƫ werd onder andere bepaald dat Ph. voor de mossel-liefhebbende Belgen de aanvoer- en spoelplaats zou worden. Dat is het gebleven tot 1952, de afsluiting van de Braakman. Vissers komen niet nu meer in Philippine, maar in dit kleine stadje zitten nog steeds veel mosselrestaurants. Mijn favoriet (ik eet er een keer per jaar, gemiddeld, vanuit waar ik woon toch een 3 uur rijden): De Mosselbank.

21 oktober 2011

4th Time Around

(Even snel opgeschreven in de nacht, meteen na thuiskomst)

Vanavond was ik voor de vierde keer naar Bob Dylan. Ik wilde graag, maar had ook gemengde gevoelens.
Want het was een zogeheten dubbel-concert, met vooraf Mark Knopfler. Daar vind ik niet veel aan. Hij is een beetje een gitaarspelende leraar maatschappijleer, vind ik. Zijn optreden vond ik dan ook tamelijk vlak, op het saaie af. Er klonk geen vals nootje, maar het was bloedeloos. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik naar het plafond aan het staren was. Halverwege het concert was een soort muzikale sur place, een nummer ging maar door en ging maar door. Ben maar even een biertje gaan halen, toen.

Enfin, na een korte pauze dus Bob Dylan. Altijd spannend, want hij kan nogal wispelturig zijn en als het tegenzit, zit hij bij wijze van spreken een uur achter een orgel te mompelen. Het laatste concert dat ik van hem zag, ergens in de jaren negentig, was ronduit slecht.
De aankleding was voor een 'hedendaags popconcert' betrekkelijk kaal. Het podium was afgedoekt met hoge gordijnen en er was een relatief eenvoudige, maar effectieve belichting. Geen videoschermen of lasershows. Bij Dylan moet het dan ook maar gewoon van de muziek komen.
Meteen bij het eerste nummer, Leopard-Skin Pill-Box Hat, wist ik dat het deze avond goed zat. Goeie band, strakke drummer en scherpe gitarist, Dylan achter zijn orgeltje, maar gedurende het optreden ook op gitaar, of zingend met harmonica.
De muziek: goed! Strak, scherp, schurend, hard, soms mooi, rock, blues, ballades.
Ik vond het super. De zang: daar is altijd wat over te doen. De man klinkt nu eenmaal alsof hij een keeltabletje nodig heeft. Het was zeker niet vals, zoals wel gezegd wordt, maar hij fraseert nogal eigenzinnig, zodat het moeilijk meezingen is. Ik vond het (met name bij Blind Willie McTell en Ballad of a Thin Man) precies de juiste emotie en onheilspellendheid hebben.
Van de set herinner ik me Leopard-Skin Pill-Box Hat, It Ain't Me, Babe, The Levee's Gonna Break, A Hard Rain's A Gonna Fall, Blind Willie McTell (schitterend), Highway 61 Revisited, Ballad of a Thin Man (een fantastische, onheilspellende versie), All Along The Watchtower, Like A Rolling Stone. Er waren er meer, maar die herinner ik me nu even niet, of die kende ik niet. Er zal vast ergens een set-list op internet komen.

Wel een contrast, deze avond. Eerst de liftmuziek van Knopfler, en daarna de scherpe rock en blues van de inmiddels 70-jarige Bob Dylan.

16 oktober 2011

Vladimir Nabokov - Het origineel van Laura

Lidah boeaja



Twee vroege Indische verhalen, De Lidah boeaja en Een perkara, die eerder zijn gebundeld in Het Tuinhuis, maar nu in een klein boekje samen uitkomen. Bekende thema's uit het werk van Hella S. Haasse komen in deze korte verhalen naar voren: geheimen, leven tussen twee werelden, uiterlijk vertoon versus innerlijke persoonlijkheid. Een verademing om te lezen. Ik ga Heren van de thee snel herlezen, een magistraal boek.

15 oktober 2011

Zhuang Zi - De volledige geschriften (2)



Vorige week had ik een afspraak met een goede oud-collega, Piet Marchal. We spraken onder andere over De volledige geschriften van Zhuang Zi, een boek dat we beiden gelezen hebben. Ik denk ook dat we ongeveer hetzelfde uit dit boek gehaald hebben. Zhuang Zi behandelt eigenlijk twee wezensvragen. Hoe ziet de wereld er uit? En wat is de nastrevenswaardige manier om je je daarin te gedragen?

Piet kwam met twee treffende citaten, die deze twee vragen min of meer verwoorden en beantwoorden.

(p. 60)
Als noch de ander, noch jezelf een tegenhanger heeft, dan kunnen we spreken over 'de spil van de Tao'.
Vanaf het moment dat de spil in het centrum van het draaipunt staat, kan hij eindeloos reageren. Of het nu 'wel' of 'niet' is blijft dan ook eindeloos hetzelfde. En daarom mag er nog eens gezegd worden: er gaat niets boven het vasthouden van het licht.


In de overdrachtelijke, TaoĆÆstische zin is een 'tegenhanger': het bewustzijn, met het 'ik' als reflectief denkobject. Als de tegenstelling niet meer aanwezig is, is men door meditatie in trance daardoor ontoegankelijk, niet vatbaar voor indrukken, of oorzaken van buitenaf. Het vasthouden van het licht betekent zoiets als uitstijgen boven de aardse discussie, niet geleid worden door successen of uiterlijkheden.

De werkelijkheid kan worden opgevat als samenvallende, in elkaar grijpende (schijnbare) tegenstellingen. Yin en yang, ongeveer.

(p. 185)
Waarlijk! In het open en stil zijn, met vredige mildheid en in eenzame kalmte niets doen, daarin ligt de grondslag van hemel en aarde en de hoogste uiting van de deugd van de Tao; daarom zullen de vorst en de wijze immer daarin blijven.'Blijven' wil zeggen: leeg zijn; uit de leegte komt volheid, en met volheid komt volledigheid. Leegte betekent stilte, uit stilte komt beweging, en met beweging komt welslagen. Stilte wil zeggen: niets doen, en door het nietsdoen voltooien zij die met opdrachten belast zijn al hun taken.
Nietsdoen is aangenaam. Daar waar het aangenaam is kunnen verdriet en leed niet http://www.blogger.com/img/blank.gifverblijven, en zo bereikt men een hoge ouderdom.


Hemel en aarde is hier een beeldspraak voor wat wij de omgeving noemen.



Piet bracht nog een bijzondere verstrengeling van tegendelen mee, de kleurenkubus. Ik citeer uit een e-mail die ik van hem ontving:

De kleurenkubus kan beschouwd worden als een voorbeeld van een verstrengeling van tegendelen, analoog aan de verstrengeling van yin en yang die uit het TaoĆÆsme bekend is. In het geval van de kleurenkubus worden yin en yang vertegenwoordigd door zwart en wit. Het wit aan de voet van de kubus valt langs zijn ribben uiteen tot de kleuren geel, magenta en cyaan van het subtractieve kleurensysteem (CGM, bekend van de kleurenprinters), en het zwart van de top van de kubus valt langs zijn ribben uiteen tot de kleuren rood, groen en blauw van het additieve systeem (RGB).

Dit is een verstrengeling van tegendelen, omdat wit uiteen valt in drie kleuren die samen zwart vormen, en omdat zwart uiteen valt in drie kleuren die samen wit vormen. Verder laat de figuur zien dat de kleuren rood en groen langs de stijgende ribben van de kubus samen zwart gaan vormen, wat overeenkomt met een menging van deze twee kleuren volgens het subtractieve systeem, en dat rood en groen langs de dalende ribben van de kubus samen geel gaan vormen, wat overeenkomt met een menging van deze twee kleuren volgens het additieve systeem. Ook voor de andere vlakken van de kubus geldt dat de twee tegenover elkaar liggende kleuren langs de ribben van de kubus gemengd worden volgens het subtractieve dan wel additieve systeem.

In het centrum van de kubus, daar waar de lichaamsassen van de kubus elkaar snijden, is de kleur grijs. In dit centrum houden de kleuren die op de hoekpunten, of polen, van de kubus te zien zijn, elkaar precies in evenwicht. Volgens de TaoĆÆstische filosofie vormt een dergelijk centrum een preferente verblijfsplaats, omdat van daaruit op alle veranderingen zodanig gereageerd kan worden dat het bestaande evenwicht gehandhaafd kan blijven.

Zelf vond ik dit wel een mooi citaat:

(p. 186)
Een helder inzicht in de deugd van de hemel en de aarde leert ons dat het grote fundament en het grote principe is: dat men in harmonie met de hemel leeft. Op die basis overeenstemming in de wereld brengen, dat betekent harmonie onder de mensen.

In harmonie met je omgeving leven en daardoor harmonie in de wereld brengen. Da's wel mooi. We zouden TaoĆÆstische regeerders moeten hebben, denk ik dan.

Strikt



Ik heb het geprobeerd. Getriggerd door de aanprijzing dat dit een boek was in de stijl van Voskuil en Vogels, ben ik het gaan lezen. Na 391 pagina's, nog niet op de helft van de 837 totaal, heb ik het boek dichtgeslagen. De auteur is in het dagelijks leven, net als de hoofdpersoon in het boek, psychiater/psychotherapeut. Dat is te merken in het boek. De hoofdpersoon analyseert haar leven tot op het bot. Dat is, althans voor deze lezer, te veel van het goede. Verder zijn de dialogen werkelijk bijzonder slecht. Zo praten mensen niet met elkaar. In een paar dialoogzinnen wordt steeds een stortvloed aan gegevens gewisseld. Een schril contrast met de echte grootmeester van de dialoog, J.J. Voskuil, met wie Douwesz nota bene vergeleken werd. Verder heeft de schrijfster geen keuze kunnen maken in wat te beschrijven van het leven van de hoofdpersoon. Het komt op mij over alsof werkelijk alles wordt verteld. Het is daarom allemaal te veel, en daardoor is het totaal ook weer te weinig. Een teleurstelling, dit boek.

09 oktober 2011

Steve Jobs of de anderen



De afgelopen dagen was er veel Hosanna over Steve Jobs. Zijn overlijden was zelfs Breaking news! Ik zag het, ik hoorde het, ik las het, en ik was verbaasd. Dankzij hem heeft de wereld nu een aantal bijzonder handige apparaten, ik geef het graag en zonder ironie toe. Hij was een ongelooflijk succesvolle ondernemer. Maar maakt hem dat ook, zoals ik ook vaak hoorde en las, een voorbeeld voor velen, inspirerend? Veel werd de afgelopen dagen verwezen naar zijn zogenaamde Stanford Address, een rede die hij uitsprak bij de aanvaarding van een eredoctoraat. Die moest je gezien hebben, zo mooi, zo werd gezegd. Ik heb die rede nu ook bekeken, en inderdaad, het zijn mooie verhalen. Maar er worden ook andere verhalen verteld over Jobs, en niet alleen door afgunstige concurrenten. Steve Jobs komt daarin naar voren als een tamelijk asociale zonderling, een keiharde werkgever, een dito monopolistische speler, leider van een bedrijf dat zijn producten in Chinese sweat shops laat assembleren. Veelzeggend is dat de producten namen hebben als iMac, iPhone, iPod en iPad. Jobs heeft prima begrepen dat we kennelijk in een tijdperk van superindividualisme zijn aanbeland. Ik vind dat niet zo inspirerend.

Lees, luister of kijk eens naar (wat mij betreft) echt inspirerende woorden.



Lees eens Quit India van Ghandi, een indrukwekkende rede, waarin hij het onafhankelijkheidsstreven van India verwoordde, scherpe kritiek uitte op de Britse koloniale heerschappij, maar waarin hij tegelijkertijd bewondering en waardering uitsprak voor het Britse volk, op andere dan de bestuurlijke vlakken. Gandhi houdt het Indiase volk een toekomst voor, te bereiken door geweldloze weerbaarheid.



Lees of luister naar Robert Kennedy, die in 1966, 'in het holst van de Apartheid', de zwarte bevolking van Zuid-Afrika een hart onder de riem stak met een bijzonder inspirerende en hoopgevende rede, Day of Affirmation, uitgesproken in Kaapstad. Kennedy spreekt over mensenrechten, tegen vooroordelen, racisme en Apartheid, in de Verenigde Staten en in Zuid-Afrika.



Luister naar Ds. Martin Luther King, met zijn wereldberoemde I have a Dream Speech, uit 1963. Niet alleen dat ene zinnetje, maar de hele toespraak.



Kijk voor mijn part naar de laatste scĆØne van The Great Dictator van Charlie Chaplin, met een geweldig visioen van een betere wereld.

Het verschil tussen de toespraak van Jobs en mijn vier voorbeelden is, dat Jobs in zijn rede spreekt over ZIJN verleden, en Ghandi, Kennedy, King en Chaplin spreken over ONZE toekomst. Wat mij betreft zijn zij de echte inspirerende reuzen.

71

03 oktober 2011

Paul McCartney's Ocean's Kingdom



Goed. Nieuwe muziek van Paul McCartney. Dit is, als het wel heb, zijn vijfde klassieke werk, dit keer geschreven voor het New York City Ballet. Het is vorige week in premiĆØre gegaan, waarschijnlijk later deze week ontvang ik de bestelde cd, maar vandaag kreeg ik al de bijbehorende mp3'tjes.

Ik heb nauwelijks of geen verstand van klassieke balletmuziek. Paul McCartney volgens eigen zeggen ook niet, naar ik begrijp heeft hij zich laten inspireren door Giselle van Adolph Adam. Dat heb ik in ieder geval twee keer gezien, een mooi klassiek ballet.
Als ik naar de muziek van Ocean's Kingdom luister hoor ik Tschaikovski, Ravel, Stravinski en Bernstein. Maar eigenlijk hoor ik te weinig McCartney. Wat dat betreft vond ik Standing Stone en Ecce Cor Meum destijds interessanter, gedurfder, origineler.
Ocean's Kingdom is zoals bijna elk klassiek ballet een verhaal over een schijnbaar onmogelijke liefde, dit keer tussen een zeeprinses en een prins van het land. Onderliggend eco-thema is de bedreiging van het leven in de oceanen door de mens. Mij lijkt het een beetje een clichƩverhaal, maar ik heb het eigenlijke ballet natuurlijk niet gezien. Enfin, volgens het meegeleverde (digitale) boekje loopt het gelukkig goed af, in dit geval.

Behalve de reguliere studio-opname ontving ik als bonus ook nog eens de mp3's van de live registratie van de gala-premiĆØre, vorige week, in een kristalheldere opname, of je er echt bij bent.

Het laatste thema van het 4e deel, Moonrise, in deze live uitvoering, is misschien bombastisch, maar van een mij geweldig ontroerende schoonheid.

Nu maar weer eens een plaatje met hippe beatmuziek, meneer McCartney!