
En nu heb ik deel 2 herlezen. Het is weer net zo fijn, misschien wel fijner dan in 1997, toen ik het voor het eerst las. Dit is het deel van veranderingen. Beerta is opgevolgd door Balk, Het Bureau verhuist van de Nieuwe Hoogstraat naar de Keizersgracht, Maarten en Nicolien van de Lijnbaansgracht naar de Herengracht, en de middagmelk van Maarten zit niet meer in een fles maar in een pak. Maarten gaat zich verantwoordelijk voelen en ondanks de bezwaren van Nicolien komen Sien, Tjitske en Manda in zijn groep.
De dialogen in dit boek zijn weer meesterlijk, vilein. Wat ik ook erg goed vind zijn de beschrijvingen van wat ik noem de kleine weemoed. De scène bijvoorbeeld waarin Maarten voor het laatst, alleen, door het verlaten oude Bureau loopt, en in afwachting van de verhuizers in de tuin gaat zitten, vind ik prachtig.
Er worden ook weer steken en steekjes uitgedeeld, ook aan de eigen uitgeverij Van Oorschot. Bij het verhuizen van de spullen van Beerta stuit Maarten op een voorraad niet-verkochte exemplaren van een door Beerta geschreven boek.
Hij pakte een lege kist van een stapel in de hoek en zette die op een stoel, naast het bureau van Beerta.
'Moet dat nu al?' vroeg Beerta geschrokken.
'Zo langzamerhand moet het wel eens.'
'Kan die machine er niet uit blijven tot die mannen komen?'
'Als je nou eens begon met die stapels op je bureau en in die vakken,' stelde Maarten voor, hij monsterde het bureau op de problemen die het nog op kon leveren. 'Wat zit er eigenlijk in die kastjes?' Hij hurkte voor de deurtjes aan de zijkant.
'Niets. Laat die kastjes nou maar.'
Maarten negeerde dat. Hij opende de deurtjes. Het kastje was tot bovenaan toe gevuld met vergeelde, ongebonden katernen. Hij nam
er een stapeltje uit en bekeek het. 'Je Zeeuwse boekje,' zei hij verrast.
'Ja, dat is mijn Zeeuwse boekje,' zei Beerta berustend.
'Hoe komt dat hier?' - hij keek op.
'Die heb ik van de uitgever gekocht toen hij ze wilde verramsjen. Die schande is me in ieder geval bespaard gebleven.'
'Maar dat is toch geen schande?'
'Dat is een schande! Wacht maar tot het jou zelf nog eens overkomt, dan zul je begrijpen wat ik bedoel.'
Het kan bijna niet anders of dit is een impliciete verwijzing naar het verramsjen van Bij nader inzien, door Van Oorschot. Dit heeft, samen met de eerdere, afwijzende reactie van Van Oorschot op het manuscript van Binnen de huid, gezorgd voor een jarenlange brouille tussen Voskuil en zijn uitgever. Opmerkelijk is wel dat deze verramsjing plaatsvond begin 1969, dus vóór de scène hierboven, die halverwege dat jaar speelt. De verramsjte boeken hebben nog jaren bij De Slegte gelegen.
Spijtig genoeg heb ik toen geen exemplaar gekocht. Een studievriend van mij was slimmer. Bij hem staat nog steeds een mooie twee-delige editie van Bij nader inzien in de boekenkast, voor een paar gulden gekocht.
Dit tweede deel is met 575 bladzijden het op één na dunste deel uit de reeks. Snel beginnen aan deel 3, ruim 800 pagina's!