14 november 2017

Het litteken van Onno Blom

Ergens vorig jaar hoorde ik dat de langverwachte Wolkers-biografie van Onno Blom dit najaar zou verschijnen, tien jaar na het overlijden van Jan Wolkers. Eindelijk! Ik besloot het voorraadje boekenbonnen te spenderen en bestelde deze zomer alvast de luxe editie in cassette, met daarin de biografie in een gebonden uitgave, een gebonden beeldboek met leven en werk van Jan Wolkers aan de hand van foto’s, portretten, kunstwerken en egodocumenten, en een facsimiledruk van een zelfportret van Jan Wolkers uit 1945. Een gelimiteerde uitgave, ik heb nummer 0647 van 2000 exemplaren.
Er was heel veel aandacht voor op radio, tv en in de krant. Geen echt juichende, maar over het algemeen wel positieve besprekingen, in de kranten die ik las. Onno Blom reisde door het land om te spreken en te signeren, ik zag hem in Oegstgeest, in Oud-Poelgeest, het hart van Wolkers-land kun je stellen.



En: op 19 oktober promoveerde Onno Blom op dit boek, zijn proefschrift: Het litteken van de dood.

En toen was er gedoe. Ik hoorde Onno Blom op een zaterdag in de Nieuwsshow (zie dit stukje op Tzum). In NRC werd gemeld dat het proefschrift in eerste instantie was afgewezen, waarna Blom het bewerkte en het door een anders samengestelde promotiecommissie werd goedgekeurd. Zie hier, hier, hier, hier en hier.
Als eenvoudig natuurkundig ingenieur moet ik maar geloven wat er staat, promotor Willem Otterspeer betoogt dat er meerdere mogelijke soorten wetenschappelijke biografie bestaan. OK. Hoe dan ook, een fraaie figuur is het niet, er blijft nu, terecht of niet, iets aan deze promotie kleven. Jammer. Zeg maar: Het litteken van Onno Blom.

Jan Wolkers zei over zijn werk en zijn leven: Niemand is dichter bij de waarheid gebleven dan ik. Mijn leven en werk zijn één. Onno Blom heeft zijn promotie-onderwerp omschreven als een onderzoek naar deze uitspraak.
Als Wolkers-lezer en -liefhebber ben ik (nu, nog voordat ik het boek gelezen heb) blij dat hij voor deze vorm gekozen heeft. Met dat enorme archief tot zijn beschikking. En dat hij Wolkers niet academisch heeft willen duiden als 'de literaire exponent van de Nederlandse kerkverlaters na de Tweede Wereldoorlog, met een ruimere seksuele moraal en een kritisch engagement'. Of zoiets. Dat zou ook niet bij de anti-intellectualist (Hè bah!) Wolkers passen.

Maar nu ga ik lezen, tot over ruim 1100 bladzijden!