December 2016. Ik deed mee aan het Nationaal Dictee. In de pauze aten de deelnemers (BN'ers en ON'ers) een hapje, in afwachting van de uitslag. Ik maakte een praatje met Olga Commandeur. Een aardige dame, een collega van mij bleek een goede vriend van haar. Ik vertelde haar dat mijn moeder elke dag een beetje meedoet met Nederland in Beweging.
'Oh, dat is leuk', zei ze.
'Ze is 97' vulde ik aan.
'Waaat? 97? Geweldig! Laten we even samen een fotootje maken voor haar, leuk!'.
We maakten een foto, waarop vooral duidelijk wordt dat ik mijn leesbril niet op heb terwijl ik 'm maak. Die foto laat ik mijn moeder zien. Ze wil een afdrukje.
Augustus 2017. De onzekerheid ebt een beetje weg, mijn moeder ligt in het ziekenhuisbed, met aangesloten infusen aan zo'n verrijdbaar ding met handvatten, op wieltjes. Ze is in goede handen nu, weet ik. Ik zit al een uur bij haar bed. Het is stil, het is zondagmiddag, het echte bezoekuur is pas over ruim twee uur. Mijn moeder heeft haar ogen dicht, ik lees wat in een krant. Opeens is er gescharrel. Ik kijk. Mijn moeder probeert het bed uit te komen.
'Moet je naar de wc? Dan roep ik de zuster even.'
'Nee, ik bedenk ineens dat ik gisteren en vandaag mijn loopoefening niet gedaan heb.'
En voordat ik iets kan doen staat ze naast haar bed, handen aan dat infuusding en begint passen op de plaats te maken. Het ontroert me, ik schiet vol. Wát een wil om verder te gaan.
Inmiddels is mijn moeder weer thuis, nog broos, maar aansterkend. In d'r eigen bedoeninkje. Ik heb boodschappen voor haar gedaan. Ze moppert een beetje, ik heb bij de kaasboer geen zegeltjes meegenomen.
'Maar waarvoor spaar je dan?'
'Dat weet ik niet. Een kaasschaaf of zo, denk ik'.
'Je hebt toch een kaasschaaf?'
'Alles wat je krijgt hoef je niet te kopen.'
Ik durf weer een beetje te denken aan de volgende verjaardag.