
Als ze in town zijn ga ik er naartoe. Nits. Afgelopen week kwamen ze weer langs. Wij er weer naartoe. Waarom of waardoor, ik weet het niet precies, maar dit optreden was MA.GI.STRAAL.GOED. De zaal was totaal uitverkocht, er was een mooi, interessant decor, het geluid was prima (ok, eerste minuut was de zang te luid, werd meteen afgeregeld) en vooral: de heren waren bijzonder op dreef. Het gezicht van Nits is misschien Henk Hofstede, maar Robert Jan Stips excelleerde vrijdag op de toetsen als een ware virtuoso, en Rob Kloet, wat een drummer is dat toch. Strak, hard, onstuimig, gedoseerd, rustig en fluisterend. Ze speelden veel (misschien wel alles, ik heb het niet goed bijgehouden) van hun laatste plaat angst, die is toch weer heel anders dan de voorgaande. Mooie nummers, en ze gaan weer over van alles in Amsterdam-Oost, zal ik maar zeggen. Een juweel van een plaat, las ik ergens, ik ben het er mee eens. Ruim gelardeerd met oldies but goodies, bekend en minder bekend, beginnend met Oom-Pah-Pah en Les Nuits. Veel prachtige momenten. Erg, erg goed was toch weer (iets anders gearrangeerd, zoals gebruikelijk) Nescio. Iemand uit het publiek merkte op: Blijft mooi hè? En zo is het. Meerdere toegiften, de onverbiddelijke meezinger Giant Little Dwarf werd door de zaal verder doorgezongen toen de heren zelf al klaar waren. Ten slotte In The Dutch Mountains. Na afloop plaatje gekocht (ging bijna niet door omdat een voorgaande klant enigszins verward het pinapparaat in de tas had gedaan) en op de fiets naar huis. (Na een optreden van Nits gaat men op de fiets naar huis.) Langs het kanaal, zingend. Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeescio!