06 januari 2023

Ik las: Bijna een man


Eind vorig jaar las ik Bijna een man, van J.J. Voskuil. Ik heb een tijd uitgekeken naar dit eerste deel van Voskuils dagboeken. Na zijn overlijden in 2008 verscheen nog een aantal boeken postuum, maar voor de dagboeken was bepaald dat deze niet eerder mochten verschijnen dan na Lousjes overlijden, of na 1 januari 2026. Blijkbaar is er nu toch ingestemd met een eerdere publicatie. Dit is het eerste deel uit een voorgenomen reeks van zeven (!) en beslaat de jaren 1939 - 1955. 

Nou ja, 1939, 1942 en 1947 beslaan elk maar twee bladzijden of zo, en 1940 en 1941 komen helemaal niet voor. Verder is het dagboek (zo blijkt uit de Verantwoording) ernstig gekortwiekt doordat Lousje sommeerde dat Han Voskuil een flink deel van de tekst, die betrekking had op hun beider leven, uit de dagboeken zou verwijderen, wat Voskuil met tegenzin gedaan heeft. Daarmee verdween volgens Voskuil wel de sjeu uit zijn dagboeken. Voor een deel is dat hier gerepareerd door de tekst te vergelijken met een al bestaand typoscript, en evengoed beslaat dit eerste deel ruim 650 pagina's. 
Hulde weer aan uitgeverij Van Oorschot om een project als dit, na bijvoorbeeld 11 verschenen delen dagboeken van Frida Vogels, weer ijzerenheinig aan te gaan.

Ik heb dit eerste deel met plezier gelezen. Toch kan ik mij voorstellen, dat een lezer, die iets verwacht à la Het bureau, even zal moeten slikken. Het is geen roman, het verhaal, de structuur die Het bureau heeft, zit nu eenmaal niet in een dagboek. Life is what happens to you while you'r busy making other plans.

Dit eerste deel bevat de aantekeningen van de middelbare scholier, van de student en van de pas afgestudeerde Voskuil. Ik vond de beschrijving van het middelbare schoolleven in de oorlog in Den Haag interessant. Zo goed en kwaad als het kon werd er schoolgegaan en toneel gespeeld. Opvallend is dat de Jodenvervolging niet aan de orde lijkt te zijn. In 1943 is er een tamelijk zorgeloze zomer in Grolloo, waar hij werkt bij een boer. En dan is er de razzia van november 1944, waarvoor Voskuil zich schuilhield onder de vloer van het ouderlijk huis, en de hongerwinter.
Na de oorlog ging Voskuil studeren. Het is de periode die samenvalt met die in Bij nader inzien, naar mijn smaak Voskuils beste boek. Vooral in deze periode is het dagboek vooral een oefening in zelfanalyse. Hoe een goed mens te zijn, het wordt uitvoerig beschreven, en bediscussieerd met de vrienden. Maar daar hoort dan bijna automatisch een oordeel over hemzelf en anderen bij, en dat is vaak niet mals.
Een baan, maatschappelijk zijn, daar heeft Voskuil het maar moeilijk mee, dat wisten we al uit Het bureau. Na zijn afstuderen werkt hij een tijdje bij Sticusa, de beschrijving van zijn werk daar is hilarisch, Het bureau avant la lettre. Ook is hij een tijdje leraar in Groningen, en doet hij wat los-vast vertaalwerk voor de EGKS in Straatsburg. 

Een paar zaken zijn in het dagboek nadrukkelijk afwezig. Een affaire die hij tijdens de studietijd kennelijk heeft gehad komt slechts aan de orde in een noot van de bezorgers, de verwikkelingen met Suus Hoven, de echtgenote van Jaap Oversteegen (Rosalie Balmakers en Paul Dehoes in de romans) zoals beschreven in Binnen de huid, daarover lees je niets. Wellicht de knipopdracht van Lousje.

Leuk om te lezen zijn de aantekeningen tijdens de vakanties, naar Terschelling, Engeland en Frankrijk. Waarom zijn die niet eerder uitgegeven als deel van de gepubliceerde wandeldagboeken? Enfin, nu dan. 

Her en der merk je dat Voskuil zijn dagboek toch ook heeft gebruikt als bron voor zijn latere literaire publicaties. Ik herken tekstdelen uit Bij nader inzien, Jeugdherinneringen en Kladboek 1955 - 1956. Onlangs werd De knat, waarvan een deel in BNI staat, in zijn geheel uitgegeven.

Samengevat: fijn boek, met plezier gelezen.

Voor 7 februari staat het volgende deel gepland, lopend van 1956 tot en met 1965, ruwweg de periode in Het bureau, van vlak voor zijn aanstelling tot de pensionering van Beerta. De titel van dat deel: Capitulatie.