19 februari 2007

De mensen zijn niet gelijk. Daarom kunnen we met elkaar praten.



Ik las het eerste deel van Brieven van Jan Hanlo, en omdat er hierin vaak over geschreven werd, ook weer eens zijn Verzamelde gedichten.
Uit zijn Brieven zijn (uit veel meer) twee uitspraken mij in het bijzonder bijgebeleven.
De eerste: "Waarom moeten we in Godsnaam bidden?". Ik vind het een heel diepe vraag, die rechtstreeks de Godsvoorstelling raakt. Hanlo was (RK) gelovig, maar niet van het soort dat alles voor zoete koek aanneemt; hij correspondeerde over het geloof, maar ook over zijn gedichten, het Antwerps dialect, kansrekening, de verlichting der wegen, de relativiteitstheorie, en nog veel meer.
Een andere opmerkelijke uitspraak deed hij op 5 juni 1962. In 2007 misschien nog wel actueler: "Ik gun ieder zijn smaak en voorkeur. De mensen zijn niet gelijk. Daarom kunnen we met elkaar praten. Anders konden we net zo goed zwijgen en, uit de verte, knikken: 'ja, ja, dat vind ik ook'."