03 februari 2007

Peek-a-boo, I'm watching you!

Deze bladzijde staat nu op uw computerscherm afgebeeld, wat betekent dat deze informatie op een of andere manier naar uw PC is gestroomd. Misschien wel via de computer van de AIVD, want de term 'zwaar water' komt in dit stukje twee keer voor. En weet U wie er verderop aan de overkant in uw straat woont?

Op 1 februari j.l. verscheen een interessante publicatie: Van privacyparadijs tot controlestaat?

Vedder, Anton, Leo van der Wees, Bert-Jaap Koops en Paul de Hert,Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Rathenau Instituut, 2007; Studie 49

Het boek is ook als pdf te downloaden, via http://www.rathenau.nl

Het is een studie die je toch aan het denken zet. Onderwerp is de al maar toenemende verzameldrift van verschillende overheden van persoonsgegevens, zowel nationaal als internationaal, en het in toenemende mate koppelen van allerlei verschillende bestanden, en het gebruik daarvan voor andere doeleinden dan oorspronkelijk bedoeld, en daarnaast het inperken van vrijheden en recht op privacy door wetgeving in allerlei situaties en de effectiviteit daarvan.

Bijvoorbeeld de invoering van de identificatieplicht een paar jaar geleden. Deze was bedoeld als middel in de strijd tegen de criminaliteit. Uit onderzoek blijkt dat dit geen invloed heeft gehad. Er is wel een fors aantal boetes uitgedeeld wegens niet-bij-zich-hebben van een legitimatiebewijs, en er is een forse stijging in het aantal gestolen of vermiste legitimatiebewijzen.

Ten aanzien van het verzamelen van gegevens signaleren de auteurs een aantal trends:

Het opsporingsonderzoek breidt zich steeds vaker uit tot personen op wie zelf geen verdenking rust, in de omgeving van verdachten.
• Het onderzoek is steeds vaker verkennend van karakter, waarbij op basis van risicoprofielen potentieel verdachte groepen worden gevolgd.
• Wettelijke beperkingen voor het gebruik van bepaalde opsporingsmethoden worden verlicht of weggenomen.
• Opsporingsdiensten krijgen, zowel juridisch als technologisch, steeds meer mogelijkheden om (zelfstandig) onderzoek te verrichten.
• Opsporingsdiensten hebben in toenemende mate toegang tot informatie van overige (semi)overheidsdiensten die voor andere dan opsporingsdoeleinden is verzameld.
• Opsporingsdiensten dwingen steeds vaker andere partijen om mee te werken aan onderzoek.

Een vaak gehoord argument is dat 'je niet bang hoeft te zijn als je niets hebt te verbergen'.

Welnu, dat geldt naar mijn smaak alleen als je er van uitgaat dat de bestanden geen fouten bevatten, de bestanden niet oneigenlijk gebruikt worden, de betrokken instanties geen fouten maken, of omgekocht of bevooroordeeld zijn.

Enige tijd geleden stond in NRC al het verhaal van een voormalige scheikundeleraar. De leraar werd verdacht van betrokkenheid bij de verspreiding van massavernietigingswapens. Die verdenking vloeide voort uit zijn gedrag op internet. Omdat hij examenvraagstukken opstelde voor het toetsingsinstituut Cito zocht de docent op internet naar gegevens over zwaar water. De combinatie met het feit dat hij ooit in dezelfde straat woonde als een Pakistaanse atoomspion was voldoende om de alarmbellen te doen rinkelen bij de opsporingsdienst AIVD. Het betreffende artikel is vast nog wel te Googlen op Internet. (Pas op welke zoektermen U ingeeft, misschien kijkt de AIVD met U mee)

De bedoeling van de publicate van het Rathenau Instituut is het aanzwengelen van een publieke discussie over dit soort zaken. Wat mij betreft graag.