Het eindexamen bestond uit een schriftelijk en een mondeling deel.
Eerst was er het schriftelijk. Daarvoor moest ik naar de andere kant van de stad. In de Hoge Prins Willemstraat en aan het IJsvogelplein waren de scholen waar het voor leerlingen van onze school werd afgenomen. In een paar dagen werden de vakken er doorgejast, ‘s morgens en ’s middags, gedurende een kleine week. Ik herinner mij er nauwelijks iets van.
Daarna kwam een periode met bijna geen les, veel herhalen en oefenen, ter voorbereiding op het mondeling. Dat viel, in verband met het aantal leerlingen, niet voor iedereen op dezelfde dag.
Het mondeling kreeg je op één dag, in alle vakken, tegelijk met zoveel leerlingen als er vakken waren. Het werd gedaan in een school op de Mient, ook weer een eindje van huis. In het gymlokaal stonden in een cirkel tafeltjes, een voor elk vak. Je ging aan zo’n tafeltje zitten en sprak/deed dan steeds een half uur Nederlands, Frans, Duits, Engels, algebra, meetkunde, natuurkunde, biologie, geschiedenis en aardrijkskunde, met twee examinatoren. Dan ging een bel, was er 5 minuten pauze en schoof je een tafel door. En dan ging de bel weer voor de volgende ronde. Malle toestand.
Aan het eind van de middag moesten we buiten wachten, terwijl binnen de resultaten, samen met die van het schriftelijk, gewogen en bij elkaar opgeteld werden.
Daarna werden we weer naar binnen geroepen, opgesteld in een rijtje, en werd ieder van ons gezegd of we geslaagd of gezakt waren. Alleen Lydia was gezakt. Daarna met diploma op de fiets naar huis, waar mijn ouders in spanning wachtten.
De dag erna gingen we op vakantie, naar Mechelen in Zuid-Limburg, een week logeren bij de familie Wetzels.