
In een interview op 8 december 1970, met Jann Wenner, van Rolling Stone, vatte John Lennon de geschiedenis van The Beatles kernachtig samen:
We were four guys... I met Paul, and said, “You want to join me band?” Then George joined and then Ringo joined. We were just a band that made it very, very big. That’s all.
Well, not quite...
Een biografie van The Beatles van maar liefst 1714 pagina's, die dan ook nog eens nog maar loopt tot 1 januari 1963, dus tot aan het begin van Beatlemania, dat is veel. Maar ik heb het met heel veel plezier gelezen. Zeer, zeer gedetailleerd, dat is duidelijk. Het goede, het echt goede van dit boek is dat de schrijver alle tot nu toe vertelde verhalen nog eens tegen het licht houdt en door spitten in archieven en door honderden en honderden interviews (letterlijk van Liverpool tot in Nieuw Zeeland) met betrokkenen, deze verhalen checkt en nog eens checkt. En in voorkomende gevallen bevestigt, aanvult of verwerpt. En veel nieuwe verhalen vertelt. Erg veel aandacht wordt ook gegeven aan de omstandigheden waarin John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Richard Starkey opgroeiden, en aan hun persoonlijke achtergronden. De auteur zegt ergens dat je het boek ook kunt lezen als een sociologische geschiedenis van naoorlogs Engeland en Liverpool, aan de hand van The Beatles.
Hoewel ik al heel veel over dit bandje gelezen heb, bevatte dit boek voor mij toch een aantal verrassende onthullingen. Ik noem er een. Zo is er een vaak (na)verteld verhaal (ook door deze blogger) over hoe The Beatles in 1962 aan een platencontract kwamen. Kort: manager Brian Epstein liet van een opnameband van een mislukte auditie bij Decca een demonstratieplaat maken, een medewerker van platenzaak His Master's Voice hoorde dat, vond het leuk en bracht Epstein via, via in contact met EMI-producer George Martin. Die gaf ze een auditie en vervolgens een platencontract. Lewisohn laat zien, aan de hand van gevoerde gesprekken en documenten uit de archieven van EMI, dat dit een verhaal achteraf is, om alles 'mooi kloppend' te maken. Er is nooit een auditie geweest. In werkelijkheid had George Martin The Beatles al maanden eerder afgewezen, na beluisteren van een door Brian Epstein opgestuurd Duits single'tje dat ze in Hamburg hadden opgenomen, en hij had ze een maand of wat later nog eens afgewezen na beluisteren van bovengenoemde demonstratieplaat. George Martin (die niet goed lag bij een hoger geplaatste EMI-functionaris) werd door een vreemde intrige rond zijn persoonlijk leven, tegen zijn zin, gedwongen toch een plaatje op te nemen. Hij deed dat halfhartig, en liet de sessie over aan een junior producer. De opname mislukte, waarschijnlijk door het slechte drummen van Pete Best. Martin werd min of meer gesommeerd het toch nóg eens te proberen, liet The Beatles eerst een nummer opnemen waar ze helemaal geen zin in hadden (How Do You Do It) en nam Love Me Do eerst als b-kant op met een sessiedrummer, omdat hij geen dure studiotijd wilde besteden aan de nieuw-aangetreden drummer Ringo Starr. Uiteindelijk werd Love Me Do de a-kant en een ander nummer, P.S. I Love You het b-kantje. Tot ieders verbazing werd het single'tje, ondanks een totaal ontbreken van interesse en promotie van de kant van de platenmaatschappij, een redelijke hit. Daarna is het allemaal toch nog goed gekomen.
De auteur zit nu midden in de research voor deel 2, dat tot 1966, 1967 zal lopen. Naar verwachting zal dat deel in 2020 verschijnen. Het wachten zal de moeite meer dan waard zijn.