Vandaag liep ik nog even langs Ockenburgh. Mijn broer ligt daar, verstrooid, al 22 jaar. Ik weet nog 1000 dingen van hem. Van hoe hij werd aangekondigd door mijn vader terwijl ik buiten speelde, op de stoep, "We weten het nog niet precies, maar je krijgt een broertje of een zusje", tot de laatste keer dat we elkaar spraken, in de vrieskou op de hoek van het Spui en de Grote Marktstraat. "Nou dag, tot kijk." Ik weet nog 998 andere dingen. Maar ik weet niet meer hoe zijn stem klonk.