
Een nieuw boek van Knausgård, geen roman zoals Mijn strijd of het (ten onrechte) nauwelijks bekende Engelen vallen langzaam, of zijn seizoensimpressies en -associaties De vier seizoenen, maar een bundeling (deels eerder verschenen) essays. Een aantal van de essays gaat over observaties, kijken, kunst, fotografie, niet verrassend voor een schrijver die in Mijn strijd liet zien dat hij de grootmeester is van de minutieuze observatie. Verder over Breivik, over literaire overwegingen bij de Noorse Bijbelvertaling, over (on)gewenste moraliteit in de literatuur, over Abraham, Izaak en Kierkegaard, over Knut Hamsun, over schrijven, het belang van de redacteur en debuteren, en over nog meer. Samen ongeveer de poëtica van Knausgård, denk ik.
Er was ook nog een 21 bladzijden tellende uiteenzetting over het hoognodig moeten poepen, de ongemakkelijkheden die dit met zich meebrengt tijdens het winkelen, de gedachtestroom tijdens de aanhoudende en aanzwellende aandrang, afgesloten met een beschrijving van de eigenlijke defecatie en van de consistentie van des schrijvers uitwerpselen. Daar had ik wel buiten gekund.
Voor de rest met interesse en plezier gelezen.