06 februari 2024

Ik las: J.J. Voskuil, Martelaarschap (Dagboeken 1965 - 1974)

Martelaarschap (Dagboeken 1965 - 1974) is het derde deel van een reeks van zeven dikke delen met de dagboeken van J.J. Voskuil. Dit deel beslaat dus de jaren 1965 - 1974, maar verreweg het meeste van de ruim 700 bladzijden zijn aantekeningen uit 1973 en de eerste helft van 1974. In 1967 noteerde Voskuil helemaal niets, andere jaren weinig, maar vanaf 1973 gaat het flink los. 

Voskuil lezen is voor mij ook altijd (genoeglijk) studeren. Naast dit dagboekdeel (en het vorige) las ik om te beginnen ook op de juiste plaatsen de vakantiedagboeken, in dit geval gepubliceerd in Terloops (vakanties 1965 - 1973) en Buiten schot (1974).

 

Vooral de Bureau-lezer zal vele aantekeningen herkennen als scènes uit Het Bureau, in dit geval delen 2 en 3, Vuile handen en Plankton. Het dagboek is rijkelijk geannoteerd met nadere uitleg en verwijzingen o.a. naar corresponderende, vaak letterlijk overgenomen scènes in Het Bureau.

Wat mij bij het dagboek meer of beter opviel dan bij Het Bureau, is dat Voskuil niet zozeer afrekent met zijn collega's, maar vooral zichzelf probeert te begrijpen. Voskuil heeft vaak gezegd dat de enige reden om te schrijven is: over eigen gedrag rekenschap afleggen. Zo bezien zou Het boek IK een betere titel geweest zijn voor Het Bureau. (Maar ja, dat boek bestond al.)

Ook andere boeken van Voskuil: Requiem voor een vriend, Onder andere, De moeder van Nicolien en zijn toneelstuk Mensenkinderen bevatten passages die letterlijk uit het dagboek zijn overgenomen. Naast stukken uit deze boeken las ik ook relevante passages in Frida Vogels' De harde kern 2, en Dagboek 1972 - 1973 en 1974 - 1975. Vogels beschrijft in die passages dezelfde ontmoetingen, maar dan natuurlijk vanuit haar gezichtspunt.

Waar ik benieuwd naar was, was wat er precies gebeurde rond het niet publiceren in 1968 van Binnen de huid door Van Oorschot. Spoiler alert: dat staat er niet in. Na Bij nader inzien werkte Voskuil jarenlang aan zijn tweede roman Binnen de huid. Dit vergde zoveel energie dat hij tot aan het gereedkomen in 1968 nauwelijks of niet in zijn dagboek schreef. Na gereedkomen stuurde hij het manuscript o.a. naar uitgever Geert van Oorschot. Die reageerde niet positief. Dit leidde tot beëindigen van de vriendschap tussen Voskuil en Van Oorschot. Het was interessant geweest hier in het dagboek meer over te lezen. Maar Voskuil wijdt er vrijwel geen woord aan. Binnen de huid bleef ongepubliceerd tot na zijn overlijden, en verscheen pas in 2009. Voskuil heeft hierover op andere plaatsen overigens wel iets geschreven, in zijn bijdrage aan Brieven van een uitgever en in zijn herinneringen aan Van Oorschot: Geert, gepubliceerd in Tirade 389, later gebundeld in Onder andere. 

Wat ik me tijdens het lezen steeds meer ben gaan afvragen is hoe Voskuil het toch heeft uitgehouden, hij lijkt werkelijk aan alles en iedereen een hekel te hebben. Aan zijn vader, zijn broers en schoonzussen, collega's, aan zijn 'vrienden', aan zijn werk, en ook met echtgenote Loesje heeft hij het regelmatig aan de stok. Het is geweldig lezen, dat wel. 

Ik kijk uit naar deel vier van de dagboeken: Uitzicht op geluk (Dagboeken 1974 - 1976), dat nu gepland staat voor mei 2024.