Het is lezers van dit blog bekend, ik ben een liefhebber van
J.J. Voskuil, van
Het Bureau. Ik las het destijds ongeveer bij verschijnen, tussen 1996 en 2000, en daarna nog eens in 2015. Het leek mij leuk om het dit jaar (waarin ik stopte met werken op 'mijn Bureau') nog een derde keer te lezen. Ik begon op 20 mei, de dag na
mijn laatste werkdag. Zonder werk en in eerste en tweede lockdown las ik vlot de eerste zes delen. Het zevende deel,
De dood van Maarten Koning, dat begint op de eerste dag van Maartens VUT, las ik op 6 november, de eerste dag na mijn officiële uitdiensttreding.

Het was fijn om weer te lezen. Hoe ga je om met mensen, voor wie je niet gekozen hebt, maar die je collega's zijn? Herkenbaar, veel mensen zitten in die zin 'op een Bureau'. Hoe ga je om met je vak, de verantwoordelijkheid daarvoor die je eigenlijk niet gewild hebt, en met je collega's. Goed boek, goede dialogen. Deel 7 is verplichte stof voor iedereen die met pensioen gaat.
Tijdens het lezen hoorde ik in de dialogen vaak de stemmen van het hoorspel van
Krijn ter Braak, dat ik ook twee of drie keer beluisterde. Tegenwoordig beschikbaar als
podcast (475 afleveringen).

Na deel 7 las ik nog wat in
De discipline van het dagelijks leven, een dubbelnummer uit 1999 van het
Volkskundig Bulletin (in Het Bureau:
Het Bulletin). Dit dubbelnummer verscheen bij gelegenheid van het afscheid van
Ton Dekker (in Het Bureau:
Ad Muller). Er staan artikelen in over de thema's uit Dekkers loopbaan bij het
Meertens Instituut, leuk is een interview met Ton Dekker over zijn carrière. Hoe ervoer hij het werk, de collegialiteit, het vak. Daarnaast nog een artikel van
Gerard Rooijakkers,
Is dit mijn leven? over
fiction en
faction in Het Bureau, de ethiek van het verbeelden van collega's in een roman en Voskuils thema van het menselijk onvermogen.
Nu ga ik weer wat anders lezen.