Zoals wel vaker in de laatste dagen van het jaar, lees ik tussen 22 en 31 december elke dag een hoofdstuk uit De avonden, van Gerard Reve (ik heb 3 edities, dit keer lees ik de tweede druk, nog verschenen onder de naam Simon van het Reve).
In hoofdstuk V gaat Frits op bezoek bij Victor Poort (Robert van Amerongen).
Van De avonden wordt wel gezegd dat alles wat erin staat, ook echt gebeurd is, maar niet zoals het in het boek staat. Dat geldt ook voor deze titel. De kleine neurasthenicus, beknopte handleiding tot een ordentelijk leven, geschreven door Herman Gerard de Cock, verscheen in 1922. In 2007 werd het door De Bezige Bij opnieuw uitgegeven, bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van De avonden. Die editie heb ik.
Ik zou het overigens niet, zoals in De avonden geschreven, een klein boek willen noemen, het heeft 506 pagina's. Tegenwoordig is het ook te bekijken in Delpher.
In De avonden krijgt Frits het te leen van Viktor, in werkelijkheid las Gerard Reve het bij Robert van Amerongen. Pas na verschijnen van De avonden kreeg Gerard het boekje cadeau uit de bibliotheek van de vader van Van Amerongen. (Nop Maas - Kroniek van een schuldig leven 1, p. 234 - 235)
Het is geen boek om van begin tot einde te lezen, ik snoep elk jaar hier en daar een bladzijde. Het boekje geeft, zoals de ondertitel al aangeeft, tips bij allerlei aandoeningen. Ze doen mij denken aan de opmerkingen die Frits in het boek maakt tegen zijn vrienden. Op bladzijde 112 1n 113 in De avonden leest Frits passages uit het boekje van Victor. Deze zijn niet letterlijk, maar wel 'in geest' terug te vinden in De kleine neurasthenicus. De passage over 'de dame Oem, van wie een poes gestorven was' (De avonden, p. 113) lijkt losjes gebaseerd op p. 396.
Ik denk dat het voor Reve een belangrijk boekje is geweest, waarin hij veel van zijn eigen neuroses herkende. ‘Stellig, ik ben een kleine zenuwlijder’, zegt Frits van Egters op het einde van De avonden (p. 205).