26 december 2020

De kleine zenuwlijder

Zoals wel vaker in de laatste dagen van het jaar, lees ik tussen 22 en 31 december elke dag een hoofdstuk uit De avonden, van Gerard Reve (ik heb 3 edities, dit keer lees ik de tweede druk, nog verschenen onder de naam Simon van het Reve).

In hoofdstuk V gaat Frits op bezoek bij Victor Poort (Robert van Amerongen).

“Wat lees je?” vroeg hij, een klein boek met grijze linnen band van de schrijftafel nemend. “Dat moet je beslist lezen”, antwoordde Viktor, “daar zul je beslist veel plezier aan hebben.” “De kleine zenuwlijder, handleiding tot een fatsoenlijk leven”, las Frits. “Je mag het nu wel lenen”, zei Viktor. Frits sloeg het dicht en stak het in zijn jaszak, haalde diep adem en nam afscheid’
(De avonden, p. 97, ik verwijs hier naar bladzijnummers in de tweede druk)

Van De avonden wordt wel gezegd dat alles wat erin staat, ook echt gebeurd is, maar niet zoals het in het boek staat. Dat geldt ook voor deze titel. De kleine neurasthenicus, beknopte handleiding tot een ordentelijk leven, geschreven door Herman Gerard de Cock, verscheen in 1922. In 2007 werd het door De Bezige Bij opnieuw uitgegeven, bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van De avonden. Die editie heb ik.

Ik zou het overigens niet, zoals in De avonden geschreven, een klein boek willen noemen, het heeft 506 pagina's. Tegenwoordig is het ook te bekijken in Delpher.

In De avonden krijgt Frits het te leen van Viktor, in werkelijkheid las Gerard Reve het bij Robert van Amerongen. Pas na verschijnen van De avonden kreeg Gerard het boekje cadeau uit de bibliotheek van de vader van Van Amerongen. (Nop Maas - Kroniek van een schuldig leven 1, p. 234 - 235)

Het is geen boek om van begin tot einde te lezen, ik snoep elk jaar hier en daar een bladzijde. Het boekje geeft, zoals de ondertitel al aangeeft, tips bij allerlei aandoeningen. Ze doen mij denken aan de opmerkingen die Frits in het boek maakt tegen zijn vrienden. Op bladzijde 112 1n 113 in De avonden leest Frits passages uit het boekje van Victor. Deze zijn niet letterlijk, maar wel 'in geest' terug te vinden in De kleine neurasthenicus. De passage over 'de dame Oem, van wie een poes gestorven was' (De avonden, p. 113) lijkt losjes gebaseerd op p. 396.

Ik denk dat het voor Reve een belangrijk boekje is geweest, waarin hij veel van zijn eigen neuroses herkende. ‘Stellig, ik ben een kleine zenuwlijder’, zegt Frits van Egters op het einde van De avonden (p. 205). 

De kleine neurasthenicus leverde Reve verder de titel voor zijn gedroomde boek, Het Boek van het Violet en de Dood, 'het boek dat Reve wilde schrijven, maar dat eigenlijk niet geschreven kon worden, omdat het alle andere boeken overbodig zou maken, behalve de Bijbel, en het telefoonboek'. 

‘'t Is net, meneer,’ zegt Dorus, ‘'t is net, alsof een dure plicht mij op de schouders rust. De plicht, om een groot, een machtig, boek te schrijven. Een boek, waarvan de titel luiden zal: “Van 't licht en van den schaduw, van 't violet en van den dood... En van de geestdrift”.
(De kleine neurasthenicus, p. 197)

Over Het Boek van het Violet en van de Dood schreef ik al eens een blogje, De Bijbel, en het telefoonboek. Niet uitputtend, maar 'vanuit mijn boekenkast'.