
Ik las Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie. Het eigenlijke dagboek loopt van 1936 tot 1951, in deze publicatie staan de oorlogsjaren 1940 - 1945. Ik heb het al een tijd in bezit, maar las tot nu toe al bladerend her en der losse fragmenten. Nu las ik het helemaal, van begin tot eind. Ik moet bekennen dat ik het eigenlijk aanschafte voornamelijk omdat Italie leraar was op het Tweede Stedelijk Gymnasium, later het Maerlant-Lyceum, een school die ik (jaren later) ook bezocht. Ik kwam nog wat namen tegen, die in mijn tijd kennelijk nog 'in het geheugen van de school' zaten. Hille, Portengen, Van Dam. Mevrouw Van Veen-Noordegraaf gaf zelfs nog les, in ieder geval eerste helft jaren 70. Maar dat is maar een relatief kort stuk van het boek, joden in overheidsdienst werden eind 1940 al ontslagen.
Op 28 november 1940 noteerde Italie: Ontslagen! D.w.z. het briefje is nog niet in mijn bezit, maar Hoving deelde mij mede, dat het onderweg is en dus heb ik na de laatste lessen vanmiddag afscheid van Hoving genomen en met stille trom het gymnasium, waar ik ruim 20 jaar gewerkt heb, verlaten. Er is nog geen vervanger voor mij.
Dat laatste zinnetje illustreert naar mijn idee een van de kenmerken van Italie's persoonlijkheid. Leraar. Voor hem hield dat niet op bij zijn ontslag.
Het héle dagboek is interessant en relevant. Het is de geschiedenis van '40-'45 op micro-niveau. De steeds verdergaande inperkingen van rechten van joden. De onteigeningen. De transporten. Het leven in de kampen. Een aantal zaken wist ik nog niet zo in detail. Het is ook een beschrijving het leven van een orthodox-joods gezin. Boeiend is het, te lezen hoe Italie zich min of meer staande weet te houden, naar mijn idee door zo goed en kwaad als het ging vast te blijven houden aan zijn geloofsovertuiging en de daarbij horende rituelen, en door het lesgeven, na zijn ontslag aan het Tweede Stedelijk Gymnasium eerst aan het Joodsch Lyceum in Den Haag, later in de kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Heel bijzonder. Ook het verloop van de oorlog werd zo goed en kwaad als dat kon gevolgd, vaak werd (helaas ten onrechte) op een spoedig einde gehoopt. Veel werd ook gedacht aan het onzekere lot van oudste zoon Paul, die in 1942 in België was opgepakt tijdens een poging om Zwitserland te bereiken. Pas op 30 april 1945 is elk sprankje hoop weg en realiseert Italie zich ten volle dat zijn zoon niet terug zal komen.
Italie overleefde de oorlog, maar was moe en gedeprimeerd. In 1942 was zijn oudste zoon in Auschwitz omgekomen, zijn dochter raakte in Westerbork besmet met het poliovirus, en de jongste zoon raakte geestelijk steeds verder van hem verwijderd door afstand te nemen van de joodse orthodoxie, voor Italie de allesbepalende levensvisie.
Na de oorlog kwam Italie terug op (inmiddels) het Maerlant-Lyceum, begin 1946 werkte hij een paar maanden aan de universiteit in Berkeley aan een Euripides-lexicon, een al voor de oorlog begonnen project. Hij gaf daarna nog tien jaar les op het Maerlant en publiceerde meerdere boeken over de grote Griekse tragedie-schrijvers. Italie overleed in 1956. In het jubileumboek De eeuw van het Maerlant 1917-2017 is een hoofdstuk aan Gabriel Italie gewijd.